• Wrong document? Swap it for free
  • Written by students who passed
  • Immediately available after payment
  • Read online or as PDF
Sell
Where do you study
Your language
Document preview thumbnail
Preview 10 out of 178 pages
Summary

Samenvatting Geschiedenis van het Publiekrecht (geslaagd eerste zit)

Document preview thumbnail
Preview 10 out of 178 pages

Deze samenvatting is op basis van de slides (aangezien de prof altijd heeft gezegd dat deze de kapstok vormen voor deze cursus), aangevuld met lesnotities en notities uit het boek. Er zijn ook oefenvragen per onderdeel. Ik ben zelf geslaagd met een 14/20 voor dit vak door enkel van deze samenvatting te leren. Het is dus zeker voldoende en omvat alles.

Content preview

Geschiedenis van het Publiekrecht

, Inleiding:
Geschiedenis van het Publiekrecht: wat en waarom?
1 Wat?
➔​ Metajuridisch vak
➔​ Op het snijvlak van academische disciplines (geschiedenis, recht, constitutionele
theorie)
➔​ Hoe het recht op een bepaalde plaats in een bepaalde tijd tot stand kwam en
ontwikkelt
◆​ staatsbestel: structuur, staatsorganen, bevoegdheden,...
◆​ grondrechtenbescherming
➔​ Vraagstukken waarbij onderzocht wordt op een bepaalde plaats in een bepaalde tijd
tot stand kwam.
◆​ Wie maakt het recht?
◆​ Hoe maakt men het recht?
◆​ Wanneer en waarom wordt het recht gemaakt?
◆​ Hoe en door wie wordt het recht gehandhaafd?
◆​ Voor wie wordt het recht gemaakt en hoe kunnen deze rechtssubjecten hun
rechten laten gelden?
➔​ Recht functioneert niet in een vacuüm
➔​ Recht is onderdeel van, en functioneert binnen, een sociaal-maatschappelijk geheel
met zijn eigen vigerend rechtssysteem
-> rechtssystemen zijn, net als samenlevingen en het recht zelf, continu in
ontwikkeling
-> hoe ze zijn vormgegeven, en hoe zij veranderen heeft weer een grote
impact op de samenstelling en ontwikkeling van het recht




➔​ Publiekrecht draait om
◆​ Staatsorganen en -instellingen
◆​ Algemene politieke principes en rechtsbeginselen
◆​ Juridische begrippen, regels, procedures (politieke structuren, bevoegdheden;
bescherming grondrechten; …)

,2 Waarom?
Voorbeeld: Belgische revolutie 1830-31 = het resultaat van
-​ Constitutionele bezwaren
-​ Opvattingen over de rol van de regering en de vorst t.o.v. de
vertegenwoordigende vergaderingen
-​ Onderdrukking van de oppositie via inperkingen van grondrechten
(godsdienstvrijheid, persvrijheid, petitierecht, afschaffing assisenjury)
-​ Culturele motieven
-​ Franse taal van politieke elite staat haaks op het taalbeleid van Willem I
-​ Sinds de Franse annexatie richt de bourgeoisie en de adel haar blik op
Frankrijk
-​ Politieke klachten
-​ Ondervertegenwoordiging van het Zuidelijk deel van het Verenigd Koninkrijk
der Nederlanden in de Staten-Generaal (t.o.v. het Noordelijk deel)
-​ Religieuze overwegingen:
-​ De bevolking in het Zuidelijke deel is overwegend katholiek, terwijl men in het
Noordelijk deel overwegend protestant is → Willem en zijn regering willen
verhinderen dat het Zuiden sterker vertegenwoordigd zou worden in de
Staten-Generaal
-​ Economische gronden:
-​ In het Zuiden ontstaat het (niet helemaal terechte) idee dat Willem en zijn
regering het Noorden economisch voortrekt, terwijl het even zwaar belast
wordt

➔​ Goed rechtshistorisch onderzoek vormt de basis voor een goed begrip van het
hedendaagse recht.
◆​ Rechtshistorisch onderzoek leert ons waarom bepaalde regels nog wel en
andere niet langer tot ons huidig recht behoren
➔​ Kennis en inzicht in de ontwikkeling en toepassing van recht en rechtsregels in hun
historische context geeft ons zicht op aangeleverde rechtshistorische argumenten
◆​ Informeert ons over de pro’s en contra’s van welbepaalde vormen van aanpak
◆​ Bij het maken van een dergelijke keuze is het rechtvaardige karakter van een
regel een essentiële factor.
-> inhoud van het rechtvaardigheidsbegrip = variabel van aard (met
negatieve, dan wel positieve resultaten tot gevolg)

,➔​ Rechtshistorische dimensie is een belangrijke component in veel, zo niet alle,
contemporaine rechtsvergelijkende onderzoeken.
➔​ Aantonen dat macht en machtsconflicten aan de basis liggen van het staatsbestel
➔​ Gestolde macht: macht in verschillende verschijningsvormen, afhankelijk van
omstandigheden
◆​ ~ aggregatietoestand van een materie




➔​ Inzicht in het verleden laat toe om
◆​ Het potentieel van het staatsbestel + de beperkingen van juridische stelsels in
een welbepaalde context te ontwaren
◆​ Een onderscheid te maken tussen het essentiële het incidentele

,Deel 1: Staat en Recht

, Deel 1: Staat en Recht
1 Het moderne staatsbegrip
1.1 Inleiding
Hoe regelen we de manier waarop we onszelf besturen?
-​ Woordjes ‘regelen’ -> ‘regel’
-> veronderstelt norm = recht

Overal ter wereld is er iets gemeenschappelijk in de manier waarop staten worden bestuurd
-​ De manier waarmee de overheid legitimiteit krijgt om de mensen te besturen
-​ Dit is voor elke staat anders en evolueert ook op een andere manier geen
uniform model qua ideologie en juridisch systeem
-​ Voor sommige denkers: natuurstaat = chaos
-​ Om daaruit te geraken en veiligheid te waarborgen van mensen, moeten we
macht centraliseren in handen van één persoon/instelling
-​ Vandaag: in de meeste staten is er een representatief regime waarbij bevolking zich
kan laten vertegenwoordigen

Essentiële problematiek in het publiekrecht: hoe onszelf besturen zodat we vrij blijven?
-​ Zorgt voor spanningsveld:
-​ Hoe de democratie in constitutionele zin denken?
-​ Hoe rechten bewaren en ervoor zorgen dat een democratische meerderheid
de rechten en belangen van de minderheden niet miskent?
Dit spanningsveld vormt de intellectuele achtergrond van de ontwikkeling van de liberale
staat
1.2 De idee van ‘de staat’
Uitgangspunt:
Enige manier om rust te creëren en te verhinderen dat een groep mensen die samenleven in
chaos en geweld vervalt:
-​ Macht om bevelen op te leggen concentreren in handen van een persoon of
instelling
-​ Deze persoon/instelling maakt de wet, die op iedereen van toepassing is
-​ Deze persoon/instelling heeft een geweldsmonopolie (de enige die geweld
mag gebruiken om iemand te dwingen)
Dit heeft een theorie nodig → conceptie van ‘de staat’ (Wie/wat kan als staat beschouwd
worden en waarom? Wanneer is de uitoefening van geweld gerechtvaardigd?)

Definiëring van de staat = afhankelijk van welk standpunt men inneemt:
-​ Moderne / Hedendaagse geschiedenis
-​ Vanaf de Atlantische revoluties in de V.S. (1776) / Frankrijk (1789)
-​ Vroegmoderne / Nieuwe geschiedenis


1

, -​ Vanaf de val van Constantinopel (1453) of landing Columbus in Amerika
(1492)
-​ Middeleeuwen

1.2.1 Moderne/Hedendaagse geschiedenis




Staat begrepen als de liberale staat:
1.​ Verkozen bestuurders
-> rechtstreeks
-> onrechtstreeks
2.​ Machtenscheiding
-> wetgevende macht
-> uitvoerende macht
-> rechterlijke macht
3.​ Overheid gebonden aan het recht (rechtsstaat)
-> Overheid maakt de normen (via de wetgever of grondwetgever), maar is er zelf
ook aan onderworpen
4.​ Waarborgen voor de bescherming van onvervreemdbare grondrechten van burgers
-> Via grondwetsbepalingen (bv.: eeuwigheidsclausule: afschaffing van censuur ‘voor
altijd; verbod om democratische regeringsvorm te wijzigen;…)
-> Via instellingen: machtenscheiding, infra- en extra-constitutionele waarborgen (bv.
de koning als ‘scheidsrechter’, de pers als ‘waakhond’)

1.2.2 Vroegmoderne/Nieuwe geschiedenis
Volgens sommigen kan recente geschiedenis enkel uitgelegd worden als je verder terug gaat:
-​ Liberale staten = opvolgers van de vroegmoderne staat
Tijdens vroegmoderne / nieuwe geschiedenis ontwikkelt zich idee van soevereiniteit van de
wetgever
-​ Middeleeuwen: vorst consolideert macht in centrale staat
-​ 16de-17de eeuw: religieuze spanningen
vnl. katholieke Kerk vs. protestanten (die zich afscheuren)
-> Band tussen religie en publiekrecht doorknippen
-> Macht berust niet meer (exclusief) bij de vorst: (ook) bij vertegenwoordigers van
het volk



2

,In de 17de eeuw komt het idee op van de “état souverain”
-​ Een staat die geen andere macht boven zich heeft
-​ Men spreekt soms ook over republiek
-> Tot de FR en Amerikaanse Revolutie: res publica, het algemeen belang, de
politieke zaak, de staat
-> Vandaag andere betekenis: staat zonder koning met een president als staatshoofd
-> Mengvormen: bv. republikeinse monarchie waarbij de vorst niet exclusief de
macht uitoefent, maar de staatsmacht wordt gebalanceerd
-​ Het woord natie komt ook op in de 17de eeuw, maar krijgt pas een juridische
betekenis in de FR.

1.2.3 Middeleeuwen
Volgens mediëvisten:
Moderne staat = opvolger van middeleeuwse standenvertegenwoordiging en het leenrecht

Idee dat Middeleeuwse samenleving is opgebouwd uit standen (dragen elk op eigen manier
bij aan de maatschappij)
-> Zij die strijden (eerste stand en adel)
-> Zij die bidden (clerus)
-> Zij die werken (derde stand)
➔ vertegenwoordigers van die groepen vormen ‘de natie’
➔ bestaan verschillen qua graad van autonomie tussen bepaalde gebieden of steden
➔ vorst regeert bij gratie Gods, volgens contract met drie standen = uitdrukking van ‘Gods
gewilde orde’
➔ tyrannie = verbreken contract → recht op weerstand (kan je zien als een enac, als de
vorst zijn verplichtingen niet nakomt moeten de burgers dit ook niet)

Deze contractuele opvattingen = gestoeld op het leenrecht
Idee van relatie tussen leenheer en leenman (structureert vanaf 10e tot 18e eeuw de
samenleving)
-> Vorst stelt leen (grond, kasteel, huis) ter beschikking aan vazal zodat die in zijn
levensonderhoud kan voorzien
-> In ruil staat vazal de vorst bij (in de vorm van raad en hulp)
Oorspronkelijk een persoonlijke relatie (privaatrecht), economisch en militair ingegeven,
maar wordt publiekrechtelijk gegeven
-> Stuurt machtsrelaties aan
-> Leidt tot de versnippering van territorium (vazal kan stukken grond in leen geven
aan achterleenmannen)
1.3 De notie 'soevereiniteit'
1.3.1 Het begrip ‘soevereiniteit’
Soevereiniteit is essentieel om het recht te doen functioneren.


3

,Vandaag veronderstelt de idee van ‘de staat’ drie dingen:
1.​ grondgebied
2.​ bevolking
3.​ overheidsinstellingen die gezag uitoefenen en erkend worden door die bevolking en
andere staten
-> Komt van de conventie van Montevideo
Bv: Brexit, poging van Engeland om meer soevereiniteit te hebben
Deze 3 punten komen neer op het hebben van
-​ externe soevereiniteit
-​ interne soevereiniteit

1.3.2. Externe soevereiniteit
Erkenning door andere staten
Niet onderworpen aan andere staat
= kwestie van internationaal recht

1.3.3. Interne soevereiniteit
Begrepen als ‘de hoogste macht om een territorium (doorgaans nationaal) of gemeenschap
te beheersen om de continuïteit/cohesie van de samenleving te garanderen’

Veronderstelt:
-​ de staat heeft het vermogen om zichzelf te organiseren
-​ wil van de staat heeft voorrang op alle morele en fysieke personen
-​ de staat heeft het monopolie op het creëren van recht + (legitiem) geweld op
grondgebied
=> de soeverein staat heeft heeft gezag en controle op bevolking

