Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 10 out of 295 pages
Class notes

Schadevergoedingsrecht notities (GESLAAGD EERSTE ZIT)

Document preview thumbnail
Preview 10 out of 295 pages

Dit zijn mijn zorgvuldig uitgeschreven notities, gebaseerd op de lessen, slides, syllabus en relevante wetgeving. Alle voorbeelden die tijdens de les aan bod kwamen zijn opgenomen en uitgelegd, en de noodzakelijke artikels en rechtspraak zijn duidelijk aangeduid in de tekst. Het document is nogal uitgebreid, maar ik heb bewust de ruimte genomen om alles helder en overzichtelijk neer te schrijven zodat de leerstof voldoende duidelijk is. Deze notities zijn ideaal voor studenten die zelf geen tijd hadden om alles mee te noteren, of voor wie op zoek is naar een gestructureerd, volledig en inzichtelijk overzicht van de leerstof.

Content preview

Schade




1

,Inhoud
Informatie ................................................................................................................ 4
1. Inleiding............................................................................................................ 7
1.1 Begrip aansprakelijkheid ............................................................................. 7
1.2 Functie aansprakelijkheidsrecht ................................................................ 10
2. Alternatieve schadevergoedingssystemen ..................................................... 22
2.1 Verzekering .............................................................................................. 24
2.2 Sociale zekerheid .......................................................................................... 27
2.3 Schadefondsen ............................................................................................. 28
2.4 Samenspel en coördinatie.............................................................................. 29
3. Regelgeving..................................................................................................... 31
4. Schade ........................................................................................................... 35
4.1 Wat is schade ........................................................................................... 35
4.2 Soorten schade ............................................................................................. 50
4.2.1 Indeling van de schade naargelang het aangetast middel ........................... 50
4.2.2 Patrimoniale VS. extra-patrimoniaal, pecuniaire VS non-pecuniair,
materieel/lichamelijk VS. immaterieel/onlichamelijk.......................................... 68
4.3 Morele schade in de enge zin .......................................................................... 70
4.4 Vereiste zekerheid ......................................................................................... 76
4.5 Toekomstige schade ................................................................................. 77
4.6 Bewijs van schade ......................................................................................... 78
4.7 Verlies van een kans ...................................................................................... 80
5. Fout ................................................................................................................... 84
5.1 Foutaansprakelijkheid: algemeen ................................................................... 84
5.2 Onrechtmatigheid ......................................................................................... 87
5.2.1 Onzorgvuldigheid .................................................................................... 89
5.2.2 Schending van een gedragsregel van objectief recht .................................. 99
5.2.3 Inbreuk op een (subjectief) recht .......................................................105
5.3 Verantwoordelijkheid (subjectieve fout) ............................................................122
5.3.1 Subjectief facet: doctrinale situering ...........................................................122
5.3.2 Toerekenbaarheid...................................................................................123
5.3.3 Verwijtbaarheid ......................................................................................127

2

, 5.3.4 (On)toerekeningsvatbaarheid en schuld(on)bekwaamheid ........................134
5.4 Vaststelling en bewijs....................................................................................140
6. Causaliteit ........................................................................................................143
6.1 Causaliteit als vereiste voor aansprakelijkheid ................................................144
6.2 Gangbare causaliteitstheorie ........................................................................146
6.2.1 Negatieve CSQN-test .............................................................................146
6.2.2 Positieve CSQN-test ...............................................................................147
6.3 Niet elke CSQN is een oorzaak ......................................................................149
6.3.1 Systematisch niet door de equivalentieleer te verklaren rechtspraak
(juridische realiteit).........................................................................................149
6.3.2 Rechtmatig alternatief ............................................................................155
6.3.3 Leer van de noodzakelijke causale bijdrage ..............................................160
6.3.4 Causaliteit in boek 6.........................................................................163
6.4 Niet elke oorzaak is een CSQN ......................................................................164
6.4.1 Overdeterminatie of duplicatieve oorzakelijkheid .....................................164
6.5 Causale onzekerheid ....................................................................................168
7. Objectieve aansprakelijkheden ...........................................................................175
7.1 Begrip ..........................................................................................................175
7.2 Schade veroorzaakt door dieren ....................................................................179
7.3 Schade veroorzaakt door zaken .....................................................................185
7.4 Productaansprakelijkheid: gemeenrecht ........................................................198
8. Afgeleide aansprakelijkheid ................................................................................218
8.1 Schade veroorzaakt door minderjarigen .........................................................218
8.2 Schade veroorzaakt door personen onder toezicht ..........................................225
8.3 Schade veroorzaakt door medewerkers ..........................................................232
8.4 Gemeenschappelijke kenmerken van alle afgeleide aansprakelijkheden ..........241
9. Inhoud van aansprakelijkheid .............................................................................250
Examen ................................................................................................................295




3

,Informatie
Studiemateriaal

➢ Slides + lesnotities + syllabus

➢ Wetgeving
o Boek 6 BW
o Diverse wetten aansprakelijkheid en verzekering

➢ Aanvullende documenten in Ufora-cursus

Rechtstheoretische uitgangspunt

➢ Studie-object in de lessen = bestaand recht (= lex late ≠ lex ferenda)
o Wat is bestaand recht?
▪ Juridische realiteit = concrete beslissingen van rechters in specifieke feitensituaties (=
rechtspraak)
• Besef: dat zijn duizenden rechterlijke uitspraken per jaar!

o Wat is recht?
▪ Recht = sociaal feit = systematiek die in die uitspraken zit→ voorspelbaarheid van de
uitkomsten (O.W. HOLMES)
• Bv. iemand vraagt 1000 EUR voor situaties A, B en C die gebeurd zijn en ik stel vast
dat de rechter die 1000 EUR geeft

• Bv. iemand vraagt 1000 EUR voor situaties A en B die gebeurd zijn en ik stel vast dat
de rechter dat NIET geeft

➢ Theorie (positieve theorie = de lege lata ≠ normatieve theorie = de lege ferenda )
o Wat?
▪ Theorie is GEEN realiteit, maar een weergave
• Je gaat de systematiek weergeven in woorden = RL

▪ Positieve theorie want = een poging om de realiteit weer te geven in aantal onderling
consistente wetmatigheden
• Niet normatieve theorie want de prof zegt niet hoe iets moet zijn, maar hij
beschrijft enkel hoe de realiteit is

o Gebruik van taal
▪ Theorie (weergave van het recht) wordt geuit in taal (in woorden en syntax) = RL =
doctrine
• Op die manier krijg je rechtsregels

• MAAR recht zelf is NIET talig
o Het is de systematiek die wij weergeven dat talig is want mocht taal
niet bestaan dan zou die systematiek er nog altijd zijn
▪ Bv. Als je vaststelt dat bepaalde conflicten altijd met dwang
worden opgelost dan is dat: recht



4

, ▪ Bv. Als je ziet dat rb’n een bepaalde probleem op dezelfde manier
oplossen dan is dat: recht


o Zouden ze die conflicten kunnen oplossen zonder een taal te
beheersen? Ja
▪ Maar als ik die systematiek in die oplossingen wil
beschrijven, dan heb ik wel taal nodig

▪ Motivering in rechterlijke beslissing = doctrine ≠ recht (ontologisch)
• Het is pas doctrine als er theorievorming is over de praktijk
o Bv. als HVC zegt dit en dit is de regel = cassatiedoctrine want HVC gaat in
woorden weergeven hoe zij denkt dat het recht eruit ziet

➢ Rechtsregel = feitelijke wetmatigheid in rechterlijke beslissingen in functie van feiten
o Rechtsregel ≠ empirisch waarneembaar (wet = tekst = bron van recht → wet ≠ recht
▪ Bestaande rechtsregel kan je nergens gaan bekijken

▪ Wat met de wetten dan?
• Wet = één vd verschillende bronnen van recht, MAAR de wet zelf is GEEN
recht!

• Wet = maar een hulpmiddel om het recht te vinden
o Recht wordt gevonden door de wet te interpreteren

o Rechtsregel bestaat (‘toont zich’) alleen in werking ervan (‘toepassing’)
▪ Het wordt pas recht in de mate dat het TOEGEPAST wordt!

▪ Let op!
• Het is niet zo dat eerst de regel bestaat en vervolgens wordt toegepast door
de rechter
o Bv. rechter bekijkt het geschil– bekijkt de feiten – bekijkt wat de regels zijn
– past de regels toe op de feiten – en dan zegt “dat is de uitkomst” = FOUT

• Rechters weten eerder hun oplossing dan hun motivering
o De regel wordt dus toegepast = ze wordt ingeroepen/blijkt nuttig te
zijn om bepaalde uitkomsten te verantwoorden

o → Dus elke geformuleerde regel = een theoretische constructie die het bestaande recht zou
weergeven

➢ In de praktijk is er discussie mogelijk over welke regel het recht het meest accuraat weergeeft
o Waarom?
▪ Want de ene jurist zegt: de regel is A en andere zegt: het is A, B en C, en nog een
andere zegt het is + D

o Daarom aandacht aan alternatieve doctrines voor zelfde bestaande recht
▪ Want voor zelfde juridische praktijk zijn er soms meerdere doctrines mogelijk. Je kan
een uitkomst in een gerechtelijke beslissing op 2 of 3 manieren motiveren

o ‘Gangbare doctrine’ = regels die volgens meeste juristen het recht accuraat weergeven
▪ En vaak gaat één van de manieren veel meer gebruikt worden dan een ander =
gangbare doctrine

5

,Extra omtrent de lessen

➢ Kennis van AH-concepten

➢ Basiskennis van juridische realiteit voor basiscasussen
o Wat wordt wel/niet gerepareerd/vergoed
o Wat houdt repareren/vergoeden in
o Wie is jegens benadeelde gehouden tot reparatie/vergoeding
o Wie draagt uiteindelijke last reparatie/vergoeding

➢ Basiskennis gangbare doctrine: geformuleerde rechtsregels die geacht worden te gelden/bestaan
o Weten dat er alternatieven mogelijk zijn

➢ Basiskennis van belangrijkste wijzigingen in geformuleerde regels: nieuw BW boek 6

➢ Sessie casussen oplossen

➢ Er komen casuslessen ter voorbereiding vh examen (2-3 casussen op het examen)

Evaluatie

➢ Schriftelijk examen + gesloten boek

➢ Gebruik niet-geannoteerde codex

➢ Beperkt aantal grote open vragen
o Theoretische kennis (altijd begrip getest)

o Kritisch inzicht: analyse & synthese

o Toepassing & issue spotting (2 casussen oplossen)
▪ = je krijgt een casus, je ziet problemen: bv. probleem van causaliteit, is er sprake van
morele dwang, hoe verdelen we de AH tussen de 3 ,…

▪ Het is de bedoeling dat we ALLE problemen herkennen en niet gewoon bv. 2 van de 5
problemen (anders krijg je niet alle punten)

o Geschreven antwoorden in essay style
▪ Gebruik zinnen en alinea’s (geen pijlen, afkortingen, geen tipex, geen lat
gebruiken,…)

o De kwaliteit (o.a. precisie) van de formuleringen telt ook!

➢ Voorbeeld examenvragen
o “Van wie kan die persoon schadevergoeding krijgen?”
▪ Dat is meestal van meerdere personen, maar vaak schrijft de student maar 1 persoon op

o 1 vd 4 vragen gaat sowieso over verkeersproblematiek + gaat ook gepaard met arbeidsongevallen want
veel verkeersongevallen zijn arbeidsongevallen (op weg naar of van werk)

o 1 grote theorievraag waarbij 2 dingen die we afzonderlijk hebben gezien op één of andere manier laten
samensmelten en je moet zien hoe die t.o.v. elkaar staan

o 1 vraag onderverdeeld in 4 kleine vragen over heelde cursus

6

, 1. Inleiding
Overzicht leerstof

➢ Thema = niet-contractuele verbintenissen tot schadeloosstelling
➢ Klassiek: buitencontractuele aansprakelijkheidsrecht (= grootste deel & core cursus)
➢ Andere schadevergoedingsmechanismen (= nodig om verbanden te zien met de core)
o Indemnitaire verzekeringen
▪ Particuliere rechtstreekse eigenschadeverzekering
▪ Sociale rechtstreekse eigenschadeverzekering (ziekte & invaliditeit)
▪ Eigenschadeverzekering ten behoeve van derden (arbeidsongevallen)

o Wettelijk opgelegde vergoedingsplicht verkeersschade WAM-verzekeraars
▪ Letselschade
▪ Ongeval zonder vaststelbare aansprakelijkheid

o Schadefondsen


1.1 Begrip aansprakelijkheid
Begrip aansprakelijkheid

Normaal is het zo: wie schade lijdt, moet het zelf dragen, TENZIJ schade is veroorzaakt door omstandigheden
die AH met zich meebrengt dan heeft de benadeelde recht op vergoeding.

➢ Art. 5.3, lid 1, BW: “Verbintenissen ontstaan uit een RH (bv. contract), uit een oneigenlijk CT (bv.
zaakwaarneming), uit de buitencontractuele AH of uit de wet (bv. verbintenis van ouders tov kind).”
o Is aansprakelijkheid een bron van verbintenissen?
▪ Aansprakelijkheid wordt gezet op hetzelfde niveau als RH, oneigenlijk CT,… Maar is
aansprakelijk hierdoor een bron van verbintenissen?
• Neen, de schrijvers van art. 5.3 hebben maw zich vergist

➢ Wat is aansprakelijkheid precies?
o Wat?
▪ AH is een basis voor het recht om schadeloosstelling te krijgen + een basis is voor de
plicht om iemand anders schadeloos te stellen

o Aansprakelijkheid als rechtsgevolg
▪ Het is een rechtsgevolg dat objectief recht koppelt aan bepaalde feiten

o Is het dan een bron?
▪ Aansprakelijk is GEEN BRON van verbintenissen
• Art. 5.1 BW: “rechtsband op grond waarvan een SE van een SA, indien nodig in
rechte, de uitvoering van een prestatie mag eisen”


▪ Aansprakelijkheid is zelf EEN VERBINTENIS

➢ Wat is de bron van aansprakelijkheid dan? = ALTIJD rechtsregel + (rechts)feit
o Een rechtsregel gaat aan bepaalde feiten het rechtsgevolg koppelen waardoor er een
verplichting is tot schadeloosstelling ontstaat


7

,Rechtsfeiten

➢ Délits et quasi-délits in terminologie art. 1370, lid 4, OBW : “De verbintenissen die hun oorsprong vinden
in de eigen daad van degene die verbonden is, ontstaan ofwel uit oneigenlijke contracten, ofwel uit misdrijven
of oneigenlijke misdrijven.”
o Wat?
▪ Dit artikel is voorganger van art. 5.3 BW
• Zelfs in het oude artikel stond er dat verbintenissen ontstaan uit “misdrijven
of oneigenlijke misdrijven” (= rechtsfeiten)

➢ Onze gangbare doctrine (wat zeggen onze rechtsregels?)
o Rechtsfeit bestaat uit enkele constitutieve elementen
▪ 1) Schade

▪ 2) veroorzaakt door (= causaliteit)

▪ 3) een tot aansprakelijkheid leidend feit (hierna: TALF)

▪ = ZIJN OOK BESTAANSVOORWAARDEN VOOR AANSPRAKELIJKHEID
• DUS je hebt rechtsregel + rechtsfeit nodig om AH/verbintenis te laten
ontstaan
o Vroeger rechtsfeit = misdrijf of oneigenlijk misdrijf
o Nu rechtsfeit = TALF

2 soorten aansprakelijkheden: contractueel v. extracontractueel

➢ Contractuele aansprakelijkheid
o = is een alternatief/complement voor (dwang)uitvoering van een contractuele verbintenis
▪ Indien men zijn contractuele verbintenis niet nakomt, dan kan men overgaan tot
dwanguitvoering

o → secundaire verbintenis tot reparatie of compensatie van schade ten gevolge van
wanprestatie (= niet-nakoming primaire verbintenis)
▪ Er is eerst een primaire contractuele verbintenis om iets te doen/geven
▪ Die primaire verbintenis wordt niet nagekomen, er ontstaat daardoor schade
▪ Er ontstaat een secundaire verbintenis tot schadeloosstelling

➢ Buitencontractuele aansprakelijkheid
o → (primaire) verbintenis tot reparatie of compensatie van schade die niet gevolg is van niet-
nakoming contractuele verbintenis
▪ Hier heb je geen primaire verbintenis, want hier is de AH zelf een primaire
verbintenis tot reparatie of compensatie

o Onderscheid tussen: subjectieve/foutAH & objectieve AH
▪ Subjectieve/foutAH
• = AS voor schade door eigen fout

▪ Objectieve AH
• = AS voor schade door ander rechtsfeit dan eigen fout




8

,Aansprakelijkheidsrecht VS. schadevergoedingsrecht
➢ Aansprakelijkheidsrecht
o Functie
▪ Tak van objectief recht omvat regels die bepalen in welke omstandigheden
aansprakelijkheid ontstaat + wat de verbintenis inhoudt
• Gaat over TALF

