2025
INLEIDING TOT DE
RECHTSFILOSOFIE
1BA RECHTEN VUB
Examen: meerkeuze, hoge censuur.
,DEEL I - HISTORISCHE ONTWIKKELING VAN DE RECHTSFILOSOFIE:
VAN DE MIDDELEEUWEN TOT DE 20 E EEUW
COLLEGE 1: RECHTSFILOSOFIE & MIDDELEEUWEN
❖ Thema’s
• De filosofische benadering
• Verschillen tussen juridische, rechtssociologische en rechtsfilosofische benadering
• Verschillen tussen recht, politiek, moraal en wetenschap
❖ Wat is recht?
Juristen -> intern perspectief: als de jurist wil weten wat recht is accepteert hij/zij het geheel van regels. Die
moet een bepaald probleem gaan oplossen* en om dit op te lossen heeft te jurist een bepaald gereedschap
namelijk juridische regels die men terug kan vinden in bepaalde bronnen en die bronnen hebben een bepaalde
autoriteit.
Geheel van regels die neerslag vinden in de bronnen van het recht (algemene principes, wetten, gewoonten,
etc.)
Deze regels vinden toepassing in de praktijk van rechtspraak en rechtsleer.
*Zoektocht binnen dit system naar meest adequate juridische oplossing van een bepaald probleem (vb
euthanasie)
Sociologen -> extern perspectief: een afstand gaan creëren en kijken naar recht als sociaal fenomeen. De
maatschappij beïnvloedt het recht maar het recht beïnvloedt ook de maatschappij
Andere benadering: Gaat niet om de vraag wat geldend recht is, is daar niet in geïnteresseerd.
1
,We kunnen op 2 manieren naar recht kijken:
• Recht (nauw): maatschappelijke controle uitgeoefend door systematische aanwending van macht. De
machthebber gebruikt het recht als het ware om controle uit te oefenen op de maatschappij.
• Recht (breed): geheel van collectieve gedragingen en normen die het sociale leven structureren. (Ehrlich
kijk)
Filosofen
… we hebben heel deze cursus nodig om te kunnen zeggen wat de filosofische kijk is op het recht.
• Dubbele betekenis van het woord ‘recht’ -> anders dan het Engelse ‘law’
Waarom? Het woord recht heeft meer betekenissen bv. woord rechtvaardig: hierin zit het woord recht al
of mij wordt onrecht aangedaan: dan spreken we over recht als een morele connotatie. Deze connotatie
heeft law helemaal niet.
• Morele rechtvaardigheid: noodzakelijk verband tussen recht en moraliteit.
❖ 2 grote stromingen in de rechtsfilosofie
• Natuurrechtleer: is een stroming die gaat kijken naar de verbindingen tussen recht en moraliteit.
Volgens natuurrechtsleer is er een noodzakelijk verband tussen recht en rechtvaardigheid/ recht en
moraliteit en die band kunnen we niet breken.
• Rechtspositivisme: Aan de andere kant is recht iets puur juridisch. We bestuderen dit algemeen aan
de rechtenfaculteit. We refereren vaak naar de rechten die bestaan in een bepaald rechtssysteem
binnen een bepaald grondgebied/ land.
Bestaand positief rechtsstelsel: een juridische ordening die feitelijk effectief is binnen een bepaald
grondgebied (bepaald door macht). Ordenende functie van recht in de maatschappij, ook bij
onrechtvaardigheid. Er is niet noodzakelijk een band met rechtvaardigheid. Dit wil zeggen: We kunnen
perfect het recht gebruiken om de maatschappij te ordenen zonder dat het recht rechtvaardig is, in deze
optiek staan recht en moraliteit los van elkaar en deze associëren we met de 2e stroming
rechtspositivisme.
❖ Wat is Rechtsfilosofie? T
Tekst Westerman -> ze gaan de vraag uit de weg -> ze willen geen definitie geven, omdat elke
definitieproblemen oplevert.
• Definities onbevredigend:
• Tonen via voorbeelden: daadwerkelijk lezen van filosofische teksten: ze vergelijken het met
schilderkunst -> we kunnen veel over schilderkunst praten maar als je nooit een schilderij hebt gezien
dan heeft het weinig zin om uit te leggen wat de definitie van schilderkunst nu eigenlijk is. Het is veel
beter om de schilderijen te bekijken en daarna te gaan spreken over wat we het hebben. We moeten
fragmenten gaan lezen van rechtsfilosofen en dan zie je een variëteit aan schrijfstijlen omdat we ook
spreken over eeuwen verschil tussen rechtsfilosofen. Zo kunnen we een beeld krijgen van wat
rechtsfilosofie is.
❖ Grondvragen van het recht -> typische vragen die de rechtsfilosofie probeert te beantwoorden
• In hoeverre houdt recht verband met moraal en rechtvaardigheid?
• In hoeverre is recht louter een machtsinstrument?
• Hoe kun je juridische dwang rechtvaardigen? Bv. staat heeft de politie en leger en mogen in bepaalde
situatie geweld gebruiken (wij mogen dit niet) -> hoe kunnen we dit rechtvaardigen dat een
instantie/organisatie in de maatschappij het alleenrecht heeft op het gebruik van dwang.
• Wanneer moet men aan het recht gehoorzamen? (Dus niet vanuit de staat maar vanuit de burger
bekijken, moet luisteren naar het recht -> zijn er situaties waarin ongehoorzaamheid mogelijk is en
waar we ongehoorzaam in zouden moeten zijn?
• Tot welke grens mag de overheid zich met het leven van haar burgers bemoeien? Wat dus de
wetgever wel of niet mag wetgeven.
2
, ❖ Juristen buiten het kader: de vraag waarom doen wij dit allemaal? Wat is het nut van de rechtsfilosofie?
Westerman zegt: de rechtsfilosofie waar zij het over heeft komt nooit helemaal los te staan van de
rechtspraktijk -> soms gebeurt dit wel, maar er moet altijd een link hiermee zijn. Ze ziet haar taak als
geslaagd als zij juristen uitnodigt om een beetje afstand te nemen van de praktijk waarin zij werken en na
te denken over wat zij doen. Er kunnen fenomenen voorkomen waarop het recht niet het perfecte
antwoord biedt (toepassing rechtsregel op de casus) en in zo’n gevallen is het zeker zinvol om afstand te
nemen en om zo eens te kijken of we een moraliteit of politiek tegenkomen en hoe moeten we dit
plaatsen?
• Voorbeeld 1
Strafrechter: Is het strafrecht (dus opleggen van een straf) wel de geschikte manier om mensen te
bewegen regels na te leven? Zo’n vraag kan niet binnen het recht beantwoord worden, het is een vraag
over het recht als een van de mechanismen die we hebben om regels na te leven maar er zijn er nog
anderen.
• Voorbeeld 2: stel maatschappelijk probleem -> als wetgever willen we nadenken: welke oplossing
willen we voor dat probleem. Is het maken van een wet überhaupt de beste oplossing om dit
probleem aan te pakken of moeten we op andere manier gaan nadenken?
Wetgevingsjurist: welke zaken moeten wel en niet door de overheid geregeld worden?
• Voorbeeld 3 -> naziperiode rechter die geconfronteerd wordt met fundamenteel onrechtvaardige
wet.
Rechter: Moet ik wetten toepassen die fundamenteel onrechtvaardig zijn? Andere variant: misschien is de
wet zelf ok, maar toevallig in dat geval leidt het tot een extreem onrechtvaardige uitkomst. Moet de
rechter de wet dan nog toepassen
Deze vragen zijn niet beantwoordbaar binnen het recht zelf. Tenzij ze in Duitsland deze vragen in de wet/
constitutie zelf opnemen.
❖ De Filosofische Benadering
• Houdt zich niet met ander onderwerp bezig dan juristen: bv ook nadenken over recht en milieu,
euthanasie, alternatieve straffen
• Wel andere benadering en ander perspectief naar dezelfde problemen
• Niet alleen een intern perspectief (=jurist: kijkt binnen het systeem met de regels die er zijn,
gaan ze proberen het probleem op te lossen, je kan er creatief mee zijn bv. milieurecht:
rechters hebben hier vrijheid in om probleem op te lossen) vragen vanuit het terrein van het
recht
• Maar een extern perspectief van buiten, van een afstand, over het recht (=filosoof)
Bv. rol van recht in het oplossen van een milieuproblematiek.
• Zinvol voor juristen om van tijd tot tijd de eigen activiteit kritisch van afstand te bekijken
❖ Filosofie & Wetenschap
Verschil rechtsfilosofie en rechtssociologie -> om dit te kunnen beantwoorden zetten we deze 2 tegenover
elkaar.
In de sociologie spraken we al over de onttovering van de werkelijkheid (Weber). De wetenschap had eerst de
natuur verklaard (langzaam), daarna het leven met Darwin en uiteindelijk de maatschappij zelf met de
sociologen.
• Wetenschap: beginnen met een bepaalde stabiele beschrijving of verklaring van de werkelijkheid (ook
sociologie of sociale wetenschap). Ze willen een oorzaak zoeken voor waarom de dingen zijn waarom
ze zijn -> wetenschappelijke benadering
3