• Wrong document? Swap it for free
  • Written by students who passed
  • Immediately available after payment
  • Read online or as PDF
Sell
Where do you study
Your language
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 162 pages
Summary

Samenvatting Politie 2024/2025 Prof. Van Daele GESLAAGD

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 162 pages

Uitgebreide samenvatting van het vak juridische en gedragswetenschappelijke aspecten van politie. De samenvatting bestaat uit lesnotities + uitgebreide aanvulling van de readerteksten. Veel succes!! Door enkel deze samenvatting te leren ben ik in eerste zit geslaagd.

Content preview

JURIDISCHE EN GEDRAGSWETENSCHAPPELIJKE
ASPECTEN VAN POLITIE
Examen

• Schriftelijk, 3u, open vragen, met vaak een casus uit echte politionele praktijk waarover concrete vragen worden gesteld
• Vragen begrijpen is moeilijk, gebruikt moeilijke begrippen in zijn vragen. Ook een begrippen uit de eerste les, dus ook leren.
• Geen details uit teksten. Je moet diagonaal lezen. Je moet bundel kennen. Notities aanvullen met bundel.

INLEIDING: DE POLITIEFUNCTIE, HET POLITIEBESTEL EN HET POLITIERECHT


POLITIEFUNCTIE

Waarvoor dient politie?


JURIDISCHE BLIK

Definitie = institutionele functie ter bescherming van de maatschappelijke orde en tot regeling hiervan, met het oog op het mogelijk maken
van de uitoefening van fundamentele rechten, waarbij je een verstoring van de maatscchappelijke orde probeert te voorkomen en als dat niet
lukt zo snel als mogelijk die verstoring te doen ophouden.

Belangrijke elementen

• Institutionele functie: verwijst naar instellingen, een functie van instellingen.
o Er is een onderscheid tussen:
▪ Politie-instellingen (de organisatie die wij als politie kennen)
▪ Politie-overheden (bestuurlijke en gerechtelijke overheden)
• Bijzonder doel van politie: vrijwaring van de maatschappelijke orde
o Politie bepaalt de maatschappelijke orde niet; dit gebeurt door het parlement en de regering
o De taak van de politie is om deze orde te bewaken, vrijwaren, beschermen
▪ Om te voorkomen dat die orde wordt verstoort.
o Politie is een soort gewapende arm van de overheid om die orde te beschermen
• Mogelijk maken van de uitoefening van fundamentele rechten (van de burger)
o Voorbeeld 1: betogingen
▪ Mag men betogen? Ja, dit valt onder de vrijheid van meningsuiting.
▪ Kan een betoging de maatschappelijke orde verstoren? Ja, bijvoorbeeld als deze uit de hand loopt.
▪ Indien de politie er niet in slaagt dit te voorkomen, moet ze de orde zo snel mogelijk herstellen.
▪ Winkeliers kunnen angstig zijn voor schade; een eerste reactie zou kunnen zijn om betogingen te verbieden,
maar dit is in strijd met fundamentele rechten.
▪ Alternatief idee: betogen op een afgelegen locatie. Dit is echter ook niet wenselijk, omdat het recht op
zichtbaarheid bij een betoging hoort.
▪ De politie is dus aanwezig om ervoor te zorgen dat betogingen op een ordelijke manier verlopen en
fundamentele rechten beschermd blijven.
o Voorbeeld 2: organisatie van Rock Werchter
▪ Dit festival brengt veel kosten met zich mee voor de maatschappij, onder andere door de inzet van de politie
▪ De politie is nodig om de vrijheid en veiligheid van festivalgangers en de omgeving te garanderen

Wettelijke basis: Art. 1 Wet op het Politieambt (WPA) en Art. 123 WGP (organisatiewet)




1

,OPERATIONELE BLIK (CRIMINOLOGISCHE)

Wat betekent politie qua werk, wat ga ik daar doen?

