Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Exam (elaborations)

Oefenvragen Examen Mechanisme van ziekte - Ziektemechanismen 3e bachelor geneeskunde UGent

Rating
-
Sold
-
Pages
42
Grade
A
Uploaded on
26-05-2025
Written in
2024/2025

Deze oefenvragen zijn van het meerkeuze type en helpen je in je voorbereiding op het examen mechanismen van ziekte, specifiek gericht op het onderdeel ziektemechanismen. Test jezelf aan de hand van deze vragen en wees zo optimaal voorbereid op het examen.

Show more Read less
Institution
Course

Content preview

AI opgestelde vragen Ziektemechanismen – Ferdinande:


Hoofdstuk I


1. Welke van de volgende adaptaties van cellulaire groei en differentiatie is
geen voorbeeld van een reversibele respons op stress?
a) Hypertrofie
b) Hyperplasie
c) Atrofie
d) Maligne ontaarding
2. Wat is de primaire drijfveer achter hypertrofie?
a) Afname van het aantal cellen
b) Toename van de celgrootte
c) Vervanging van het ene celtype door een ander
d) Afname van de celgrootte
3. Welke van de volgende opties is geen voorbeeld van fysiologische
hyperplasie?
a) Toename van klierbuisjes in de borstklier tijdens de borstvoeding
b) Groei van de lever na gedeeltelijke resectie
c) Endometriumcarcinoom
d) Hormonale hyperplasie van de uterus tijdens de zwangerschap
4. Wat is de belangrijkste oorzaak van atrofie?
a) Toename van eiwitsynthese
b) Afname van eiwitsynthese en toename van eiwitafbraak
c) Toename van celgrootte
d) Ongecontroleerde celdeling
5. Wat is metaplasie?
a) Een toename van celgrootte
b) Een afname van celgrootte
c) Een reversibele wijziging waarbij een gedifferentieerd celtype wordt
vervangen door een ander gedifferentieerd celtype
d) Een ongecontroleerde celdeling
6. Welke aandoening is een voorbeeld van squameuze metaplasie?
a) Barrett oesofagus
b) Endometriumcarcinoom
c) Levercirrose
d) Anthracosis




7. Wat is de belangrijkste factor die bijdraagt aan Barrett oesofagus?

1

, a) Afname van maagzuurproductie
b) Blootstelling aan maagzuur in de slokdarm
c) Bacteriële infectie van de slokdarm
d) Auto-immuunreactie
8. Wat is een voorbeeld van een intracellulaire accumulatie van een normaal
endogeen product?
a) Tatoeage
b) Anthracosis
c) Lipidenstapeling in de lever bij een fatty liver
d) Hemosiderine stapeling
9. Wat is een mogelijke oorzaak van intracellulaire accumulatie van abnormale
eiwitten?
a) Abnormaal metabolisme van normale endogene stoffen
b) Mutaties die wijzigingen in eiwitaanmaak en -transport veroorzaken
c) Depositie van een normaal exogeen product
d) Afname van enzymactiviteit
10.Wat is een kenmerk van de stapelingsziekten?
a) Overmatige aanmaak van een normaal product
b) Probleem in de eiwit opvouwing
c) Gebrek aan de juiste enzymen om een endogeen product af te breken
d) Ingestie van exogeen materiaal
11.Welke cel is vaak betrokken bij de accumulatie van lipiden, bijvoorbeeld bij
atherosclerose?
a) Fibroblasten
b) Macrofagen
c) Epitheelcellen
d) Plasmacellen
12.Wat is anthracosis?
a) Een afzetting van ijzer in weefsels
b) Een genetische aandoening die leidt tot glycogeenstapeling
c) Een ophoping van koolstof in de longen en lymfeklieren
d) Een type lipidenstapeling
13.Wat is lipofuscine?
a) Een exogeen pigment
b) Een endogeen pigment, afbraakproduct van hemoglobine
c) Een type van glycogeenstapeling
d) Een vorm van calcificatie




14.Wat is een typische bevinding bij een α-1-antitrypsine deficiëntie?

2

, a) Extracellulaire accumulatie van amyloïd
b) Intracellulaire accumulatie van een abnormaal eiwit in het ER van
hepatocyten
c) Neerslag van calciumzouten
d) Stapeling van lipiden in macrofagen
15.Wat wordt bedoeld met hyaliene wijzigingen?
a) Afzetting van pigmenten
b) Veranderingen in cellen of extracellulaire matrix met homogeen, glazig,
roze aspect
c) Accumulatie van glycogeen
d) Veranderingen in vetweefsel
16.Wat is een kenmerkende kleuring van amyloïd?
a) Blauw op hematoxyline-eosine
b) Groen birefringent onder polarisatie op Congo rood kleuring
c) Geel bij PAS kleuring
d) Zwart op zilver kleuring
17.Wat is de meest voorkomende precursor eiwit bij AL amyloïdose?
a) Serum amyloïd A (SAA)
b) Transthyretine
c) Lichte keten immuunglobulines
d) β2-microglobuline
18.Wat is dystrofische calcificatie?
a) Abnormale depositie van calcium in vitaal weefsel
b) Abnormale depositie van calcium in niet-viabel weefsel met normale
calciumspiegels in bloed
c) Een genetische aandoening
d) Een gevolg van hypercalciëmie
19.Wat is metastatische calcificatie?
a) Abnormale afzetting van calcium in beschadigd weefsel
b) Abnormale afzetting van calcium in vitaal weefsel ten gevolge van
stoornissen in het calcium metabolisme
c) Een aandoening die de botten aantast
d) Een vorm van necrose
20.Welke van de volgende is geen oorzaak van celschade?
a) Hypoxie
b) Fysische agentia
c) Metabole activiteit
d) Infectieuze agentia




21.Wat wordt bedoeld met reversibele celschade?


3

, a) De cel is onherstelbaar beschadigd
b) De cel kan herstellen als de oorzaak van de schade wordt verwijderd
c) De cel ondergaat apoptose
d) De cel ondergaat necrose
22.Wat is een kenmerk van irreversibele celschade?
a) De cel zwelt op
b) De cel ondergaat hydropische verandering
c) De cel ondergaat celdood
d) De cel accumuleert vet
23.Wat is het verschil tussen apoptose en necrose?
a) Apoptose is een passief proces, necrose is actief
b) Apoptose is georganiseerd en geprogrammeerd, necrose is traumatisch
en ongecontroleerd
c) Apoptose gaat altijd gepaard met inflammatie
d) Necrose gaat nooit gepaard met inflammatie
24.Wat is de rol van caspasen in apoptose?
a) Ze stabiliseren DNA
b) Ze activeren de celmembraan
c) Ze zijn proteasen die betrokken zijn bij de afbraak van DNA en eiwitten
d) Ze herstellen beschadigde cellen
25.Wat is het belangrijkste verschil tussen de intrinsieke en extrinsieke pathway
van apoptose?
a) De intrinsieke pathway wordt geactiveerd door celreceptoren, de
extrinsieke pathway door mitochondriën
b) De intrinsieke pathway wordt geactiveerd door signalen van buitenaf,
de extrinsieke pathway door signalen van binnenin de cel
c) De intrinsieke pathway wordt geactiveerd door schade binnenin de cel,
de extrinsieke pathway door cel dood receptoren
d) Er is geen verschil tussen beide pathways
26.Wat is de rol van Bcl-2 in de intrinsieke pathway van apoptose?
a) Een pro-apoptotisch eiwit
b) Een anti-apoptotisch eiwit
c) Een caspase
d) Een DNA-herstelenzym
27.Wat is de functie van Fas ligand (FasL) in de extrinsieke pathway van
apoptose?
a) Het activeert mitochondria
b) Het bindt aan Fas en activeert de pathway
c) Het herstelt beschadigd DNA
d) Het remt caspases


28.Wat is ER stress?

4

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
May 26, 2025
Number of pages
42
Written in
2024/2025
Type
Exam (elaborations)
Contains
Questions & answers

Subjects

$9.00
Get access to the full document:

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Get to know the seller
Seller avatar
mayadedapper
5.0
(2)

Also available in package deal

Get to know the seller

Seller avatar
mayadedapper Universiteit Gent
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
4
Member since
1 year
Number of followers
0
Documents
16
Last sold
6 months ago

5.0

2 reviews

5
2
4
0
3
0
2
0
1
0

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions