• Wrong document? Swap it for free
  • Written by students who passed
  • Immediately available after payment
  • Read online or as PDF
Sell
Where do you study
Your language
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 54 pages
Summary

Samenvatting Sociale Psychologie deel 2

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 54 pages

Samenvatting van alle powerpoints en lessen en aangevuld uit het boek. Gemaakt voor het schakelprogramma van de master Psychologie voor het vak Sociale Psychologie deel 2 voor de examenperiode van juni 2025. Zie de tags voor de verschillende onderwerpen. Het document heeft 54 bladzijdes en is gemaakt in mijn gebruikelijke sjabloon (gebruik van kleur en meestal volzinnen, maar een duidelijke structuur).

Content preview

SP2 – juni 2025 1




SOCIALE PSYCHOLOGIE
= wetenschappelijk onderzoek naar de manier waarop gedachten, gevoelens en gedragingen worden beïnvloed
door anderen
- Psychologie want we zijn geïnteresseerd in de psychologische processen
- Sociaal omdat we geïnteresseerd zijn in de invloed van anderen
• Die fysiek aanwezig is, bv. al je buren letten goed op tijdens de les
• Die in gedachten aanwezig is, bv. ruzie gehad met kotgenoot maakt dat je niet op kan letten
• Die geïmpliceerd is, bv. verwachting van je ouders om goede punten te halen maakt dat je goed oplet
 Heel veel gedragingen zijn dus sociaal gekleurd! Bv. ademen op zich niet maar wel bij paniekreactie op een
bepaalde context

VERSCHILLENDE VERKLARINGSNIVEAUS

1. INTRAPERSOONLIJK
= persoon in context, bv. stereotypen sturen je oordeel over de kwaliteiten van kandidaten voor een leidersrol
in een bedrijf, zoals vrouw als vriendelijk maar passief en man als competent maar dominant
- Deze stereotypen kleuren mogelijk (bewust of onbewust) je keuze OF kennis over die stereotypen en je
feministische idealen maken dat je er tegenin gaat
- Uit onderzoek zien we dat die stereotypen vaak op 2 dimensies terecht komen: competentie en warmte
• De competentie dimensie is beter voorspellend voor succes op de arbeidsmarkt, waardoor vrouwen
meer gediscrimineerd worden naar leidersfuncties

2. INTERPERSOONLIJK
= relaties, interacties, situaties, bv. opmerking van medestudent activeerde je stereotype
- Als de omgeving de stereotypen relevant maakt, zullen ze meer doorwegen in je oordeel, bv. de voorzitter
van de sollicitatiecommissie heeft net een seksistische opmerking gemaakt
- Maar het hangt wel af van jouw beeld van de persoon die de opmerking maakt! Bv. Onderzoek waarbij de
interviewer een opmerking maakt die stereotypen over gender weerspiegelt: "Op sommige momenten
moet je in deze job zware producten verplaatsen. Dat kan een beetje gevaarlijk zijn – maar de jongens
zullen een aardige jongedame als jij vast wel helpen." – een positief beeld over de interviewer beïnvloedt
dan de competentie van de sollicitant en zo ook de geschiktheid van de sollicitant voor de baan




3. POSITIONEEL
= sociale groepen, groepsrelaties, groepslidmaatschap, status van de persoon, bv. samenstelling van het bedrijf
maakt vrouwen/ouderen minder welkom
- In een jonge startup zal een oude kandidaat mogelijk minder kans maken of zelf afhaken

4. IDEOLOGISCH
= cultureel, rol van algemene opvattingen en ideeën, groepsrelaties, culturele betekenissen en praktijken, bv. de
samenleving typeert vrouwen en mannen zodanig dat ze voor sommige rollen ongeschikt lijken
- De positie van vrouwen is beter in samenlevingen met minder seksistische ideologie
• We onderscheiden binnen seksistische ideologie:

,SP2 – juni 2025 2


▪ Vijandig seksisme: duidelijk negatieve uitspraken, bv. “Vrouwen zijn uit op macht en willen
mannen onder controle krijgen”; “Vrouwen zijn snel op hun tenen getrapt”
▪ Welwillend seksisme: vaak positieve denkbeelden die op een subtiele manier weergeven dat
vrouwen op bepaalde domeinen minder competent of stevig zijn, bv. ze moeten beschermd
worden; ze hebben een meer verfijnde smaak
• Deze 2 zijn positief gecorreleerd met elkaar, dus 2 gezichten van eenzelfde fenomeen
- 2 maten voor de positie van vrouwen:
• Gender empowerment (macht): deelname aan economie en politiek
• Gender development (ontwikkeling): levensverwachting, scholing, levensstandaard
- In samenlevingen met seksistische ideeën hebben vrouwen ook minder vaak een leidinggevende functie,
bv. onderzoek met eerst een meting van vijandig seksisme via een vragenlijst met stereotype stellingen
over geslacht, waarna ze het CV van een man of vrouw moeten beoordelen voor een leidinggevende
functie

REDUCTIONISME
= als je probeert het hele fenomeen terug te brengen tot 1 enkel niveau van verklaring; men kijkt maar naar 1
niveau
 Maar eigenlijk zijn alle niveaus van verklaring waar en relevant
 Er kan dan wel een effect gevonden worden op dat niveau maar men weet niet of dat echt de belangrijkste
verklaring is

METHODEN
Sociale psychologie gaat over sociale invloed op gevoelens, gedachten en gedrag:




 Experimentele methode kan causaliteit aantonen

Maar tegenwoordig wordt sociale psychologie eerder gezien als psychologie die gaat over hoe gevoelens,
gedachten en gedrag sociaal gekleurd zijn




 Er is tegenwoordig ook steeds meer aandacht voor andere methoden

EXPERIMENTEN
Bv. Worden mensen hulpvaardiger als ze zich goed voelen? Met OV: compliment of kritiek geven en AV: hoeveel
papieren rapen vrouwelijke psychologiestudenten op als een medewerker een hele map vol papieren laat
vallen?
- Interne validiteit (kunnen we het resultaat toeschrijven aan de OV?)
• Er is nog nood aan controle, bv. extra conditie met geen opmerking

,SP2 – juni 2025 3


• Er moet worden gecheckt voor storende variabelen, bv. Waren ze hulpvaardiger omdat ze zich goed
voelden? Wat als er gewoon meer hulpvaardige mensen in de ene conditie zitten dan de andere?
- Externe validiteit (mate waarin resultaten kunnen worden gegeneraliseerd en toegepast in andere
contexten), bv. Zijn de resultaten van vrouwelijke psychologiestudenten te veralgemenen naar de
doelpopulatie? Zou hetzelfde gebeuren in een dagelijkse situatie?
• Vaak wordt er maar naar 1 factor gekeken, vooral op intrapersoonlijk niveau (= reductionisme)
• Er is replicatie nodig!

Laboratorium-experimenten Veld-experimenten
Bv. Zimbardo prison experiment Bv. jeugdkamp Sherif
- Hoge interne maar lage externe validiteit - Lagere interne, hoge externe validiteit
- Gevaar voor reductionisme - Minder controle op storende factoren
- Kans op demand karakteristieken en beperking - Gevaar van antwoordtendensen, bv. altijd
van spontaan gedrag (“subject effects”) gemiddeld scoren

SURVEY ONDERZOEK
Bv. discriminatie ervaringen van moslims in een aantal Europese steden: in welke mate ervaren zij discriminatie
en in hoeverre is dat op grond van hun religie?
- Kan ervaringen, voorlopers en gevolgen van reële situaties onderzoeken, variabelen beschrijven of
correlaties nagaan
- Er wordt geprobeerd te controleren voor storende variabelen door het vragen naar demografische info

ARCHIEFONDERZOEK
= onderzoek naar culturele producten of maatschappelijke ontwikkelingen en diens samenhang met gedrag, bv.
“Weerspiegelen kinderboeken het emotionele repertoire?”; “Hangt inkomensherverdeling samen met geluk?”
- Dit laat toe de buitenste schil (de reële sociale context) te bestuderen en de mogelijke invloed ervan op
mensen

INTERVIEWS EN FOCUSGROEPEN
= gesprekken in groep of met een individu, bv. gesprekken met gezinnen, diens ouders, kinderen en enkele
omringende hulpverleners naar “Wat is een sterk/veerkrachtig gezin?”
- Wordt vaak eerder als vooronderzoek of eerste onderzoek gebruikt
- Deze methoden genereren inhoud en diepgang in reële situaties
- Maar er is vaak maar ruimte voor een kleine steekproef en er kan invloed zijn van de onderzoeker en diens
achtergrond (dus bewust van zijn en erover reflecteren!)

CASE STUDIES
= het volgen van een individu of een groep om een bepaalde omstandigheid of gebeurtenis te beschrijven, bv.
“Hoe ervaren zwarte studenten de reacties van de universiteitspresident op geracialiseerde incidenten en welke
impact hebben deze reacties op hun gevoel van inclusie en marginalisatie binnen de universiteit?”
- Deze methode brengt diepgang in reële situaties en kan een bepaalde niche onderzoeken
- Maar ook hier is er vaak invloed van de onderzoeker en deze methode

OBSERVATIESTUDIES
Bv. Welke koppelinteracties voorspellen tevredenheid met de relatie? Hoe ziet een goede relatie eruit?
- Deze methode bekijkt interacties tussen mensen, en zowel verbaal als non-verbaal gedrag
- Maar vaak is er maar ruimte voor een kleine steekproef en correct coderen is complex en arbeidsintensief

PARTICIPATIEF ACTIE ONDERZOEK
= onderzoek waarbij deelnemers niet echt onderzoekssubject/-object zijn maar volwaardige
onderzoekspartners, waarbij het onderzoek, de interventies en de effecten daarvan samen worden besproken,

, SP2 – juni 2025 4


bv. Welke factoren dragen bij aan (de)radicalisering? Samen met een groep van Brusselse jongeren en
jeugdwerkers gesprekken en activiteiten ondernemen
- Dit lijkt een beetje op een focusgroep maar hier volgt 1 groep het volledige onderzoeksproces mee en is er
meer gelijkwaardigheid en wederkerigheid (ipv epistemische onrechtvaardigheid)
- Er is bovendien een focus op sociale verandering
- Maar er is minder neutraliteit, geen controle conditie en vaak complex en arbeidsintensief

META-ANALYSE
= voor een bepaalde onderzoeksvraag kijken naar alle studies die er daarrond al zijn geweest of in een bepaalde
periode en die effecten naast elkaar leggen

WELKE METHODE KIEZEN?
- Elk heeft zijn sterktes en beperkingen
- De keuze is afhankelijk van de onderzoeksvragen
- Men moet zich bewust zijn van wat wel en niet te concluderen valt
- Een combinatie van verschillende methoden kan beperkingen opvangen (maar is tijds- en arbeidsintensief)

ETHISCHE ASPECTEN VAN ONDERZOEK
Bij de dataverzameling Bij data rapportering
- Misleid zo weinig mogelijk en nadat je iemand - Onderzoeksfraude zoals data uitvinden of
misleidt moet je daarover communiceren veranderen
- Informed consent, soms opnieuw na misleiding - Fout weergeven van procedures, resultaten
- Debriefing: onderzoeksopzet volledig uitleggen - Aandacht voor epistemische ongelijkheid en
en verantwoorden auteurschap
- Aandacht voor welzijn: begeleiding of waar kan
iemand terecht?

Table of contents

  1. 01 verschillende verklaringsniveaus 1
    1. 1. Intrapersoonlijk 1
    2. 2. Interpersoonlijk 1
    3. 3. Positioneel 1
    4. 4. Ideologisch 1
    5. reductionisme 2
  2. 02 methoden 2
    1. experimenten 2
    2. survey onderzoek 3
    3. archiefonderzoek 3
    4. interviews en focusgroepen 3
    5. case studies 3
    6. observatiestudies 3
    7. participatief actie onderzoek 3
    8. meta-analyse 4
    9. welke methode kiezen? 4
  3. 03 ethische aspecten van onderzoek 4
  4. 04 dimensies van beoordeling 5
    1. configural model van solomon asch 5
    2. rosenberg 5
    3. indrukken en overleving 6
    4. belang van perspectief 6
    5. belang van context 6
    6. andere beïnvloedende factoren 6
  5. 05 schema’s en stereotypes 7
    1. soorten schema’s 7
    2. de hiërarchische organisatie van categorieën 7
    3. bottom-up vs top-down 7
    4. stereotypen 8
    5. wanneer veranderen we schema’s en stereotypen? 9
  6. 06 sociaal encoderen 10
    1. saillantie 10
    2. vividness 10
    3. accessibility 10
  7. 07 waar is het ‘sociale’ in sociale cognitie? 10
  8. 08 mine/ours emoties 11
  9. 09 zijn emoties universeel? 11
  10. 10 emoties als sociaal gedrag 11
  11. 11 emoties in relaties 12
    1. emoties in intieme relaties 12
    2. emoties in vriendschappen 13
  12. 12 emoties in de hiërarchie 13
    1. schaamte 13
    2. trots 14
    3. onderhandelingen 14
  13. 13 emoties en identiteit 14
  14. 14 zelfconcept 15
    1. zelf-schema’s 15
    2. zelf-discrepantietheorie 15
    3. sociale invloeden op ons zelf 15
  15. 15 zelf-bewustzijn 16
    1. onderzoek naar zelf-bewustzijn door objectificatie 16
  16. 16 zelf-waardering 17
    1. zelf-motieven 17
    2. copingsmechanismen als zelf-waarde op de proef wordt gesteld 18
  17. 17 sociale identiteit 18
    1. zelf-categorisatie 18
    2. sociale identiteit en zelf-waardering 19
    3. sociale identiteitsstrategieën 19
  18. 18 de rol van zelf in motivatie 20
    1. zelf-regulatiefocus theorie 20
  19. 19 culturele verschillen in zelf en identiteit 21
  20. 20 aantrekking 22
    1. cultuurverschillen 22
    2. sociale aantrekking 22
  21. 21 need to belong 22
    1. eenzaamheid 22
    2. reacties op sociale uitsluiting 23
  22. 22 waarom en hoe bouwen we relaties met anderen op? 24
    1. 4 modellen van relatievorming 25
  23. 23 intieme relaties 25
    1. The triangle of love 26
  24. 24 types groepen 27
  25. 25 psychologisch belang van groepen 27
    1. groepsnormen 27
  26. 26 groepsvorming 28
    1. deductief vs inductief 28
    2. groepsvorming naar diversiteit 28
    3. het proces van groepsvorming 28
    4. groepssocialisatiemodel 29
  27. 27 groepscohesie en loyaliteit 29
  28. 28 ongelijkheid en inclusie in groepen 29
    1. sociale inclusie 29
    2. Status 30
    3. inclusie en groepscohesie bevorderen 30
  29. 29 sociale dilemma’s 31
    1. Soorten sociale dilemma’s 31
    2. theorieën over sociale dilemma’s 32
    3. oplossingen voor sociale dilemma’s 32
  30. 30 collectieve actie 33
    1. sociale identiteitsstrategieën 33
    2. dimensies 34
    3. 4 motieven voor collectieve actie 34
    4. belang van communicatie en contact 35
  31. 31 verbale communicatie 36
    1. beïnvloedt taal ons denken? 36
    2. taal en emotie 37
    3. taal als impliciete communicatie 37
    4. taal en identiteit 38
    5. taal en relaties 38
  32. 32 non-verbale communicatie 38
    1. non-verbale communicatie van emoties 39
    2. non-verbale communicatie van macht 39
    3. non-verbale communicatie van vooroordelen 40
  33. 33 goede leiders 41
    1. verschillende perspectieven op effectieve leiders 41
  34. 34 slechte leiders 44
  35. 35 leiderschap en vertrouwen 44
  36. 36 intra/intergroepsperspectief op leiderschap 44
    1. fusies 45
  37. 37 leiderschap en vooroordelen 45
    1. Het glazen plafond voor vrouwen 45
    2. huidskleur 46
    3. andere groepen die niet in het prototype van ‘leider’ passen 46
  38. 38 vooroordeel en discriminatie 47
    1. vele ‘-ismes’ 47
    2. stigma’s 49
    3. de impact van vooroordelen en discriminatie 50
  39. 39 intergroepsgedrag 50
    1. intergroepsconflict 50
    2. intergroepsrelaties verbeteren 50
  40. 40 onderliggende psychologische processen 52
  41. 41 “wise” interventions 52
    1. theorie van verschil 52
    2. waarde- en zelfbevestiging 53
    3. mindset 53
    4. think-pair-share 53
    5. (inter)culturele dialoog 53
    6. diversiteitsmodel 53

Connected book
 image
Michael Hogg, Graham Vaughan Hogg Social Psychology
Publisher: Unknown ISBN: 9781292409061 Edition: 9

Document information

Study
Summarized whole book?
Yes
Uploaded on
May 11, 2025
File latest updated on
May 29, 2025
Number of pages
54
Written in
2024/2025
Type
Summary
$8.61

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
Mellowerillish
4.3
(14)
Sold
180
Followers
56
Items
41
Last sold
3 days ago



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions