Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 95 pages
Summary

Samenvatting Formeel Strafrecht – Per hoofdstuk en kopje, op basis van wekelijkse literatuur

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 95 pages

Uitgebreide samenvatting van het vak Formeel Strafrecht met gebruik van het boek "Het Nederland Strafprocesrecht" 10e druk. Deze samenvatting is gebaseerd op de literatuur van week 1 t/m 6. Alles is per hoofdstuk én per kopje uitgewerkt, precies zoals het in het boek staat. Ideaal als je het vak goed en gestructureerd wilt voorbereiden.

Content preview

Samenvatting week 1 – De uitgangspunten van het
Nederlandse strafprocesrecht
Hoofdstuk 1: Plaatsbepaling en doel strafproces(recht)
§3 Doeleinden van het strafproces(recht), spanningen
Bevoegdheidstoedeling en begrenzing
Het strafproces is de noodzakelijke schakel tussen een strafbaar feit en de daaropvolgende strafrechtelijke sanctie, opgelegd door
een rechter of soms de officier van justitie. Niet elk strafbaar feit leidt automatisch tot een strafproces; het proces dient om te
onderzoeken of een strafbaar feit heeft plaatsgevonden en of dat een reactie vereist. Het strafprocesrecht regelt deze schakel en
wijst daartoe bevoegdheden toe aan functionarissen (zoals politie, OM, rechters) en in beperkte mate ook aan burgers.
De toepassing van de strafwet moet zo gericht zijn dat schuldigen gestraft worden, maar dat onschuldigen buiten schot blijven.

Dit vereist voorzichtigheid van de strafrechtspleging. Straf processuele bevoegdheden zijn niet onbeperkt — zij
zijn geclausuleerd:
 Alleen bepaalde functionarissen mogen ze uitoefenen.
 Alleen in specifieke gevallen.
 Op basis van bepaalde gronden.
 Eventueel binnen bepaalde termijnen.

Deze beperkingen geven het strafprocesrecht een ambivalent karakter: enerzijds legitimeert het overheidsoptreden, anderzijds
stelt het daar strikte grenzen aan.

Stelsel volgens Memorie van Toelichting (MvT)
Er bestaat een conflict tussen de belangen van de vervolgende overheid en de rechten van het individu. De MvT noemt twee
manieren om hiermee om te gaan:
1. Restrictieve benadering:
o Beperkte bevoegdheden voor overheid én burgers.
o Gebaseerd op wantrouwen jegens beide partijen.
o Alleen het strikt noodzakelijke wordt toegestaan.

2. Vertrouwensbenadering (voorkeur van de wetgever):
o Ruime bevoegdheden voor politie en justitie.
o Evenwichtige rechten voor verdachten.
o Controle door een onafhankelijke rechter, inclusief mogelijkheden voor hoger beroep.
o Verdachte mag zich altijd met een raadsman beraden.

Deze tweede benadering zoekt een compromis: krachtige strafvervolging zonder onnodige aantasting van individuele rechten.
Wel blijft dit altijd een kwestie van afwegen, geven en nemen, met ruimte voor meningsverschillen.

Accusatoir - Inquisitoir
Er is sprake van een gematigd accusatoir systeem in Nederland.
 Accusatoir proces:
o Twee gelijkwaardige partijen.
o Passieve, lijdelijke rechter als scheidsrechter.
o Rechter beslist alleen op verzoek van partijen.

 Inquisitoir proces:
o Justitie zoekt actief naar de waarheid.
o De verdachte is slechts object van onderzoek.
o Rechter en OM hebben veel macht.

Het Nederlandse strafproces:
 Is niet puur accusatoir (OM kan dwangmiddelen toepassen, burger niet).
 Is ook niet puur inquisitoir (verdachte heeft rechten en kan zich verdedigen).
 Daarom: gematigd accusatoir:
o In de beginfase is de verdachte vooral object van onderzoek, maar met verdedigingsrechten.

, o Tijdens het onderzoek ter terechtzitting ontstaat meer evenwicht, mede door art. 6 EVRM (recht op eerlijk
proces).

Er blijft echter sprake van ongelijkheid tussen procespartijen. Daarom is zorgvuldigheid in toedeling en toepassing van
bevoegdheden cruciaal. De verdachte blijft immers burger, ongeacht het feit waarvan hij verdacht wordt. Bovendien moet met
onschuld rekening worden gehouden. De onschuldpresumptie (art. 6 lid 2 EVRM en art. 14 lid 2 IVBP) is essentieel.
Het gematigd accusatoire karakter bevordert betere waarheidsvinding: de confrontatie van standpunten helpt om tot de
waarheid te komen.

Betekenis van ongeschreven recht en verdragsrecht
Het wettelijk stelsel van bevoegdheden en beperkingen wordt aangevuld en begrensd door:
 Internationale mensenrechtenverdragen, zoals het EVRM.
 Ongeschreven recht, dat gaandeweg erkenning kreeg in de strafvordering.

Hierop wordt in latere hoofdstukken verder ingegaan.

Betekenis van functionarissen
Strafprocesrecht werkt pas als strafrechtsfunctionarissen (zoals politie, OM, rechters) hun bevoegdheden in praktijk brengen. Zij
vormen het strafproces concreet:
 Goede toepassing kan slechte wetgeving verzachten.
 Slechte toepassing kan goede wetgeving ondermijnen.

Er is dus veel afhankelijk van hun niveau, integriteit en zorgvuldigheid.

Strafvordering als geregeld fatsoen
Het strafprocesrecht kan worden gezien als het gecondenseerde fatsoen dat bij toepassing van het materiële strafrecht hoort.
Strafrechtsfunctionarissen moeten redelijk, beschaafd en humaan optreden, óók tegenover daders die zelf geen fatsoen hebben
getoond.

Zoals Leijten zei: een eerlijk proces, ook voor wie dat zelf niet biedt, is een waarborg voor de kwaliteit van de samenleving.
Een gedachte-experiment helpt hierbij: stel dat de functionaris zelf ooit dader was geweest — zou zijn eigen handelen dan nog
steeds rechtvaardig zijn?
Zeker bij onschuldige verdachten is het cruciaal dat zij een volledige kans krijgen hun verhaal te doen, en dat in het proces met
hun mogelijke onschuld serieus rekening wordt gehouden.

Hoofddoel strafprocesrecht
Het hoofddoel is:
De juiste toepassing van het materiële strafrecht, zodat:
 Schuldigen worden gestraft;
 Onschuldigen worden vrijgepleit.

Dit doel kan worden samengevat als:
"Het bevorderen van een overheidsreactie op een vermoedelijk gepleegd strafbaar feit die in alle opzichten adequaat is."

Nevenfuncties strafproces
Naast het hoofddoel zijn er ook nevenfuncties. Dit zijn effecten die optreden bij het nastreven van het hoofddoel.
1. Speciale preventie
o Dwangmiddelen of vervolging kunnen de verdachte al zodanig beïnvloeden, dat een sanctie overbodig is.
o Mogelijkheid van sepot of rechterlijk pardon (art. 9a Sr).
2. Generale preventie
o Derden zien dat overtreders worden vervolgd.
o Dit kan normconform gedrag bevorderen.
3. Voorkomen van eigenrichting
o Strafproces laat zien dat de overheid optreedt.
o Dit voorkomt dat burgers het recht in eigen hand nemen.
o Maar: burgers mogen wél optreden tegen criminaliteit (art. 53, 95 Sr; art. 160 Sv).
4. Orde scheppen
o Strafproces kan maatschappelijke onrust temperen.
o Gevoelens van onveiligheid kunnen worden gezuiverd.
o De ordeverstoorder kan direct worden aangepakt (bijv. aanhouding).
o Let op: de burgemeester heeft ook bevoegdheden op grond van de Gemeentewet.
5. Genoegdoening slachtoffer

, o Slachtoffers krijgen meer ruimte in het strafproces:
 Vordering tot schadevergoeding.
 Spreekrecht.
o Dit versterkt de functie van geschiloplossing tussen dader en slachtoffer.

Verhouding hoofddoel en nevenfuncties
Het hoofddoel staat altijd voorop. Als dit niet wordt nagestreefd, mag er geen strafproces worden gestart.
Waarom?
 Het strafproces is ingrijpend (emotioneel, maatschappelijk, financieel).
 Gebruik voor alleen nevenfuncties is onrechtmatig.
 Nevenfuncties mogen pas meespelen als is vastgesteld dat strafvervolging gerechtvaardigd is.


§4 Consensuele procedures in plaats van klassieke afdoeningswijzen
Getallen – Afdoening van strafzaken in de praktijk
De cijfers laten een duidelijke verschuiving zien naar buitengerechtelijke afdoening van misdrijven, met name naar
de strafbeschikking. De transactie is in betekenis afgenomen.
Ook mediation (vroeger: dading) is een manier waarop zaken buiten de rechter om kunnen worden afgedaan.

Overtredingen en de WAHV
Veel overtredingen zijn door de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)gedecriminaliseerd:
a. Ze worden met bestuurlijke boeten afgedaan door de politie.
b. Hier komt géén rechter aan te pas.

Overtredingen die niet zijn gedecriminaliseerd worden ook meestal buitengerechtelijk afgedaan, via:
 Transactie (vroeger).
 Tegenwoordig vooral via strafbeschikking.

Bij overtredingen is berechting door de rechter dus een uitzondering geworden.

Consensualiteit
Alle vormen van buitengerechtelijke afdoening (zoals: voeging ad informandum, transactie, bestuurlijke boete, strafbeschikking,
mediation) delen een belangrijk kenmerk: de verdachte kan de afdoening tegenhouden.

Als de verdachte liever een procedure voor de rechter wil, dan moet die wens kenbaar worden gemaakt:
 Op tijd
 Op de juiste manier

De alternatieve route wordt gevolgd alleen als de verdachte instemt, of op z’n minst geen bezwaar maakt.
Daarom berusten deze afdoeningsvormen op het beginsel van consensualiteit: instemming of stilzwijgende aanvaarding door de
verdachte.


§5 Naar een gemoderniseerd Wetboek van Strafvordering
Een wetboek bestaande uit acht boeken
Het Wetboek van Strafvordering wordt gemoderniseerd en zal bestaan uit acht boeken, elk over een deel van het strafproces:
1. Strafvordering in het algemeen
2. Het opsporingsonderzoek
3. Beslissingen over vervolging
4. Berechting
5. Rechtsmiddelen
6. Bijzondere regelingen
7. Internationale samenwerking in strafzaken
8. Tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissingen.

Aanleiding: vijf ontwikkelingen
1. Verbreding van doelstellingen: Hoofddoel blijft dat alleen schuldigen worden gestraft, maar er is meer aandacht voor
rechten van verdachten en slachtoffers. Processuele sancties zoals bewijsuitsluiting zijn belangrijker geworden.
2. Verandering in criminaliteit en sancties: Nieuwe vormen van criminaliteit en strafvormen vragen om aangepaste
procedures, zoals strafbeschikking en ontneming.
3. Wijziging rolverdeling actoren: Rechter-commissaris speelt een kleinere rol; de officier van justitie krijgt meer
bevoegdheden, zoals zelfstandig afdoen van zaken.

, 4. Internationalisering: Strafvordering houdt steeds meer rekening met internationale aspecten, vooral bij opsporing en
bewijsvergaring.
5. Technologische ontwikkelingen: Digitalisering beïnvloedt hoe strafprocessen verlopen en informatie wordt gedeeld.

Consequenties van de ontwikkelingen
Het huidige wetboek is onoverzichtelijk geworden door losse wijzigingen. Modernisering zorgt voor meer samenhang en
toegankelijkheid, passend bij de veranderde samenleving. Tegelijk blijven de kernprincipes uit het oude wetboek behouden.

Twee belangrijke verschuivingen zijn:
 De rechter speelt een kleinere rol, het OM een grotere.
 De verdachte is niet alleen drager van rechten, maar ook verantwoordelijk deelnemer aan het proces.

De modernisering is vooral systematisch: het strafproces zelf is al ingrijpend veranderd door rechtspraak en wetgeving.

Hoofdstuk 2: Bronnen van het Nederlands strafprocesrecht
§1 Het strafvorderlijk legaliteitsbeginsel
Legaliteitsbeginsel: waarborg voor de vrijheid
Artikel 1 Sv legt het strafvorderlijk legaliteitsbeginsel vast: strafvordering mag alleen plaatsvinden op de wijze die in de wet is
voorzien. Dit beginsel verschilt van het materieelstrafrechtelijk legaliteitsbeginsel van artikel 1 Sr (en art. 16 Grondwet), dat
bepaalt dat niemand gestraft mag worden zonder voorafgaande wettelijke strafbepaling. Beiden dienen de democratische
grondslag van de strafrechtspleging en waarborgen de vrijheid van de burger.

Het strafvorderlijk legaliteitsbeginsel is gestoeld op rechtszekerheid: burgers mogen niet worden blootgesteld aan willekeur van
rechters of het OM. Alleen de wetgever mag bevoegdheden toekennen, regels vaststellen of strafbepalingen maken. Dit beginsel
geldt niet alleen voor rechter en bestuur, maar ook voor de wetgever zelf. Die mag zijn taak niet uitbesteden door vage of te
ruime normen te maken.

Formeel wetsbegrip
Artikel 1 Sv verwijst naar wetgeving in formele zin: wetten die tot stand komen via de formele procedure van regering en Staten-
Generaal. Dit waarborgt dat het strafprocesrecht uitsluitend nationaal is (dus geen lokaal strafprocesrecht) en onderworpen is
aan parlementaire controle.

Daarnaast biedt dit vereiste een kwaliteitsgarantie: alleen wetgeving die met brede parlementaire betrokkenheid en advies van
de Raad van State tot stand komt, mag bevoegdheden toekennen en procedureregels vaststellen. Daarmee wordt bescherming
geboden tegen willekeur en onevenwichtige procedures.

Hoewel strafprocesrecht in beginsel nationale wetgeving vereist, is ook op Europees niveau wetgeving in opkomst. Waar eerst
vooral gebruik werd gemaakt van richtlijnen, grijpt de EU inmiddels vaker naar verordeningen die rechtstreeks werken.

Een wet in formele zin mag men verwachten te zijn gebaseerd op een zorgvuldige afweging tussen de belangen van de burger en
de doelen van de overheid. Dat is belangrijker dan bij lagere regelgeving zoals een algemene maatregel van bestuur, die meer
neigt naar het belang van efficiëntie en criminaliteitsbestrijding. Toch is daarmee niet gezegd dat hogere wetgeving altijd van
betere kwaliteit is, al biedt het in abstracto wel meer bescherming.


§3 Strafvordering
Het begrip strafvordering
Strafvordering is het centrale begrip van het Wetboek van Strafvordering en omvat de hele procedure in strafzaken: opsporing,
vervolging, berechting en tenuitvoerlegging. De term is breder dan “strafvervolging”, dat alleen ziet op het uitlokken van een
rechterlijke beslissing door het OM. Ook herziening en rechterlijke proceshandelingen vallen onder strafvordering. Sommigen
zien art. 1 Sv alleen als waarborg tegen ongeoorloofde inbreuken, maar het artikel omvat ook procedureregels en
competentieregels die belangrijk zijn voor rechtsbescherming. Daarom pleit veel voor een ruimere interpretatie van het begrip
strafvordering.

Strafvordering omvat ook aanwijzing van competente instanties
Behalve de procesgang zelf omvat strafvordering ook de organisatie van organen die betrokken zijn bij strafrechtspleging, zoals
politie, OM en rechterlijke macht. De wetgever moet bepalen wie bevoegd is om op te treden; deze keuze mag niet worden
overgelaten aan rechters of bestuur. Dit vloeit voort uit art. 17 Grondwet, dat iedere burger het recht toekent op zijn wettige
rechter (ius de non evocando). De verdachte moet weten wie zijn rechter is en wat zijn procespositie is.

Document information

Study
Uploaded on
May 14, 2025
Number of pages
95
Written in
2024/2025
Type
Summary
$12.19

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Sold
3
Followers
0
Items
1
Last sold
4 months ago



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions