ANATOMIE VAN HET OOG EN VISUELE
SYSTEEM II
H1: bescherming van het oog
Het oog moet beschermd worden tegen stoten, infecties, …. Een aantal
beenderen die bekleed zijn met bindweefsellagen en vet, de oogleden en het
traanapparaat spelen hierin een rol.
1.1 De beenderen van de schedel/aangezicht
1.2 De orbita of oogkas
De oogkassen zijn benige holtes aan weerszijden van het midsaggitale vlak van
de schedel.
Ze bevatten:
Oogbollen
Extra-oculaire spieren
Oogzenuwen
BV
Vet- en bindweefsel
1.2.1 De vorm en beenderen van de orbita
De oogkas heeft de vorm van een vierzijde piramide. De basissen wijken uit
elkaar, de toppen zijn naar elkaar toe gericht. De wanden van de orbita worden
dak, vloer/bodem en mediale en laterale wanden genoemd. De mediale wandelen
lopen parallel met elkaar, terwijl de laterale wanden een hoek van 90° vormen
met elkaar.
1
,De omgeving van de oogkas wordt gevormd door volgende beenderen:
Bovenkaakbeen of os maxillare
Traanbeen of os lacrimale
Zeefbeen of os ethmoidale
Voorhoofdsbeen of os frontale
Wiggebeen of os sphenoidale
Jukbeen of os zygomaticum of os jugale
Harde gehemeltebeen of os palatinum
Let op: os nasale is geen deel van de oogkas!
1.2.2
D
e openingen in de orbita
Enkele termen:
Foramen = opening
Fissura =spleet, kloof, groeve of gleuf
Fossa = holte of kuil
= fovea
Foramen opticum
In top van orbita
Ingang nervus opticus en arteria ophtalmica
Fissura orbitalis superior
= bovenste orbitale groeve
Doorgang venae ophtalmicae en craniale zenuwen
Fissura orbitalis inferior
= onderste orbitale groeve
Bevat zenuwen en BV van de bovenkaakstreek
Fossa lacrimalis
In os lacrimale
Afvoer traanvocht naar neusholte
2
, “Blow out” fractuur orbita:
Een breuk in een van de botwanden van de oogkas, meestal veroorzaakt
door een trauma, zoals een harde klap of een impact van een bal. De rand
van de oogkas blijft vaak intact, maar de binnenste botstructuren kunnen
breken, waardoor omliggende weefsels in de breuk kunnen vast komen te
zitten.
Blowoutfracturen kunnen leiden tot een hernia of beknelling van de
oogkasinhoud . Beknelling van de extraoculaire spier kan leiden tot
beperkingen van de oogbeweging, pijn, diplopie, compressie van de
oogzenuw en visuele stoornissen.
1.3 Bind- en vetweefsel in de orbita
Binnen de oogkas komt hoofdzakelijk bindweefsel voor, dat de ruimte rond de
oogbol opvult, bedekt, afsluit en verdeelt in orbitale structuren/compartimenten.
1.3.1 Periorbita
Periorbitale vezellaag = periorbita = orbitaal periosteum =
orbitale fascia
Verder loopsel vanuit 3 hersenvliezen
Bekleding wand/beenderen van orbita
Aanhechtingsplaats voor spieren en pezen
Meninges/hersenvliezen
Kwetsbaar
Hoge stofwisselingssnelheid
Veel voedingsstoffen en O2 nodig
Isolatie van bloed nodig
Bescherming tegen contact met beenderen nodig
Meninges:
- Fysieke stabiliteit
- Absorberen schokken
1.3.2
Kapsel van Tenon
Kapsel van Tenon = vagina bulbi = fascia bulbi
3
, Membraan
Rond oogbol
Van nervus opticus tot limbus
Sokkel waarin oog kan bewegen
Barrière tegen orbitale infecties
Binnenoppervlak wordt gescheiden van sclera door epi/perisclerale ruimte
(gevuld met lymfe)
Achteraan doorboort door n. opticus, ciliaire zenuwen en BV
1.3.3 Orbitaal vetweefsel
Tussen kapsel van Tenon en periorbita (intervaginale
ruimte)
Bevat:
- Uitwendige oogspieren
- Hoofdtraanklier
- Zenuwen
- BV
- Bindweefsel
- Vetweefsel (bescherming tegen schokken, maakt
soepele bewegingen van de oogbol mogelijk, houdt
oogbol op plaats)
1.4 De conjunctiva
De huid van het ooglid zet zich aan de binnenzijde van het ooglid verder als een
slijmvlies, het bindvlies of de conjunctiva. Dit vlies loopt voort tot halverwege de
oogbol, buigt dan om en loopt voort over de oogbol.
1.4.1 Bouw van de conjunctiva
Men kan 3 delen in dit bindvlies onderscheiden:
Een palpebraal bindvlies tegen het ooglid
Een bulbair bindvlies tegen de oogbol
Een fornix bindvlies, dat sterk geplooid is, in de overgangszone tussen beide
Conjunctivale zak
Holte ingesloten door de conjunctivale delen
4
SYSTEEM II
H1: bescherming van het oog
Het oog moet beschermd worden tegen stoten, infecties, …. Een aantal
beenderen die bekleed zijn met bindweefsellagen en vet, de oogleden en het
traanapparaat spelen hierin een rol.
1.1 De beenderen van de schedel/aangezicht
1.2 De orbita of oogkas
De oogkassen zijn benige holtes aan weerszijden van het midsaggitale vlak van
de schedel.
Ze bevatten:
Oogbollen
Extra-oculaire spieren
Oogzenuwen
BV
Vet- en bindweefsel
1.2.1 De vorm en beenderen van de orbita
De oogkas heeft de vorm van een vierzijde piramide. De basissen wijken uit
elkaar, de toppen zijn naar elkaar toe gericht. De wanden van de orbita worden
dak, vloer/bodem en mediale en laterale wanden genoemd. De mediale wandelen
lopen parallel met elkaar, terwijl de laterale wanden een hoek van 90° vormen
met elkaar.
1
,De omgeving van de oogkas wordt gevormd door volgende beenderen:
Bovenkaakbeen of os maxillare
Traanbeen of os lacrimale
Zeefbeen of os ethmoidale
Voorhoofdsbeen of os frontale
Wiggebeen of os sphenoidale
Jukbeen of os zygomaticum of os jugale
Harde gehemeltebeen of os palatinum
Let op: os nasale is geen deel van de oogkas!
1.2.2
D
e openingen in de orbita
Enkele termen:
Foramen = opening
Fissura =spleet, kloof, groeve of gleuf
Fossa = holte of kuil
= fovea
Foramen opticum
In top van orbita
Ingang nervus opticus en arteria ophtalmica
Fissura orbitalis superior
= bovenste orbitale groeve
Doorgang venae ophtalmicae en craniale zenuwen
Fissura orbitalis inferior
= onderste orbitale groeve
Bevat zenuwen en BV van de bovenkaakstreek
Fossa lacrimalis
In os lacrimale
Afvoer traanvocht naar neusholte
2
, “Blow out” fractuur orbita:
Een breuk in een van de botwanden van de oogkas, meestal veroorzaakt
door een trauma, zoals een harde klap of een impact van een bal. De rand
van de oogkas blijft vaak intact, maar de binnenste botstructuren kunnen
breken, waardoor omliggende weefsels in de breuk kunnen vast komen te
zitten.
Blowoutfracturen kunnen leiden tot een hernia of beknelling van de
oogkasinhoud . Beknelling van de extraoculaire spier kan leiden tot
beperkingen van de oogbeweging, pijn, diplopie, compressie van de
oogzenuw en visuele stoornissen.
1.3 Bind- en vetweefsel in de orbita
Binnen de oogkas komt hoofdzakelijk bindweefsel voor, dat de ruimte rond de
oogbol opvult, bedekt, afsluit en verdeelt in orbitale structuren/compartimenten.
1.3.1 Periorbita
Periorbitale vezellaag = periorbita = orbitaal periosteum =
orbitale fascia
Verder loopsel vanuit 3 hersenvliezen
Bekleding wand/beenderen van orbita
Aanhechtingsplaats voor spieren en pezen
Meninges/hersenvliezen
Kwetsbaar
Hoge stofwisselingssnelheid
Veel voedingsstoffen en O2 nodig
Isolatie van bloed nodig
Bescherming tegen contact met beenderen nodig
Meninges:
- Fysieke stabiliteit
- Absorberen schokken
1.3.2
Kapsel van Tenon
Kapsel van Tenon = vagina bulbi = fascia bulbi
3
, Membraan
Rond oogbol
Van nervus opticus tot limbus
Sokkel waarin oog kan bewegen
Barrière tegen orbitale infecties
Binnenoppervlak wordt gescheiden van sclera door epi/perisclerale ruimte
(gevuld met lymfe)
Achteraan doorboort door n. opticus, ciliaire zenuwen en BV
1.3.3 Orbitaal vetweefsel
Tussen kapsel van Tenon en periorbita (intervaginale
ruimte)
Bevat:
- Uitwendige oogspieren
- Hoofdtraanklier
- Zenuwen
- BV
- Bindweefsel
- Vetweefsel (bescherming tegen schokken, maakt
soepele bewegingen van de oogbol mogelijk, houdt
oogbol op plaats)
1.4 De conjunctiva
De huid van het ooglid zet zich aan de binnenzijde van het ooglid verder als een
slijmvlies, het bindvlies of de conjunctiva. Dit vlies loopt voort tot halverwege de
oogbol, buigt dan om en loopt voort over de oogbol.
1.4.1 Bouw van de conjunctiva
Men kan 3 delen in dit bindvlies onderscheiden:
Een palpebraal bindvlies tegen het ooglid
Een bulbair bindvlies tegen de oogbol
Een fornix bindvlies, dat sterk geplooid is, in de overgangszone tussen beide
Conjunctivale zak
Holte ingesloten door de conjunctivale delen
4