Definitie = RoRon

• Raadgevende functie:
o De politie probeert te voorkomen dat slachtoffers ontstaan en geeft raad om de maatschappelijke orde te vrijwaren
o Preventief: verstoring van de rechtsorde voorkomen
o Voorbeeld: “Let op voor phishingpraktijken”

• Ontradende functie: politie moet ordeverstoringen en misdrijven voorkomen, dus mensen met criminele plannen ontraden
o De poliite voorkomt ordeverstoringen en misdrijven door preventief te werken en mensen met criminele intenties te
ontraden/afschrikken
▪ Preventie: verstoring van de rechtsorde voorkomen
o Middelenen met ontradend effect:
▪ Bv. aanwezigheid politie op straat (“blauw op straat” of in burger)
▪ Bv. cameratoezicht
▪ Goede verlichting op risicovolle plekken
o Voorbeeld: de zichtbare aanwezigheid van agenten en camera’s in winkelstraten kan potentiële winkeldieven
ontmoedigen

• Regulerende functie:
o Als een onveilige situatie niet is voorkomen (door te ontraden), moet de politie ingrijpen om deze onder controle te krijgen
o Dit is niet uitsluitend een taak van de politie; ook andere instanties kunnen hieraan bijdragen
o Voorbeelden:
▪ Petersbos in Brussel: criminele activiteiten, zoals drugshandel, kunnen niet volledig worden uitgeroeid, maar de
politie probeert deze binnen de perken te houden, te regeluren door hen weg te jagen
▪ Verkrachter aan het sportkot: na een incident worden maatregelen genomen, zoals extra verlichting en
cameratoezicht, om de veiligheid te vergroten

• Onderzoekende functie:
o De politie doet onderzoek naar gepleegde misdrijven en mogelijke misdrijven (als niet meteen duidelijk is of het om een
misdrijf gaat)
o Voorbeeld: bij een woninginbraak voert de politie sporenonderzoek uit met een forensisch team

• Nazorg (voor nabestaanden): moet je niet zelf geven als politie, maar politie moet wel kunnen doorverwijzen naar de betreffende
diensten
o Hoewel de politie zelf geen nazorg verleent, speelt ze een belangrijke rol in het doorverwijzen naar de juiste
instanties/diensten
o Voorbeeld: na een woninginbraak kunnen slachtofers doorverwezen worden naar slachtofferhulp en krijgen ze
preventieadvies van de politie om toekomstige inbraken te voorkomen

Algemeen voorbeeld: Een woninginbraak brengt veel ellende en administratieve rompslomp met zich mee. Het meest ingrijpende voor
slachtoffers is vaak het gevoel dat hun privésfeer is geschonden.De politie komt ter plaatse, brengt labo mee om sporenonderzoek te
verrichten (onderzoekende functie). Daarnaast is er nazorg: slachtoffers kunnen ondersteuning krijgen via slachtofferhulp, en de politie vraagt
of ze dit willen, en gratis preventieadvies om bijvoorbeeld te controleren of de tuin voldoende is afgesloten (raadgevende functie). Extra
verlichting kan bovendien een afschrikkend effect hebben op inbrekers (regulerende functie).

Geweldsmonopolie

• De politie is de enige overheidsorganisatie die in vredestijd geweld mag gebruiken. In oorlogstijd mag ook het leger optreden
• Burger en geweld: burgers zijn geen overheidsorganisaties en mogen in bepaalde situatie geweld gebruiken, bv. bij wettig vezet
• Omvang van het geweldsmonopolie: de politie mag geweld gebruiken tot en met dodelijk geweld
• Risico op machtsmisbruik:
o Omdat alleen de politie deze macht heeft, is controle noodzakelijk
o Daarom houden politieoverheden toezicht op het handelen van de politie om machtsmisbruik te voorkomen




2

,CONCREET VOOR ZOWEL JURIDISCH E ALS OPERATIONE LE BLIK

Drie elementen: Wat moet de politie doen in een samenleving?

1. Opdrachten van de bestuurlijke politie: openbare orde
o Taken die gericht zijn op het handhaven van de openbare orde.
o Dit heeft geen betrekking op misdrijven, maar puur op het waarborgen van de openbare orde.
o Voorbeelden:
▪ Toezicht houden op een ordentelijk verloop van een betoging.
▪ Maatregelen treffen om het bezoek van de paus ordelijk te laten verlopen.
o De politie probeert verstoringen van de openbare orde te voorkomen of zo snel mogelijk te beëindigen.
o Voorbeeld van optreden:
▪ Een betoging wordt gereguleerd door afspraken te maken met de organisator over datum, locatie en traject.
▪ De politie zorgt ervoor dat het traject veilig kan worden afgelegd, bijvoorbeeld door verkeer te weren.
▪ Samenwerking met de ordedienst van de betoging om de veiligheid te garanderen.
▪ De politie moet hierin faciliterend optreden: ondersteunende of mogelijk makende rol

2. Opdrachten van de gerechtelijke politie: strafrecht en misdrijven
o Taken gericht op de opsporing en vervolging van misdrijven.
o Betrokken instanties: Openbaar Ministerie (OM) en de onderzoeksrechter.
o Overgang van bestuurlijk naar gerechtelijk optreden:
▪ Zolang een betoging vreedzaam verloopt, blijft dit een zaak van de bestuurlijke politie.
▪ Indien de betoging uit de hand loopt en strafbare feiten plaatsvinden, wordt het een gerechtelijke kwestie en
treedt de gerechtelijke politie op.

3. “Sterke arm verlenen”
o De politie heeft het geweldsmonopolie: zij is de enige overheidsdienst die in vredestijd geweld mag gebruiken.
o Andere diensten mogen geen geweld gebruiken, maar kunnen wel de bescherming van de politie nodig hebben.
o Voorbeelden:
▪ Een gerechtsdeurwaarder wordt bijgestaan door de politie bij het uitvoeren van een vonnis, bijvoorbeeld in een
havengebied waar weerstand wordt verwacht.
▪ De milieu-inspectie kan bijstand krijgen van de politie bij een controle in een bedrijf, indien er kans is op agressie.

Bevoegdheden

• Opdrachten gaan altijd samen met bevoegdheden.
• Bestuurlijke bevoegdheden verschillen van gerechtelijke bevoegdheden, afhankelijk van de aard van de taak.

POLITIEBESTEL

Hoe richt ik mijn politie in? Qua instelling en qua politieoverheden

• Beleid: prioriteiten stellen want je kan nooit alles doen
o Je hebt de middelen die je hebt en meer niet
o Bv. Ga je elke woninginbraak onderzoeken? In België nog wel, in Nederland niet meer

Reguliere vs. bijzondere politiediensten

• Reguliere politiediensten: In België zijn er twee reguliere politiediensten:
o Lokale politie
o Federale politie
o Voor 1998: de politie bestond uit de rijkswacht, de gerechtelijke politie en de gemeentepolitie.

• Bijzondere politiediensten vóór 1998:
o Luchtvaartpolitie, zeevaartpolitie en spoorwegpolitie.
o De wegpolitie behoorde tot de rijkswacht en niet tot de bijzondere politiediensten.
o Huidige situatie: De voormalige bijzondere politiediensten zijn nu onderdeel van de federale politie, waardoor er op dit
moment geen aparte bijzondere politiediensten meer bestaan.

• Wettelijke basis
o Artikel 3, 2° WPA en Artikel 3, 3° WPA
3

, o Het onderscheid tussen overheid en politie:
▪ De overheid neemt juridische overheidsmaatregelen.
▪ De politie voert deze maatregelen uit.
▪ Voorbeeld: Een onderzoeksrechter beslist om een huiszoeking uit te voeren; de politie voert deze huiszoeking
uit.

Zeggenschap: Verhouding tussen overheid en ambtenaar

• In een democratische rechtsstaat (in tegenstelling tot een politiestaat) opereert de politie altijd onder zeggenschap van bevoegde
overheden.
1. Gezag: beslissen wat er moet gebeuren (beslissingen van de overheid, uitgevoerd door de politie).
o Voorbeelden:
▪ Sluiting van een discotheek → bestuurlijke beslissing.
▪ Bevel tot huiszoeking → gerechtelijke beslissing.

2. Beheer: Organisatie en middelen die de politie nodig heeft om haar taken uit te voeren.
o Voorbeelden: budgetbeheer, aankoop van wapens en vesten.
o Belang van beheer:
▪ Gezag zonder beheer is een lege doos: beslissingen kunnen niet worden uitgevoerd zonder middelen.
• Bv. Jij met gezag over het korps kan vanalles vragen, maar als degene met beheer over het korps niets
inversteert, dan kan je niks.
▪ Gezag mét beheer is zeer krachtig, maar ook gevaarlijk: als gezag en beheer te veel overlappen, kan er overmatig
worden geïnvesteerd. Daarom zitten gezagsorganen doorgaans niet in beheersorganen.
• Bv. blijven beheren en blijven aankopen.

3. Beleid: Het stellen van prioriteiten, aangezien je niet alles kan doen
o De beschikbare middelen bepalen de keuzes binnen het beleid.
▪ Je hebt de middelen die je hebt en meer niet
o Voorbeeld: moet elke woninginbraak onderzocht worden? In België gebeurt dit nog wel, in Nederland niet meer.

POLITIERECHT

Politierecht plukt normen uit allerlei andere rechtstakken.




4

Table of contents

  1. 01 Inleiding: de politiefunctie, het politiebestel en het politierecht 1
    1. politiefunctie 1
    2. politiebestel 3
    3. politierecht 4
  2. 02 Hoofdstuk 1. De periode voor de belgische onafhankelijkheid 6
    1. 1.1 De Franse oorsprong van de “Belgische” politie 6
    2. 1.2 het verenigd Koninkrijk der Nederlanden 7
  3. 03 Hoodstuk 2. De ontwikkelingen vanaf de belgische onafhankelijkheid tot aan de tweede wereldoorlog 8
    1. 2.1 De uitbouw van de rijkswacht 8
    2. 2.2 Het (dis)functioneren van de gemeentepolitie en de landelijke politie 9
    3. 2.3 1919: de oprichting van de gerechtelijke politie bij de parketten 9
    4. 2.4 De ontwikkelingen in de periode 1919-1940 10
  4. 04 Hoofdstuk 3. Het politiebestel tijdens de duitse bezetting 12
    1. 3.1 De Militärverwaltung 12
    2. 3.2 De demilitarisering en reorganisatie van de rijkswacht 12
    3. 3.3 De centraal beheerde gemeentepolitie 13
    4. 3.4 De niet doorgevoerde hervorming van de gerechtelijke politie 13
  5. 05 hoofdstuk 4. het politiebestel in de periode 1944-1980 14
    1. 4.1 het herstel van het vooroorlogse politiebestel 14
    2. 4.2 de stelselmatige uitbouw en versterking van de rijkswacht 14
    3. 4.3 Het status quo inzake de gemeentepolitie 15
    4. 4.4 punctuele ingrepen in de organisatie van de gerechtelijke politie 16
    5. 4.5 de zaak-francois 16
  6. 06 hoofdstuk 5. het politiebestel in de periode 1980-1995 17
    1. 5.1 groeiende onrust over het belgische politiebestel: het heizeldrama, de c.c.c. en de bende van nijvel 17
    2. 5.2 het rapport van de parlementaire onderzoekscommissie bende van nijvel (1990) 18
    3. 5.3 het pinksterplan van de regering marten VIII (1990) 20
    4. 5.4 de verhouding tussen de rijkswacht en de gemeentepolitie 24
    5. 5.5 de verhouding tussen de rijkswacht en de gerechtelijke politie 25
    6. Extra aanvulling uit reader 26
  7. 07 hoofdstuk 6. naar een reorganisatie van het politiebestel 27
    1. 6.1 het regeerakkoord van de regering dehaene II 27
    2. 6.2 het rapport van de parlementaire onderzoekscommissie dutroux (1997) 27
    3. 6.3 de reactie van de regering dehaene ii 28
    4. 6.4 het octopus-akkoord (1998) 30
    5. Extra aanvullingen reader 31
  8. 08 hoofdstuk 7. de krachtlijnen van de wet van 7 december 1998 33
    1. 1. Inleiding en opbouw van de wet 33
    2. 2. De nieuwe structuur van het politiebestel 33
    3. 3. Organisatie van de lokale politie 33
    4. 4. Organisatie van de federale politie 33
    5. 5. Samenwerking tussen de niveaus 34
    6. 6. Zeggenschap en controle 34
    7. 7. Overgangsmaatregelen 34
    8. 8. Kritische opmerkingen en uitdagingen 34
    9. 9. bijkomende aanvullingen reader 34
  9. 09 hoofdstuk 8. de lokale politie 36
    1. 8.1 het lokale niveau in de politie-organisatie 36
    2. 8.2 de opdrachten van de lokale politie 37
    3. 8.3 de interne organisatie van de lokale politie 42
    4. 8.4 de externe organisatie van de lokale politie 44
    5. aanvulling readertekst: TUSSEN WENS EN WERKELIJKHEID: UITDAGINGEN VOOR EEN GEINTEGREERDE POLITIE 53
  10. 10 hoofdstuk 9. de federale politie 60
    1. 9.1 het federale niveau in de politie-organisatie 60
    2. 9.2 de opdrachten van de federale politie 61
    3. 9.3 de interne organisatie van de federale politie 64
    4. 9.4 de externe organisatie van de federale politie 70
  11. 11 Hoofdstuk 10. een terugblik en een toekomstvisie 73
    1. 10.1 de parlementaire onderzoekscommissie naar de terroristische aanslagen van 22 maart 2016 73
    2. 10.2 de staten-generaal van de politie (2021-2023) 75
    3. 10.3 het regeerakkoord van de regering De wever (2025) 75
    4. Extra aanvulling reader 76
  12. 12 hoofdstuk 11. opdrachten van bestuurlijke politie 80
    1. 11.1 begrip en ratio legis 80
    2. 11.2 openbare orde: een abstract, evolutief, ruim en dynamisch concept 80
    3. 11.3 concretisering van het toezicht op de handhabing van de openbare orde 81
    4. Extra aanvulling reader 82
  13. 13 hoofdstuk 12. opdrachten van gerechtelijke politie 84
    1. 12.1 begrip en ratio legis 84
    2. 12.2 de proactieve recherche 84
    3. extra aanvulling reader 85
  14. 14 hoofdstuk 13. de relativiteit van het onderscheid tussen bestuurlijke en gerechtelijke politie 88
    1. 13.1 uitgangspunt 88
    2. 13.2 de bestuurlijke aanpak van (georganiseerde) criminaliteit 88
    3. Extra aanvulling reader 91
  15. 15 hoofdstuk 14. het betreden en doorzoeken van plaatsen 96
    1. 14.1 het betreden van plaatsen 96
    2. 14.2 het doorzoeken van plaatsen 97
    3. extra aanvullingen uit de reader 99
  16. 16 hoofdstuk 15. het doorzoeken van voertuigen 100
    1. 15.1 het begrip en ratio legis 100
    2. 15.2 de toepassingsvoorwaarden 100
    3. 15.3 de procedure 101
  17. 17 hoofdstuk 16. de bestuurlijke inbeslagnemening 102
    1. 16.1 het begrip en de ratio legis 102
    2. 16.2 de toepassingvoorwaarden 102
    3. 16.3 de procedure 103
  18. 18 Hoofdstuk 17. De identiteitscontrole 104
    1. 17.1 het begrip en de ratio legis 104
    2. 17.2 de toepassingvoorwaarden 104
    3. 17.3 de procedure 107
    4. Extra aanvullingen uit de reader 108
  19. 19 hoofdstuk 18. de fouillering 110
    1. 18.1 het begrip en de ratio legis 110
    2. 18.2 de drie klassieke vormen van fouillering 111
    3. 18.3 de specifieke regeling van de fouillering met volledige ontkleding 114
    4. extra aanvullingen uit reader 115
  20. 20 hoofdstuk 19. de bestuurlijke en gerechtelijke arrestatie 118
    1. 19.1 de bestuurlijke arrestatie 118
    2. 19.2 de gerechtelijke arrestatie 120
    3. extra aanvullingen uit reader 123
  21. 21 hoofdstuk 20. het verhoor 125
    1. 20.1 het begrip en de ratio legis 125
    2. 20.2 de toepassingsvoorwaarden 126
    3. 20.3 de procedure 127
    4. extra aanvullingen reader 132
  22. 22 hoofdstuk 21. het gebruik van geweld, boeien en vuurwapens 133
    1. 21.1 het begrip en de ratio legis 133
    2. 21.2 de toepassingsvoorwaarden 133
    3. 21.3 de procedure 134
  23. 23 hoofdstuk 22. het toezicht op de lokale en de federale politie 136
    1. 22.1 de algemene inspectie (AIG) 136
    2. 22.2 het vast comité p 137
    3. Extra aanvullingen reader 138
  24. 24 hoofdstuk 23. de aansprakelijkheid van de politieambtenaar 142
    1. 23.1 de strafrechtelijke aansprakelijkheid 142
    2. 23.2 de burgerrechtelijke aansprakelijkheid 142
    3. 23.3 de tuchtrechtelijke aansprakelijkheid 144
  25. 25 hoofdstuk 24. de organisatie en werking van het openbaar ministerie 147
    1. 24.1 het openbaar ministerie op arrondissementeel niveau 147
    2. 24.2 de parketten-generaal 148
    3. 24.3 het college van procureurs-generaal 149
    4. 24.4 het federaal parket 150
  26. 26 hoofdstuk 25. de verhouding tussen het openbaar ministerie en de politie 158
    1. 25.1 de informatieplicht van de politie 158
    2. 25.2 het aanwijzings- en vorderingsrecht van het openbaar ministerie 158
    3. 25.3 het capaciteitsvraagstuk 159
    4. 25.4 de richtlijnen inzake gerechtelijke politie 160
    5. 25.5 de coördinatie tussen het openbaar ministerie en de politie 160
    6. Extra aanvulling reader 160
  27. 27 Examen 162

Document information

Study
Uploaded on
May 23, 2025
Number of pages
162
Written in
2024/2025
Type
Summary
$15.57

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
criminologie100
4.0
(30)
Sold
371
Followers
40
Items
20
Last sold
6 days ago




Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions