Biologische Antropologie
CRIMINOLOGIE
Wies Romon | Universiteit Gent | 2025
,Algemene inleidende beschouwingen
• Biologische antropologen → houden zich bezig met de wetenschappelijke
studie van de mensheid
• Biologische antropologie = fysiologische antropologie (= bestudeerd hoe het
menselijk lichaam zich fysiologisch aanpast aan omgevingsfactoren)
• Wij = biologische wezens
o Mensen = primaten en delen een recente afkomst met de levende
mensapen
o Wij zijn product van miljoenen jaren evolutie door natuurlijke selectie
• Theodosius Dobzhansky: Niets in biologie is logisch… behalve in het licht van
de evolutie
o Kijken naar populaties, genetische varianties (gen-varianten kunnen
zich verspreiden in het lichaam)
o Sociaal gedrag kan niet ten volle begrepen worden, zonder de vraag te
stellen ‘waar komt het vandaan?’
Sub-velden van de Antropologie
Antropologie in de 4-field approach
- Cross-cultuur en holistisch
1. Culturele antropologie: bestudeert menselijke culturen, gewoonten en sociale
structuren (cultuur kan biologische neigingen versterken)
o Cross-culturele context
o Etnologie: vergelijkende studie van verschillende culturen om
universele patronen en culturele variaties te identificeren
o Etnografie: diepgaand onderzoek en beschrijving van eens specifieke
cultuur door middel van veldwerk en participerend observatie
2. Linguïstische antropologie: studie van taal, geschiedenis en gebruik in culturen
o Linguïstische vorm
o Linguïstische functie
▪ GOSSIP & Grooming
o Taal = bio-culturele parasiet (= taal bestaat als iets dat mensen
gebruiken, maar geen enkele taal is onveranderlijk)
PAGE 1
, 3. Archeologie: artefacten (= vondsten die gemaakt zijn door leden uit de
samenleving) en materiële cultuur (= fysieke objecten, middelen en ruimtes die
mensen gebruiken om hun cultuur te definiëren)
o Er moeten minimum cognitieve capaciteiten zijn om iets te maken
o = hoe oud bepaalde vaardigen zijn
o Archeogenetica: onderzoekt oude DNA-sporen uit archeologische
vondsten om inzicht te krijgen in de genetische geschiedenis van
populaties
4. Biologische antropologie: wetenschappelijke studie van de mensheid
- Biologie en cultuur zijn in complexe wisselwerking met elkaar → biologische
factoren beïnvloeden menselijk gedrag en culturele praktijken, terwijl cultuur
op zijn beurt de biologische processen kan vormen
o Cultuur differentieert mensen van andere dieren
o Biologie produceert cultuur, maar cultuur kan biologie beïnvloeden
Reikwijdte biologische antropologie
Aanverwante disciplines:
1. Paleoantropologie: de studie van het fossielenbestand van de mensheid, en
versteende overblijfselen zijn het meest directe fysieke bewijs van menselijke
afkomst dat bijdraagt aan het begrijpen waar we vandaan komen
o Onderzoek begint met veldwerk (= onderzoekers zoeken in het land naar
nieuwe ontdekkingen
o Studie gebeurt in musea en universitaire labo’s
o Studie vloeit voort uit frvergelijkingen tussen uitgestorven en levende
vormen
2. Skeletale biologie: de studie van de menselijke skelet en de patronen en
processen van menselijke groei, fysiologie en ontwikkeling
o Veel variatie in morfologie (= vorm en structuur), meten van menselijke
kenmerken
o Osteologie = studie van het skelet
o Antropometrici: doen gedetailleerd metingen van het menselijk lichaam
in al zijn vormen, was de eerste generatie van biologische antropologen
Leert ons hoe groot bepaalde variatie binnen bepaalde soorten is
PAGE 2
, 3. Paleopathologie: de studie van ziekten bij oude menselijke populaties (bacteriën
en virussen)
o Bioarcheologie: studie van menselijke resten in archeologische context
o Vb. de pest
4. Forensische antropologie: analyseren van menselijke resten in een forensische
(legale) context (vb. misdaadzake, rampen en onverklaarde sterfgevallen)
o Menselijke overblijfselen in juridische relevante context
o Sporenonderzoek, DNA heel waardevol
5. Primatologie: bestuderen de anatomie, gedrag en genetica van zowel levende als
uitgestorven mensapen, apen en halfapen
o Jane Goodall (toonde (coalitionele) agressie onder chimpansees aan) en
Diane Fossey (gorillas)
o Niet-menselijke primatenstudies: inzicht in evolutionaire verschillen en
gelijkenissen
o Invloedrijk: Richard Wrangham (chimpansee) en Frans De Waal
(bestudeerde empathie bij Bonobo’s)
▪ Niet-menselijke primaten zijn evolutionair aangepast aan sociaal
leven (sociaal gedrag: gedrag dat het bewijs is dat soorten zich
aangepast hebben aan het in groep leven)
▪ Niet in groep leven = primaten solitair
▪ In groep leven = primaten afhankelijk van elkaar voor eigen
overleven
▪ Moederlijke investering bij chimpansees, geen vaderlijke
investeringen in nageslacht
6. Menselijke biologie: bestuderen hoe mensen zich fysiologisch aanpassen aan de
uitersten van de fysieke omgeving van de aarde
o Voedingsantropologen: bestuderen de onderlinge relatie tussen voeding,
cultuur en evolutie
o Demografische antropologen: onderzoeken de biologische en culturele
krachten die de samenstelling van menselijke populaties bepalen
o Variaties tussen individuen en groepen
o Micro-evolutie: veranderingen door gen-varianten
PAGE 3
CRIMINOLOGIE
Wies Romon | Universiteit Gent | 2025
,Algemene inleidende beschouwingen
• Biologische antropologen → houden zich bezig met de wetenschappelijke
studie van de mensheid
• Biologische antropologie = fysiologische antropologie (= bestudeerd hoe het
menselijk lichaam zich fysiologisch aanpast aan omgevingsfactoren)
• Wij = biologische wezens
o Mensen = primaten en delen een recente afkomst met de levende
mensapen
o Wij zijn product van miljoenen jaren evolutie door natuurlijke selectie
• Theodosius Dobzhansky: Niets in biologie is logisch… behalve in het licht van
de evolutie
o Kijken naar populaties, genetische varianties (gen-varianten kunnen
zich verspreiden in het lichaam)
o Sociaal gedrag kan niet ten volle begrepen worden, zonder de vraag te
stellen ‘waar komt het vandaan?’
Sub-velden van de Antropologie
Antropologie in de 4-field approach
- Cross-cultuur en holistisch
1. Culturele antropologie: bestudeert menselijke culturen, gewoonten en sociale
structuren (cultuur kan biologische neigingen versterken)
o Cross-culturele context
o Etnologie: vergelijkende studie van verschillende culturen om
universele patronen en culturele variaties te identificeren
o Etnografie: diepgaand onderzoek en beschrijving van eens specifieke
cultuur door middel van veldwerk en participerend observatie
2. Linguïstische antropologie: studie van taal, geschiedenis en gebruik in culturen
o Linguïstische vorm
o Linguïstische functie
▪ GOSSIP & Grooming
o Taal = bio-culturele parasiet (= taal bestaat als iets dat mensen
gebruiken, maar geen enkele taal is onveranderlijk)
PAGE 1
, 3. Archeologie: artefacten (= vondsten die gemaakt zijn door leden uit de
samenleving) en materiële cultuur (= fysieke objecten, middelen en ruimtes die
mensen gebruiken om hun cultuur te definiëren)
o Er moeten minimum cognitieve capaciteiten zijn om iets te maken
o = hoe oud bepaalde vaardigen zijn
o Archeogenetica: onderzoekt oude DNA-sporen uit archeologische
vondsten om inzicht te krijgen in de genetische geschiedenis van
populaties
4. Biologische antropologie: wetenschappelijke studie van de mensheid
- Biologie en cultuur zijn in complexe wisselwerking met elkaar → biologische
factoren beïnvloeden menselijk gedrag en culturele praktijken, terwijl cultuur
op zijn beurt de biologische processen kan vormen
o Cultuur differentieert mensen van andere dieren
o Biologie produceert cultuur, maar cultuur kan biologie beïnvloeden
Reikwijdte biologische antropologie
Aanverwante disciplines:
1. Paleoantropologie: de studie van het fossielenbestand van de mensheid, en
versteende overblijfselen zijn het meest directe fysieke bewijs van menselijke
afkomst dat bijdraagt aan het begrijpen waar we vandaan komen
o Onderzoek begint met veldwerk (= onderzoekers zoeken in het land naar
nieuwe ontdekkingen
o Studie gebeurt in musea en universitaire labo’s
o Studie vloeit voort uit frvergelijkingen tussen uitgestorven en levende
vormen
2. Skeletale biologie: de studie van de menselijke skelet en de patronen en
processen van menselijke groei, fysiologie en ontwikkeling
o Veel variatie in morfologie (= vorm en structuur), meten van menselijke
kenmerken
o Osteologie = studie van het skelet
o Antropometrici: doen gedetailleerd metingen van het menselijk lichaam
in al zijn vormen, was de eerste generatie van biologische antropologen
Leert ons hoe groot bepaalde variatie binnen bepaalde soorten is
PAGE 2
, 3. Paleopathologie: de studie van ziekten bij oude menselijke populaties (bacteriën
en virussen)
o Bioarcheologie: studie van menselijke resten in archeologische context
o Vb. de pest
4. Forensische antropologie: analyseren van menselijke resten in een forensische
(legale) context (vb. misdaadzake, rampen en onverklaarde sterfgevallen)
o Menselijke overblijfselen in juridische relevante context
o Sporenonderzoek, DNA heel waardevol
5. Primatologie: bestuderen de anatomie, gedrag en genetica van zowel levende als
uitgestorven mensapen, apen en halfapen
o Jane Goodall (toonde (coalitionele) agressie onder chimpansees aan) en
Diane Fossey (gorillas)
o Niet-menselijke primatenstudies: inzicht in evolutionaire verschillen en
gelijkenissen
o Invloedrijk: Richard Wrangham (chimpansee) en Frans De Waal
(bestudeerde empathie bij Bonobo’s)
▪ Niet-menselijke primaten zijn evolutionair aangepast aan sociaal
leven (sociaal gedrag: gedrag dat het bewijs is dat soorten zich
aangepast hebben aan het in groep leven)
▪ Niet in groep leven = primaten solitair
▪ In groep leven = primaten afhankelijk van elkaar voor eigen
overleven
▪ Moederlijke investering bij chimpansees, geen vaderlijke
investeringen in nageslacht
6. Menselijke biologie: bestuderen hoe mensen zich fysiologisch aanpassen aan de
uitersten van de fysieke omgeving van de aarde
o Voedingsantropologen: bestuderen de onderlinge relatie tussen voeding,
cultuur en evolutie
o Demografische antropologen: onderzoeken de biologische en culturele
krachten die de samenstelling van menselijke populaties bepalen
o Variaties tussen individuen en groepen
o Micro-evolutie: veranderingen door gen-varianten
PAGE 3