2024 — 2025
1
,Hoofdstuk 1: bos door de bomen
1. Waarom mededingingsrecht?
Welvaart: de concurrentie op de markt vrijwaren als middel om de welvaart van de gebruikers te vergroten
Centraal staat het objectief om de consumenten de best mogelijke goederen en diensten te bieden
aan de best mogelijke prijs
Cruciaal om het welvaartsdoel te bereiken
Mededingingsbeleid: mededingingsautoriteiten kunnen prioriteiten stellen bij de afdwinging van het
mededingingsrecht
Voorrang geven aan de afdwinging ervan in bepaalde sectoren of aan het opsporen en bestraffen
van bepaalde types inbreuken
2. Vertrekpunten
Basisonderscheid:
Belgische doeleinden: boek IV WER en het VWEU (artikelen 101, 102 en 106 VWEU)
Beide maken een basisonderscheid tussen mededingingsbeperkende overeenkomsten en misbruik
van een machtspositie:
(a) Mededingingsbeperkende overeenkomsten: steeds minstens twee onafhankelijke
ondernemingen betrokken
(b) Misbruik van machtspositie: gedrag van éen enkele onderneming reeds gevat door het
verbod
Europees of Belgisch?
Europees mededingingsrecht is alleen toepasselijk als er een voldoende effect op de handel tussen
lidstaten is of kan zijn (zie later: merkbare beïnvloeding)
Indien deze voorwaarde niet voldaan is, geldt in principe enkel het nationaal mededingingsrecht (in
België dus het WER)
Convergentie en voorrang: als er een merkbare beïnvloeding van de handel tussen lidstaten is, is het EU-
mededingingsrecht toepasselijk en moet de BMA het EU-recht toepassen en kan hiervan, wegens de
convergentie- en voorrangsregels, niet afwijken o.b.v. boek IV WER
Concrete werking convergentie en voorrang:
Als een overeenkomst tussen ondernemingen toegelaten/verboden is o.b.v. het EU-
mededindingsrecht, dan moet zij ook toegelaten/verboden zijn o.b.v. het Belgisch mededingingsrecht
(convergentie)
2
, Idem voor misbruik van een machtspositie dat Europeesrechtelijk verboden is
Hier speelt de voorrang van het Europees recht: unilateraal gedrag van een onderneming dat
Europeesrechtelijk geen misbruik van een machtspositie vormt, mag toch worden verboden op basis
van het Belgisch mededingingsrecht (zie later: misbruik van economische afhankelijkheid)
Focus op Europese inhoudelijke toetsing: deze convergentieleer heeft het leven van de practicus aanzienlijk
vergemakkelijkt door een Europees level playing eld in het leven te roepen
Overeenkomsten tussen ondernemingen moeten enkel nog de toets van het Europees
mededingingsrecht doorstaan om doorheen de EU mededingingsrechtelijk geldig en afdwingbaar te
zijn
3. Mededingingsbeperkende overeenkomsten
Basisbronnen: artikel IV.1. WER en artikel 101 VWEU
3.1 Basisverbod
Alvorens het basisverbod toepasselijk is, moeten een aantal voorwaarden vervuld zijn: 4 voorwaarden
(1) Twee of meer onafhankelijke ondernemingen:
Samenspel tussen twee of meer onafhankelijke ondernemingen
Eigenzinning ondernemingsbegrip: zodra een persoon of entiteit economische activiteiten
verricht op een markt is er immers sprake van een onderneming (ongeacht identiteit of
rechtsvorm)
Economische eenheid: het begrip ‘onderneming’ dekt alle rechtspersonen die tot eenzelfde
groep behoren
Meerdere rechtspersonen tussen dewelke controleverhoudingen bestaan, worden
als éen enkele onderneming gezien
(2) Samenspel:
Samenspel tussen de betrokken onafhankelijke ondernemingen om het verbod in stelling te
brengen
Vaak wordt gesproken van een mededingingsbeperkende overeenkomst: het begrip
‘overeenkomst’ omvat ook onderling afgestemde feitelijke gedragingen en besluiten van
ondernemingsverenigingen
Ruim begrip: het mededingingsrechtelijk begrip ‘overeenkomst’ omvat ook
intentieverklaringen, gentlemen’s agreements, informele afstemmingen en stilzwijgende
akkoorden
Er is immers een overeenkomst zodra een wilsovereenstemming bestaat, ongeacht
hoe die tot uiting wordt gebracht en ongeacht of die juridisch afdwingbaar is
3
fi
, (3) Merkbare beperkingen van de mededinging:
Basisverbod is maar toepasselijk als er een merkbare beperking van de mededinging is
Onderscheid tussen doelbeperkingen en gevolgbeperkingen:
(a) Doelbeperkingen: het mededingingsbeperkende doel van de overeenkomst
volstaat en er moet niet worden nagegaan of de overeenkomst daadwerkelijk tot
mededingingsbeperkende gevolgen heeft geleid
(i) Doelbeperkingen tussen concurrenten: afspraken tussen concurrenten
over prijzen, geogra sche marktverdeling, klantenverdeling,
productiebeperkingen, de vervalsing van aanbestedingen, collectieve
boycots, de uitwisseling van welbepaalde toekomstgerichte informatie,
bepaalde beperkingen inzake O&O en inzake het gebruik van eigen
technologie
(ii) Doelbeperkingen tussen niet-concurrenten: praktijken die op de zwarte
lijst van een groepsvrijstelling staan, zoals verticale prijsbinding, sommige
verkoopsbeperkingen
(b) Gevolgbeperkingen: de overeenkomst op zich volstaat niet, ook kijken naar de
gevolgen van dat gedrag
Het verbod geldt maar als de mededingingsbeperkende gevolgen merkbaar
zijn
De Minimis Mededeling: deze mededeling bevat de marktaandeellimieten
aan de hand waarvan de Commissie oordeelt of een gevolgbeperking al
dan niet merkbaar is
Het gaat om een gecombineerde limiet voor 10% voor afspraken
tussen concurrenten en een individuele limiet van 15% voor
afspraken tussen niet-concurrenten
De mededeling staat een geval-per-geval analyse niet in de weg:
ook boven de marktaandeellimieten kunnen de
mededingingsbeperkende gevolgen onvoldoende merkbaar zijn
De nitie van gevolgbeperking: iedere mededingingsbeperking die geen
doelbeperking is, kan worden gezien als een gevolgbeperking
Concurrenten zijn niet alleen de ondernemingen die elkaar nu reeds als concurrenten
tegenkomen op de markt, maar ook potentiële concurrenten worden als concurrenten gezien
(= ondernemingen die elkaar nog niet daadwerkelijk tegenkomen als concurrenten op de
markt, maar waarbij het realistisch is te veronderstellen dat zij dat kunnen doen)
(4) Effect op de handel tussen lidstaten:
Enkel Europese voorwaarde: zij geldt enkel voor de toepasselijkheid van het Europees
mededingingsverbod
4
fi
fi