HEMATOLOGIE
2025
KLINISCHE HEMATOLOGIE – VANDENBERGHE
INLEIDING: WELKE ORGANEN/WEEFSELS ONDERZOEKEN WE IN DE HEMATOLOGIE EN HOE?
HET HEMATOPOËTISCHE STELSEL EN ZIJN ONDERZOEK
Bloedname -> onderzoeken van afwijkingen lymfoïd systeem (kliermassa’s aanwezig?)
Bloednamen: bloed, beenmerg, weefselbiopt
1. Bloed en hematopoëse
a. Perifeer bloed -> bevat 3 soorten cellen :
i. Rode bloedcellen
ii. Bloedplaatjes
iii. Witte bloedcellen
b. Vorming bloed gebeurt in beenmerg -> bevat voorlopercellen -> rijpen tot mature bloedcellen ->
vrijzetting in circulatie
Rode bloedcel = erytrocyt
- Erytrocyten ontstaan uit normoblasten : bevatten een kern om te delen -> in laatste
rijpingsstadium stoot het zijn kern uit (w kernloos element) = reticulocyt
o Zolang cellen een kern hebben kunnen ze DNA naar RNA omzetten
o Zeldzaam in perifeer bloed -> kan verdwaald zijn en dus soms er wel voorkomen
o In beenmerg grote hoev want zorgen voor terminale fase erytropoëse
- Reticulocyt : normoblast zonder kern -> w door beenmerg losgelaten in perifeer bloed
o Bevat nog veel RNA in cytoplasma (want nog maar net kern verloren) -> zorgt voor
basofiele kleur
o Groter dan de meer ouder geworden RBC
, - Erytrocyt : rijpe RBC
o Meest aanw in het perifeer bloed
o Platte schijf die opgeworpen randen heeft en smaller is in het midden waardoor er
opklaring aanw is op elektroscoop
o Naarmate RBC ouder wordt gaat RNA verloren gaan
Hemoglobine
- Belangrijkste vorm = type a -> heeft 2 alfa en 2 beta ketens = tetrameer
- Centraal : heemkern -> bestaat uit protoporfyrine ring
o Heeft centraal 2 waterijzer gebonden -> hieraan bindt O2
Oxyhemoglobine <-> deoxyhemoglobine
Als er veel O2 in omgeving aanw is neemt Hb O2 op, wnr
O2 spanning daalt geeft Hb O2 af (typisch fenomeen in
perifere weefsels)
Voor vorming Hb : ijzer nodig, protoporfyrine ring, globineketens -> aandoeningen aan een
of meerdere van deze componenten => bloedarmoede
- Andere vormen van Hb komen minder freq voor
Bloedplaatjes = trombocyten : primaire hemostase
- Veel kleiner dan RBC
- Basofiele granulaire elementen
- Functie : primaire bloedstelping -> bij bloeding w er dus bloedplaatjesprop gevormd
Witte bloedcellen = leukocyten
- WBC : verzamelnaam van allemaal verschillende celtypes
o Granulocyten : cellen met granules in cytoplasma -> verschillende soorten :
Neutrofiele granulocyt :
• Meest voorkomende in perifeer bloed
• Neutraal aankleurend cytoplasma + korrels die niet zo opvallen zijn
• Typisch kern met meerdere lobben
2
, • Functie : belangrijk rol in bescherming bacteriën en fungale infecties
Oesinofiel :
• Roos aankleurende korrels
• Ongeveer even groot als granulocyt
• Relatief zeldzaam in perifeer bloed
Basofiel :
• Zit vol met basofiele korrels -> zitten vol met vasoactieve mediatoren
• Even groot als neutrofiel en eosinofiel
• Relatief zeldzaam aanwezig in perifeer bloed
• Voorloper mastcellen in perifere weefsels
Hebben allemaal een heel korte verblijfsduur in perifeer bloed => Hoge
regeneratieve capaciteit
o Lymfocyten = lymfoïde bloedcellen (niet te onderscheiden van elkaar op microscoop)
T lymfocyten : hebben T-cel receptor
B lymfocyten : hebben B-cel receptor
NK cellen : geen receptor
Zijn kleiner dan granulocyten
Dragers van immunologisch geheugen
o Monocyten :
Grote cellen met granulair grijzig cytoplasma
Onregelmatige kern
Blijven niet lang in perifeer bloed, maar zijn vooral in perifere weefsels aanw ->
ruimen daar alles op = fagocyten van het IS
Kunnen uitrijpen tot diverse gespecialiseerde cellen die in verschillende organen
specifieke functies uitoefenen
Reticuloendotheliaal systeem : dendritische cellen presenteren Ag aan IS ->
dendritische cellen bestaan ao uit monocyten
2. Beenmerg : plaats van bloedvorming (hematopoëse) vanaf leeftijd van 4-5 maand
- Als je geen oplossing vindt door perifeer bloed te onderzoeken, moet je beenmerg onderzoeken om te
zien wat er fout loopt om afgewerkte producten te vormen die zich bevinden in het bloed
- Bloedvorming in fetale leven :
o Eerst in dooierzak
o Later lever en milt
o Postnataal in beenmerg (deze switch gebeurt in laatste intra-uteriene fase tot 5m postnataal)
- Postnatale leven :
o Vanaf 4-5m uitsluitend in beenmerg
3
, Eerst zijn alle mergruimtes ingenomen door beenmerg -> groei kind ondersteunen ->
bloedvormend (« rood «) merg in volledig skelet
Volwassenen :
• Axiaal skelet en proximale tubulaire beenderen (minder beenmerg nodig)
o Indien je beenmerg wilt prikken moet je dus in deze zones prikken
• In pathologische condities (myelofibrose, botmetastase, …) kan opnieuw
extramedullaire hematopoëse ontstaan in lever of milt -> zorgt voor hepato- of
splenomegalie
- Hematopoëse is zeer actief gebeuren met extreme regeneratieve capaciteit
- Rijping bloedcellen in beenmerg :
o In beenmerg worden bloedcellen gevormd uitgaande van progenitoren
o Vetrekken van hematopoëtische stamcel (aller vroegste cel in beenmerg)
Zeldzame cel -> is op specifieke plaatsen in beenmerg aanwezig
Is afgeschermd van toxische invloeden -> zo weinig mogelijk beschadiging van omgeving
Is in staat tot asymmetrische deling :
• 1 hematopoëtische stamcel w terug gevormd
• 1 cel gaat diff
o Cellen gaan diff
Aanvankelijk eerst heel snel, zeer actieve celdeling
Naarmate ze meer opschuiven naar rechts op afbeelding, gaan ze meer diff
o Granulocyten en macrofagen, bloedplaatjes en RBC zijn dichtere fam dan dat ze zijn met de
andere WBC
- Kenmerken hematopoëse : accenten die cellen in beenmerg leggen zijn verschillend
o Hematopoëtische stamcel : staat in voor self-renewal ->
instandhouden houden van hematopoëtische stamcelpool ->
door asymmetrische deling
o Multipotente progenitor cel : cel kan je nog niet herkennen
als committed in een bep lijn (nog niet ver gediff maar wel
enorme delingscapaciteit)
o Recognizable committed beenmergprecursoren :
delingscapaciteit is afgenomen, maar gaat meer en meer diff
- HSC :
o Pluripotente cel : kan naar verschillende cel- en weefseltypes diff -> kan aanleiding geven tot
diverse cellen van hematopoëtische systeem + behoud mogelijk om te diff tot een aantal
stamcellen
Multipotent : kunnen nog verschillende kanten uit maar verliezen al stuk van hun
mogelijkheden
Naarmate je naar rechts opschuift, maken cellen keuzes die definitief zijn en daalt het
aantal mogelijkheden waarin ze kunnen diff
4
2025
KLINISCHE HEMATOLOGIE – VANDENBERGHE
INLEIDING: WELKE ORGANEN/WEEFSELS ONDERZOEKEN WE IN DE HEMATOLOGIE EN HOE?
HET HEMATOPOËTISCHE STELSEL EN ZIJN ONDERZOEK
Bloedname -> onderzoeken van afwijkingen lymfoïd systeem (kliermassa’s aanwezig?)
Bloednamen: bloed, beenmerg, weefselbiopt
1. Bloed en hematopoëse
a. Perifeer bloed -> bevat 3 soorten cellen :
i. Rode bloedcellen
ii. Bloedplaatjes
iii. Witte bloedcellen
b. Vorming bloed gebeurt in beenmerg -> bevat voorlopercellen -> rijpen tot mature bloedcellen ->
vrijzetting in circulatie
Rode bloedcel = erytrocyt
- Erytrocyten ontstaan uit normoblasten : bevatten een kern om te delen -> in laatste
rijpingsstadium stoot het zijn kern uit (w kernloos element) = reticulocyt
o Zolang cellen een kern hebben kunnen ze DNA naar RNA omzetten
o Zeldzaam in perifeer bloed -> kan verdwaald zijn en dus soms er wel voorkomen
o In beenmerg grote hoev want zorgen voor terminale fase erytropoëse
- Reticulocyt : normoblast zonder kern -> w door beenmerg losgelaten in perifeer bloed
o Bevat nog veel RNA in cytoplasma (want nog maar net kern verloren) -> zorgt voor
basofiele kleur
o Groter dan de meer ouder geworden RBC
, - Erytrocyt : rijpe RBC
o Meest aanw in het perifeer bloed
o Platte schijf die opgeworpen randen heeft en smaller is in het midden waardoor er
opklaring aanw is op elektroscoop
o Naarmate RBC ouder wordt gaat RNA verloren gaan
Hemoglobine
- Belangrijkste vorm = type a -> heeft 2 alfa en 2 beta ketens = tetrameer
- Centraal : heemkern -> bestaat uit protoporfyrine ring
o Heeft centraal 2 waterijzer gebonden -> hieraan bindt O2
Oxyhemoglobine <-> deoxyhemoglobine
Als er veel O2 in omgeving aanw is neemt Hb O2 op, wnr
O2 spanning daalt geeft Hb O2 af (typisch fenomeen in
perifere weefsels)
Voor vorming Hb : ijzer nodig, protoporfyrine ring, globineketens -> aandoeningen aan een
of meerdere van deze componenten => bloedarmoede
- Andere vormen van Hb komen minder freq voor
Bloedplaatjes = trombocyten : primaire hemostase
- Veel kleiner dan RBC
- Basofiele granulaire elementen
- Functie : primaire bloedstelping -> bij bloeding w er dus bloedplaatjesprop gevormd
Witte bloedcellen = leukocyten
- WBC : verzamelnaam van allemaal verschillende celtypes
o Granulocyten : cellen met granules in cytoplasma -> verschillende soorten :
Neutrofiele granulocyt :
• Meest voorkomende in perifeer bloed
• Neutraal aankleurend cytoplasma + korrels die niet zo opvallen zijn
• Typisch kern met meerdere lobben
2
, • Functie : belangrijk rol in bescherming bacteriën en fungale infecties
Oesinofiel :
• Roos aankleurende korrels
• Ongeveer even groot als granulocyt
• Relatief zeldzaam in perifeer bloed
Basofiel :
• Zit vol met basofiele korrels -> zitten vol met vasoactieve mediatoren
• Even groot als neutrofiel en eosinofiel
• Relatief zeldzaam aanwezig in perifeer bloed
• Voorloper mastcellen in perifere weefsels
Hebben allemaal een heel korte verblijfsduur in perifeer bloed => Hoge
regeneratieve capaciteit
o Lymfocyten = lymfoïde bloedcellen (niet te onderscheiden van elkaar op microscoop)
T lymfocyten : hebben T-cel receptor
B lymfocyten : hebben B-cel receptor
NK cellen : geen receptor
Zijn kleiner dan granulocyten
