Examen: open vragen, gesloten boek. (3 à 4 grote vragen met deelvragen)
BELANGRIJKE THEMA’S EN BEGRIPPEN BIJ VEROUDERING
Psychogerontologie
= de psychologie van het ouder worden en het sociaal-emotioneel functioneren van ouderen.
1.VERGRIJZING
OUDEREN, WIE ZIJN ZE?
Verschillende termen voor ouderen ; senioren, bejaarden,… ➔ ouderen
Chronologische leeftijd
65-74 jaar: “jonge” ouderen
75-84 jaar: “oude” ouderen
> 85 jaar: “oudste” ouderen
> 100 jaar: “centenarian”
>110 jaar: “super centenarian”
Belangrijk: niet alle ouderen zijn niet hetzelfde, een 65 jarige mag niet vergeleken worden met een 75
jarige. Er is veel heterogeniteit tussen deze leeftijdsfasen en we moeten een onderverdeling maken in
deze leeftijd.
Functionele leeftijd
We zien een hele grote discrepantie dus we gaan kijken om de heterogeniteit in kaart te brengen door de
functionele leeftijd op basis van…
o Biologische leeftijd
= gebaseerd op de kwaliteit van de werking van de lichaamssystemen/organen. Hoe
gezond is men?
• Biologische leeftijdstest = nagaan levensverwachting + hoe gezond men
ouder zal worden
o Psychologische leeftijd
= gebaseerd op het functioneren op psychologische/ cognitieve tests
Bv: jongdementie, deze mensen hebben vaak een psychologische leeftijd van 75
jaar terwijl ze 45 jaar zijn.
o Sociale leeftijd
= welke sociale rollen worden ingenomen in de maatschappij (familie, werk,…)
• Grootouder hogere sociale leeftijd dan ouder
• Gepensioneerde is “ouder” dan een werkende persoon
Nadeel : dit ligt niet vast en is moeilijker om te gaan hanteren. Daarom zullen we in
bevolkingsvooruitzichten enkel beroep doen op de chronologische leeftijd.
,ENKELE CIJFERS
Er is sprake van een vergrijzing van onze bevolking. We zien dat het aantal 65+ de komende jaren erg sterk
zal toenemen. Er is ook sprake van een dubbele vergrijzing, wat betekend dat de oudere ouderen ook
sterk zullen toenemen. Het optreden van ziektebeelden ligt rond 80 jaar en zal er dus toenemende zorg
aangeboden moeten worden. (incidentie van dementie stijgt met leeftijd dus komende jaren zullen meer
mensen met ziekte van Alzheimer zijn)
Gezondheidszorg en faciliteiten voor ouderen zijn niet
gelijk verdeeld over alle steden, waar veel oudere wonen
zijn donkere gebieden bv: in Leuven wonen meer
studenten en jonge gezinnen
De meeste ouderen wonen aan de kust, er zijn veel
mensen die met pensioen zeggen dat ze daar gaan
wonen, het probleem is dat men ervan uitgaat dat je
gelijk gaat blijven maar we zien dat hier veel eenzame
ouderen zijn. vaak zijn het de kinderen die in het
binnenland zijn blijven wonen en de afstand erg groot wordt en dus meer eenzaamheid is aan de kust.
Vrouwen hebben een hogere levensverwachting dan
de mannen maar het verschil is kleiner aan het
worden, dit was vroeger groter. In 2021 zien we een
knikje omdat hier de corona periode was.
2.BIOPSYCHOSOCIAAL PERSPECTIEF
= ontwikkeling/veroudering is een complex samenspel van biologische, psychologische en sociale
processen.
Biologische
= werking van lichaamsfuncties en structuren doorheen proces.
Psychologische
= cognities, gevoelens & emoties
Sociale
= positie binnen sociale structuren
,4 PRINCIPES VAN HET OUDER WORDEN
1. Veranderingen in de levensloop verlopen continu
o Continuïteitsprincipe= hetgeen gebeurt op oudere leeftijd bouwt voort op
gebeurtenissen uit het verleden. Maar individuen blijven “hetzelfde” ondanks ze ook
veranderen
➔ Mensen die ouder worden blijven de persoon die ze vroeger
waren, ze gaan zich niet plots helemaal anders gedragen.
Bv: dementie kan je voorkomen door gezond te eten, niet te roken,…
2. Enkel de overlevenden zijn diegene die oud worden
= de enige voorwaarde om oud te worden is niet doodgaan.
➢ Maar ook voor onderzoek heeft dit zijn repercuties → we gaan vaak jongeren en
ouderen vergelijken, de jongeren die we vergelijken zijn vaak degene met goede
genen biologisch, psychologisch goed overweg kunnen met emoties en een goed
sociaal netwerk hebben. Er zit dus een zekere bias in.
Ook is het zo dat ouderen minder risicovol gedrag gaan stellen maar het kan ook dat
degene die het meeste risicovol gedrag vertonen eigenlijk al gestorven zijn. we
moeten dus voorzichtig zijn bij interpretaties!
3. Individualiteit doet ertoe
= het is niet zo dat alle ouderen dezelfde kenmerken hebben. er zijn grote inter- en intra
individuele verschillen.
➢ Inter = ouderen verschillen eigenlijk nog meer dan jongeren, ze hebben een bredere
dosis aan levenservaringen
4. Normaal verouderen is verschillend van ziekte
= niet alle ouderen worden dement of krijgen kanker.
➢ Normaal verouderen – primair
= ogen, oren, die achteruitgaat, grijze haren → zit in normaal proces
➢ Pathologisch verouderen – secundair en tertiair
= ziektebeelden die ontwikkelen
• Tertiair = richting sterven gaan, mensen die pathologisch erg vlug
achteruit gaan.
Bv: CVA, Parkinson, Alzheimer,…
➢ Optimaal ouder worden
= mensen met goede compensatiemechanismen om zo lang mogelijk goed te
functioneren ondanks achteruitgang in normaal verouderingsproces
• “super granny’s” = cognitief nog heel sterk
Niet gezond ouder worden indicatoren
Te hoog BMI
Alcohol, drugs gebruik
Ongezond voedsel
Roken
Geen fysieke activiteit
, INTERINDIVIDUELE VERSCHILLEN
Hoe kleiner hippocampus, hoe meer geheugenproblemen.
➔ Gezond ouder worden: degeneratief verlies van
hersenen en hippocampus waardoor meer typisch
episodische geheugenproblemen optreden.
Zwarte lijn daalt → naarmate men ouder wordt is de kans
groter op degeneratie van de hippocampus. Mochten we
zeggen dat dit met alle ouderen het geval is zouden alle
groene bolletjes mooi op dezelfde lijn liggen maar dit is niet
zo! Er is dus heterogeniteit hierin.
INTRA-INDIVIDUELE VERSCHILLEN
Gekristalliseerde intelligentie
= woordenschat, rekenen,… .
PERSOONLIJK VS SOCIAAL OUDER WORDEN
Personal aging
= veranderingen binnen het individu die plaatsvinden.
Bv: grijs haar krijgen, minder goed zien, minder goed horen,…
Social aging
= mensen veranderen tegelijktijdig met of als resultaat van een veranderende omgeving.
~Paul Baltes : omgevingsinvloeden zijn normatief en niet-normatief.
Normatieve leeftijdsgerelateerde invloeden (culturele normen)
= als mensen verouderen gaan ze zich laten leiden door die gebeurtenissen te laten plaatsvinden die in
een cultuur of generatie vasthangen aan
bepaalde momenten in de levensloop.
Binnen een cultuur zijn er bepaalde
verwachtingen die moeten gebeuren als je een
bepaalde leeftijd hebt.
Normatieve geschiedenisgerelateerde invloeden
= gebeurtenissen die iedereen binnen een bepaalde cultuur op een bepaald moment overkomt
(ongeacht de leeftijd)
Bv: COVID
Niet-normatieve invloeden
= toevallige gebeurtenissen die een individu overkomt.
Bv: lotto winnen, trauma,…