Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Exam (elaborations)

Oefenvragen Examen infectie en afweer-Onderdeel Afweer 3e Bachelor Geneeskunde UGent

Rating
5.0
(1)
Sold
-
Pages
60
Grade
A
Uploaded on
26-05-2025
Written in
2024/2025

Deze oefenvragen zijn gebaseerd op al het cursusmateriaal van het onderdeel afweer en zijn perfect voor het inoefenen van de materie ter voorbereiding van het examen. De voorbeeldvragen zijn mede opgesteld door gebruik van een AI 'LM notebook' en zijn enkel gebaseerd op het cursusmateriaal. Ze helpen je de stof sneller en grondiger verwerken en stellen je in staat te redenenere doorheen de cursus (wat noodzakelijk is voor op het examen).

Show more Read less
Institution
Course

Content preview

AI opgestelde examenvragen Afweer BART


H1 microbiologie in beweging


1. Welke van de volgende beweringen over micro-organismen is correct?

a) Alle micro-organismen zijn schadelijk voor de mens.
b) Micro-organismen zijn alleen zichtbaar met een
elektronenmicroscoop.
c) Micro-organismen spelen geen rol in de menselijke gezondheid.
d) Micro-organismen kunnen zowel ziekte veroorzaken als nuttig zijn
voor de mens.
e) Micro-organismen zijn alleen aanwezig in het menselijk lichaam
tijdens ziekte.

2. Antoni van Leeuwenhoek is bekend om:

a) De ontdekking van het DNA.
b) De ontwikkeling van de kiemtheorie.
c) De uitvinding van de microscoop en het beschrijven van levende
micro-organismen
d) De ontdekking van antibiotica.
e) Het aantonen van generatio spontanea.

3. Wat wordt bedoeld met 'generatio spontanea'?

a) De evolutie van micro-organismen over tijd.
b) De ontwikkeling van resistentie tegen antibiotica.
c) Het ontstaan van leven uit levenloos materiaal.
d) De overdracht van genen tussen bacteriën.
e) De fusie van archaea en bacteriën.

4. Welke van de volgende stellingen over virussen is correct?

a) Virussen zijn zichtbaar met een gewone microscoop.
b) Virussen zijn levende organismen met een celkern.
c) Virussen zijn filterbaar en kunnen ziekten overdragen.
d) Virussen planten zich autonoom voort buiten een gastheercel.
e) Virussen worden niet beschouwd als een actieve deelnemer in de
evolutie van het leven.

5. Wat is de betekenis van 16S rRNA in de microbiologie?

a) Een virus specifiek voor bacteriën.
b) Een stukje DNA dat niet codeert voor eiwitten.
c) Een kleine subunit van het ribosoom, gebruikt voor taxonomie en
fylogenie.
d) Een eiwit dat de werking van ribosomen inhibeert.
e) Een marker voor eukaryote cellen.




1

,6. Welke van de volgende beweringen over de drie domeinen van het leven is
correct?

a) De drie domeinen zijn: planten, dieren en schimmels.
b) De drie domeinen zijn: bacteriën, archaea en virussen.
c) De drie domeinen zijn: prokaryoten, eukaryoten en virussen.
d) De drie domeinen zijn: bacteria, archaea en eukarya.
e) De drie domeinen zijn: protisten, monera en fungi.

7. Wat is horizontale gentransfer?

a) De overdracht van genen van ouders op nakomelingen.
b) De overdracht van genen tussen verschillende soorten bacteriën.
c) De overdracht van genen tussen eukaryoten.
d) De overdracht van genen van een virus naar een gastheer.
e) De overdracht van genen tussen de verschillende domeinen van het
leven.

8. Wat is de relatie tussen LUCA en de evolutie van het leven?

a) LUCA is de naam van de eerste bacterie die op aarde ontstond.
b) LUCA is de laatste universele gemeenschappelijke voorouder van al
het leven.
c) LUCA is een theorie die nu als standaard wordt beschouwd.
d) LUCA staat voor een bepaald type virus.
e) LUCA is een type eukaryoot.

9. Welke bewering over de menselijke microbiota is correct?

a) De menselijke microbiota is voornamelijk aanwezig in het bloed en
de hersenen.
b) De menselijke microbiota is statisch en verandert niet.
c) De darm is de belangrijkste plaats van het microbioom, met een
enorme metabole activiteit.
d) De menselijke microbiota heeft geen invloed op de gezondheid van
de mens.
e) De menselijke microbiota bestaat enkel uit bacteriën.

10.Wat is een bacteriofaag?

a) Een bacterie die ziekte veroorzaakt bij mensen.
b) Een virus dat bacteriën infecteert en kan doden.
c) Een schimmel die in symbiose leeft met bacteriën.
d) Een onderdeel van de humane microbiota.
e) Een gen in het menselijk genoom.

11.Wat is het verschil tussen een commensale, symbiont en pathogeen?

a) Ze zijn alle drie schadelijk voor de gastheer.
b) Ze zijn alle drie nuttig voor de gastheer.




2

, c) Een commensale profiteert zonder schade aan de gastheer, een
symbiont heeft een wederzijds voordeel, en een pathogeen
veroorzaakt ziekte.
d) Ze zijn alle drie onafhankelijk van de gastheer.
e) Ze zijn alle drie virussen.



12.Welke van de volgende stellingen over antibioticaresistentie is correct?
a) Het is een zeldzaam fenomeen in de microbiële wereld.
b) Het wordt alleen veroorzaakt door mutaties in het genoom van een
bacterie.
c) Horizontale genoverdracht draagt bij aan de verspreiding van
resistentie.
d) Het is geen probleem voor de volksgezondheid.
e) Het komt alleen voor bij mensen met een verzwakt immuunsysteem.

13.Wat is het Red Queen’s Race principe in relatie tot pathogenen en het
immuunsysteem?

a) Het immuunsysteem van de gastheer wint altijd.
b) Het is een race tussen pathogenen en het immuunsysteem, waarbij
beiden constant evolueren om elkaar te overtreffen.
c) Het is een race tussen verschillende soorten pathogenen.
d) Het beschrijft de ontwikkeling van auto-immuunziekten.
e) Het beschrijft de snelle vermenigvuldiging van bacteriën.

14.Wat is de impact van de bevolkingsexplosie op het ontstaan van
infectieziekten?

a) De bevolkingsexplosie vermindert de verspreiding van
infectieziekten.
b) De bevolkingsexplosie leidt niet tot nieuwe infectieziekten.
c) De bevolkingsexplosie heeft de toename van infectieziekten in de
hand gewerkt.
d) Er is geen relatie tussen bevolkingsexplosie en infectieziekten.
e) Infectieziekten verdwijnen bij een bevolkingsexplosie.

15.Wat is het verschil tussen conditionele en opportunistische pathogenen?

a) Conditionele pathogenen veroorzaken altijd ziekte, opportunistische
niet.
b) Opportunistische pathogenen veroorzaken altijd ziekte, conditionele
niet.
c) Conditionele pathogenen veroorzaken ziekte afhankelijk van de
omstandigheden en opportunistische pathogenen profiteren van een
verzwakt immuunsysteem.
d) Ze zijn synoniemen van elkaar en hebben dezelfde werking.
e) Conditionele pathogenen hebben geen interactie met de gastheer,
terwijl opportunistische wel.
Antwoorden:
1. d) Micro-organismen kunnen zowel ziekte veroorzaken als nuttig zijn voor
de mens.



3

, 2. c) De uitvinding van de microscoop en het beschrijven van levende micro-
organismen.
3. c) Het ontstaan van leven uit levenloos materiaal.
4. c) Virussen zijn filterbaar en kunnen ziekten overdragen.
5. c) Een kleine subunit van het ribosoom, gebruikt voor taxonomie en
fylogenie.
6. d) De drie domeinen zijn: bacteria, archaea en eukarya.
7. b) De overdracht van genen tussen verschillende soorten bacteriën.
8. b) LUCA is de laatste universele gemeenschappelijke voorouder van al het
leven.
9. c) De darm is de belangrijkste plaats vh microbioom, met enorme
metabole activiteit.
10.b) Een virus dat bacteriën infecteert en kan doden.
11.c) Een commensale profiteert zonder schade aan de gastheer, een
symbiont heeft een wederzijds voordeel, en een pathogeen veroorzaakt
ziekte.
12.c) Horizontale genoverdracht draagt bij aan de verspreiding van
resistentie.
13.b) Het is een race tussen pathogenen en het immuunsysteem, waarbij
beiden constant evolueren om elkaar te overtreffen.
14.c) De bevolkingsexplosie heeft de toename van infectieziekten in de hand
gewerkt.
15.c) Conditionele pathogenen veroorzaken ziekte afhankelijk van de
omstandigheden en opportunistische pathogenen profiteren van een
verzwakt immuunsysteem.


H8 inflammatie


1. Welke van de volgende beweringen over het aangeboren
immuunsysteem is correct?
a) Het aangeboren immuunsysteem heeft geheugencellen.
b) Het aangeboren immuunsysteem is specifiek voor elk pathogeen.
c) Het aangeboren immuunsysteem reageert onmiddellijk op een
bedreiging.
d) Het aangeboren immuunsysteem wordt geactiveerd door B- en T-
cellen.
2. Wat is een PAMP?
a) Een 'don't eat me' signaal op lichaamseigen cellen.
b) Een pathogeen-geassocieerd moleculair patroon.
c) Een 'damage'-geassocieerd moleculair patroon.
d) Een cytokine die inflammatie onderdrukt.
3. Welke cel is voornamelijk betrokken bij de eerste reactie van het
lichaam op een infectie?
a) B-cel
b) T-cel
c) Macrofaag
d) Plasmacel

4

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
May 26, 2025
Number of pages
60
Written in
2024/2025
Type
Exam (elaborations)
Contains
Questions & answers

Subjects

$11.00
Get access to the full document:

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Get to know the seller
Seller avatar
mayadedapper
5.0
(2)

Also available in package deal

Reviews from verified buyers

Showing all reviews
6 months ago

5.0

1 reviews

5
1
4
0
3
0
2
0
1
0
Trustworthy reviews on Stuvia

All reviews are made by real Stuvia users after verified purchases.

Get to know the seller

Seller avatar
mayadedapper Universiteit Gent
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
4
Member since
1 year
Number of followers
0
Documents
16
Last sold
6 months ago

5.0

2 reviews

5
2
4
0
3
0
2
0
1
0

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions