Gentrification
Het proces waarbij de middenklasse een arbeidersbuurt overneemt en deze in
fysieke, sociale en economische zin opwaardeert. Uiteindelijk wordt de buurt dan
te duur voor de oorspronkelijke bewoners.
(Gentrification) Een beleid dat erop is gericht een creatieve klasse naar
stadswijken te lokken ter bevordering van de economische groei wordt gekoppeld
aan een toenemend gebruik van terminologie van de creatieve klasse. Willen
regio’s economisch succesvol worden? Dan moeten hoogopgeleide, creatieve,
innovatieve mensen zien te trekken, het type werknemer dat behoort tot een
creatieve economie. De aanwezigheid van creatieve mensen trekt niet alleen
nieuwe activiteiten naar vervallen buurten, maar bezielt die vaak met nieuwe
levendigheid. Een keerzijde hiervan is dat minder draagkrachten huurders uit hun
buurt worden verjaagd. Gentrification blijkt in de praktijk vooral de fysieke
manifestatie van een groeiende kloof tussen arm en rijk.
Verschillende fases van Gentrification:
1. Artistieke fase: er verschijnen alternatieve jongeren, kunstenaars en
creatieve professionals die zich willen distantiëren van de statuswedijver
en uitsluitingsprocessen die volgens hen plaatsvinden in de buitenwijken.
De aanwezigheid van een universiteit is minstens zo belangrijk. Echter zijn
zij niet de enige die in oude stadswijken vestigen: de eerste immigranten
komen er ook te wonen. (Improvisatie vervallen arbeidswoningen &
galeries. Sydney)
2. Gemengde fase: deze fase wordt gekoppeld aan een sociaal en cultureel
bewuste middenklasse. De oorspronkelijke bevolking krijgt te maken met
stijgende huur en is daardoor kwetsbaar voor geleidelijke buitensluiting.
Hoewel de nieuwkomers andere voorkeuren hebben, blijven ze
sympathiserend tegenover de oorspronkelijke bevolking. Vaak ontstaan
een gezamenlijke weerstand tegen de veranderingen in de buurt
(stadsvernieuwingscoalitie). (gedeeltelijk gerenoveerd, stadvernieuwing,
nieuw horeca, koffie en afhaalzaken. Westerpark Amsterdam).
3. Chique fase: deze mensen geven minder om het gemengde karakter van
de buurt en zijn meer geïnteresseerd in de hoge status die de buurt
inmiddels heeft gekregen. Het straatbeeld wordt nu in grotere mate
bepaalde door exclusieve commerciële functies. De trendy
horecagelegenheden krijgen het moeilijk. (bevat meer gezinnen en weinig
instroom). (penthouses, neemt af modehuizen. Soho New York).
Gentrification wordt al snel geassocieerd met een totale transformatie van de
creatieve tot en met de chique fase. Stadswijken doorlopen zelden het complete
traject. Er zijn weinig wijken die bij de chique fase hoort. Andere wijken die met
gentrification worden geassocieerd, waren vanaf het begin al geen
verwaarloosde arbeiderswijk en hadden in zekere zin een voorsprong. Naast het
afwijkende fasering hangt de verschijningsvormen van gentrification ook sterk af
van het type wijk. De staatsinvloed is niet alleen merkbaar in
langetermijnprocessen op het gebied van stadsontwikkeling, maar ook in
Het proces waarbij de middenklasse een arbeidersbuurt overneemt en deze in
fysieke, sociale en economische zin opwaardeert. Uiteindelijk wordt de buurt dan
te duur voor de oorspronkelijke bewoners.
(Gentrification) Een beleid dat erop is gericht een creatieve klasse naar
stadswijken te lokken ter bevordering van de economische groei wordt gekoppeld
aan een toenemend gebruik van terminologie van de creatieve klasse. Willen
regio’s economisch succesvol worden? Dan moeten hoogopgeleide, creatieve,
innovatieve mensen zien te trekken, het type werknemer dat behoort tot een
creatieve economie. De aanwezigheid van creatieve mensen trekt niet alleen
nieuwe activiteiten naar vervallen buurten, maar bezielt die vaak met nieuwe
levendigheid. Een keerzijde hiervan is dat minder draagkrachten huurders uit hun
buurt worden verjaagd. Gentrification blijkt in de praktijk vooral de fysieke
manifestatie van een groeiende kloof tussen arm en rijk.
Verschillende fases van Gentrification:
1. Artistieke fase: er verschijnen alternatieve jongeren, kunstenaars en
creatieve professionals die zich willen distantiëren van de statuswedijver
en uitsluitingsprocessen die volgens hen plaatsvinden in de buitenwijken.
De aanwezigheid van een universiteit is minstens zo belangrijk. Echter zijn
zij niet de enige die in oude stadswijken vestigen: de eerste immigranten
komen er ook te wonen. (Improvisatie vervallen arbeidswoningen &
galeries. Sydney)
2. Gemengde fase: deze fase wordt gekoppeld aan een sociaal en cultureel
bewuste middenklasse. De oorspronkelijke bevolking krijgt te maken met
stijgende huur en is daardoor kwetsbaar voor geleidelijke buitensluiting.
Hoewel de nieuwkomers andere voorkeuren hebben, blijven ze
sympathiserend tegenover de oorspronkelijke bevolking. Vaak ontstaan
een gezamenlijke weerstand tegen de veranderingen in de buurt
(stadsvernieuwingscoalitie). (gedeeltelijk gerenoveerd, stadvernieuwing,
nieuw horeca, koffie en afhaalzaken. Westerpark Amsterdam).
3. Chique fase: deze mensen geven minder om het gemengde karakter van
de buurt en zijn meer geïnteresseerd in de hoge status die de buurt
inmiddels heeft gekregen. Het straatbeeld wordt nu in grotere mate
bepaalde door exclusieve commerciële functies. De trendy
horecagelegenheden krijgen het moeilijk. (bevat meer gezinnen en weinig
instroom). (penthouses, neemt af modehuizen. Soho New York).
Gentrification wordt al snel geassocieerd met een totale transformatie van de
creatieve tot en met de chique fase. Stadswijken doorlopen zelden het complete
traject. Er zijn weinig wijken die bij de chique fase hoort. Andere wijken die met
gentrification worden geassocieerd, waren vanaf het begin al geen
verwaarloosde arbeiderswijk en hadden in zekere zin een voorsprong. Naast het
afwijkende fasering hangt de verschijningsvormen van gentrification ook sterk af
van het type wijk. De staatsinvloed is niet alleen merkbaar in
langetermijnprocessen op het gebied van stadsontwikkeling, maar ook in