Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 48 pages
Summary

samenvatting recht orthopedagogie

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 48 pages

Complete samenvatting van het olod "recht" in de studierichting orthopedagogie (1e jaar, 2e semester). Ik volgde dit vak in en behaalde een 16/20 voor dit vak. De samenvatting bevat de cursus en lessen.

Content preview

RECHT
DEEL 1 HF 1: INLEIDING
1. DEFINITIE
3 definities van recht:

- Recht is een systeem van instellingen en regelingen dat in zijn geheel op
een dwingende wijze de uiterlijke aspecten van het samenleven ordent en
bevordert
- Het recht is het geheel der regels die op een bepaald tijdstip, in een
bepaalde gemeenschap gelden en op haar gezag zijn vastgesteld
- Het recht is een stelsel van dwingende leefregels uitgevaardigd tot
beveiliging van menselijke belangen welke in het contact der samenleving
in het gedrang dreigen te komen
Definitie opzich niet belangrijk, wel juiste voorstelling van het rechtsbegrip


2. KENMERKEN VAN HET RECHT
2.1. HET RECHT IS EEN GEHEEL VAN REGELS, REGELINGEN EN
INSTELLINGEN
2.1.1. HET RECHT WORDT GEVOLGD DOOR GEDRAGSREGELS
Tal van regels in het recht die aan individuen bepaalde gedragingen
voorschrijven:

- Gebodsbepalingen: dingen die je als individu verplicht bent om te doen
o Aangifte van geboorte
o Opkomstplicht
- Verbodsbepalingen: dingen die je als individu niet mag doen
o Bigamie
o Oneerlijke handelspraktijken
- Verlofbepalingen: regels die niet moeten nageleefd worden, maar waar de
“mogelijkheid” bestaat om al dan niet gebruik te maken van de rechtsregel
o Indexering van woninghuur
- Louter technische regels: regels die geen gebod of verbod inhouden,
dienen om het rechtsapparaat te laten draaien
o Akten van de burgerlijke stand
o Regels over verplichte meldingen op een ID



2.1.2. HET RECHT OMVAT HET GEHEEL VAN REGELINGEN EN INSTELLINGEN
Recht bestaat ook uit regelingen die geen regels of normen zijn (bv. Rechtspraak,
beschikkingen die een individuele draagwijdte hebben zoals benoemingen)
+
Recht bevat regels die betrekking hebben op de instellingen van het land (bv. De
staatsstructuur, gerechtelijke organisatie)

, 2.2. HET DOEL VAN HET RECHT IS HET ORDENEN VAN DE SAMENLEVING
2.2.1. HET RECHT IS EEN INSTRUMENT OM HET SAMENLEVEN IN GROEP
MOGELIJK TE MAKEN
Recht: geen doel opzich maar een middel om bepaalde beleidsopties te
realiseren , Uitstippelen van beleid een politiek gebeuren

- Daarom is recht een afspiegeling van…
o Overheersende maatschappelijke tendensen in de maatschappij
o De waarden die historisch zijn gegroeid
 Ons recht: resultaat van verschillende ideologische stromingen die onze
maatschappij hebben beïnvloed


Ons recht + maatschappij sterk beïnvloed door:

- Joods-christelijke godsdiensten
- Principes van de Franse revolutie
- Licht gecorrigeerd kapitalisme, nationalisme en individualisme



2.2.2. ER IS IN DE SAMENLEVING EEN TOENEMENDE “JURIDISERING”
MERKBAAR
Meer en meer de neiging om alles te willen regelen
Door toenemende complexiteit van samenleving wordt alles complexer +
gediversifieerd


2.3. ER BESTAAT EEN BINDING TUSSEN GEZAG EN RECHT
Recht in kleine primitieve gemeenschappen -> de afspraken die men onderling
maakte
Recht in complexe samenlevingen -> moeilijk om burgers direct te betrekken,
recht wordt gemaakt door een erkend gezag (nodig om de naleving van de
rechtsregel af te dwingen)


Belgische maatschappij:

- Constitutionele parlementaire democratie met Koning aan het hoofd
- Soevereinde volkswil vertaald door verkozen vertegenwoordigers in het
parlement


2.4. HET RECHT HEEFT EEN DWINGEND KARAKTER
Verplichtende karakter van recht is het belangrijkste kenmerk -> onderscheidt
het recht van religieuze of morele regels

,Doel van rechtsdwang: meer rechtszekerheid verschaffen
Privaatrecht -> burger moet zelf opkomen voor de handhaving van de rechtsregel
waarbij hij belang heeft, rechtbanksysteem als hulp hierbij (overheid neemt zelf
initiatief om te sanctioneren)
3. ENKELE BELANGRIJKE BEGRIPPEN
3.1. OBJECTIEF EN SUBJECTIEF RECHT
Objectief recht:

- geldende rechtsregels
- wordt gevormd door de rechtsregels opzich
- uit dit recht put het individu subjectieve rechten

VS
subjectief recht: de aanspraak die een persoon tegenover een ander kan laten
gelden op basis van het objectief recht


3.2. RECHTSSUBJECT EN RECHTSOBJECT
Rechtssubject: een persoon die via het objectief recht bevoegdheden krijgt
VS
Rechtsobject: datgene wat het rechtssubject dient/ wat hij wil (rechtsbelang,
rechtsverplichting)
 Object waarop de bevoegdheid wordt uitgeoefend bv. Een zaak (auto) of
prestatie (schadevergoeding)


3.3. RECHTSFEIT EN RECHTSHANDELING
Rechtsfeit:

- elke omstandigheid waaraan door het objectief recht rechtsgevolgen
worden gekoppeld
- voorval waardoor rechtsregel in werking wordt gesteld
- persoon had niet de intentie om rechtsgevolgen te veroorzaken
- bv. Een gebeurtenis (overlijden), handeling (vechtpartij)



eenzijdige rechtshandeling: wilsuiting van 1 persoon (bv. Testament)
meerzijdige rechtshandeling: wilsovereenstemming van 2 of meer personen (bv.
Koopovereenkomst)


3.4. DWINGEND RECHT EN WILSAANVULLENDE RECHTSREGELS
Rechtsregel dwingend/ imperatief -> wanneer de rechtssubjecten niet mogen
afwijken van de dood wetgever opgelegde regel (bv. Primair huwelijksstelsel)

, VS
Rechtsregel wilsaanvullend/ suppletief -> regels waarbij het de partijen vrij staat
deze rechtsregels te volgen/ een afwijkend beding in hun overeenkomst in te
lassen (bv. Secundair huwelijksstelsel)
4. POLITIEK
1789: Franse revolutie
 Omwenteling want ontstaan meerdere ideologieën (“vrijheid,
broederlijkheid en gelijkheid”):


Verschillende ideologieën in de politiek:

- Liberalen (Vrijheid)
o Individuele vrijheid tov machthebbers
o Partijen: Open VLD en MR
o Ministerposten: Alexander De Croo (Vlaamse minister),
Quickenborne, Rutten…

- Katholieke ideologie (Broederlijkheid)
o Christendemocratie
o Partijen: Cd&v en CDH
o Ministerposten: Annelies Verlinden (minister), Hilde crevits (minister)
o Vanaf 1830, 2 eeuwen lang in de regering gezeten

- Socialisten

- Nationalisme
o Redelijk dominante ideologie
o Partijen: Vlaams Belang
o 21 november => zwarte zondag (voor het eerst nationalisme
grootste ideologie)

- Ecologisme
o WO2: alle landen betrokken: degene die troepen best voorraad wint
o Club van Rome: groep wetenschappers die zich bezighoudt met wat
na de oorlog → conclusie: er zijn grenzen aan de groei
o Vertrok vanuit totaliteit (nieuw)
o Partijen: groen en ecolo
o Ministers: Petra de sutter en Tine Van Der Straeten
o Voerden vroeger milieurecht na gedoe met lood in water Hoboken

- Ander globalisme
o Betogers : Economie heeft veel neveneffecten ( Primark dus
goedkoop maar gemaakt in lageloonlanden)
o Delokalisatie = Activiteit verplaatsen uit voordeel (goedkoper,
minder belasting) Bv. Textiel
o Geen ministers want nog geen partijen

Document information

Study
Uploaded on
May 17, 2025
Number of pages
48
Written in
2023/2024
Type
Summary
$10.82

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Sold
2
Followers
0
Items
6
Last sold
6 months ago



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions