FASE 1 adaptatiefase/ 0-6 maanden/homeostase VS disregulatie/breng jij mij in evenwicht?
Kenmerken van deze fase: Noden en behoeften: Adviezen:
- Fysiologische aanpassing en - Rust Afstand en nabijheid
regulatie -> hoe past ons - Structuur
lichaam ons aan, aan de - Prikkel(arm) - Samen zijn en samen doen
omgeving - Veiligheid - WE-dentity – (co)regulatie -> WIJ gaan
- Sensorische integratie = - Fysieke nabijheid - Afstemmen op wat iemand op dat moment aankan (sensiviteit)
zintuigelijk de wereld beginnen - Reageren op signalen (responsiviteit)
ordenen -> - Zichtbare, hoorbare, voelbare aanwezigheid
- Arousal-regulatie = het - 10 x 1 > 15 min
innerlijke spanningsniveau Activiteit
- Integratie/ structuren van
ruimte, personen en tijd = - Gedoseerd en weloverwogen -> evenwicht tussen spanning en ontspanning
eerste ervaring van vastheid en - Beschermen + prikkelen -> voorspelbaarheid
continuïteit - Opletten voor leegte: zelfbeschadigend gedrag
- Baby’s kunnen weinig zelf, - Zijn > doen -> “er zijn”, kijken en niets doen is ook een activiteit -> kan al
geven signalen door te huilen - voor genoeg prikkels zorgen
> dit moet dan extern geregeld - Basale en belevingsgerichte activiteiten
worden Structuur en grenzen
- Zorgen voor voorspelbaarheid, regelmaat, herkenbaarheid
- Structureren is het structureren van de omgeving
- Begrenzen betekent duidelijkheid
- Signalen en temp van de persoon volgen
- Rust bieden als het moeilijk gaat
- Begrenzen door overnemen, uit de situatie halen
Communicatie
- Erg beperkt: actief, passief, inhoudelijk
- Opletten voor overschatting -> beseffen vaak niet zo goed wat ze zeggen
- Vanuit actie-reactie
- Over het hier en nu
, Pathologie: Bij probleemgedrag:
Ontstaan: door interne en externe factoren Kerntaak = reguleren
Pathologisch mechanisme en dynamiek: - Vanuit overprikkeling of verandering in vaste gewoontes
- De situatie overnemen of voorkomen (wat heeft gezorgd voor de paniek?)
- Gevoelig voor alle zintuigelijke prikkels die - Zorgen voor veiligheid
afkomen -> gaat fel reageren - Rust bieden
- Verlies van structuren, ruimte en personen - Congruentie in communicatie -> verbale en non-verbale communicatie
- Lichamelijke ordening geraakt ontregeld - Confronteren met gedrag leidt tot meer spanning en mogelijk meer
probleemgedrag
- Onvoorwaardelijke acceptatie
Kenmerken van deze fase: Noden en behoeften: Adviezen:
- Fysiologische aanpassing en - Rust Afstand en nabijheid
regulatie -> hoe past ons - Structuur
lichaam ons aan, aan de - Prikkel(arm) - Samen zijn en samen doen
omgeving - Veiligheid - WE-dentity – (co)regulatie -> WIJ gaan
- Sensorische integratie = - Fysieke nabijheid - Afstemmen op wat iemand op dat moment aankan (sensiviteit)
zintuigelijk de wereld beginnen - Reageren op signalen (responsiviteit)
ordenen -> - Zichtbare, hoorbare, voelbare aanwezigheid
- Arousal-regulatie = het - 10 x 1 > 15 min
innerlijke spanningsniveau Activiteit
- Integratie/ structuren van
ruimte, personen en tijd = - Gedoseerd en weloverwogen -> evenwicht tussen spanning en ontspanning
eerste ervaring van vastheid en - Beschermen + prikkelen -> voorspelbaarheid
continuïteit - Opletten voor leegte: zelfbeschadigend gedrag
- Baby’s kunnen weinig zelf, - Zijn > doen -> “er zijn”, kijken en niets doen is ook een activiteit -> kan al
geven signalen door te huilen - voor genoeg prikkels zorgen
> dit moet dan extern geregeld - Basale en belevingsgerichte activiteiten
worden Structuur en grenzen
- Zorgen voor voorspelbaarheid, regelmaat, herkenbaarheid
- Structureren is het structureren van de omgeving
- Begrenzen betekent duidelijkheid
- Signalen en temp van de persoon volgen
- Rust bieden als het moeilijk gaat
- Begrenzen door overnemen, uit de situatie halen
Communicatie
- Erg beperkt: actief, passief, inhoudelijk
- Opletten voor overschatting -> beseffen vaak niet zo goed wat ze zeggen
- Vanuit actie-reactie
- Over het hier en nu
, Pathologie: Bij probleemgedrag:
Ontstaan: door interne en externe factoren Kerntaak = reguleren
Pathologisch mechanisme en dynamiek: - Vanuit overprikkeling of verandering in vaste gewoontes
- De situatie overnemen of voorkomen (wat heeft gezorgd voor de paniek?)
- Gevoelig voor alle zintuigelijke prikkels die - Zorgen voor veiligheid
afkomen -> gaat fel reageren - Rust bieden
- Verlies van structuren, ruimte en personen - Congruentie in communicatie -> verbale en non-verbale communicatie
- Lichamelijke ordening geraakt ontregeld - Confronteren met gedrag leidt tot meer spanning en mogelijk meer
probleemgedrag
- Onvoorwaardelijke acceptatie