Ongelijkheid en uitsluiting: Hoe meritocratisch is
Nederland en is dat reden tot zorg?
Meritocratie: samenleving waarin belangrijk wordt gevonden wat je individueel
hebt gepresteerd. De maatschappelijke positie van burgers wordt in hoge mate
bepaald door hun opleidingsniveau en minder door hun maatschappelijke
positie.
Een plus punt van meritocratie is dat de samenleving meer open en efficiënter is
dan een traditionele klassensamenleving, omdat op basis van eigen talenten en
inspanning iedereen kans maakt op maatschappelijk succes. Iedereen
capaciteiten worden optimaal benut en zo bijdragen aan maatschappelijke
welvaart.
Een min punt is dat minder getalenteerde veroordeeld zijn tot de minder
aantrekkelijke maatschappelijke positie, en dat hun belangen onvoldoende
vertegenwoordigd worden. Bovendien wordt achterstand van generatie op
generatie overgedragen, doordat het opleidingsniveau van kinderen via de
sociale en genetische erfelijkheid van intelligentie in sterke mate samenhangt
met de opleiding van hun ouders.
Niet- meritocratische factoren spelen nog altijd een rol op de kans van
maatschappelijk succes.
Zowel onderwijskansen als de maatschappelijke positie in sterke mate bepaald
door de sociaaleconomische afkomst. Hierdoor hangen opleidingsniveau en
maatschappelijke positie met elkaar samen en worden voorsprong en
achterstand in hoge mate van generatie tot generatie overgedragen. In een
ideaaltypische meritocratische samenleving bepalen individuele talenten (IQ) het
opleidingsniveau en vervolgens de maatschappelijke positie, terwijl die talenten
in hoge mate erfelijk zijn.
Hoe meritocratisch is het onderwijs?
De samenhang tussen de prestaties aan het einde van het basisonderwijs en het
bereikte eindniveau, is hetzelfde gebleven. Wel is het effect van de prestaties
aan het einde van de basisschool op de keuze van he vervolgonderwijs groter
geworden. Een tweede constatering is dat de prestaties aan het einde van de
basisschool steeds sterker samenhangen met het opleidingsniveau van de
ouders. Dit betekent dat prestaties steeds meer erfelijk worden, waarbij het
zowel gaat om genetische overdracht (nature) als om overdracht via opvoeding
(nurture) te gaan.
Niet-meritocratische factoren: de invloed van het beroep van de vader op de
schoolloopbaan is sterk afgenomen. Vervolgens is het effect van de opleiding van
de vader op de schoolloopbaan van zijn kinderen bij een gegeven
prestatieniveau aan het eind van de basisschool eenduidig. Tegelijkertijd is het
effect op het eindniveau in het voortgezet onderwijs toegenomen. Dit duidt erop
dat het opleidingsniveau van de vader steeds meer bepalend is voor het succes
van zijn kinderen.
Prestaties op het voortgezet onderwijs hangt samen met de opvoeding. Zo
hebben hoger opgeleide ouders meer hulpbronnen tot hun beschikking om
kinderen steun te bieden in het onderwijs. Bij tv-kijken is het belang van het
opvoedingsniveau toegenomen. Elk van deze opvoedingsactiviteiten heeft
invloed op de onderwijsprestaties van de kinderen.
Nederland en is dat reden tot zorg?
Meritocratie: samenleving waarin belangrijk wordt gevonden wat je individueel
hebt gepresteerd. De maatschappelijke positie van burgers wordt in hoge mate
bepaald door hun opleidingsniveau en minder door hun maatschappelijke
positie.
Een plus punt van meritocratie is dat de samenleving meer open en efficiënter is
dan een traditionele klassensamenleving, omdat op basis van eigen talenten en
inspanning iedereen kans maakt op maatschappelijk succes. Iedereen
capaciteiten worden optimaal benut en zo bijdragen aan maatschappelijke
welvaart.
Een min punt is dat minder getalenteerde veroordeeld zijn tot de minder
aantrekkelijke maatschappelijke positie, en dat hun belangen onvoldoende
vertegenwoordigd worden. Bovendien wordt achterstand van generatie op
generatie overgedragen, doordat het opleidingsniveau van kinderen via de
sociale en genetische erfelijkheid van intelligentie in sterke mate samenhangt
met de opleiding van hun ouders.
Niet- meritocratische factoren spelen nog altijd een rol op de kans van
maatschappelijk succes.
Zowel onderwijskansen als de maatschappelijke positie in sterke mate bepaald
door de sociaaleconomische afkomst. Hierdoor hangen opleidingsniveau en
maatschappelijke positie met elkaar samen en worden voorsprong en
achterstand in hoge mate van generatie tot generatie overgedragen. In een
ideaaltypische meritocratische samenleving bepalen individuele talenten (IQ) het
opleidingsniveau en vervolgens de maatschappelijke positie, terwijl die talenten
in hoge mate erfelijk zijn.
Hoe meritocratisch is het onderwijs?
De samenhang tussen de prestaties aan het einde van het basisonderwijs en het
bereikte eindniveau, is hetzelfde gebleven. Wel is het effect van de prestaties
aan het einde van de basisschool op de keuze van he vervolgonderwijs groter
geworden. Een tweede constatering is dat de prestaties aan het einde van de
basisschool steeds sterker samenhangen met het opleidingsniveau van de
ouders. Dit betekent dat prestaties steeds meer erfelijk worden, waarbij het
zowel gaat om genetische overdracht (nature) als om overdracht via opvoeding
(nurture) te gaan.
Niet-meritocratische factoren: de invloed van het beroep van de vader op de
schoolloopbaan is sterk afgenomen. Vervolgens is het effect van de opleiding van
de vader op de schoolloopbaan van zijn kinderen bij een gegeven
prestatieniveau aan het eind van de basisschool eenduidig. Tegelijkertijd is het
effect op het eindniveau in het voortgezet onderwijs toegenomen. Dit duidt erop
dat het opleidingsniveau van de vader steeds meer bepalend is voor het succes
van zijn kinderen.
Prestaties op het voortgezet onderwijs hangt samen met de opvoeding. Zo
hebben hoger opgeleide ouders meer hulpbronnen tot hun beschikking om
kinderen steun te bieden in het onderwijs. Bij tv-kijken is het belang van het
opvoedingsniveau toegenomen. Elk van deze opvoedingsactiviteiten heeft
invloed op de onderwijsprestaties van de kinderen.