Sociale perceptie
Ruwe materiaal van de eerste indruk
De waarnemer
Sociale perceptie werkt niet zoals een fototoestel. Iedereen ziet zijn of haar eigen realiteit
We zien met onze ogen input, ma die geven geen betekenis, dus eigenlijk vormen we de
perceptie met de hersenen ipv enkel de ogen
Iedereen heeft zn eigen wereld en gaat obv daarvan percepties vormen
Eerdere ervaringen hebben een grote impact op hoe men informatie selecteert en verwerkt. Hieraan
refereert het begrip ‘schema’
Schema: mensen organiseren kennis in hun hoofd (cognitieve structuren)
Hoe groter de kennisstructuur, hoe sneller en hoe meer impact op de perceptie
Het uiterlijk
Wnr we snel moeten oordelen kijken we naar uiterlijk
Pythagoras: ogen
Pythagoras is naast wiskundige ook een filosoof
Hij keek in de ogen en leidde daaruit de intelligentie van personen af, da was zn ingangsproef
om zn leerlingen te rekruteren
Middeleeuwen: da Porta vgl met dieren
Vb mensen die eruit zien als een rat worden minder goed beoordeeld
Automatische perceptie van ‘primaire kenmerken’ zoals geslacht, huidskleur, leeftijd
= dingen die het rapst worden herkend door waarnemers
Vb in presidentverkiezingen is kans groter dat de grote man zal winnen ipv een klein ventje
(omda je groot zijn linkt met autoriteit enzo)
Vb een mooi persoon die eerder vrij gesproken wordt in een rechtszaak dan een lelijke oude
man
Andere uiterlijke kenmerken zoals lengte, gewicht, huidskleur, haarkleur, bril etc.
Sommige van die kenmerken activeren stereotypische opvattingen
Bv., ‘wat mooi is, is goed’
Gelaat is wellicht de belangrijkste informatiebron
Hiëronymus: kruisdraging
o Jezus in het midden, de goeien
o Rechtsonder in de hoek een stouterik
o Je zie beetje aan hun gezicht wie goed is en wie slecht
Verkiezingen
▪ Volgens onderzoek kiezen meeste mensen de rechtse persoon
▪ Zou niet mogen, maar ook hier is uiterlijk ook een grote voorspeller van wie zou
winnen
▪ Dit onderzoek
• Franse verkiezingen, deze twee personen getoond aan Zwitserse personen
• Meeste % dacht dat rechtse zou winnen en ze kennen die ventjes nie eens
• Redenen voor de keuze: Rechts ziet er bekwamer, meer competent uit
, Gelaatskenmerken
o Babyfaces
▪ Grote ronde ogen, ronde kin, bolle wangen, hoge wenkbrauwen, hoog
voorhoofd, gladde huid
▪ Hartelijk, vriendelijk, naïef, zwak, eerlijk, onderdanig
▪ Impact op sociale oordelen
▪ vb rechtzaak (behalve nalatigheid)
▪ Verzorgende beroepen
Situaties
Script
= vooropgezette opvatting over hoe een reeks gebeurtenissen zich zal voordoen in een
specifieke situatie
Vb eten in restaurant: eerst reserveren, dan na daar met de fiets, dan tafeltje vragen, dan menu
bekijken …
Beïnvloeden persoonsperceptie op 2 manieren
We zien wat we verwachten te zien
o zelfde aangezicht → verschillende situatie (lotto gewonnen of belaagd door hond) →
interpretatie
Kennis van de situatie (script) stuurt persoonsbeoordeling
o Gedrag conform met het script (weinig informatief )
▪ Als een student gwn op zn stoel gaat zitten, zegt da nie veel over die persoon
o Gedrag niet conform met het script (diagnostische waarde)
▪ Als die student mega luid in de les komt met een box, dan kan je daar wel dingen
uit afleiden
Gedrag
Eerste indruk wordt slechts in beperkte mate beïnvloed door verbaal gedrag
Zeker wanneer we innerlijke gevoelstoestanden proberen af leiden
Mehrabian bestudeerde de evaluatie van doelpersonen die gevoelens/houdingen communiceerden
“ik ben tegen de doodstraf”
Verbaal gedrag: 7%
Non-verbaal gedrag: 55% (lichaamstaal)
Paraverbaal gedrag: (toon en ritme waarop iemand iets zegt)
Non-verbaal gedrag
= Gedrag dat de gevoelens van een persoon signaleert zonder woorden; door
gelaatsuitdrukkingen, lichaamstaal en vocale expressie
Darwin
o Gelaatsuitdrukkingen zijn een kenmerk van de soort en verschilt dus niet over culturen (de
6 basisemoties)
Ekman
o FACS coderingssysteem (facial action coding system)
o 42 spieren in je gezicht
Expressie basisemoties is aangeboren
o Blijheid, angst, verdriet, woede, verrassing en afkeer
Ruwe materiaal van de eerste indruk
De waarnemer
Sociale perceptie werkt niet zoals een fototoestel. Iedereen ziet zijn of haar eigen realiteit
We zien met onze ogen input, ma die geven geen betekenis, dus eigenlijk vormen we de
perceptie met de hersenen ipv enkel de ogen
Iedereen heeft zn eigen wereld en gaat obv daarvan percepties vormen
Eerdere ervaringen hebben een grote impact op hoe men informatie selecteert en verwerkt. Hieraan
refereert het begrip ‘schema’
Schema: mensen organiseren kennis in hun hoofd (cognitieve structuren)
Hoe groter de kennisstructuur, hoe sneller en hoe meer impact op de perceptie
Het uiterlijk
Wnr we snel moeten oordelen kijken we naar uiterlijk
Pythagoras: ogen
Pythagoras is naast wiskundige ook een filosoof
Hij keek in de ogen en leidde daaruit de intelligentie van personen af, da was zn ingangsproef
om zn leerlingen te rekruteren
Middeleeuwen: da Porta vgl met dieren
Vb mensen die eruit zien als een rat worden minder goed beoordeeld
Automatische perceptie van ‘primaire kenmerken’ zoals geslacht, huidskleur, leeftijd
= dingen die het rapst worden herkend door waarnemers
Vb in presidentverkiezingen is kans groter dat de grote man zal winnen ipv een klein ventje
(omda je groot zijn linkt met autoriteit enzo)
Vb een mooi persoon die eerder vrij gesproken wordt in een rechtszaak dan een lelijke oude
man
Andere uiterlijke kenmerken zoals lengte, gewicht, huidskleur, haarkleur, bril etc.
Sommige van die kenmerken activeren stereotypische opvattingen
Bv., ‘wat mooi is, is goed’
Gelaat is wellicht de belangrijkste informatiebron
Hiëronymus: kruisdraging
o Jezus in het midden, de goeien
o Rechtsonder in de hoek een stouterik
o Je zie beetje aan hun gezicht wie goed is en wie slecht
Verkiezingen
▪ Volgens onderzoek kiezen meeste mensen de rechtse persoon
▪ Zou niet mogen, maar ook hier is uiterlijk ook een grote voorspeller van wie zou
winnen
▪ Dit onderzoek
• Franse verkiezingen, deze twee personen getoond aan Zwitserse personen
• Meeste % dacht dat rechtse zou winnen en ze kennen die ventjes nie eens
• Redenen voor de keuze: Rechts ziet er bekwamer, meer competent uit
, Gelaatskenmerken
o Babyfaces
▪ Grote ronde ogen, ronde kin, bolle wangen, hoge wenkbrauwen, hoog
voorhoofd, gladde huid
▪ Hartelijk, vriendelijk, naïef, zwak, eerlijk, onderdanig
▪ Impact op sociale oordelen
▪ vb rechtzaak (behalve nalatigheid)
▪ Verzorgende beroepen
Situaties
Script
= vooropgezette opvatting over hoe een reeks gebeurtenissen zich zal voordoen in een
specifieke situatie
Vb eten in restaurant: eerst reserveren, dan na daar met de fiets, dan tafeltje vragen, dan menu
bekijken …
Beïnvloeden persoonsperceptie op 2 manieren
We zien wat we verwachten te zien
o zelfde aangezicht → verschillende situatie (lotto gewonnen of belaagd door hond) →
interpretatie
Kennis van de situatie (script) stuurt persoonsbeoordeling
o Gedrag conform met het script (weinig informatief )
▪ Als een student gwn op zn stoel gaat zitten, zegt da nie veel over die persoon
o Gedrag niet conform met het script (diagnostische waarde)
▪ Als die student mega luid in de les komt met een box, dan kan je daar wel dingen
uit afleiden
Gedrag
Eerste indruk wordt slechts in beperkte mate beïnvloed door verbaal gedrag
Zeker wanneer we innerlijke gevoelstoestanden proberen af leiden
Mehrabian bestudeerde de evaluatie van doelpersonen die gevoelens/houdingen communiceerden
“ik ben tegen de doodstraf”
Verbaal gedrag: 7%
Non-verbaal gedrag: 55% (lichaamstaal)
Paraverbaal gedrag: (toon en ritme waarop iemand iets zegt)
Non-verbaal gedrag
= Gedrag dat de gevoelens van een persoon signaleert zonder woorden; door
gelaatsuitdrukkingen, lichaamstaal en vocale expressie
Darwin
o Gelaatsuitdrukkingen zijn een kenmerk van de soort en verschilt dus niet over culturen (de
6 basisemoties)
Ekman
o FACS coderingssysteem (facial action coding system)
o 42 spieren in je gezicht
Expressie basisemoties is aangeboren
o Blijheid, angst, verdriet, woede, verrassing en afkeer