Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

2025 volledige boek samenvatting - Personen-, familie- en relatievermogensrecht

Beoordeling
5.0
(1)
Verkocht
20
Pagina's
125
Geüpload op
06-05-2025
Geschreven in
2024/2025

Dit is een samenvatting van het boek: "Personen-, familie- en relatievermogensrecht, Prof. dr. Ingrid Boone Prof. dr. Johan Du Mongh, en Prof. dr. Alain-Laurent Verbeke, OWL press, 2025" Het bevat de belangrijkste punten en codex verwijzingen.

Meer zien Lees minder
Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

Personen-, familie en familiaal vermogensrecht – boek samenvatting

Inhoud

Inleiding..................................................................................................................................... 2
Hoofdstuk 1. Situering ........................................................................................................... 2
Hoofdstuk 2. Ontwikkelingen en actuele tendensen .............................................................. 2
Hoofdstuk 3. Bronnen van het personen-, familie- en relatievermogensrecht ....................... 3
Deel I. Afstamming en adoptie ................................................................................................ 6
Hoofdstuk 1. Afstamming ...................................................................................................... 6
Hoofdstuk 2. Adoptie ........................................................................................................... 24
Deel II. Identiteit van de persoon: naam en geslacht .......................................................... 35
Hoofdstuk 1. Naam .............................................................................................................. 35
Hoofdstuk 2. Geslacht .......................................................................................................... 44
Deel III. Het minderjarige kind ............................................................................................ 47
Hoofdstuk 1. Handelingsonbekwaamheid minderjarigen .................................................... 47
Hoofdstuk 2. Ouderlijke rechten en plichten ....................................................................... 50
Hoofdstuk 3. Voogdij en pleegvoogdij ................................................................................. 58
Hoofdstuk 4. Recht op persoonlijk contact .......................................................................... 60
Deel IV. Tweerelaties: huwelijk en samenwoning ................................................................ 62
Hoofdstuk 1. Inleiding.......................................................................................................... 62
Hoofdstuk 2. Huwelijk: aangaan van een huwelijk .............................................................. 62
Hoofdstuk 3. Gevolgen van het huwelijk: primair huwelijksstelsel .................................... 67
Hoofdstuk 4. Secundaire stelsels: werking tijdens het huwelijk .......................................... 75
Hoofdstuk 5. Echtscheiding ................................................................................................. 94
Hoofdstuk 6. Secundaire stelsels: ontbinding, vereffening en verdeling ........................... 103
Hoofdstuk 7. Wettelijke samenwoning............................................................................... 117
Hoofdstuk 8. Feitelijke samenwoning ................................................................................ 120
Deel V. Meerderjarige beschermde personen .................................................................... 122
Hoofdstuk 1. Begrip en situering ....................................................................................... 122
Hoofdstuk 2. Doelstellingen en uitgangspunten beschermingsstatuut ............................... 122
Hoofdstuk 3. Beschermde personen ................................................................................... 122
Hoofdstuk 4. Buitengerechtelijke bescherming ................................................................. 122
Hoofdstuk 5. Rechterlijke bescherming ............................................................................. 123
Hoofdstuk 6. Bescherming van de gehuwde wilsonbekwame ........................................... 125




~1~

,Inleiding

Hoofdstuk 1. Situering

Het personenrecht regelt het statuut van de persoon en zijn rechtspositie in de maatschappij.
Het familierecht regelt de privaatrechtelijke verhouding tussen partners, ouders en kinderen en
hun verwanten.

Overzicht
• Deel 1. de regels over afstamming en adoptie
• Deel 2. de naam en het geslacht van personen
• Deel 3. het statuut van minderjarigen
• Deel 4. de tweerelaties: huwelijk en samenwoning met inbegrip van het
relatievermogensrecht
• Deel 5. de beschermde meerderjarigen

Het huwelijk heeft niet enkel personenrechtelijke, maar ook vermogensrechtelijke gevolgen.
Het huwelijksvermogensrecht omvat het geheel van regels dat de vermogensrechtelijke
verhoudingen beheerst tussen echtgenoten onderling en tegenover derden, zowel tijdens het
huwelijk als bij de ontbinding ervan.

Duurzame intieme relaties die niet bezegeld zijn door een huwelijk vallen niet onder het
huwelijk maar worden beheerst door het samenwoningsvermogensrecht.

Het primair huwelijksstelsel regelt op eenvormige en dwingende wijze de minimale rechten en
verplichtingen van de echtgenoten, zowel onderling als in hun verhouding met derden, zowel
op persoonlijk als op vermogensrechtelijk vlak.

Het secundair huwelijksvermogensrecht regelt enkel de vermogensrechtelijke aspecten,
genoemd de huwelijksvermogensstelsels. Het bevat een uitgewerkte regeling voor de
vermogensrechtelijke betrekkingen tussen de echtgenoten en tegenover derden, bovenop de
beperkte vermogensaspecten die reeds (dwingend) door het primair stelsel worden geregeld.
Echtgenoten kunnen echter – voor of tijdens het huwelijk – van deze regels afwijken en hun
huwelijksvermogensrechtelijke verhoudingen regelen in het door hen vastgelegde
conventioneel huwelijksvermogensstelsel (huwelijkscontract).

Hoofdstuk 2. Ontwikkelingen en actuele tendensen

Afdeling I. Familie- en relatievermogensrecht als spiegel van maatschappelijke waarden
• Het familierecht heeft een regulerende functie: het regelt de verhoudingen tussen ouder
en kind, tussen echtgenoten en samenwonende partners (met inbegrip van hun
vermogen en financiële verhoudingen) en tussen andere verwanten. Het familierecht en
het relatievermogensrecht raken daarmee iedereen.
• In het verleden werd het familierecht vooral ingezet om het traditionele huwelijk tussen
man en vrouw als norm te stellen.
➢ Er werd een onderscheid gemaakt tussen enerzijds kinderen geboren tijdens het
huwelijk tussen man en vrouw en anderzijds kinderen die buiten het huwelijk
zijn geboren.
• Er wordt meer aanvaard dat mensen vrij zijn om hun persoonlijke leven en gezinsleven
in te richten op een manier die zij zelf goed achten. Die vrijheid kent wel grenzen.

~2~

,Afdeling II. Ontwikkelingen
• Tijdens het ancien régime, bestond het gezin uit een gehuwde man en vrouw en hun
kinderen. De man was het hoofd van het gezin.
• Tijden 19de tot eerste helft 20e eeuw, werd buiten-huwelijke relaties door het
familierecht niet erkend of zeer negatief behandeld. Kinderen geboren buiten het
huwelijk waren onwettig. Echtscheiding was alleen mogelijk onder zeer beperkende
voorwaarden. Relaties tussen personen van hetzelfde geslacht werden niet erkend. De
echtgenoot was nog steeds het hoofd van het gezin.
• Vanaf 1970 een daling van het aantal huwelijken en stijging van het aantal
echtscheidingen.
• Verdere ontwikkelingen tweede helft 20e eeuw:
➢ 1987: Kinderen krijgen gelijke rechten, ongeacht of ze binnen of buiten het
huwelijk zijn geboren.
➢ De echtscheidingsmogelijkheden verruimd en de echtscheidingsprocedure
versoepeld.
➢ 1998: de wettelijke samenwoning
➢ 2003: huwelijken met zelfde geslacht erkent
➢ 2006: Adoptie door personen van hetzelfde geslacht is mogelijk
➢ 2014: Het meemoederschap krijgt een regeling analoog aan die van het
vaderschap
➢ 2014: de verplichte patrilineaire naamsoverdracht wordt afgeschaft.
• Vrouwen minder economisch afhankelijk
• De vaderlijke macht omgezet in ouderlijk gezag, dat beide ouders uitoefenen over hun
kinderen
• Kinderen zijn geen voorwerp meer van ouderlijke macht – zij zijn een volwaardig
persoon
• Ontwikkelingen van medisch begeleide voortplanting – de juridische ouders zijn niet
noodzakelijk de genetische of biologische ouders. Draagmoederschap is nog niet
wettelijk geregeld. De anonimiteit van doneren bij medisch begeleide voortplanting
staat onder druk.
• Verschuiving naar klemtoon naar het individu en zijn autonomie
• Groeiende internationale mobiliteit van personen → toepassing van het familie- en
relatievermogensrecht in grensoverschrijdende situaties.

Hoofdstuk 3. Bronnen van het personen-, familie- en relatievermogensrecht

Afdeling I. Nationale normen
• Burgerlijk wetboek
➢ Boek I Personen
▪ Titel II: burgerlijke stand
▪ Titel V: huwelijk
▪ Titel VI: echtscheiding
▪ Titel VII: afstamming
▪ Titel VIII: adoptie
▪ Titel IX: ouderlijk gezag en pleegzorg
▪ Titel X: minderjarigheid en voogdij
▪ Titel XI: beschermde meerderjarigen
➢ Boek III Titel Vbis - wettelijke samenwoning
➢ Boek II Titel III – relatievermogensrecht
➢ Boek IV: nalatenschappen, schenkingen en testamenten

~3~

, ➢ Voor de wettelijke samenwoning blijven de artikels 1475-1479 oud BW
voorlopig nog van toepassing
• Gerechtelijk wetboek
➢ Bepaalt welke rechtscolleges bevoegd zijn voor geschillen met betrekking tot
personen- en familierecht, welke rechtspleging geldt voor familierechtelijke
geschillen en hoe gerechtelijke beslissingen ten uitvoer worden gelegd.
➢ Vóór 1 september 2014 lag de bevoegdheid voor familiale geschillen verspreid
over vier verschillende rechters: de burgerlijke rechtbank, de voorzitter van de
rechtbank van eerste aanleg, de vrederechter en de jeugdrechtbank.
➢ Ná 1 september 2014 heeft de familie- en jeugdrechtbank de bevoegdheid.
▪ De familie- en jeugdrechtbank is een sectie binnen de rechtbank van
eerste aanleg.
❖ (1) familiekamers en kamers voor minnelijke schikking, samen
genaamd ‘Familierechtbank’
− Een aparte “kamer voor minnelijke schikking” in elke
familierechtbank, waar de partijen onder leiding van een
magistraat tot een minnelijke oplossing kunnen komen.
❖ (2) jeugdkamers, genaamd ‘Jeugdrechtbank’ - art. 76 § 1 Ger.W.
▪ De familierechtbank is bevoegd voor alle burgerlijke familiale geschillen
- artikel 572bis Ger.W
➢ De wetgever heeft geschillen tussen feitelijk samenwonenden niet uitsluitend
aan de familierechtbank toevertrouwd. Verschillende rechters zijn daarvoor
bevoegd.
▪ De wet maakt een onderscheid tussen echtgenoten en wettelijk
samenwonenden enerzijds, en feitelijk samenwonenden anderzijds →
GwH: geen schending van de artikelen 10 en 11 GW.
➢ De jeugdrechtbank is bevoegd voor jeugdbeschermingsmaatregelen - art. 7
Jeugdbeschermingswet.
➢ De vrederechter blijft bevoegd voor de onbekwaamheidsstatuten – art. 594
Ger.W
• Specifieke wetten en decreten
➢ De wet van 21 februari 2003 tot oprichting van een Dienst voor
alimentatievorderingen bij de FOD Financiën
➢ De wet van 6 juli 2007 betreffende de medisch begeleide voortplanting en de
bestemming van de overtallige embryo’s en de gameten.
➢ Het decreet van 3 juli 2015 inzake binnenlandse adoptie van kinderen en het
decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp
• Grondwet
➢ Artikelen 10 en 11 GW
➢ Artikel 22 GW: het recht op eerbiediging van het privéleven en het gezinsleven

Afdeling II. Internationale normen
• Europees verdrag voor de rechten van de mens (EVRM)
➢ artikel 8 EVRM: recht op bescherming van het privéleven en van het familie- en
gezinsleven
➢ artikel 12 EVRM: recht om te huwen en een gezin te stichten)
➢ artikel 14: discriminatieverbod
➢ arrest EHRM 13 juni 1979, Marckx/België: het EVRM kan de motor zijn voor
verandering van het nationale familierecht.


~4~

, ➢ Rechtspraak van EHRM voor familie- en gezinsleven wordt ruim en functioneel
opgevat. Het gaat niet alleen om de banden tussen een gehuwd koppel en hun
kinderen, maar ook om die tussen koppels die ongehuwd samenleven en hun
kinderen. Ook de banden tussen naaste verwanten, zoals tussen grootouders en
kleinkinderen, vallen onder de bescherming van het familie- en gezinsleven.
➢ De notie privéleven in artikel 8 EVRM is erg breed. Het omvat o.a. het recht van
een persoon om zijn afkomst te kennen, het recht op toegang tot in-
vitrofertilisatie, het recht van een man om zijn vaderschap te laten vaststellen of
te betwisten. Zo volgt uit artikel 8 EVRM ook de plicht voor de lidstaten om
koppels van hetzelfde geslacht juridische erkenning en adequate bescherming te
waarborgen, al hoeft dat niet noodzakelijk via het huwelijk te zijn.
• Internationaal verdrag betreffende de rechten van het kind (IVRK)
➢ Artikel 2.1 IVRK: België moet het verdrag beschreven rechten voor ieder kind
onder zijn rechtsbevoegdheid eerbiedigen en waarborgen
➢ Artikel 3 IVRK: het belang van het kind vormt de eerste overweging bij elke
(rechterlijke, bestuurlijke of wetgevende) beslissing die het kind aangaat
➢ Artikel 4 IVRK: België moet andere maatregelen nemen om de in het verdrag
erkende rechten te verwezenlijken
➢ Artikel 7.1 IVRK: het recht van het kind op een naam vanaf de geboorte en het
recht zijn ouders te kennen en door hen te worden verzorgd
➢ Artikel 12 IVRK: het recht van het kind om zijn mening vrij te uiten in alle
aangelegenheden die het kind betreffen en om te worden gehoord in iedere
gerechtelijke en bestuurlijke procedure die het kind betreft
➢ Artikel 14 IVRK: het recht op vrijheid van godsdienst
➢ Artikel 16 IVRK: het recht op eerbiediging van zijn privéleven en gezinsleven
➢ Sommige bepalingen van het IVRK hebben directe werking (bijvoorbeeld art.
9.2 IVRK: het recht van alle betrokken partijen om deel te nemen aan procedures
in verband met het opleggen van een scheiding tussen een ouder en zijn kind).
Andere bepalingen hebben geen directe werking, maar vormen wel een leidend
principe bij de uitwerking en interpretatie van het nationale recht.
• Unierecht
➢ Artikel 81 VWEU: grensoverschrijdende familiezaken
➢ Het blijft de lidstaten evenwel vrij om in hun nationale wetgeving al dan niet het
huwelijk en het ouderschap van personen van hetzelfde geslacht op te nemen




~5~

,Deel I. Afstamming en adoptie

Hoofdstuk 1. Afstamming

Afdeling I. Inleiding
• Afstamming: de juridische band tussen een kind en zijn ouders, waaruit rechten en
verplichtingen voor beiden voortvloeien.
➢ Afstamming is een element van de staat van een persoon.
▪ De staat van een persoon is het geheel van bepaalde hoedanigheden van
een persoon die zijn rechtspositie in de familie en de maatschappij
bepalen en die hem onderscheiden van andere personen wat het bezit en
de uitoefening van bepaalde rechten betreft - art. 6 § 2 oud BW
• Een kind kan met niet meer dan twee personen een oorspronkelijke afstammingsband
hebben: een moeder en een vader of een moeder en een meemoeder.
• Bezit van staat: de socio-affectieve realiteit - art. 331nonies oud BW
➢ Het moet voortdurend zijn.

Afdeling II. Evoluties in het afstammingsrecht – Boek I. Titel II Afstamming oud BW
• In het oud BW van 1804 werd er een onderscheid gemaakt tussen wettige en onwettige
kinderen
➢ Het EHRM heeft in het Arrest Marckx van 13 juni 1979 België veroordeeld
omdat de wetgeving omtrent natuurlijke kinderen in strijd was met artikel 8
EVRM (recht op eerbiediging van gezins- en familieleven), artikel 14 EVRM
(discriminatieverbod) en artikel 1 van het eerste bijgevoegd Protocol (recht op
ongestoord genot van eigendom, wat betreft de erfrechtelijke positie van
natuurlijke kinderen).
• De afstammingswetten van 31 maart 1987 heeft de discriminatie van natuurlijke
kinderen ten opzicht van wettige kinderen grotendeels opgeheven en heeft de
mogelijkheden tot vestiging of tot betwisting van de afstammingsband versoepeld.
• De Wet van 1 juli 2006 had tot doel het afstammingsrecht eenvormiger te maken en de
discriminaties weg te werken. De bepalingen inzake de vestiging en betwisting van
afstamming langs moederszijde enerzijds en langs vaderszijde anderzijds werden
grotendeels gelijkgeschakeld.
• Wet 6 juli 2007 medisch begeleide voortplanting zorgde dat de afstammingsregels in
het voordeel van de wensouders werken. Draagmoederschap is in België nog niet
wettelijk geregeld.
• Wet 5 mei 2014 vaststelling afstamming meemoederszijde heeft het voor de lesbische
partner of echtgenote van de moeder mogelijk gemaakt om een oorspronkelijke
afstammingsband te hebben met het kind. De regels inzake afstamming van
meemoederszijde zijn opgesteld naar analogie met die inzake afstamming van
vaderszijde.
• Sinds 2010 heeft het Grondwettelijk Hof tal van bepalingen van het afstammingsrecht
strijdig bevonden met de artikelen 10 en 11 (gelijkheids- en non-discriminatiebeginsel)
en/of artikel 22 (bescherming privé- en gezinsleven) of 22bis, vierde lid (kinderrechten)
van de Grondwet.
➢ De Wet 21 december 2018 (“noodwet:”) heeft een aantal aanpassingen
doorgevoerd in het afstammingsrecht. Het werkt bepaalde ongrondwettigheden
weg. Deze aanpassingen zijn in werking getreden op 10 januari 2019. De Wet
raakt niet aan het bezit van staat als grond van niet-ontvankelijkheid voor


~6~

, betwistingsvorderingen, noch aan de vervaltermijn voor betwistingsvorderingen
ingesteld door het meerderjarige kind.
• Moet de wetgever het mogelijk maken om het ouderschap en/of het ouderlijk gezag toe
te kennen aan meer dan twee personen?

Afdeling III. Afstamming langs moederszijde
• Overzicht
➢ De afstamming langs moederszijde kan op drie wijzen gevestigd worden: (1) op
grond van de geboorteakte, (2) door erkenning en (3) door gerechtelijke
vaststelling van het moederschap (onderzoek naar het moederschap).
➢ Er is geen onderscheid tussen kinderen geboren binnen of buiten het huwelijk
• Geboorteakte
➢ Vestiging van de afstamming
▪ Een kind stampt juridisch af van de vrouw wiens naam als moeder
vermeld is in de geboorteakte (mater semper certa est-regel) - artikel 312
§ 1 oud BW en Art. 44 oud BW
▪ In België bestaat er geen recht om anoniem te bevallen
▪ Voor draagmoederschap, geldt de dezelfde regel - De
draagmoederschapsovereenkomst kan de mater semper certa est-regel
niet buiten spel zetten.
➢ Betwisting van de afstamming op grond van de geboorteakte vastgestelde – art
312, §2 oud BW
▪ Betwisting is alleen mogelijk indien het kind geen bezit van staat heeft
ten aanzien van de moeder.
▪ De bewijslast van het bezit van staat rust op de verweerder - art.
331nonies oud BW.
▪ De vordering kan alleen worden ingesteld door de vader, het kind, de
vrouw ten aanzien van wie de afstamming is vastgesteld en door de
vrouw die het moederschap van het kind opeist.
▪ De vordering moet worden ingesteld binnen het jaar na de ontdekking
van het leugenachtige karakter van de afstamming van moederszijde -
art. 312 § 2 oud BW.
❖ Voor het kind houdt deze termijn echter een schending in van de
Grondwet m.b.t. de artikelen 10, 11 en 22 van de Grondwet (in
samenhang gelezen met de artikelen 8 en 14 EVRM), in zoverre
het aan het kind een termijn van een jaar te rekenen vanaf de
ontdekking van het leugenachtige karakter van de afstamming
van moederszijde oplegt om een vordering tot betwisting van het
moederschap in te stellen (GwH 15 februari 2024, nr. 22/2024).
▪ Een succesvolle betwistingsvordering heeft tot gevolg dat de vrouw
vermeld in de geboorteakte niet meer de juridische moeder is.
❖ Terugwerkende kracht teniet
❖ Een succesvolle betwisting door de beweerde moeder heeft niet
tot gevolg dat de afstamming ten aanzien van haar automatisch
vaststaat. Zij kan daarna het kind wel erkennen.
• Erkenning
➢ Vestiging van moederschap door erkenning
▪ De moeder kan het kind alleen erkennen “indien de naam van de moeder
niet in de akte van geboorte is vermeld of bij ontstentenis van zulk een
akte” - artikel 313 § 1 oud BW

~7~

, ▪ Toestemming vereist :
❖ Van het meerderjarig kind; of
❖ Van de vader van een minderjarig kind; of
❖ Van het minderjarig kind vanaf 12 jaar.
▪ De erkenning moet gebeuren bij akte van erkenning, opgemaakt door de
ambtenaar van de burgerlijke stand (ABS) - artikel 327/1 § 1, eerste lid
oud BW
❖ Indien de moeder gehuwd is en een kind erkent dat tijdens het
huwelijk is geboren, moet de erkenning worden meegedeeld aan
de echtgenoot of echtgenote - art. 313 § 3 oud BW.
➢ Betwisting van erkenning moederschap – art 330 oud BW
▪ Betwisting is alleen mogelijk indien het kind geen bezit van staat heeft
ten aanzien van de erkenner - art. 330 § 1, eerste lid oud BW
▪ De vordering kan alleen worden ingesteld door de vader, het kind, de
vrouw ten aanzien van wie de afstamming is vastgesteld en door de
vrouw die het moederschap van het kind opeist (de beweerde moeder) -
art. 330 § 1, eerste lid oud BW
▪ Termijn om vordering in te stellen – art 330, §1, vierde lid oud BW:
❖ De vader en de juridische moeder (erkenner) moeten de
vordering instellen binnen een jaar na de ontdekking dat de
erkenner niet de moeder is.
❖ De vrouw die het moederschap opeist, moet de vordering
instellen binnen een jaar na de ontdekking dat zij de moeder van
het kind is, of binnen een jaar nadat zij kennis heeft genomen van
de erkenning, indien deze plaatsvindt na de ontdekking van het
feit dat zij de moeder van het kind is.
❖ De vordering van het kind moet op zijn vroegst worden ingesteld
de dag waarop het de leeftijd van 12 jaar heeft bereikt en uiterlijk
de dag waarop het de leeftijd van 22 jaar heeft bereikt, of binnen
het jaar na de ontdekking van het feit dat de persoon die het
erkend heeft niet zijn moeder is. Hierbij is rekening te houden
met de rechtspraak van het Grondwettelijk Hof
▪ De erkenning wordt alleen tenietgedaan indien bewezen is dat de
erkenner niet de moeder is
❖ Dus dat zij niet van het kind is bevallen.
❖ Dit mag met alle middelen worden bewezen - art. 330 § 2 oud
BW
▪ De erkenner zelf en de personen die de in artikel 329bis oud BW
bedoelde toestemming hebben verleend (bv. de vader, indien het kind
minderjarig is), mogen echter de erkenning alleen betwisten indien zij
bewijzen dat aan hun toestemming een gebrek kleefde - art. 330 § 1,
tweede lid oud BW.
▪ Een succesvolle betwistingsvordering heeft tot gevolg dat de erkenning
en dus de afstammingsband retroactief worden tenietgedaan.
▪ Bij betwisting door de beweerde moeder kan de vordering alleen
gegrond worden verklaard als zij haar moederschap bewijst.
❖ De afstammingsband ten aanzien van de erkenner wordt
tenietgedaan, maar tegelijk wordt ook de afstammingsband van
rechtswege vastgesteld ten aanzien van de verzoekster - art. 330
§ 3 oud BW. Dit is de “2 in 1-vordering”.

~8~

, ❖ De rechtbank kan de vordering door de beweerde moeder maar
toestaan, indien aan de voorwaarden van artikel 332quinquiesis
voldaan - art. 330 § 3 oud BW.
• Gerechtelijke vaststelling van het moederschap
➢ De afstamming van moederszijde kan gerechtelijk worden vastgesteld wanneer
zij niet (meer) op een andere wijze vaststaat - art. 314 oud BW.
➢ De vordering kan ingesteld worden door het kind zelf, door de vader van het
kind of door de vermeende moeder - art. 332ter, eerste en tweede lid.
➢ De eiser moet bewijzen dat de vermeende moeder van het kind is bevallen - art.
314 derde lid oud BW.
▪ Hij kan dit op twee manieren bewijzen.
❖ Ofwel door aan te tonen dat het kind bezit van staat heeft ten
aanzien van de vermeende moeder.
❖ Ofwel, als er geen bezit van staat is, door alle wettelijke middelen
- art. 314 vierde en vijfde lid oud BW.
➢ De afstamming langs moederszijde kan alleen gerechtelijk vastgesteld worden
onder de voorwaarden bepaald in artikel 332quinquies oud BW.

Afdeling IV. Afstamming langs vaderszijde
• Inleiding
➢ Is het kind geboren binnen het huwelijk, dan is de echtgenoot van de moeder
van rechtswege de vader - art. 315 oud BW.
➢ Is het kind geboren buiten het huwelijk, dan kan de vader het kind erkennen -
art 319 oud BW), of kan het vaderschap gerechtelijk vastgesteld worden - art.
322 oud BW.
• Vaderschapsregel
➢ Vestiging van de afstamming
▪ Regel: “Pater is est quem nuptiae demonstrant”. Het kind dat geboren is
tijdens het huwelijk of binnen 300 dagen na de ontbinding of de
nietigverklaring van het huwelijk, heeft de echtgenoot van de moeder tot
vader - art. 315 oud BW
❖ De vaderschapsregel is niet van toepassing bij een huwelijk
tussen personen van hetzelfde geslacht - art. 143, tweede lid oud
BW
▪ Toepassingsvoorwaarden - De vaderschapsregel vindt alleen toepassing
indien de afstamming langs moederszijde vaststaat, de moeder met een
man is gehuwd en het kind geboren is tijdens het huwelijk of binnen 300
dagen na de ontbinding of nietigverklaring van het huwelijk:
❖ kinderen verwekt en geboren tijdens het huwelijk;
❖ kinderen verwekt voor het huwelijk maar geboren tijdens het
huwelijk;
❖ kinderen verwekt tijdens het huwelijk maar geboren binnen 300
dagen na het einde van het huwelijk;
❖ kinderen verwekt voor het huwelijk maar geboren binnen 300
dagen na het einde van het huwelijk.
❖ Kinderen verwekt na het einde van het huwelijk maar geboren
binnen 300 dagen na het einde van het huwelijk.
▪ Uitzonderingen
❖ (1) wanneer uit een beslissing houdende vaststelling van het
vermoeden van afwezigheid blijkt dat het kind geboren is meer

~9~

, dan 300 dagen na de verdwijning van de echtgenoot - art. 316
oud BW
❖ (2) wanneer het kind geboren is binnen 300 dagen na de
ontbinding of nietigverklaring van het huwelijk van zijn moeder
en na een nieuw huwelijk van deze. In dat geval heeft het kind de
nieuwe echtgenoot tot vader - art. 317 oud BW
❖ (3) in een aantal “verdachte gevallen” - art. 316bis oud BW)
− Het kind is geboren meer dan 300 dagen na de
neerlegging van het verzoekschrift tot echtscheiding door
onderlinge toestemming;
− Het kind is geboren meer dan 300 dagen na machtiging
tot afzonderlijk verblijf bij wijze van voorlopige
maatregel tijdens de procedure tot echtscheiding wegens
onherstelbare ontwrichting of bij wijze van dringende
maatregel tijdens het huwelijk;
− Het kind is geboren meer dan 300 dagen na de datum
waarop de echtgenoten zijn ingeschreven op
verschillende adressen.
− In deze “verdachte gevallen” kunnen de echtgenoten door
een gemeenschappelijke verklaring bij de aangifte van
geboorte van het kind bij de ABS vragen dat het
vermoeden van vaderschap toch geldt - art. 316bis, eerste
lid oud BW
➢ Betwisting vaderschap echtgenoot - artikel 318 oud BW.
▪ Bezit van staat als grond van niet-ontvankelijkheid
❖ Het vaderschap van de echtgenoot kan alleen worden betwist
mits het kind geen bezit van staat heeft ten aanzien van de
echtgenoot - art. 318 § 1, aanhef oud BW
❖ Bezit van staat – art 331nonies oud BW:
− Mag niet dubbelzinnig zijn
− De bewijslast rust op de verweerder
❖ In het Arrest van 3 februari 2011 (nr. 20/2011) oordeelde het
GwH, dat art. 318, § 1 oud BW art. 22 Gw., in samenhang gelezen
met art. 8 EVRM, schendt in zoverre de vordering tot betwisting
van het vaderschap niet ontvankelijk is indien het kind bezit van
staat heeft ten aanzien van de echtgenoot van de moeder.
❖ In een arrest van 3 februari 2016 (nr. 18/2016) oordeelde het
GwH, dat het bezit van staat tussen het kind en zijn wettige vader
als absolute grond van niet-ontvankelijkheid van de vordering
strijdig is met artikel 22 Gw., in samenhang gelezen met artikel
8 EVRM, zelfs in het geval dat het kind het bezit van staat heeft
laten voortbestaan na te hebben vernomen dat de echtgenoot van
zijn moeder niet zijn biologische vader was.
❖ → verschillende opvattingen over de gevolgen van deze
rechtspraak:
− Een eerste opvatting heeft de vaststelling van de
ongrondwettigheid van artikel 318 § 1 oud BW tot gevolg
dat het bezit van staat als grond van niet-ontvankelijkheid
buiten beschouwing moet worden gelaten. De rechter zou
de vordering tot betwisting van het vaderschap van de

~ 10 ~

Gekoppeld boek

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Ja
Geüpload op
6 mei 2025
Aantal pagina's
125
Geschreven in
2024/2025
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

$11.97
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Beoordelingen van geverifieerde kopers

Alle reviews worden weergegeven
10 maanden geleden

5.0

1 beoordelingen

5
1
4
0
3
0
2
0
1
0
Betrouwbare reviews op Stuvia

Alle beoordelingen zijn geschreven door echte Stuvia-gebruikers na geverifieerde aankopen.

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
deboeielieve Katholieke Universiteit Leuven
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
48
Lid sinds
1 jaar
Aantal volgers
1
Documenten
8
Laatst verkocht
4 weken geleden

4.7

3 beoordelingen

5
2
4
1
3
0
2
0
1
0

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen