Woordenschat sociale 2
- Inleiding
Sociale psychologie Wetenschappelijk onderzoek naar hoe de
gedachten, gevoelens & het gedrag van mensen
worden beïnvloed door de feitelijke, ingebeelde of
impliciete aanwezigheid van anderen
Gedrag Wat mensen daadwerkelijk doen dat objectief
gemeten kan worden
Wetenschap Methoden voor het bestuderen van de natuur
waarbij gegevens worden verzameld om
hypothesen te testen
Theorie Reeks onderling samenhangende concepten &
principes die een fenomeen verklaren
Data Publiekelijke verifieerbare waarnemingen
Conformiteit Groepsverwachtingen bieden normen met
krachtige effecten op het gedrag van een individu
Hypothese Empirisch toetsbare voorspellingen over wat
samenvalt met wat, of wat veroorzaakt
Confirmation bias De neiging om informatie te zoeken, te
interpreteren & te creëren die bestaande
verklaringen voor de oorzaak van een gebeurtenis
verifieert
Intrapersoonlijk niveau Verklaringsniveau van oordeel/gedrag ‘persoon in
context’
Role congruity theory Een persoon zal positief geëvalueerd worden als
die erkend wordt als de kenmerken overeenkomen
met de gevraagde sociale rollen van die groep
Interpersoonlijk niveau Verklaringsniveau ‘sociale relaties’
Positioneel niveau Verklaringsniveau ‘sociale groepen’
Ideologisch niveau Verklaringsniveau ‘cultureel’
Afhankelijke variabele Uitkomstmaat
Onafhankelijke variabele Condities, hetgeen gemanipuleerd wordt
Interne validiteit Zekerheid dat manipulatie de verandering van de
afhankelijke variabele veroorzaakt <-> confounder
Externe validiteit Generaliseerbaarheid naar andere context,
, dagelijkse leven, populatie…
Controleconditie Neutrale conditie ingevoerd in een onderzoek,
experiment
Manipulatiecheck Is de manipulatie gelukt? -> na onderzoek
vragenlijst…
Storende variabelen Variabelen die systematisch mee veranderen met
de onafhankelijke variabele
Laboratoriumexperimente Experiment met hoge interne maar lage externe
n validiteit
Risico op demand characteristics/ subject effects
Oplossing: double blind design
Veldexperiment Experiment met hoge externe maar lage interne
validiteit
Minder controle op confounders
Survey onderzoek Bevragingsonderzoek
Archiefonderzoek Onderzoek waarin met gaan kijken naar producten
die al bestaan (videomateriaal, boeken…) (meestal
met primaire bronnen)
Gini coëfficiënt Weerspiegelt mate van ongelijkheid tussen rijk &
arm binnen een land
Kwalitatieve studies Studies over betekenissen & woorden
Case studies (kwalitatief)
Volgen van een individu of groep om bepaalde
omstandigheden of gebeurtenissen verdiepend te
beschrijven
Observatiestudies Studies op basis van observatie
Reductionisme Te weinig rekening houden met alle niveaus
Positivisme Niet-kritische acceptatie van wetenschappelijke
methode als enige manier om tot echte kennis te
komen
Weinig oog voor context en unieke menselijke
eigenschappen
, - Sociale groepen
Groep 2 of meer individuen in interactie, bewust van hun
lidmaatschap van de … en van de anderen die tot
de … behoren, en zich bewust van hun positieve
onderlinge afhankelijkheid terwijl ze naar
gezamenlijke doelen streven
Gemeenschappelijke Relaties & banden opbouwen
band
Gemeenschappelijke Eigenschappen en kenmerken die men gemeen
identiteit heeft
Komt meest overeen met sociale categorie
Entitativiteit Mate waarin categorie afgescheiden is van andere
categorieën, kenmerken die maken dat deze groep
onderscheiden kan worden van andere groepen en
1 geheel vormt
Groot -> meer onderling afhankelijke, meer dicht
verbonden lot/doel
Terror management Deze theorie beschrijft hoe mensen de dagelijkse
theory strijd met de angst voor de dood aangaan en wat
hiervan de gevolgen zijn van gedrag en cognitie ->
afweermechanismen
Vb. lid zijn van een groep en zo ‘verder bestaan/
onsterfelijk worden’
Realistic conflict theory of Als mensen een gemeenschappelijk doel
intergroup behaviour hebben en elkaar nodig hebben om dat doel te
bereiken, zullen ze eerder geneigd zijn om samen
te werken en een groep te vormen
Gedeelde doelen die samenwerking
stimuleren & confilcten vermijden
Sociaal ostracisme Mensen worden actief uitgesloten uit een groep
Groepsnormen Expliciete/impliciete regels of standaarden voor
groepsleden die gedrag leiden of net beperken
Prescriptieve groepsnorm Hoe men zich zou moeten gedragen
Descriptieve groepsnorm Hoe men zich in werkelijkheid gedraagt
Etnomethodologie De studie naar alledaagse methodes die mensen
gebruiken om sociale orde tot stand te brengen
- Garfinkel
Zwarte-schaapeffect Neiging om deviant gedrag van een groepslid
zwaarder te straffen dan hetzelfde gedrag van
iemand die geen lid is
- Inleiding
Sociale psychologie Wetenschappelijk onderzoek naar hoe de
gedachten, gevoelens & het gedrag van mensen
worden beïnvloed door de feitelijke, ingebeelde of
impliciete aanwezigheid van anderen
Gedrag Wat mensen daadwerkelijk doen dat objectief
gemeten kan worden
Wetenschap Methoden voor het bestuderen van de natuur
waarbij gegevens worden verzameld om
hypothesen te testen
Theorie Reeks onderling samenhangende concepten &
principes die een fenomeen verklaren
Data Publiekelijke verifieerbare waarnemingen
Conformiteit Groepsverwachtingen bieden normen met
krachtige effecten op het gedrag van een individu
Hypothese Empirisch toetsbare voorspellingen over wat
samenvalt met wat, of wat veroorzaakt
Confirmation bias De neiging om informatie te zoeken, te
interpreteren & te creëren die bestaande
verklaringen voor de oorzaak van een gebeurtenis
verifieert
Intrapersoonlijk niveau Verklaringsniveau van oordeel/gedrag ‘persoon in
context’
Role congruity theory Een persoon zal positief geëvalueerd worden als
die erkend wordt als de kenmerken overeenkomen
met de gevraagde sociale rollen van die groep
Interpersoonlijk niveau Verklaringsniveau ‘sociale relaties’
Positioneel niveau Verklaringsniveau ‘sociale groepen’
Ideologisch niveau Verklaringsniveau ‘cultureel’
Afhankelijke variabele Uitkomstmaat
Onafhankelijke variabele Condities, hetgeen gemanipuleerd wordt
Interne validiteit Zekerheid dat manipulatie de verandering van de
afhankelijke variabele veroorzaakt <-> confounder
Externe validiteit Generaliseerbaarheid naar andere context,
, dagelijkse leven, populatie…
Controleconditie Neutrale conditie ingevoerd in een onderzoek,
experiment
Manipulatiecheck Is de manipulatie gelukt? -> na onderzoek
vragenlijst…
Storende variabelen Variabelen die systematisch mee veranderen met
de onafhankelijke variabele
Laboratoriumexperimente Experiment met hoge interne maar lage externe
n validiteit
Risico op demand characteristics/ subject effects
Oplossing: double blind design
Veldexperiment Experiment met hoge externe maar lage interne
validiteit
Minder controle op confounders
Survey onderzoek Bevragingsonderzoek
Archiefonderzoek Onderzoek waarin met gaan kijken naar producten
die al bestaan (videomateriaal, boeken…) (meestal
met primaire bronnen)
Gini coëfficiënt Weerspiegelt mate van ongelijkheid tussen rijk &
arm binnen een land
Kwalitatieve studies Studies over betekenissen & woorden
Case studies (kwalitatief)
Volgen van een individu of groep om bepaalde
omstandigheden of gebeurtenissen verdiepend te
beschrijven
Observatiestudies Studies op basis van observatie
Reductionisme Te weinig rekening houden met alle niveaus
Positivisme Niet-kritische acceptatie van wetenschappelijke
methode als enige manier om tot echte kennis te
komen
Weinig oog voor context en unieke menselijke
eigenschappen
, - Sociale groepen
Groep 2 of meer individuen in interactie, bewust van hun
lidmaatschap van de … en van de anderen die tot
de … behoren, en zich bewust van hun positieve
onderlinge afhankelijkheid terwijl ze naar
gezamenlijke doelen streven
Gemeenschappelijke Relaties & banden opbouwen
band
Gemeenschappelijke Eigenschappen en kenmerken die men gemeen
identiteit heeft
Komt meest overeen met sociale categorie
Entitativiteit Mate waarin categorie afgescheiden is van andere
categorieën, kenmerken die maken dat deze groep
onderscheiden kan worden van andere groepen en
1 geheel vormt
Groot -> meer onderling afhankelijke, meer dicht
verbonden lot/doel
Terror management Deze theorie beschrijft hoe mensen de dagelijkse
theory strijd met de angst voor de dood aangaan en wat
hiervan de gevolgen zijn van gedrag en cognitie ->
afweermechanismen
Vb. lid zijn van een groep en zo ‘verder bestaan/
onsterfelijk worden’
Realistic conflict theory of Als mensen een gemeenschappelijk doel
intergroup behaviour hebben en elkaar nodig hebben om dat doel te
bereiken, zullen ze eerder geneigd zijn om samen
te werken en een groep te vormen
Gedeelde doelen die samenwerking
stimuleren & confilcten vermijden
Sociaal ostracisme Mensen worden actief uitgesloten uit een groep
Groepsnormen Expliciete/impliciete regels of standaarden voor
groepsleden die gedrag leiden of net beperken
Prescriptieve groepsnorm Hoe men zich zou moeten gedragen
Descriptieve groepsnorm Hoe men zich in werkelijkheid gedraagt
Etnomethodologie De studie naar alledaagse methodes die mensen
gebruiken om sociale orde tot stand te brengen
- Garfinkel
Zwarte-schaapeffect Neiging om deviant gedrag van een groepslid
zwaarder te straffen dan hetzelfde gedrag van
iemand die geen lid is