Oefenvragen H1: Klimaat en Planetary Boundaries
Vraag 1
Wat zijn de twee grote strategieën om klimaatverandering aan te pakken?
A. Adaptatie en verstedelijking
B. Mitigatie en adaptatie
C. Duurzame energie en CO2-opslag
D. Klimaatneutraliteit en biodiversiteitsherstel
Vraag 2
Wat is de belangrijkste oorzaak van glacialen en interglacialen?
A. Menselijke uitstoot van CO₂
B. Vulkanische activiteit
C. Variaties in de baan van de aarde rond de zon
D. Zonneactiviteit
Vraag 3
Welke positieve terugkoppeling versterkt de huidige opwarming het sterkst?
A. Meer bewolking
B. Reflectie door aerosolen
C. Albedo-effect door smeltend ijs
D. Vermindering van zonneactiviteit
1
,Vraag 4
Wat drukt het koolstofbudget uit?
A. De jaarlijkse hoeveelheid CO₂-uitstoot die elk land mag produceren
B. De totale cumulatieve hoeveelheid CO₂ die de mensheid nog mag uitstoten om een
temperatuurlimiet niet te overschrijden
C. De hoeveelheid CO₂ die door bossen en oceanen jaarlijks wordt geabsorbeerd
D. De jaarlijkse financiële kosten om emissies te reduceren
Vraag 5
Waarom warmt het noordpoolgebied aanzienlijk sneller op dan het mondiale gemiddelde
(‘Arctic amplification’)?
A. De zon staat in de zomer direct boven de Noordpool
B. Door minder zee-ijs neemt de reflectie af en absorbeert de oceaan meer warmte
C. Toegenomen vulkanische activiteit in de Arctis
D. Het poolgebied ontvangt meer langgolvige straling vanuit de ruimte
Vraag 6
Welke vier planetaire grenzen zijn op dit moment overschreden?
A. Klimaatverandering, biosfeerintegriteit, land-systeemverandering, stikstof- en
fosforkringlopen
B. Klimaatverandering, zeeverzuring, stratosferisch ozonverlies, zoetwatergebruik
C. Luchtvervuiling (aerosolen), chemische verontreiniging, zeeverzuring, zoetwatergebruik
D. Biodiversiteitsverlies, zeeverzuring, stratosferisch ozonverlies, land-systeemverandering
2
,Vraag 7
Wat is het verschil tussen mitigatie en adaptatie in klimaatbeleid?
A. Mitigatie richt zich op aanpassing aan klimaatverandering, adaptatie op het vermijden
ervan
B. Mitigatie voorkomt klimaatverandering, adaptatie past zich aan aan de gevolgen
C. Beide betekenen hetzelfde
D. Adaptatie draait om CO₂-reductie, mitigatie om aanpassing aan nieuwe
weersomstandigheden
Vraag 8
Waardoor zijn de opwarmingscijfers sinds de industriële revolutie sterk gestegen?
A. Toename zonneactiviteit
B. Meer vulkanische activiteit
C. Verbranding van fossiele brandstoffen
D. Minder bewolking
Vraag 9
Wat toont aan dat de opwarming van de aarde grotendeels door mensen wordt
veroorzaakt?
A. Schommelingen in zonnecycli
B. Verandering in de 13C/12C-verhouding in CO₂
C. Meer meteorietinslagen
D. Afnemende vulkanische activiteit
Vraag 10
Wat is het principe achter ‘radiative forcing’?
A. Het absorberen van zonne-energie door planten
3
, B. Het verschil tussen inkomende en uitgaande straling vóór temperatuuraanpassing
C. De kracht van aardbevingen op klimaat
D. De mate van oceaanverzuring
Vraag 11
Wat is het doel van het Parijsakkoord uit 2015?
A. CO₂-emissies wereldwijd halveren tegen 2030
B. Opwarming beperken tot ruim onder 2°C, met streven naar 1,5°C
C. Investeren in kernenergie wereldwijd
D. De mondiale zeespiegelstijging stoppen
Vraag 12
Wat bedoelt men met 'carbon budget'?
A. Financiële middelen voor klimaatbeleid
B. Toegestane jaarlijkse uitstoot per land
C. De totale hoeveelheid CO₂ die we nog mogen uitstoten om onder 1,5–2°C opwarming te
blijven
D. De hoeveelheid CO₂ die bossen jaarlijks opnemen
Vraag 13
Welke maatregel hoort NIET bij negatieve emissies?
A. Direct Air Carbon Capture and Storage (DACCS)
B. Land-Use Change (LUC)
C. Bioenergy with Carbon Capture and Storage (BECCS)
D. Stijging van het autogebruik
4