Inleiding in de filosofie
INLEIDING IN DE FILOSOFIE
PREMLIMINARIA: zaken die je moet weten voor we aan de filosofie beginnen
PLATO’S GROT
Filosofie vertrekt vanuit de verwondering: de filosoof als degene die zich verwondert over
dingen
Begint vanuit een fase vanuit betekenisverlies
Betekenisverlies = een moment in u leven waarop de dingen die vanzelfsprekend zijn,
problematisch worden
u stelt zich een vraag over het dagelijks leven, waardoor u anders naar de wereld
kijkt en deze normale zaak anders aanziet
Verschillende vormen
1. dramatisch bv. u ziet het even niet meer zitten
2. productief bv. u aanzetten om bv te schilderen, muziek te maken
3. theoretisch bv. een theoria
Een theoria = een afstand = een kritische beschouwing ten aanzien van dat
betekenisverlies
bv. u stelt de vraag “wat is er gebeurd en hoe komt dat ik dit klaarblijkelijke kwijt ben?”
Actief en passief
Actief: wat een filosoof doet gaat zich bewust vragen stellen over de zaken
fundamentele vraag hierbij: “wat is de werkelijkheid? Wat is echt?”
Meeste zeggen wat je kan waarnemen
Kan ook andere antwoorden geven: één hiervan vinden we bij Plato
Allegorie van dialoog “de staat” van Plato
de allegorie van de grot
Hij is niet zelf aan het woord, Socrates is aan het woord
Allegorie: iets op een andere manier zeggen, moeilijke en abstracte theorie duidelijk
proberen maken
Plato vergelijkt onze leefwereld met een grot waarin
mensen vastgekluisterd zitten, zonder te beseffen dat
ze gevangenen zijn. Ze kijken naar een muur waarop
schaduwen geprojecteerd worden door een vuur
achter hen. Wat zij waarnemen, zijn slechts
schaduwen van objecten die voorbij de muur worden
gedragen.
Als je deze mensen vraagt wat echt is, zullen ze de
schaduwen (kopia) aanwijzen, omdat ze niets anders
kennen. Stel dat iemand hen bevrijdt en naar buiten
leidt: het felle licht overweldigt hen, maar uiteindelijk
zien ze de werkelijkheid. Wat ze eerst voor echt
hielden, blijken slechts illusies.
Wanneer de bevrijde persoon terugkeert om de
anderen te overtuigen, weigeren zij. Ze verkiezen hun
, vertrouwde wereld boven de onzekere, maar ware
realiteit.
Wil duidelijk maken wat een antwoord is op de werkelijkheid, de wereld, waar wij
vrienden, familie hebben… Niet het juiste is en niet de werkelijkheid is
Leer iets over oorsprong van filosofie:
- inzicht wordt geboren op een bepaalde manier: bevrijd worden uit een
bepaalde situatie die je ervoor van zelfsprekend vond, ervaring van
betekenisverlies of vervreemding (/verwondering)
Opmerkelijk: bij Plato is het betekenisverlies gedwongen want ze worden
bevrijd met geweld
Moderne benadering (Zizek): wat wij werkelijkheid noemen, de wereld, datgene waar
wij vrienden hebben, vrienden, dat dit niet de werkelijkheid is: hij zegt dat:
Mensen worden niet geboren in de realiteit. The Real is de pure
werkelijkheid die we als mensen nooit direct ervaren. We
leggen er altijd een structuur overheen—een orde die we als
werkelijkheid beschouwen. Dit noemt men het Symbolic: een
systeem van taal, gewoontes en sociale structuren dat ons
denken en ervaren vormt. We worden dus niet geboren in The
Real maar wel in de Symbolic.
De symbolische orde is de wereld zoals wij die kennen, vol
regels en betekenissen die we niet zelf hebben gekozen, maar
als vanzelfsprekend aanvaarden. We zien dit als de echte
realiteit, terwijl het slechts een menselijke constructie is.
Toch zijn er momenten waarop The Real door deze orde heen
breekt. In momenten van pijn, verlies of crisis scheurt het
symbolische weefsel, en beseffen we plots dat onze vertrouwde
werkelijkheid slechts een gemaakte orde is.
Textus: weefsel (Latijn)
The Real: De pure, ongefilterde werkelijkheid die wij als mensen nooit direct kunnen
ervaren. Het ontsnapt aan taal, concepten en structuren.
The Symbolic: De orde en structuur die we over de werkelijkheid leggen, zoals taal,
cultuur, technologie en sociale systemen. Dit bepaalt hoe we de wereld begrijpen en
ervaren.
Symbolische orde: Het geheel van regels, betekenissen en structuren die onze
realiteit vormgeven. We nemen dit aan als vanzelfsprekend, alsof het de echte
werkelijkheid is, terwijl het in feite een constructie is die door anderen is bepaald.
Sommige mensen zeggen ook “de realiteit is de wereld van de wetenschap” (kwarts,
atomen, ruimte,..) en wij mensen leven in een leefwereld die hiervan een subjectieve
weergave van is bv. wij zeggen dat we verliefd zijn maar eigenlijk zijn dit processen,
stoffen in ons brein -> alles gelinkt aan de wetenschap
Conclusie: de vraag naar wat realiteit is, is niet simpel te beantwoorden
,“het kind” Nietzsche: 3 grote fasen
1. Een kameel
2. Een leeuw
3. Een kind
De meeste mensen beginnen als een kameel: een lastdier dat gebukt
gaat onder tradities en verwachtingen. Daarna worden ze een leeuw:
krachtig, rebels en in staat om nee te zeggen tegen opgelegde normen.
Maar de leeuw creëert niets; hij breekt slechts af.
De ultieme fase is het kind. Een kind bouwt iets – zoals een
zandkasteel – en vernietigt het vervolgens zonder spijt, om opnieuw te
beginnen. Dit speelse creëren en afbreken is essentieel. Volwassenen
daarentegen bouwen iets en laten het onaangeroerd, alsof het heilig is.
Het kind daarentegen leeft in een staat van voortdurende vernieuwing,
vrij van angst voor verlies.
Als filosoof moeten we opnieuw leren kijken als een kind. Nietzsche wil
in ons de nieuwsgierigheid aanwakkeren die vraagt: Waarom eten we
met mes en vork? Waarom dragen mannen een plastron? Het gaat erom
voortdurend "waarom" te vragen en niet zomaar genoegen te nemen
met het eerste antwoord.
FILOSOFIE EN IDEOLOGIE
Filosofie = wetenschap
betekent dat filosofen zich ook aan afspraken houden bv. als ze artikel willen publiceren
eerst controle
argumenten voor vereist, vocabulaire, stellingen kunnen poneren en argumenteren
- Argumentatie
- Technisch vocabularium
- Stelling poneren
Verschil filosofie en ideologie
Filosofie:
- een constante kwetsbaarheid
- peer review betekend ook: ik geef argumenten en ik laat ze door andere
beoordelen
- ik ben mij bewust van de voorlopigheid van wat ik zeg en ik zeg niet “zo is het en
niet anders”µ
- de bedoeling om open te staan voor kritiek om verdere stappen te bereiken
- conservatief en/ of progressief
Verwondering blijft in het spel
- filosofie stelt zich open
, - ruimte voor kritiek en vragen
Ideologie:
- standpunten worden verdedigd
- geen plaats voor verwondering
- zien iets waar geen vragen bij kunnen gesteld worden en iets wat definitief is
- er is geen plaats voor kritiek en bij filosofie is het
- definitieve zekerheden
- conservatief: ze bevatten vaste overtuigingen en waarden die hun aanhangers
willen behouden. Ze bieden een samenhangend wereldbeeld en verzetten zich
vaak tegen radicale veranderingen die dit kunnen verstoren
Als deze verwondering er altijd blijft, kan je dan spreken van vooruitgang? is enkel
problematisch als je deze als algemeen idee op de geschiedenis toepast: sommige
mensen zien dit als een lineair proces, een lijn die richting vervolmaking streeft: met
een doel en vandaar “theologie”
binnen bepaalde domeinen heeft de filosofie voor bepaalde vooruitgang want nu geen
slavernij, stemrechten voor vrouwen,..
SNIJPUNT TUSSEN GESCHIEDENIS EN FILOSOFIE
Filosofie = iets met de geschiedenis
Twee manieren:
- bevindt zich in de geschiedenis (altijd op bepaald moment ontwikkeld)
- heeft een geschiedenis (gaan andere zaken vooraf)
Spatio-temporele context: vragen en antwoorden veranderen voortdurend
Geschiedenis is bepalend in de manier dat vragen gesteld en beantwoord worden
- Middeleeuwen: “wat is het hoogste principe” - “god”
- 18/19de eeuw: “begrip van de filosofie is wezenlijk voor het verstaan van de
werkelijkheid”
- 20ste eeuw: “Ook zelfreflectie is nodig: je kunt niet beweren dat alles historisch
bepaald is zonder te erkennen dat jijzelf daar ook deel van uitmaakt. Niet alleen
het object, maar ook de persoon die het bekijkt, is gevormd door geschiedenis”
Historiseren betekent dat je iets bekijkt als het product van een historische ontwikkeling.
Het gaat erom te begrijpen dat ideeën, gewoontes en zelfs onze manier van denken niet
tijdloos of vanzelfsprekend zijn, maar gevormd zijn door de geschiedenis.
stel dat historie van subject geen rol zou spelen; dan zou de interpretatie van een
tekst, een beeld, altijd hetzelfde zijn bij iedereen
maar omdat ook historiciteit van het subject telkens meegenomen word in de
interpretatie, zien we dat het raakpunt tussen deze 2 telkens ergens anders komt te
liggen
INLEIDING IN DE FILOSOFIE
PREMLIMINARIA: zaken die je moet weten voor we aan de filosofie beginnen
PLATO’S GROT
Filosofie vertrekt vanuit de verwondering: de filosoof als degene die zich verwondert over
dingen
Begint vanuit een fase vanuit betekenisverlies
Betekenisverlies = een moment in u leven waarop de dingen die vanzelfsprekend zijn,
problematisch worden
u stelt zich een vraag over het dagelijks leven, waardoor u anders naar de wereld
kijkt en deze normale zaak anders aanziet
Verschillende vormen
1. dramatisch bv. u ziet het even niet meer zitten
2. productief bv. u aanzetten om bv te schilderen, muziek te maken
3. theoretisch bv. een theoria
Een theoria = een afstand = een kritische beschouwing ten aanzien van dat
betekenisverlies
bv. u stelt de vraag “wat is er gebeurd en hoe komt dat ik dit klaarblijkelijke kwijt ben?”
Actief en passief
Actief: wat een filosoof doet gaat zich bewust vragen stellen over de zaken
fundamentele vraag hierbij: “wat is de werkelijkheid? Wat is echt?”
Meeste zeggen wat je kan waarnemen
Kan ook andere antwoorden geven: één hiervan vinden we bij Plato
Allegorie van dialoog “de staat” van Plato
de allegorie van de grot
Hij is niet zelf aan het woord, Socrates is aan het woord
Allegorie: iets op een andere manier zeggen, moeilijke en abstracte theorie duidelijk
proberen maken
Plato vergelijkt onze leefwereld met een grot waarin
mensen vastgekluisterd zitten, zonder te beseffen dat
ze gevangenen zijn. Ze kijken naar een muur waarop
schaduwen geprojecteerd worden door een vuur
achter hen. Wat zij waarnemen, zijn slechts
schaduwen van objecten die voorbij de muur worden
gedragen.
Als je deze mensen vraagt wat echt is, zullen ze de
schaduwen (kopia) aanwijzen, omdat ze niets anders
kennen. Stel dat iemand hen bevrijdt en naar buiten
leidt: het felle licht overweldigt hen, maar uiteindelijk
zien ze de werkelijkheid. Wat ze eerst voor echt
hielden, blijken slechts illusies.
Wanneer de bevrijde persoon terugkeert om de
anderen te overtuigen, weigeren zij. Ze verkiezen hun
, vertrouwde wereld boven de onzekere, maar ware
realiteit.
Wil duidelijk maken wat een antwoord is op de werkelijkheid, de wereld, waar wij
vrienden, familie hebben… Niet het juiste is en niet de werkelijkheid is
Leer iets over oorsprong van filosofie:
- inzicht wordt geboren op een bepaalde manier: bevrijd worden uit een
bepaalde situatie die je ervoor van zelfsprekend vond, ervaring van
betekenisverlies of vervreemding (/verwondering)
Opmerkelijk: bij Plato is het betekenisverlies gedwongen want ze worden
bevrijd met geweld
Moderne benadering (Zizek): wat wij werkelijkheid noemen, de wereld, datgene waar
wij vrienden hebben, vrienden, dat dit niet de werkelijkheid is: hij zegt dat:
Mensen worden niet geboren in de realiteit. The Real is de pure
werkelijkheid die we als mensen nooit direct ervaren. We
leggen er altijd een structuur overheen—een orde die we als
werkelijkheid beschouwen. Dit noemt men het Symbolic: een
systeem van taal, gewoontes en sociale structuren dat ons
denken en ervaren vormt. We worden dus niet geboren in The
Real maar wel in de Symbolic.
De symbolische orde is de wereld zoals wij die kennen, vol
regels en betekenissen die we niet zelf hebben gekozen, maar
als vanzelfsprekend aanvaarden. We zien dit als de echte
realiteit, terwijl het slechts een menselijke constructie is.
Toch zijn er momenten waarop The Real door deze orde heen
breekt. In momenten van pijn, verlies of crisis scheurt het
symbolische weefsel, en beseffen we plots dat onze vertrouwde
werkelijkheid slechts een gemaakte orde is.
Textus: weefsel (Latijn)
The Real: De pure, ongefilterde werkelijkheid die wij als mensen nooit direct kunnen
ervaren. Het ontsnapt aan taal, concepten en structuren.
The Symbolic: De orde en structuur die we over de werkelijkheid leggen, zoals taal,
cultuur, technologie en sociale systemen. Dit bepaalt hoe we de wereld begrijpen en
ervaren.
Symbolische orde: Het geheel van regels, betekenissen en structuren die onze
realiteit vormgeven. We nemen dit aan als vanzelfsprekend, alsof het de echte
werkelijkheid is, terwijl het in feite een constructie is die door anderen is bepaald.
Sommige mensen zeggen ook “de realiteit is de wereld van de wetenschap” (kwarts,
atomen, ruimte,..) en wij mensen leven in een leefwereld die hiervan een subjectieve
weergave van is bv. wij zeggen dat we verliefd zijn maar eigenlijk zijn dit processen,
stoffen in ons brein -> alles gelinkt aan de wetenschap
Conclusie: de vraag naar wat realiteit is, is niet simpel te beantwoorden
,“het kind” Nietzsche: 3 grote fasen
1. Een kameel
2. Een leeuw
3. Een kind
De meeste mensen beginnen als een kameel: een lastdier dat gebukt
gaat onder tradities en verwachtingen. Daarna worden ze een leeuw:
krachtig, rebels en in staat om nee te zeggen tegen opgelegde normen.
Maar de leeuw creëert niets; hij breekt slechts af.
De ultieme fase is het kind. Een kind bouwt iets – zoals een
zandkasteel – en vernietigt het vervolgens zonder spijt, om opnieuw te
beginnen. Dit speelse creëren en afbreken is essentieel. Volwassenen
daarentegen bouwen iets en laten het onaangeroerd, alsof het heilig is.
Het kind daarentegen leeft in een staat van voortdurende vernieuwing,
vrij van angst voor verlies.
Als filosoof moeten we opnieuw leren kijken als een kind. Nietzsche wil
in ons de nieuwsgierigheid aanwakkeren die vraagt: Waarom eten we
met mes en vork? Waarom dragen mannen een plastron? Het gaat erom
voortdurend "waarom" te vragen en niet zomaar genoegen te nemen
met het eerste antwoord.
FILOSOFIE EN IDEOLOGIE
Filosofie = wetenschap
betekent dat filosofen zich ook aan afspraken houden bv. als ze artikel willen publiceren
eerst controle
argumenten voor vereist, vocabulaire, stellingen kunnen poneren en argumenteren
- Argumentatie
- Technisch vocabularium
- Stelling poneren
Verschil filosofie en ideologie
Filosofie:
- een constante kwetsbaarheid
- peer review betekend ook: ik geef argumenten en ik laat ze door andere
beoordelen
- ik ben mij bewust van de voorlopigheid van wat ik zeg en ik zeg niet “zo is het en
niet anders”µ
- de bedoeling om open te staan voor kritiek om verdere stappen te bereiken
- conservatief en/ of progressief
Verwondering blijft in het spel
- filosofie stelt zich open
, - ruimte voor kritiek en vragen
Ideologie:
- standpunten worden verdedigd
- geen plaats voor verwondering
- zien iets waar geen vragen bij kunnen gesteld worden en iets wat definitief is
- er is geen plaats voor kritiek en bij filosofie is het
- definitieve zekerheden
- conservatief: ze bevatten vaste overtuigingen en waarden die hun aanhangers
willen behouden. Ze bieden een samenhangend wereldbeeld en verzetten zich
vaak tegen radicale veranderingen die dit kunnen verstoren
Als deze verwondering er altijd blijft, kan je dan spreken van vooruitgang? is enkel
problematisch als je deze als algemeen idee op de geschiedenis toepast: sommige
mensen zien dit als een lineair proces, een lijn die richting vervolmaking streeft: met
een doel en vandaar “theologie”
binnen bepaalde domeinen heeft de filosofie voor bepaalde vooruitgang want nu geen
slavernij, stemrechten voor vrouwen,..
SNIJPUNT TUSSEN GESCHIEDENIS EN FILOSOFIE
Filosofie = iets met de geschiedenis
Twee manieren:
- bevindt zich in de geschiedenis (altijd op bepaald moment ontwikkeld)
- heeft een geschiedenis (gaan andere zaken vooraf)
Spatio-temporele context: vragen en antwoorden veranderen voortdurend
Geschiedenis is bepalend in de manier dat vragen gesteld en beantwoord worden
- Middeleeuwen: “wat is het hoogste principe” - “god”
- 18/19de eeuw: “begrip van de filosofie is wezenlijk voor het verstaan van de
werkelijkheid”
- 20ste eeuw: “Ook zelfreflectie is nodig: je kunt niet beweren dat alles historisch
bepaald is zonder te erkennen dat jijzelf daar ook deel van uitmaakt. Niet alleen
het object, maar ook de persoon die het bekijkt, is gevormd door geschiedenis”
Historiseren betekent dat je iets bekijkt als het product van een historische ontwikkeling.
Het gaat erom te begrijpen dat ideeën, gewoontes en zelfs onze manier van denken niet
tijdloos of vanzelfsprekend zijn, maar gevormd zijn door de geschiedenis.
stel dat historie van subject geen rol zou spelen; dan zou de interpretatie van een
tekst, een beeld, altijd hetzelfde zijn bij iedereen
maar omdat ook historiciteit van het subject telkens meegenomen word in de
interpretatie, zien we dat het raakpunt tussen deze 2 telkens ergens anders komt te
liggen