100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Exam (elaborations)

Oefenvragen Examen Diathera 3e bachelor geneeskunde UGent

Rating
-
Sold
-
Pages
105
Grade
A
Uploaded on
26-05-2025
Written in
2024/2025

Deze oefenvragen zijn van het meerkeuze type en helpen je bij het inoefenen van de verschillende onderdelen van het examen diagnostische en therapeutische technieken. Volgende onderdelen komen aan bod: endoscopie, nucleaire geneeskunde, neurofysiologische investigaties, revalidatie, farmacotherapie, radiotherapie, oncologie, fysica van de medische beeldvorming en klinische biologie.

Show more Read less
Institution
Module











Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Study
Module

Document information

Uploaded on
May 26, 2025
Number of pages
105
Written in
2024/2025
Type
Exam (elaborations)
Contains
Questions & answers

Subjects

Content preview

AI opgestelde examenvragen Partim overige.


Endoscopie


1. Welke van de volgende beweringen over de geschiedenis van endoscopie is
correct?
a) Philipp Bozzini gebruikte een alcohol-terpentijn lamp voor cystoscopie.
b) De eerste oesophagoscopie werd uitgevoerd met een flexibele
endoscoop.
c) Rudolf Schindler introduceerde een rigide endoscoop met een
geanguleerd uiteinde.
d) De fiberscoop werd geïntroduceerd in de jaren '90.
2. Wat is de belangrijkste eigenschap die een fiberscoop flexibel maakt?
a) De aanwezigheid van een CCD-chip.
b) De mogelijkheid tot elektronische kleurenrestitutie.
c) De aanwezigheid van een lenzensysteem.
d) De transmissie van licht door een bundel van parallelle glasvezels.
3. Welke van de volgende endoscopische procedures gebruikt een rigide scoop?
a) Gastroscopie.
b) Coloscopie.
c) Cystoscopie.
d) Bronchoscopie.
4. Welke bewering over beeldoverdracht bij rigide endoscopie is correct?
a) Het beeld wordt via glasvezels overgebracht.
b) Het beeld wordt rechtstreeks overgebracht, eventueel met een koud
lichtbundel.
c) Het beeld wordt elektronisch gereconstrueerd.
d) Het beeld wordt versterkt door een CCD-chip.
5. Wat is het belangrijkste verschil in beeldoverdracht tussen fiber-en video-
endoscopie?
a) Fiberendoscopie gebruikt een CCD-chip, video-endoscopie niet.
b) Video-endoscopie gebruikt glasvezels voor lichtoverdracht,
fiberendoscopie niet.
c) Video-endosc maakt gebruik v elektronische kleurenrestitutie,
fiberendoscopie niet.
d) Fiberendoscopie gebruikt een lichtbundel, video-endoscopie niet.
6. Waarvoor staat de afkorting CCD in de context van video-endoscopie?
a) Colour Coupled Device
b) Charged Coupled Device.
c) Central Control Device
d) Combined Colour Detector


1

,7. Welke bewering is correct over de werking van een CCD-chip in een video-
endoscoop?
a) De CCD-chip reflecteert licht om een beeld te vormen.
b) De CCD-chip produceert een kleurenafbeelding zonder filters.
c) De CCD-chip zet licht om in elektronen.
d) De CCD-chip gebruikt glasvezels om het beeld over te brengen.
8. Hoe wordt een kleurenafbeelding gevormd bij video-endoscopie met een CCD-
chip?
a) Door het gebruik van verschillende lenzen.
b) Door een mozaïekfilter op de CCD die kleuren scheidt.
c) Door een rechtstreekse beeldoverdracht.
d) Door interne reflectie.
9. Wat is de functie van het waterkanaal in een endoscoop?
a) Om biopsies te nemen.
b) Om de scoop te bewegen.
c) Om het orgaan of kanaal open te spoelen.
d) Om lucht in te blazen.
10.Wat is het primaire doel van een biopsiekanaal in een endoscoop?
a) Het nemen van weefselmonsters.
b) Het inblazen van lucht.
c) Het toedienen van water.
d) Het bewegen van de endoscoop.
11.Welke van de volgende procedures wordt gebruikt voor onderzoek van de
slokdarm, maag en twaalfvingerige darm?
a) Coloscopie.
b) Oesophago-gastro-duodenoscopie.
c) Enteroscopie.
d) Laparoscopie.
12.Welke voorbereiding is typisch voor een oesophago-gastro-duodenoscopie?
a) Lediging van het colon met lavage.
b) Minimaal 6 uur nuchter zijn.
c) Volledige verdoving.
d) Inbrengen via de anus.
13.Wat is een belangrijke indicatie voor een oesophago-gastro-duodenoscopie?
a) Veranderd stoelgangspatroon.
b) Symptomen van gastro-oesofageale reflux.
c) Familiaal coloncarcinoom.
d) Positieve iFOBT.
14.Welke complicatie kan optreden na een oesophago-gastro-duodenoscopie?
a) Peritonitis.
b) Vagale syncope.
c) Aspiratiepneumonie.

2

, d) Infectieuze colitis.




15.Wat is een contra-indicatie voor een oesophago-gastro-duodenoscopie?
a) Epigastrische pijn.
b) Vermagering.
c) Verdacht op perforatie.
d) Ijzergebreksanemie.
16.Welke van de volgende indicaties is typisch voor een ileocoloscopie?
a) Dysfagie.
b) Anaal bloedverlies.
c) Vermagering.
d) Epigastrische pijn.
17.Welke voorbereiding is typisch voor een ileocoloscopie?
a) Lediging van het colon door middel van lavage.
b) Minimaal 6 uur nuchter zijn.
c) Inbrengen via de mond.
d) Keelanesthesie met xylocaïne.
18.Welke complicatie is het meest typisch voor een diagnostische ileocoloscopie?
a) Ritmestoornissen.
b) Hypoxemie.
c) Perforatie.
d) Aspiratiepneumonie.
19.Wat wordt er onderzocht bij een ERCP?
a) De dunne darm.
b) De luchtwegen.
c) De galwegen en de pancreas.
d) De urinewegen.
20.Wat is een therapeutische indicatie voor ERCP?
a) Cholangitis.
b) Ijzergebreksanemie.
c) Vermagering.
d) Abdominale pijn.
21.Wat is een belangrijke indicatie voor echo-endoscopie (EUS)?
a) Galwegpathologie.
b) Dysfagie.
c) Veranderd stoelgangspatroon.
d) Hemoptoe.
22.Welke van de volgende procedures behoort tot de urologische endoscopie?

3

, a) Laparoscopie.
b) Cystoscopie.
c) Hysteroscopie.
d) Arthroscopie.
23.Welke procedure gebruikt men om de baarmoeder te onderzoeken?
a) Colposcopie.
b) Laparoscopie.
c) Hysteroscopie.
d) Ureteroscopie.
24.Welke bewering is correct over laparoscopie?
a) Het is een endoscopische procedure waarbij men een rigide scoop in de
luchtwegen brengt
b) Het is een procedure waarbij de nieren worden onderzocht.
c) Het is een kijkoperatie waarbij CO2 wordt ingeblazen om de peritoneale
holte te openen
d) Het is een onderzoek van de baarmoedermond via de vagina.
25.Welke van de volgende procedures valt onder de neuro-endoscopie?
a) Arthroscopisch herstel van de VKB.
b) Resectie van een intraventriculaire tumor.
c) Cholecystectomie.
d) Liesbreukherstel.
26.Wat wordt bedoeld met een "fibroscoop" in de context van rhinoscopie?
a) Een rigide scoop voor de neusholte.
b) Een flexibele scoop voor de neusholte.
c) Een scoop met een CCD-chip voor de neusholte.
d) Een scoop met een speculum voor de neusholte.
27.Welke van de volgende procedures wordt gebruikt om de achterste keelholte
tot aan de stembanden te onderzoeken?
a) Rhinoscopie.
b) Sinuscopie.
c) Laryngoscopie.
d) Bronchoscopie.
28.Wat is een indicatie voor een bronchoscopie?
a) Anaal bloedverlies.
b) Dysfagie.
c) Hemoptoe.
d) Abdominale pijn.
29.Welke van de volgende micro-organismen is een voorbeeld van een exogene
infectie bij digestieve endoscopie?
a) E. Coli.
b) Klebsiella spp.
c) Pseudomonas aeruginosa.

4
$16.69
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Get to know the seller
Seller avatar
mayadedapper
5.0
(2)

Also available in package deal

Get to know the seller

Seller avatar
mayadedapper Universiteit Gent
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
4
Member since
7 months
Number of followers
0
Documents
16
Last sold
3 days ago

5.0

2 reviews

5
2
4
0
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their exams and reviewed by others who've used these revision notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No problem! You can straightaway pick a different document that better suits what you're after.

Pay as you like, start learning straight away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and smashed it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions