Ethiek
Inhoudstafel
Les 1: Wat is ethiek (1)
▪ Wat is ethiek?
▪ Terminologie
• Etymologie moraal/moraliteit
• Éthos
• Èthos
Les 2: Wat is ethiek? (2)
▪ Terminologie: moraal-moraliteit-ethos
• Moraal
• Moraliteit
• Ethiek
▪ Ethische reflectie: 2 onderverdelingen
▪ Niet-normatieve ethiek
• Descriptieve ethiek
• Meta-ethiek
▪ Emotivisme
▪ Ethisch intuïtionisme
▪ Normatieve ethiek
• Algemene normatieve ethiek
• Toegepaste normatieve ethiek
Les 3: Wat is ethiek? (3)
▪ Normatieve ethiek
• Algemene normatieve ethiek
▪ Negatieve formulering
▪ Positieve formulering
• Toegepaste normatieve ethiek
▪ Normatieve ethiek en recht
• Rechtspositivisme
• Natuurrecht
Les 4: Ethiek in de Oudheid (1)
▪ Inleiding: Klassieke vs moderne wereldbeeld
▪ De sofisten
, ▪ Socrates (470-399 v. Chr.)
▪ Plato (427-347 v. Chr.)
Les 5: Ethiek in de Oudheid (2)
▪ Aristoteles (384-322 v. Chr.)
o Biografie
o Methode
o Kern van zijn leer
o Menselijke ziel
o Intellectuele deugden
o Karakterdeugden
o Kritische bedenkingen
▪ Het post-Aristotelische tijdperk
o Het hedonisme: Epicurus (341-270 v.Chr.)
o Het stoïcisme: Zeno van Kition (333-262 v. Chr.)
▪ Kern
▪ Oude stoïcisme
▪ Middelste stoïcisme
▪ Nieuwe stoïcisme
Les 6: Ethiek in de Middeleeuwen
▪ Wereldbeeld
▪ Augustinus van Hippo (354-430)
o Kerngedachten
o Begrippen
▪ Thomas van Aquino (1225-1274)
o Biografie
o Kerngedachten
o Principes van de praktische rede
Les 7: Ethiek in de moderniteit: consequentiële ethiek (1)
▪ Consequentiële ethiek
o Doel: empirische traditie
o Ethisch egoïsme
o Utulitarisme
▪ Act-utulitarisme
▪ Regelutulitarisme
▪ Het empirisme en emotivisme van David Hume (1711-1776)
o Hoofdwerken
o Kern van zijn leer
▪ Rede en emoties
, ▪ Verwerping ethisch egoïsme
▪ Natuurlijke vs artificiële deugden
▪ Relativisme & historicisme
▪ Normatief ethisch standpunt
▪ gemeenschapsmoraal
o slotbeschouwing
▪ Adam Smith (1723-1790)
o Hoofdwerken
o Kern van zijn leer
▪ Eigenliefde
▪ Sociale erkenning
▪ Zelfregulerende maatschappij gericht op vooruitgang
▪ Utulitarisme
o Act-utulitarisme
o Regelutulitarisme
▪ Jeremy Bentham (1748-1832)
o Achtergrond
o Hoofdwerken
o Kern van zijn leer
▪ Pijn & genot
▪ Nutsprincipe
▪ De genotscalculus
o Kritiek
▪ John Stuart Mill (1806-1873)
o Hoofdwerken
o Kern van zijn leer
▪ Het grootste gelukprincipe
▪ Kwalitatief onderscheid tussen genoegens
▪ Onpartijdigheid en algemeen belang + vrijheid
▪ Utulitarisme en rechtvaardigheid
▪ Morele plicht en opvoeding
o Kritiek
Les 8: Ethiek in de moderniteit (Deontologische ethiek)
• Deontologische ethiek of plichtsethiek
• Immanuel Kant (1724-1804)
o Hoofdwerken
o Kern van zijn leer
▪ Zuivere filosofie
▪ Wending naar het subject
▪ Deductief proces
, ▪ Goede wil vs karakte/geluksstreven
▪ Handeling bezit morele waarde
▪ Categorische imperatief: 3 formuleringen
▪ Autonomie van de wil en menselijke vrijheid
▪ Kant en het menselijk geluk
▪ Samenvatting
▪ Enkele bedenkingen
Les 9: ‘Smalle’ vs ‘brede’ opvatting van ethiek
▪ 2 dominante manieren om naar ethiek te kijken
o Handelingsgerelateerde vormen van ethiek
o Deugdenethiek
▪ Brede opvatting van ethiek
o Persoonlijke leidraad
o Rol éthos
o Ethiek als subjectiviteit
o Wat betekent dit voor de ethiek
o zelfrealisatie
▪ Smalle opvatting van ethiek
o Theoretische principes gegrond in natuurwetenschappen
o Universaliseerbaar
o Zelfbeperking
Les 10: Gastcollege Hannah Arendt
▪ Inleiding
▪ Biografie
▪ Werken
▪ Politiek
▪ Hannah Arendt en morele overwegingen: Tekst
o Eichmann in Jerusalem
o Aantal spanningsvelden
o 3 conclusie na eerste deel
o Socrates
o King Richard
o Banaliteit van het kwaad
Les 11: Gastcollege John Rawls
▪ Inleiding
o Biografie
o The theory of Justice
▪ De rechtvaardigheidstheorie
, o Een coherentiemodel: de methode van het reflexief evenwicht
o De rechtvaardigheid
o Het sociaal contract
▪ Twee beginselen
o Rationele keuzesituatie: kritiek op utulitarisme en intuïtionisme
o Kiezen voor de twee beginselen en de zuiver proceduele rechtvaardigheid
▪ Latere werken
o Political liberalism
Les 12: Emanuel levinas
• Inleiding
• Fenomenologie
o Edmund Husserl (1858-1938)
o Reactie op rationalisme van Descartes en Kant
o Apodictische waarheden
• Emmanuel Levinas (1906-1995)
o Betekenis van ethiek: anti-essentialistisch
o Westerse filosofie als egologie
o Sensibiliteit: passieve aanraking
o Ethiek = verantwoordelijkheid
o Subjectiviteit/substitutie
o Economie vs ethiek
• Conclusie
,Les 1: Wat is ethiek (1)
Wat is ethiek?
- Geen betekenisvolle vraag, geen zinvol antwoord
- Ludwig Wittgenstein stelt dat de vraag naar ethiek voorbij de grenzen van de taal/
het communiceerbare ligt
- Verschillende debatten en kanttekeningen
- Ethiek niet gestart met natuurfilosofen, wel met Socrates = eeuwenoude
geschiedenis
- Filosofie = strijdtoneel van meningen over het ‘goede’ handelen die steeds
worden aangevuld of bestreden
Terminologie
- Wat is ethiek?
▪ Specifieke vraagstelling, dat onwillekeurig/vanzelfsprekend uitgaat van
een bepaalde visie => te maken met wat wij ervaren als het goede, de
‘juiste’ handeling
= intrinsiek individueel
▪ Betekent niet dat er geen poging is om individuele karakter van de vraag te
overstijgen
▪ Vraag = fel context gebonden
- Etymologie moraal/moraliteit
▪ Moralis (lat.), morus (Gr) = zeden
▪ Ethiek => etikos (Gr.) etos, ytos
▪ Tweevoudige betekenis:
1. Éthos = ‘verblijfplaats voor dieren’
= geheel aan regels van gedragsnormen binnen een bepaalde
groep
▪ Handelingsbewustzijn is cruciaal, er is pas sprake van ethiek
als individu zich bewust is => eigen aan de mens
▪ Suprapersoonlijk (≠ gericht op één individu), individueel
aanpassingsvermogen aan een geheel van regels en
gedragsnormen binnen een bepaalde groep
▪ Vb: kussen (Brussel-W-Vlaanderen) = verschillend éthos
2. Èthos = karakter of gezindheid
, = keuze/zelfreflectiviteit over een bestaande éthos, hoe plaatst
individu zich tegenover heersende normen en waarden => leidt tot
de ontwikkeling van een persoonlijk karakter
▪ Cruciaal: graad van reflexiviteit
- Aristoteles onderscheidt twee deugden op basis waarvan mensen hun leven
inrichten in zijn Ethica Nicomachea
1. Intellectuele voortreffelijkheid (= onderricht)
2. Karakter voortreffelijkheid (= gewoonte)
- Aristoteles suggereert dat èthos voortvloeit uit gewoontevorming maar daar
tegelijk ook van verschilt omdat daarbij een soort reflectie ontstaat die
handelingen en gewoontes aan de ‘rechte rede’ toetst
▪ M.a.w. het is de graad van reflexiviteit die het èthos van het éthos
onderscheidt
Les 2: Wat is ethiek? (2)
Terminologie: Moraal-moraliteit-ethos
- Moraal = éthos
▪ Geheel van normen en waarden die gelden binnen bepaalde groep en
waaraan leden verwacht worden zich te conformeren indien ze als
volwaardige leden van de samenleving erkend willen worden
▪ Gedragsregulering wordt als vanzelfsprekend beschouwd in bepaalde
gemeenschap + opgenomen in context van historisch gegroeide
gewoontes
▪ Net omdat er consensus heerst binnen gemeenschap is de moraal of
éthos objectief beschrijfbaar
▪ Subject van positief-wetenschappelijke methodes binnen sociologisch,
antropologisch onderzoek gaat op zoek naar wetmatigheden m.b.t het
menselijk handelen
▪ Moraalwetenschap = geheel van wetenschappelijke studie naar het
menselijk gedrag en de morele normering ervan
▪ Gemeenschap ≠ homogeen, waardoor morele verschillen ontstaan
tussen bepaalde groepen met discussies tot gevolg
▪ Veranderlijk!
, - Moraliteit = èthos
▪ Een gereflecteerde vorm van moreel besef
▪ Handelend subject + bewustzijn dat ermee gepaard gaat
▪ ‘geweten’ = persoonlijke reflectie omtrent het goede handelen
▪ Kan alle kanten uitgaan (= subjectief)
▪ Moraliteit overstijgt het niveau van de moraal, de normen en wetten die
we als individu laten gelden zijn meer dan de verinnerlijkte wet van de
gemeenschap en vinden hun grondslag in een persoonlijke reflectie
omtrent het goede handelen
▪ Vb: individuen besluiten vegetarisch te worden om redenen die zei
gegrond en relevant vinden al leven ze in een gemeenschap waar
vleesconsumptie diep ingeworteld is
- Ethiek = wat kunnen we claimen te weten over goed/kwaad handelen
= poging om op systematische/wetenschappelijke wijze te reflecteren over
individuele/maatschappelijke moraal/moraliteit om op zoek te gaan naar een al
dan niet bestaande universaliteit
= systematische en kritische reflectie over moraal en moraliteit
▪ Methodisch van aard => tot algemene theorievorming komen m.b.t wat
gedaan of gelaten moet worden
▪ Noodzaak van ethiek ontstaat wanneer conflicterende opvattingen
aanleiding geven tot morele dilemma’s en vanzelfsprekende oplossingen niet
langer voor de hand liggen
=> Bestaat er een maatstaf voor ons handelen en voor wie we zijn?
▪ Doel: op basis van ‘redelijke argumenten’ een zo groot mogelijke
overeenstemming (=consensus) over het ‘goede handelen’ tot stand brengen
≠ per se grootste groep => vb: Duitsland in de jaren ‘30, grootste groep is
nationaal-socialistisch
▪ Redelijkheid (= logos) = probleem van ethiek, want verschillende talen
brengen verschillende rede met zich mee?
▫ Logos = basis van menselijke interactie (= taal)
▫ >< dogma = geopenbaard/transcendente geloofsargumenten onder
invloed van een opperwezen
Inhoudstafel
Les 1: Wat is ethiek (1)
▪ Wat is ethiek?
▪ Terminologie
• Etymologie moraal/moraliteit
• Éthos
• Èthos
Les 2: Wat is ethiek? (2)
▪ Terminologie: moraal-moraliteit-ethos
• Moraal
• Moraliteit
• Ethiek
▪ Ethische reflectie: 2 onderverdelingen
▪ Niet-normatieve ethiek
• Descriptieve ethiek
• Meta-ethiek
▪ Emotivisme
▪ Ethisch intuïtionisme
▪ Normatieve ethiek
• Algemene normatieve ethiek
• Toegepaste normatieve ethiek
Les 3: Wat is ethiek? (3)
▪ Normatieve ethiek
• Algemene normatieve ethiek
▪ Negatieve formulering
▪ Positieve formulering
• Toegepaste normatieve ethiek
▪ Normatieve ethiek en recht
• Rechtspositivisme
• Natuurrecht
Les 4: Ethiek in de Oudheid (1)
▪ Inleiding: Klassieke vs moderne wereldbeeld
▪ De sofisten
, ▪ Socrates (470-399 v. Chr.)
▪ Plato (427-347 v. Chr.)
Les 5: Ethiek in de Oudheid (2)
▪ Aristoteles (384-322 v. Chr.)
o Biografie
o Methode
o Kern van zijn leer
o Menselijke ziel
o Intellectuele deugden
o Karakterdeugden
o Kritische bedenkingen
▪ Het post-Aristotelische tijdperk
o Het hedonisme: Epicurus (341-270 v.Chr.)
o Het stoïcisme: Zeno van Kition (333-262 v. Chr.)
▪ Kern
▪ Oude stoïcisme
▪ Middelste stoïcisme
▪ Nieuwe stoïcisme
Les 6: Ethiek in de Middeleeuwen
▪ Wereldbeeld
▪ Augustinus van Hippo (354-430)
o Kerngedachten
o Begrippen
▪ Thomas van Aquino (1225-1274)
o Biografie
o Kerngedachten
o Principes van de praktische rede
Les 7: Ethiek in de moderniteit: consequentiële ethiek (1)
▪ Consequentiële ethiek
o Doel: empirische traditie
o Ethisch egoïsme
o Utulitarisme
▪ Act-utulitarisme
▪ Regelutulitarisme
▪ Het empirisme en emotivisme van David Hume (1711-1776)
o Hoofdwerken
o Kern van zijn leer
▪ Rede en emoties
, ▪ Verwerping ethisch egoïsme
▪ Natuurlijke vs artificiële deugden
▪ Relativisme & historicisme
▪ Normatief ethisch standpunt
▪ gemeenschapsmoraal
o slotbeschouwing
▪ Adam Smith (1723-1790)
o Hoofdwerken
o Kern van zijn leer
▪ Eigenliefde
▪ Sociale erkenning
▪ Zelfregulerende maatschappij gericht op vooruitgang
▪ Utulitarisme
o Act-utulitarisme
o Regelutulitarisme
▪ Jeremy Bentham (1748-1832)
o Achtergrond
o Hoofdwerken
o Kern van zijn leer
▪ Pijn & genot
▪ Nutsprincipe
▪ De genotscalculus
o Kritiek
▪ John Stuart Mill (1806-1873)
o Hoofdwerken
o Kern van zijn leer
▪ Het grootste gelukprincipe
▪ Kwalitatief onderscheid tussen genoegens
▪ Onpartijdigheid en algemeen belang + vrijheid
▪ Utulitarisme en rechtvaardigheid
▪ Morele plicht en opvoeding
o Kritiek
Les 8: Ethiek in de moderniteit (Deontologische ethiek)
• Deontologische ethiek of plichtsethiek
• Immanuel Kant (1724-1804)
o Hoofdwerken
o Kern van zijn leer
▪ Zuivere filosofie
▪ Wending naar het subject
▪ Deductief proces
, ▪ Goede wil vs karakte/geluksstreven
▪ Handeling bezit morele waarde
▪ Categorische imperatief: 3 formuleringen
▪ Autonomie van de wil en menselijke vrijheid
▪ Kant en het menselijk geluk
▪ Samenvatting
▪ Enkele bedenkingen
Les 9: ‘Smalle’ vs ‘brede’ opvatting van ethiek
▪ 2 dominante manieren om naar ethiek te kijken
o Handelingsgerelateerde vormen van ethiek
o Deugdenethiek
▪ Brede opvatting van ethiek
o Persoonlijke leidraad
o Rol éthos
o Ethiek als subjectiviteit
o Wat betekent dit voor de ethiek
o zelfrealisatie
▪ Smalle opvatting van ethiek
o Theoretische principes gegrond in natuurwetenschappen
o Universaliseerbaar
o Zelfbeperking
Les 10: Gastcollege Hannah Arendt
▪ Inleiding
▪ Biografie
▪ Werken
▪ Politiek
▪ Hannah Arendt en morele overwegingen: Tekst
o Eichmann in Jerusalem
o Aantal spanningsvelden
o 3 conclusie na eerste deel
o Socrates
o King Richard
o Banaliteit van het kwaad
Les 11: Gastcollege John Rawls
▪ Inleiding
o Biografie
o The theory of Justice
▪ De rechtvaardigheidstheorie
, o Een coherentiemodel: de methode van het reflexief evenwicht
o De rechtvaardigheid
o Het sociaal contract
▪ Twee beginselen
o Rationele keuzesituatie: kritiek op utulitarisme en intuïtionisme
o Kiezen voor de twee beginselen en de zuiver proceduele rechtvaardigheid
▪ Latere werken
o Political liberalism
Les 12: Emanuel levinas
• Inleiding
• Fenomenologie
o Edmund Husserl (1858-1938)
o Reactie op rationalisme van Descartes en Kant
o Apodictische waarheden
• Emmanuel Levinas (1906-1995)
o Betekenis van ethiek: anti-essentialistisch
o Westerse filosofie als egologie
o Sensibiliteit: passieve aanraking
o Ethiek = verantwoordelijkheid
o Subjectiviteit/substitutie
o Economie vs ethiek
• Conclusie
,Les 1: Wat is ethiek (1)
Wat is ethiek?
- Geen betekenisvolle vraag, geen zinvol antwoord
- Ludwig Wittgenstein stelt dat de vraag naar ethiek voorbij de grenzen van de taal/
het communiceerbare ligt
- Verschillende debatten en kanttekeningen
- Ethiek niet gestart met natuurfilosofen, wel met Socrates = eeuwenoude
geschiedenis
- Filosofie = strijdtoneel van meningen over het ‘goede’ handelen die steeds
worden aangevuld of bestreden
Terminologie
- Wat is ethiek?
▪ Specifieke vraagstelling, dat onwillekeurig/vanzelfsprekend uitgaat van
een bepaalde visie => te maken met wat wij ervaren als het goede, de
‘juiste’ handeling
= intrinsiek individueel
▪ Betekent niet dat er geen poging is om individuele karakter van de vraag te
overstijgen
▪ Vraag = fel context gebonden
- Etymologie moraal/moraliteit
▪ Moralis (lat.), morus (Gr) = zeden
▪ Ethiek => etikos (Gr.) etos, ytos
▪ Tweevoudige betekenis:
1. Éthos = ‘verblijfplaats voor dieren’
= geheel aan regels van gedragsnormen binnen een bepaalde
groep
▪ Handelingsbewustzijn is cruciaal, er is pas sprake van ethiek
als individu zich bewust is => eigen aan de mens
▪ Suprapersoonlijk (≠ gericht op één individu), individueel
aanpassingsvermogen aan een geheel van regels en
gedragsnormen binnen een bepaalde groep
▪ Vb: kussen (Brussel-W-Vlaanderen) = verschillend éthos
2. Èthos = karakter of gezindheid
, = keuze/zelfreflectiviteit over een bestaande éthos, hoe plaatst
individu zich tegenover heersende normen en waarden => leidt tot
de ontwikkeling van een persoonlijk karakter
▪ Cruciaal: graad van reflexiviteit
- Aristoteles onderscheidt twee deugden op basis waarvan mensen hun leven
inrichten in zijn Ethica Nicomachea
1. Intellectuele voortreffelijkheid (= onderricht)
2. Karakter voortreffelijkheid (= gewoonte)
- Aristoteles suggereert dat èthos voortvloeit uit gewoontevorming maar daar
tegelijk ook van verschilt omdat daarbij een soort reflectie ontstaat die
handelingen en gewoontes aan de ‘rechte rede’ toetst
▪ M.a.w. het is de graad van reflexiviteit die het èthos van het éthos
onderscheidt
Les 2: Wat is ethiek? (2)
Terminologie: Moraal-moraliteit-ethos
- Moraal = éthos
▪ Geheel van normen en waarden die gelden binnen bepaalde groep en
waaraan leden verwacht worden zich te conformeren indien ze als
volwaardige leden van de samenleving erkend willen worden
▪ Gedragsregulering wordt als vanzelfsprekend beschouwd in bepaalde
gemeenschap + opgenomen in context van historisch gegroeide
gewoontes
▪ Net omdat er consensus heerst binnen gemeenschap is de moraal of
éthos objectief beschrijfbaar
▪ Subject van positief-wetenschappelijke methodes binnen sociologisch,
antropologisch onderzoek gaat op zoek naar wetmatigheden m.b.t het
menselijk handelen
▪ Moraalwetenschap = geheel van wetenschappelijke studie naar het
menselijk gedrag en de morele normering ervan
▪ Gemeenschap ≠ homogeen, waardoor morele verschillen ontstaan
tussen bepaalde groepen met discussies tot gevolg
▪ Veranderlijk!
, - Moraliteit = èthos
▪ Een gereflecteerde vorm van moreel besef
▪ Handelend subject + bewustzijn dat ermee gepaard gaat
▪ ‘geweten’ = persoonlijke reflectie omtrent het goede handelen
▪ Kan alle kanten uitgaan (= subjectief)
▪ Moraliteit overstijgt het niveau van de moraal, de normen en wetten die
we als individu laten gelden zijn meer dan de verinnerlijkte wet van de
gemeenschap en vinden hun grondslag in een persoonlijke reflectie
omtrent het goede handelen
▪ Vb: individuen besluiten vegetarisch te worden om redenen die zei
gegrond en relevant vinden al leven ze in een gemeenschap waar
vleesconsumptie diep ingeworteld is
- Ethiek = wat kunnen we claimen te weten over goed/kwaad handelen
= poging om op systematische/wetenschappelijke wijze te reflecteren over
individuele/maatschappelijke moraal/moraliteit om op zoek te gaan naar een al
dan niet bestaande universaliteit
= systematische en kritische reflectie over moraal en moraliteit
▪ Methodisch van aard => tot algemene theorievorming komen m.b.t wat
gedaan of gelaten moet worden
▪ Noodzaak van ethiek ontstaat wanneer conflicterende opvattingen
aanleiding geven tot morele dilemma’s en vanzelfsprekende oplossingen niet
langer voor de hand liggen
=> Bestaat er een maatstaf voor ons handelen en voor wie we zijn?
▪ Doel: op basis van ‘redelijke argumenten’ een zo groot mogelijke
overeenstemming (=consensus) over het ‘goede handelen’ tot stand brengen
≠ per se grootste groep => vb: Duitsland in de jaren ‘30, grootste groep is
nationaal-socialistisch
▪ Redelijkheid (= logos) = probleem van ethiek, want verschillende talen
brengen verschillende rede met zich mee?
▫ Logos = basis van menselijke interactie (= taal)
▫ >< dogma = geopenbaard/transcendente geloofsargumenten onder
invloed van een opperwezen