Dragers van immunologisch geheugen
o Monocyten :
Grote cellen met granulair grijzig cytoplasma
Onregelmatige kern
Blijven niet lang in perifeer bloed, maar zijn vooral in perifere weefsels aanw ->
ruimen daar alles op = fagocyten van het IS
Kunnen uitrijpen tot diverse gespecialiseerde cellen die in verschillende organen
specifieke functies uitoefenen
Reticuloendotheliaal systeem : dendritische cellen presenteren Ag aan IS ->
dendritische cellen bestaan ao uit monocyten
2. Beenmerg : plaats van bloedvorming (hematopoëse) vanaf leeftijd van 4-5 maand
- Als je geen oplossing vindt door perifeer bloed te onderzoeken, moet je beenmerg onderzoeken om te
zien wat er fout loopt om afgewerkte producten te vormen die zich bevinden in het bloed
- Bloedvorming in fetale leven :
o Eerst in dooierzak
o Later lever en milt
o Postnataal in beenmerg (deze switch gebeurt in laatste intra-uteriene fase tot 5m postnataal)
- Postnatale leven :
o Vanaf 4-5m uitsluitend in beenmerg
3
, Eerst zijn alle mergruimtes ingenomen door beenmerg -> groei kind ondersteunen ->
bloedvormend (« rood «) merg in volledig skelet
Volwassenen :
• Axiaal skelet en proximale tubulaire beenderen (minder beenmerg nodig)
o Indien je beenmerg wilt prikken moet je dus in deze zones prikken
• In pathologische condities (myelofibrose, botmetastase, …) kan opnieuw
extramedullaire hematopoëse ontstaan in lever of milt -> zorgt voor hepato- of
splenomegalie
- Hematopoëse is zeer actief gebeuren met extreme regeneratieve capaciteit
- Rijping bloedcellen in beenmerg :
o In beenmerg worden bloedcellen gevormd uitgaande van progenitoren
o Vetrekken van hematopoëtische stamcel (aller vroegste cel in beenmerg)
Zeldzame cel -> is op specifieke plaatsen in beenmerg aanwezig
Is afgeschermd van toxische invloeden -> zo weinig mogelijk beschadiging van omgeving
Is in staat tot asymmetrische deling :
• 1 hematopoëtische stamcel w terug gevormd
• 1 cel gaat diff
o Cellen gaan diff
Aanvankelijk eerst heel snel, zeer actieve celdeling
Naarmate ze meer opschuiven naar rechts op afbeelding, gaan ze meer diff
o Granulocyten en macrofagen, bloedplaatjes en RBC zijn dichtere fam dan dat ze zijn met de
andere WBC
- Kenmerken hematopoëse : accenten die cellen in beenmerg leggen zijn verschillend
o Hematopoëtische stamcel : staat in voor self-renewal ->
instandhouden houden van hematopoëtische stamcelpool ->
door asymmetrische deling
o Multipotente progenitor cel : cel kan je nog niet herkennen
als committed in een bep lijn (nog niet ver gediff maar wel
enorme delingscapaciteit)
o Recognizable committed beenmergprecursoren :
delingscapaciteit is afgenomen, maar gaat meer en meer diff
- HSC :
o Pluripotente cel : kan naar verschillende cel- en weefseltypes diff -> kan aanleiding geven tot
diverse cellen van hematopoëtische systeem + behoud mogelijk om te diff tot een aantal
stamcellen
Multipotent : kunnen nog verschillende kanten uit maar verliezen al stuk van hun
mogelijkheden
Naarmate je naar rechts opschuift, maken cellen keuzes die definitief zijn en daalt het
aantal mogelijkheden waarin ze kunnen diff
4