Om legitiem te blijven heeft staat wel bepaalde verplichtingen:
-​ handhaving van de openbare orde
-​ recht spreken
-​ nationale defensie
-​ geld slaan (economie doen draaien)
-​ administratief bestuur

Soevereiniteit ≠ louter politiek, maar ook een kwestie van (publiek)recht:
Internationaal recht:
-​ garanties voor niet-inmenging van ene staat in andere staat
-​ doorgaans geregeld via internationale verdragen
Nationaal:
-​ regeling die bepaalt hoe soevereiniteit wordt uitgeoefend, welke instellingen macht
hebben en hoe ze worden gecontroleerd


4

, -​ doorgaans geregeld via de grondwet

Interne en externe soevereiniteit = moeilijk van elkaar los te zien (beide essentieel)
Soevereiniteit = centraal idee in het politieke denken, maar ook in het publiek recht
Via soevereiniteit zal men gaandeweg de democratisering van de staat theoretiseren


1.4 De democratisering van de staat
Democratisering en secularisering van staatsmacht:
Historisch: idee van soevereiniteit komt er vanwege de behoefte aan stabiliteit:
-​ religieuze oorlogen 16de -17de eeuw -> burger beschermen
Opvattingen van politieke denkers:
-​ niet noodzakelijk gericht op secularisering of democratisering van het staatsgezag,
maar door hun theorie gaat dit wel dit effect hebben
-​ bv. Hobbes

1.4.1. Jean Bodin (magistraat) en de absolute soevereiniteit
Theoretiseert uitoefening van macht: Les six livres de la République (1576)
-> als gevolg van de religieuze oorlogen in Frankrijk:
-​ katholieken vs. protestanten (hugenoten)
-​ leidt tot desintegratie maatschappij
-​ ook vorstelijk gezag aangetast
-> adellijke families die zich in de plaats stellen
-> inmenging buitenlandse machten

Legt de absolute macht in handen van de vorst:
-​ autoriteit komt van God, via de koning
Soevereiniteit is een absolute en eeuwige macht
-​ geen enkele macht is superieur aan de soevereine macht, die niet vernietigd kan
worden
Centralisatie van macht in de handen van één persoon heeft als doel:
-​ bescherming in situatie van oorlog en individuele onzekerheid

Belangrijkste nieuwigheid van Bodins soevereiniteit theorie:
-​ wet wordt een instrument van suprematie
-​ soevereiniteit = eeuwige functie
-​ publieke macht = een ambt (officium)
-​ publieke macht ≠ persoonlijk heerschappij

Belangrijk: in de feiten is vorstelijke macht niet absoluut
-​ vorst was gebonden aan de lois fondamentales, die getoetst werden door de
parlementen (rechtscolleges bestaande uit magistraten)


5

Table of contents

  1. 01 Geschiedenis van het Publiekrecht 1
  2. 02 Inleiding: 2
  3. 03 Geschiedenis van het Publiekrecht: wat en waarom? 2
  4. 04 1 Wat? 2
  5. 05 2 Waarom? 3
  6. 06 Deel 1: Staat en Recht 5
  7. 07 Deel 1: Staat en Recht 6
  8. 08 1 Het moderne staatsbegrip 6
    1. 1.1 Inleiding 6
    2. 1.2 De idee van ‘de staat’ 6
    3. 1.3 De notie 'soevereiniteit' 8
    4. 1.4 De democratisering van de staat 10
    5. 1.5 Macht en soevereiniteit in de constitutionele staat 14
    6. 1.6 Types staten 16
  9. 09 2 De verhoudingen tussen staten sinds 1453 20
    1. 2.0 Inleiding 20
    2. 2.1 Internationale betrekkingen van Karel V tot de Franse Revolutie 21
    3. 2.2 Middeleeuwen tot de Nieuwe Tijd: de geboorte van het internationaal recht 27
  10. 10 3 De opkomst van de natiestaat (eind 18de - 20ste eeuw) 33
    1. 3.1. Absolutisme en revolutie 33
    2. 3.2. De negentiende eeuw 36
    3. 3.3. De twintigste eeuw 40
  11. 11 Deel 2: Frankrijk 46
  12. 12 Deel 2: Intern Publiekrecht - Frankrijk 47
  13. 13 0 Inleiding 47
    1. Waarom beginnen met Frankrijk? 47
    2. Drie clusters 47
    3. Frankrijk 47
  14. 14 1 De Franse Revolutie 48
    1. 1.1 Crisis, Ancien Régime en Staten-Generaal 48
    2. 1.2 Van Staten-Generaal naar Assemblée Nationale 48
    3. 1.3 Universele rechten van de mens en de burger 50
  15. 15 2 De constitutionele monarchie (1791) 50
    1. 2.1 Totstandkoming 50
    2. 2.2 De ondeelbaarheid van de Franse natie 51
    3. 2.3 Uitvoerende macht 51
    4. 2.4 Wetgevende macht 51
    5. 2.5 Rechterlijke macht 52
    6. 2.6 De breuk met de Kerk 52
  16. 16 3 De Convention en de Grondwet van het jaar I (1793) 53
    1. 3.1 De vlucht naar Varennes en de radicalisering 53
    2. 3.2 Van Assemblée Nationale naar Convention Nationale 53
  17. 17 4 Het Comité de Salut Public en de democratische dictatuur (1793-1794) 54
    1. 4.1 De machtsconcentratie 54
    2. 4.2 De grote terreur 54
  18. 18 5. Het Directoire en de Grondwet van het jaar III (1795) 55
    1. 5.1 De Nieuwe Verklaring van de Rechten van de Mens en de Burger 55
    2. 5.2 Politieke structuur onder het Directoire 56
  19. 19 6 Het Consulaat in het jaar VIII (1799) 57
    1. 6.1. De staatsgreep van Napoleon 57
    2. 6.2 De oprichting van het Consulaat 57
    3. 6.3 Concordaat en codificatie 58
  20. 20 7 Het Keizerrijk (1804-1814/15) 59
  21. 21 8 De Restauratie (1814/15) 59
    1. 8.1. De Charte Octroyée (1814) 59
    2. 8.2. Intermezzo: de Cent Jours 60
    3. 8.3 De Trois Glorieuses 61
  22. 22 9 De Julimonarchie (1830) 62
    1. 9.1 De Charte van 1830 62
    2. 9.2 De revoluties van 1848 63
  23. 23 10 De Tweede Republiek (1848-1851) 63
    1. 10.1. De Grondwet van de Tweede Republiek 63
    2. 10.2. Lodewijk Napoleon Bonaparte als president 65
  24. 24 11 Het Tweede Keizerrijk (1852-1870) 65
    1. 11.1. De machtsconsolidatie van Lodewijk Napoleon 65
    2. 11.2. De Grondwet van 1852 65
    3. 11.3. Het Tweede Keizerrijk 66
    4. 11.4. De buitenlandpolitiek 66
  25. 25 12 De Derde Republiek (1871-1940) 67
    1. 12.1 De Commune van Parijs 67
    2. 12.2 De Lois constitutionnelles van 1875 67
    3. 12.3 De polarisatie 68
  26. 26 13 De Vierde Republiek (1946-1958) 68
    1. 13.1 Wereldoorlog II en het Vichy-regime (1940-1945) 68
    2. 13.2. De bevrijding en de nieuwe Grondwet van 1946 69
  27. 27 14 De Vijfde Republiek (1958-heden) 71
    1. 14.1 De instabiliteit van de jaren 1950 71
    2. 14.2 De Grondwet van 1958 71
  28. 28 Deel 2: Verenigd Koninkrijk 74
  29. 29 Deel 2: Intern Publiekrecht - Verenigd Koninkrijk 75
  30. 30 1. Terminologie 75
    1. 1.1. Het ‘Verenigd Koninkrijk’ 75
    2. 1.2. Bevoegdheden en grondwettelijke structuur 75
  31. 31 2. Grondwettelijke documenten en instellingen 77
    1. Vooraf: vroege Middeleeuwen tot de 13de eeuw 77
    2. 2.1. Magna Carta libertatum 78
    3. 2.3. Het common law23 79
    4. 2.4. De Engelse burgeroorlog (1642-1651) 81
    5. 2.6. De Act of Settlement (1701) & Act of Union (1706-07) 83
    6. 2.7. Groot-Brittannië vanaf 19de eeuw 84
    7. 2.8. Het Verenigd Koninkrijk en Europa 87
  32. 32 3. Het ‘Verenigd Koninkrijk’ 89
    1. Vooraf: de ‘devolution’ 89
    2. 3.1. Schotland 89
    3. 3.2. Ierland 90
    4. 3.3. Noord-Ierland 92
    5. 3.4. Wales 93
  33. 33 Deel 2: Verenigde Staten 95
  34. 34 Deel 2: Verenigde Staten 96
  35. 35 1. Kolonisatie, verovering, expansie 96
    1. 1.1. Kolonisatie 96
    2. 1.2. Verovering 98
    3. 1.3. Expansie 99
  36. 36 2. Institutionele uitbouw onder Brits regime 100
  37. 37 2.1. Kolonies en instellingen 100
    1. 2.2. Spanningen en revolutie 101
  38. 38 3. Onafhankelijkheid en confederatie 103
    1. 3.1. De onafhankelijkheid (1776) 103
    2. 3.2. Articles of Confederation (1777) 104
    3. 3.3. De Federale Grondwet (1787) 104
  39. 39 4. Institutionele structuren: checks & balances 106
    1. Vooraf: checks & balances 106
    2. 4.1. De wetgevende macht 107
    3. 4.2. De uitvoerende macht 108
  40. 40 4.3. De rechterlijke macht 110
  41. 41 5. De fundamentele rechten en vrijheden 111
    1. 5.1. Het debat over de Bill of Rights (1787-1791) 111
    2. 5.2. De fundamentele rechten en vrijheden 112
  42. 42 Deel 2: Rusland 113
  43. 43 Deel 2: Rusland 114
  44. 44 1. De Tsaristische periode (tot 1917) 114
    1. 1.1. Gebied 114
    2. 1.2. Bewind 114
    3. 1.3. Russisch Recht 114
    4. 1.4. Europese expansie 115
    5. 1.5. Rusland in de 19de eeuw 116
  45. 45 2. De Februari- en Oktoberrevoluties (1917) 118
    1. 2.1. Eerste Wereldoorlog en de Februarirevolutie 118
    2. 2.2. Vladimir Lenin en de Oktoberrevolutie 119
  46. 46 3. De Sovjetunie en de Sovjet Grondwetten (1917-1989) 120
    1. 3.1. De Grondwetgevende Vergadering 120
    2. 3.2. De Grondwet van 10 juli 1918 120
    3. 3.3. De Grondwet van 31 januari 1924 122
    4. 3.4. De Grondwet van 5 december 1936 123
    5. 3.5. De Tweede Wereldoorlog 124
  47. 47 4. De Russische Federatie (1993 - heden) 124
    1. 4.1. De desintegratie van de USSR 124
    2. 4.2. De Grondwet van 1993 en de vestiging van de Russische Federatie 127
  48. 48 Deel 2: Duitsland 131
  49. 49 Deel 2: Duitsland 132
  50. 50 1. Het Heilig Roomse Rijk der Duitse Natie (967-1806) 132
    1. 1.1. Het Heilig Roomse Rijk 132
    2. 1.2. Het recht in het HRR 135
  51. 51 2. Het Congres van Wenen en de Duitse Bond (1815-1866) 135
    1. 2.1. Het Congres van Wenen 135
  52. 52 3. Het Frankfurter Parlement (1848-1849) 137
    1. 3.1. De revolutiegolf van 1848 137
    2. 3.2. Het Frankfurter Parlement75 137
  53. 53 4. De Duitse eenmaking (1864-1871) 138
    1. 4.1. De kwestie Sleeswijk-Holstein (1864) 138
    2. 4.2. De oorlog tegen Oostenrijk (1866-1867) 138
    3. 4.3. De eenmaking (1871) 139
  54. 54 5. Het Tweede Rijk81 139
  55. 55 6. De Weimarrepubliek (1919-1933) 140
    1. 6.1. De transformatie van Duitsland na WO I 140
    2. 6.2. Het politiek systeem 141
    3. 6.3. De staatsstructuur 141
    4. 6.4. De sociale rechtsstaat 142
  56. 56 7. Het Derde Rijk (1933-1945) 143
    1. 7.1. De overgang van de democratie naar de dictatuur 143
    2. 7.2. Duitse juristen en nazirecht 145
  57. 57 8. De DDR en de Bondsrepubliek (1949-1990) 146
    1. 8.1. De Duitse Democratische Republiek (DDR) 146
    2. 8.2. De Duitse Bondsrepubliek (BRD)91 147
  58. 58 9. De Berliner Republik (1990 – heden) 149
  59. 59 Deel 2: China 150
  60. 60 Deel 2: China 151
  61. 61 Inleiding 151
  62. 62 1. China vóór de 19de eeuw 151
    1. 1.1. De Chinese samenleving en het recht 151
    2. 1.2 De evolutie tot de Ming-dynastie 155
    3. 1.3. De bureaucratie 157
    4. 1.4. Het gerechtelijk apparaat 158
  63. 63 2. China in de 19de eeuw 158
    1. 2.1. De problemen met de buitenlandse grootmachten 158
    2. 2.2. De interne problemen 159
  64. 64 3. China tussen revolutie en burgeroorlog (1911-1949) 160
    1. 3.1. De geopolitieke ontwikkelingen 160
    2. 3.2. De veranderingen in het Chinese recht 161
  65. 65 4. De Chinese Volksrepubliek (1949-heden) 162
    1. 4.1. De dictatuur van het proletariaat 162
    2. 4.2. De toenadering vanuit het Westen 163
    3. 4.3. De Grondwet van 4 December 1982 163
    4. 4.4 De Chinese Communistische Partij 165
    5. 4.5. De ondergeschikte besturen 166
    6. 4.6. Een globale grootmacht 166
  66. 66 Oefenvragen 167
  67. 67 Oefenvragen 168
  68. 68 Deel 1: 168
    1. 1 Moderne staatsbegrip 168
    2. 2 Verhoudingen tussen staten sinds 1453 (niet volledig) 168
    3. 3 Opkomst van de natiestaat 168
  69. 69 Frankrijk 168
    1. 1 De Franse revolutie 168
    2. 2 Constitutionele monarchie 169
    3. 3 De convention en de grondwet van het jaar 1 169
    4. 4 Comité de salut public en democratische dictatuur 169
    5. 5 Directoire en de grondwet van het jaar 3 169
    6. 6 Consulaat in het jaar 8 169
    7. 7 Het keizerrijk 169
    8. 8 Restauratie 169
    9. 9 Julimonarchie 169
    10. 10 De tweede republiek 169
    11. 11 Het tweede keizerrijk 170
    12. 12 De derde republiek 170
    13. 13 Vierde republiek 170
    14. 14 De vijfde republiek 170
  70. 70 Verenigd koninkrijk 170
    1. 1 Terminologie 170
    2. 2 Grondwettelijke documenten en instellingen 170
    3. 3 Het ‘verenigd Koninkrijk' 171
  71. 71 Verenigde staten 171
    1. 1 kolonisatie, verovering en expansie 171
    2. 2 Institutionele uitbouw onder Brits regime 171
    3. 3 Onafhankelijkheid en confederatie 172
    4. 4 Institutionele structuur: checks and balances 172
    5. 5 Rechten en vrijheden 172
  72. 72 Rusland 172
    1. 1 De Tsarische periode 172
    2. 2 Februari en Oktober Revoluties 172
    3. 3 Sovjetunie en Sovjet grondwetten 172
    4. 4 De Russische federatie 173
  73. 73 Duitsland 173
    1. 1 Heilig Roomse Rijk der Duitse Natie 173
    2. 2 Congres van Wenen en de Duitse Bond 173
    3. 3 Frankfurter Parlement 173
    4. 4 De Duitse eenmaking 174
    5. 5 Het Tweede Rijk 174
    6. 6 Weimarrepubliek 174
    7. 7 Het derde rijk 174
    8. 8 DDR en Bondsrepubliek 174
    9. 9 De Berliner Republik 174
  74. 74 China 174
    1. 1 Inleiding 174
    2. 2 China voor de 19de eeuw 174
    3. 3 China in de 19de eeuw 175
    4. 4 China tussen revolutie en burgeroorlog 175
    5. 4 De Chinese Volksrepubliek 175
  75. 75 Exameninformatie 176
  76. 76 Exameninformatie 177
  77. 77 1 Leerstof 177
  78. 78 2 Examen 177
    1. 2.1 Toetsing 'eindcompetenties' 177
    2. 2.2 Taalbeleid 177
    3. 2.3 Praktisch 177

Connected book
 image
Frederik Dhondt Gestolde macht
Publisher: Unknown ISBN: 9789057187032 Edition: 1

Document information

Study
Summarized whole book?
Yes
Uploaded on
May 29, 2025
Number of pages
178
Written in
2024/2025
Type
Summary
$10.65

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
Sold
74
Followers
1
Items
19
Last sold
3 weeks ago


Reviews from verified buyers




Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions