Muziek van de twintigste eeuw lesnotities
Les 1: Algemene inleiding
Afbakening repertoire: westerse muziek, kunstmuziek & jazz
Voorbeeld: Steve Reich, Music for 18 musicians (1976)
➔ Reich behoort tot de minimal componisten die zich verzetten tegen het Europese
modernisme
➔ Beïnvloed door de pop cultuur, West-Afrikaanse muziek,.. => veel invloeden en dus ook
veel lagen
➔ Continue flux tussen generaties en stijlen, dus stijlvakken zijn niet echt afgelijnd,
verschillende genres deden aan kruisbestuiving
De canon → ook hier worden de lessen rond beperkt, keuzes worden gemaakt, gebaseerd op
bepaalde waarden waarmee een selectie gemaakt wordt, de canon staat ons toe om lijnen te
zien, wel een bepaalde constructie met ideologische belangen achter
Vanaf begin 19de eeuw begon men terug te kijken naar historische muziekstukken
Criteria bij het maken van de canon: vernieuwing, expressiviteit, invloedrijkheid,
coherentie, voortleven, complexiteit → de 6 esthetische criteria
• Vernieuwing is de belangrijkste met betrekking tot de twintigste eeuw
5 muziekstukken → als voorbeelden om die checklist mee af te vinken
1. Samuel Barber, Adagio for strings (1936)
2. George Gershwin, Variations on the theme “I got rhythm”
(1934)
3. Béla Bartók, Pianoconcerto n. 2 (1931)
4. Edgar Varèse, Ionisation (1929)
5. Alban Berg, Lyrische suite (1927)
➔ De 5 werken zijn allemaal in een tijdspanne van 10 jaar gemaakt → van jongste naar
oudste geordend
Wie maakt de canon?
• Groepen van mensen → de “gatekeepers”
• Opnamenindustrie, platenlabels, media, concertinstellingen, radio, TV, fans,
onderwijsinstellingen en wetenschappelijke instellingen
• Vooral gevormd door witte mannelijke componisten
• Door de esthetische categorieën te gebruiken wordt veel muziek al meteen
overgeslagen, waaronder muziek met een andere functie dan estheticisme
Evaluatie vak:
- Schriftelijk (70%) = Klassieke luisteroefening, essayvragen en terminologievragen
, - Paper (30%) = een samenstelling maken van 4 à 5 composities voor een concert die
allen iets met elkaar in verband hebben, kunstmuziek, 1 mag van de 21ste eeuw zijn →
daarna een toelichting bij schrijven van o.a. 8000 tekens, een houvast om je door het
concert te leiden
Deadline = 28/05/2025 voor 12u
Naar nieuwe horizonten:
- 20ste eeuw → nieuw tijdperk
- Hoe men kijkt naar de 20ste -eeuwse muziek: problematiek rond (in de vorm van politie
interventies tijdens concerten etc.), vol vernieuwing en zeer radicaal
- Nog vaak een foute blik op → de geschiedschrijving is vaak geschreven vanuit het
perspectief van vernieuwing, alsof dit continu is, maar vaak nog steeds ook
revisionistische werken
- Kunstenaars proberen uitdrukking te geven aan het nieuwe tijdperk: dit uitte zich bv in
het modernisme wat eigenlijk een zoektocht is naar vernieuwing
- Alles wordt een beetje in vraag gesteld in de 20ste eeuw: zichtbaar in figuren zoals Freud,
Marx & Darwin die de wereld op hun kop zetten, een onzekere periode met bv ook een
nieuwe kijk op religie etc. → hierdoor ontbreekt de muzikale mainstream aangezien er
geen bepaald waarde kader was, iedereen was zoekend
- Borne → spreekt over het maximalisme → niet perse vernieuwing maar eerder
bepaalde bestaande tendensen die vergroot worden
Prehistorie van de klassieke muziek
Basisprincipes van klassieke muziek houden nog steeds stand (sinds de tweede helft van de 18de
eeuw)
• Tonaliteit
Muzikale grammatica
Ca. 1600 tot ca. 1910 (kunstmuziek)/heden
Toonaard → een verzameling van tonen waarin een bepaalde hiërarchie heerst
Zit een soort van narratief in
Bepaalde spanning
Westers systeem → bepaalde klanken die wij spannend vinden
Consonantie vs dissonantie
Consonantie = in onze Westerse oren niet spannend, dissonantie wel en ook
esthetisch onaangenamer
19de eeuw: expansie
➔ Romantische toonspraak → maximale opdrijving van spanning, lost pas op einde op
waar men bijna ongemakkelijk van wordt, spanning die blijft doorwerken
Vooravond 20ste eeuw: tonaliteit op losse schroeven
- O.a. Schönberg, Mahler, Satie, Debussy
- Bij Schönberg bv → bijna geen momenten van rust
, - Bij Gustav Mahler → meer een mengeling van stijlen, werd wel als irritant ervaren en
zelfs choquerend
- Bij Alma Mahler en Satie → onvoorspelbaar, je denkt bij het luisteren telkens dat de
tonen je ergens zullen brengen, maar brengt je dan ergens anders
20ste eeuw
➔ Failliet van de tonaliteit
➔ Zoektocht naar alternatieven
Les 2: De traditie van het modernisme I – Frans-Russische as & inheems
modernisme
Een frisse wind
Strijkkwartet nr 4 (1928), V. Allegro Molto, Bartok
➔ Heel ritmisch, wrijvende harmonie
Muzikale parameters
Primair = toonhoogte & toonduur → primair aangezien ze nodig zijn voor herkenning
Secundair = klankkleur, dynamiek, articulatie,..
Toonduur:
- Bepaalt het ritme (opeenvolging van korte en lange duurwaarden, kan ook een motief
inzitten)
- Tempo = snelheid
- Metrum = het kader waarbinnen de muziek zich ontvouwt, opgedeeld in vast
eenheden/maten, mathematische opdeling van tijd, ritme voegt zich naar het metrum
bv in Bach zijn Brandenburgse concerto nr 3 uit 1721 en de Primavera van Vivaldi uit 1725
→ duidelijke voorbeelden van ritme & metrum
in de 20ste eeuw veranderd dit naar veel onregelmatigere ritmes
Voorbeeld 20ste/21ste eeuw:
• Max Richter, The New Four Seasons, Vivaldi Recomposed, 2022
= werkt de klemtoon op de eerste maat tegen
• Igor Stravinsky, Concerto “Dumbarton Oaks”, 1938
= een nieuwe invulling van Bach
= meer een klankmozaïek, onregelmatiger, elk instrument volgt een eigen motief
➔ Richter maakte zijn herwerkte versie om Vivaldi toegankelijk te maken voor een breder
publiek, en aangepast aan de nieuwe manier van luisteren
➔ Stravinsky wilde zich distantiëren van Rusland door te tonen dat hij het Westerse
repertoire kent & beheerst
➔ Elk dus een ander ideologisch uitgangspunt vanuit een andere context
, De traditie van het modernisme
- Het modernisme antwoord op een specifieke tijd en context
- Maar wel een veelheid & diversiteit aan antwoorden, desondanks wel continuïteit in
gehanteerde toonsystemen
- Deze lessen → vertrekken vanuit het luisteren, maar er is niet 1 bepaalde lijn, dus niet zo
op het examen schrijven, juist divers
Modernisme/maximalisme
Modernisme → vernieuwing
Nieuwe ambities
Willen zich afzetten van tonale muziek, meer expressiviteit
Wel voort gebouwd op bestaande tendensen, daarom maximalisme
Muzikale vernieuwing
• In de eerste plaats op het niveau van de gehanteerde muzikale taal/toonsysteem
• Hierdoor komen andere parameters naar boven
A) Vervanging van de tonaliteit → hierdoor ontstaat B
B) Heropwaardering van andere parameters
Hoe doen ze dit?
- Door terug te grijpen naar bestaande,alternatieve toonsystemen
- Uitvinding van nieuwe toonsystemen op basis van stemming
- Herdenking van het toonhoogte systeem
Alternatieve tonaliteit
➔ Weg van de tonaliteit
➔ Westerse kunstmuziek tot 1910 gestoeld op tonale principes
➔ Tonica = rust, dominant = spanning → een samenspel tussen de twee
➔ Functionele opeenvolging van akkoorden → opeenstapeling van kleuren, hebben elk
een klankkleur, verschillende akkoorden kunnen achter elkaar geplaatst worden, maar
sommige opeenvolgingen kloppen helemaal niet en voelen vreemd aan, dus toch een
bepaalde structuur in, vertrekken vanuit een bepaald uitgangspunt
➔ Eind 19de eeuw → “niet-functionele tonaliteit” zoals bv bij Satie & Debussy, brengt je niet
naar waar je denkt dat het je zal brengen, dus is niet meer functioneel
Basisinterval van muziek = octaaf → een frequentie die gehalveerd wordt
- Chromatische toonladder → 12 toontrappen
- Diatonische toonladder → 7 toontrappen
Alternatieve toonladders/modi
- Pentatonische toonladder → 5 toontrappen, klinkt wat exotisch
- Heletoonstoonladder → 6 toontrappen
- Octatonische toonladder → 8 toontrappen
Les 1: Algemene inleiding
Afbakening repertoire: westerse muziek, kunstmuziek & jazz
Voorbeeld: Steve Reich, Music for 18 musicians (1976)
➔ Reich behoort tot de minimal componisten die zich verzetten tegen het Europese
modernisme
➔ Beïnvloed door de pop cultuur, West-Afrikaanse muziek,.. => veel invloeden en dus ook
veel lagen
➔ Continue flux tussen generaties en stijlen, dus stijlvakken zijn niet echt afgelijnd,
verschillende genres deden aan kruisbestuiving
De canon → ook hier worden de lessen rond beperkt, keuzes worden gemaakt, gebaseerd op
bepaalde waarden waarmee een selectie gemaakt wordt, de canon staat ons toe om lijnen te
zien, wel een bepaalde constructie met ideologische belangen achter
Vanaf begin 19de eeuw begon men terug te kijken naar historische muziekstukken
Criteria bij het maken van de canon: vernieuwing, expressiviteit, invloedrijkheid,
coherentie, voortleven, complexiteit → de 6 esthetische criteria
• Vernieuwing is de belangrijkste met betrekking tot de twintigste eeuw
5 muziekstukken → als voorbeelden om die checklist mee af te vinken
1. Samuel Barber, Adagio for strings (1936)
2. George Gershwin, Variations on the theme “I got rhythm”
(1934)
3. Béla Bartók, Pianoconcerto n. 2 (1931)
4. Edgar Varèse, Ionisation (1929)
5. Alban Berg, Lyrische suite (1927)
➔ De 5 werken zijn allemaal in een tijdspanne van 10 jaar gemaakt → van jongste naar
oudste geordend
Wie maakt de canon?
• Groepen van mensen → de “gatekeepers”
• Opnamenindustrie, platenlabels, media, concertinstellingen, radio, TV, fans,
onderwijsinstellingen en wetenschappelijke instellingen
• Vooral gevormd door witte mannelijke componisten
• Door de esthetische categorieën te gebruiken wordt veel muziek al meteen
overgeslagen, waaronder muziek met een andere functie dan estheticisme
Evaluatie vak:
- Schriftelijk (70%) = Klassieke luisteroefening, essayvragen en terminologievragen
, - Paper (30%) = een samenstelling maken van 4 à 5 composities voor een concert die
allen iets met elkaar in verband hebben, kunstmuziek, 1 mag van de 21ste eeuw zijn →
daarna een toelichting bij schrijven van o.a. 8000 tekens, een houvast om je door het
concert te leiden
Deadline = 28/05/2025 voor 12u
Naar nieuwe horizonten:
- 20ste eeuw → nieuw tijdperk
- Hoe men kijkt naar de 20ste -eeuwse muziek: problematiek rond (in de vorm van politie
interventies tijdens concerten etc.), vol vernieuwing en zeer radicaal
- Nog vaak een foute blik op → de geschiedschrijving is vaak geschreven vanuit het
perspectief van vernieuwing, alsof dit continu is, maar vaak nog steeds ook
revisionistische werken
- Kunstenaars proberen uitdrukking te geven aan het nieuwe tijdperk: dit uitte zich bv in
het modernisme wat eigenlijk een zoektocht is naar vernieuwing
- Alles wordt een beetje in vraag gesteld in de 20ste eeuw: zichtbaar in figuren zoals Freud,
Marx & Darwin die de wereld op hun kop zetten, een onzekere periode met bv ook een
nieuwe kijk op religie etc. → hierdoor ontbreekt de muzikale mainstream aangezien er
geen bepaald waarde kader was, iedereen was zoekend
- Borne → spreekt over het maximalisme → niet perse vernieuwing maar eerder
bepaalde bestaande tendensen die vergroot worden
Prehistorie van de klassieke muziek
Basisprincipes van klassieke muziek houden nog steeds stand (sinds de tweede helft van de 18de
eeuw)
• Tonaliteit
Muzikale grammatica
Ca. 1600 tot ca. 1910 (kunstmuziek)/heden
Toonaard → een verzameling van tonen waarin een bepaalde hiërarchie heerst
Zit een soort van narratief in
Bepaalde spanning
Westers systeem → bepaalde klanken die wij spannend vinden
Consonantie vs dissonantie
Consonantie = in onze Westerse oren niet spannend, dissonantie wel en ook
esthetisch onaangenamer
19de eeuw: expansie
➔ Romantische toonspraak → maximale opdrijving van spanning, lost pas op einde op
waar men bijna ongemakkelijk van wordt, spanning die blijft doorwerken
Vooravond 20ste eeuw: tonaliteit op losse schroeven
- O.a. Schönberg, Mahler, Satie, Debussy
- Bij Schönberg bv → bijna geen momenten van rust
, - Bij Gustav Mahler → meer een mengeling van stijlen, werd wel als irritant ervaren en
zelfs choquerend
- Bij Alma Mahler en Satie → onvoorspelbaar, je denkt bij het luisteren telkens dat de
tonen je ergens zullen brengen, maar brengt je dan ergens anders
20ste eeuw
➔ Failliet van de tonaliteit
➔ Zoektocht naar alternatieven
Les 2: De traditie van het modernisme I – Frans-Russische as & inheems
modernisme
Een frisse wind
Strijkkwartet nr 4 (1928), V. Allegro Molto, Bartok
➔ Heel ritmisch, wrijvende harmonie
Muzikale parameters
Primair = toonhoogte & toonduur → primair aangezien ze nodig zijn voor herkenning
Secundair = klankkleur, dynamiek, articulatie,..
Toonduur:
- Bepaalt het ritme (opeenvolging van korte en lange duurwaarden, kan ook een motief
inzitten)
- Tempo = snelheid
- Metrum = het kader waarbinnen de muziek zich ontvouwt, opgedeeld in vast
eenheden/maten, mathematische opdeling van tijd, ritme voegt zich naar het metrum
bv in Bach zijn Brandenburgse concerto nr 3 uit 1721 en de Primavera van Vivaldi uit 1725
→ duidelijke voorbeelden van ritme & metrum
in de 20ste eeuw veranderd dit naar veel onregelmatigere ritmes
Voorbeeld 20ste/21ste eeuw:
• Max Richter, The New Four Seasons, Vivaldi Recomposed, 2022
= werkt de klemtoon op de eerste maat tegen
• Igor Stravinsky, Concerto “Dumbarton Oaks”, 1938
= een nieuwe invulling van Bach
= meer een klankmozaïek, onregelmatiger, elk instrument volgt een eigen motief
➔ Richter maakte zijn herwerkte versie om Vivaldi toegankelijk te maken voor een breder
publiek, en aangepast aan de nieuwe manier van luisteren
➔ Stravinsky wilde zich distantiëren van Rusland door te tonen dat hij het Westerse
repertoire kent & beheerst
➔ Elk dus een ander ideologisch uitgangspunt vanuit een andere context
, De traditie van het modernisme
- Het modernisme antwoord op een specifieke tijd en context
- Maar wel een veelheid & diversiteit aan antwoorden, desondanks wel continuïteit in
gehanteerde toonsystemen
- Deze lessen → vertrekken vanuit het luisteren, maar er is niet 1 bepaalde lijn, dus niet zo
op het examen schrijven, juist divers
Modernisme/maximalisme
Modernisme → vernieuwing
Nieuwe ambities
Willen zich afzetten van tonale muziek, meer expressiviteit
Wel voort gebouwd op bestaande tendensen, daarom maximalisme
Muzikale vernieuwing
• In de eerste plaats op het niveau van de gehanteerde muzikale taal/toonsysteem
• Hierdoor komen andere parameters naar boven
A) Vervanging van de tonaliteit → hierdoor ontstaat B
B) Heropwaardering van andere parameters
Hoe doen ze dit?
- Door terug te grijpen naar bestaande,alternatieve toonsystemen
- Uitvinding van nieuwe toonsystemen op basis van stemming
- Herdenking van het toonhoogte systeem
Alternatieve tonaliteit
➔ Weg van de tonaliteit
➔ Westerse kunstmuziek tot 1910 gestoeld op tonale principes
➔ Tonica = rust, dominant = spanning → een samenspel tussen de twee
➔ Functionele opeenvolging van akkoorden → opeenstapeling van kleuren, hebben elk
een klankkleur, verschillende akkoorden kunnen achter elkaar geplaatst worden, maar
sommige opeenvolgingen kloppen helemaal niet en voelen vreemd aan, dus toch een
bepaalde structuur in, vertrekken vanuit een bepaald uitgangspunt
➔ Eind 19de eeuw → “niet-functionele tonaliteit” zoals bv bij Satie & Debussy, brengt je niet
naar waar je denkt dat het je zal brengen, dus is niet meer functioneel
Basisinterval van muziek = octaaf → een frequentie die gehalveerd wordt
- Chromatische toonladder → 12 toontrappen
- Diatonische toonladder → 7 toontrappen
Alternatieve toonladders/modi
- Pentatonische toonladder → 5 toontrappen, klinkt wat exotisch
- Heletoonstoonladder → 6 toontrappen
- Octatonische toonladder → 8 toontrappen