• Gaat over de vraag in welke mate schade door de veroorzaker(s) moet
worden vergoed (= obligatio = verbintenis tss benadeelde en aansprakelijke)

• Gaat over de vraag hoe de last dient te worden verdeeld tussen
verschillende veroorzakers (= contributio = mede-aansprakelijken en mede-
schuldenaars tot de verbintenis)

o Is een deel van schadevergoedingsrecht

➢ Schadevergoedingsrecht
o Functie
▪ Geheel van regels van objectief recht die bepalen in welke omstandigheden een
persoon die schade lijdt een recht op schadeloosstelling heeft (= reparatie in
natura/schadevergoeding) ongeacht op wie de overeenstemmende
schadeloosstellingsplicht rust + gaat ook over:
• Regelingen inzake arbeidsongevallen, beroepsziekte, verkeersongevallen,
schadefondsen,…




9

, 1.2 Functie aansprakelijkheidsrecht
Waarom zouden we willen weten wat de functie/bedoeling is van een juridische regel?

➢ A) Relevant voor de teleologische interpretatie van geformuleerde regels (bv. wettekst)
o Soms is er discussie mogelijk over interpretatie van een woord in een bepaald artikel
▪ Teleologisch interpreteren = wanneer we AH-bepalingen moeten interpreteren en er
zijn teksten die onduidelijk zijn, dan moeten we ons afvragen wat de
bedoeling/functie is?

▪ Bv. Er is een AH-regeling voor schade aan aanplantingen door groot wild. Er was eens een
rechter die in een villa woonde in de ardennen met een tuin, en hij had schade door groot wild.
Hij wilde een vergoeding op basis van die AH-regeling. Men zei daarop: die wet dient om
landbouwers te vergoeden want er was eens een conflict tss jagers en landbouwers: jagers
hebben wild nodig en landbouwers willen dat het wild weggaat, dus die AH-regeling geldt
enkel voor schade aan landbouw.

De rechter zegt: in de wet staat er ‘aanplantingen’, mijn tuin is ook aangeplant dus zijn ook
aanplantingen. Men zei: aanplantingen zijn gewassen van landbouwers. Als jij deze zaak moet
beslechten als rechter, dan moet jij beslissen: beschouw ik die tuin als aanplanting of zeg ik:
aanplantingen zijn alleen maar gewassen id landbouw. Je kan dat op verschillende manieren
interpreteren.

1 vd manieren waarop juristen zeggen hoe een wettelijke term moet begrepen worden door te
kijken naar: waarvoor dient de wet (functie van de wet)? En dan kan je de wet lezen ihkv vh
doel. In casu is de wet gemaakt om de arme boeren te beschermen tegen de rijke jagers. Als je
dan die doelstelling weet, dan ga je als rechter oordelen: de tuin vd rechter is geen aanplanting
en daarvoor dient de wet niet.

➢ B) Relevant voor toetsing aan gelijkheidsbeginsel (art. 10 GW)
o Als je wenst te weten of een AH-bepaling strijdig is met het gelijkheidsbeginsel, dan moet je
volgende bekijken:
▪ STAP 1) Wat is het doel van de regel?

▪ STAP 2) Zijn er hier verschillen?
• Indien wel: waarom behandelt de OH ze verschillend?

▪ STAP 3) Is de reden dat gebruikt wordt om die ene anders te behandelen pertinent
tav dat doel?

▪ STAP 4) Is de ongelijke behandeling proportioneel?




10

Document information

Study
Uploaded on
May 27, 2025
File latest updated on
June 2, 2025
Number of pages
295
Written in
2024/2025
Type
Class notes
Professor(s)
M. kruithof
Contains
All classes
$18.25
Purchased by 7 students

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
jschkjschk2
3.7
(3)
Sold
13
Followers
0
Items
3
Last sold
3 months ago

Reviews from verified buyers

1 year ago

Thanks for leaving your review. I saw that it was a negative score, but without further explanation. I'm always open to feedback and would love to know what you think could be better. I've put a lot of work into writing out the notes, so I'd love to know exactly what's wrong:) Good luck!

1 year ago

Thanks so much for your positive comment! And good luck:)




Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions