SIGNAALVERWERKING
BIOFYSICA: HET LOPEN IN EEN NATUURKUNDIG MODEL
- DE LOOPCYCLUS
- LOPEN ALS DUBBELE SLINGERBEWEGING
- FORMULE DUUR GEHELE LOOPCYCLUS EN STAPFREQUENTIE
- ENERGIE, STAPLENGTE EN STAPFREQUENTIE
- HET FROUDE GETAL
EVENWICHT: HET ZESDE ZINTUIG
- JE EVENWICHT BEWAREN
- STABILITEIT BIJ LOPEN
- HET EVENWICHTSORGAAN: BOUW EN WERKING
- METEN AAN HAARCELLEN
KRIJG DE ZENUWEN: HET ONTSTAAN VAN ACTIEPOTENTIALEN
- DWARSLAESIE
- ONDERZOEK BIJ DWARSLAESIE
- ZENUWEN VERVANGEN
- IS EEN DOORBRAAK MOGELIJK?
SIGNAALVERWERKING IN DE GEZONDHEIDSZORG
- HARTBEWAKENING
- COUVEUSE
- DIABETESPATIËNTEN
, 1 - HET LOPEN IN EEN NATUURKUNDIG MODEL
DE LOOPCYCLUS
De loopcyclus bestaat uit 4 fasen per been.
Deel 1: been A zwaait naar voren, terwijl been B blijft staan;
Deel 2: been A landt op de grond, terwijl been B zich afzet;
Deel 3: been B zwaait naar voren, terwijl been A blijft staan;
Deel 4: been B landt op de grond, terwijl been A zich afzet.
Er is een faseverschil van 0,5 cyclus tussen de benen. Bij lopen heb je minstens één voet op de grond,
terwijl dat niet zo is bij rennen.
LOPEN ALS DUBBELE SLINGERBEWEGING
Eén been zwaait naar voren als een slinger → dit is het
zwaaibeen
Het andere been blijft op de grond staan en zwaait je lichaam
vooruit → dit is het standbeen
Het been waar je op staat draagt je lichaamsgewicht en draait
een beetje als je naar voren beweegt. Het gedraagt zich als een
omgekeerde slinger.
Elke slinger heeft een natuurlijk ritme waarop het makkelijk beweegt: eigenfrequentie.
Voor een slinger gebruik je deze formule, de tijd T van één cyclus:
𝑙
𝑇 = 2𝜋√
𝑔
- T = tijd van één gehele cyclus (seconden)
- l = beenlengte (m)
- g = valversnelling (9,81 m/s2)