Hoofdstuk 1 inleiding
Voortplanting is de productie van nakomelingen en het vervangen van een huidige
generatie door een nieuwe. Voortplanting is niet gelijk aan kweken of
vermenigvuldigen
Seksuele voortplanting is nodig voor de uitwisseling van genetisch materiaal. Bij de
vrouw zien we de productie van eicellen en bij de man de productie van zaadcellen.
De haploide cel van de moeder en de haploide cel van de vader vormen samen een
diploide cel
1 eicel
De eicel bestaat uit een corona radiata (buitenste rand) een zona pellucida, een
poollichaampje, cytoplasma en een nucleus
De zaadcel is de grootste cel in het menselijk lichaam
2 zaadcel
De zaadcel bestaat uit een hoofdje en een staartje. Het hoofdje bevat een acrosoom,
een nucleus, een basaal lichaam. De staart bevat mitochondrien, een flagel
3 gametogenese
Spermatogenese Oogenese
• Uit 1 primaire spermatocyt 4 • Uit een primaire oocyt maar 1 ovaria
spermatiden
,Hoofdstuk 2 de man
1 anatomie
Bij de man zijn bijna alle voortplantingsorganen uitwendig gelegen.
1.1 phallus (penis)
De functie van de penis is enerzijds de afvoer van urine of zaadcellen en anderzijds voortplanting.
1.2 corpus cavernosum
Het corpus cavernosum is opgebouwd uit kleine holtes die zich
kunnen vullen met bloed. Ze zijn allen van elkaar gescheiden
door een septum. Het corpus cavernosum zorgt voor het zwellen
van de penis.
1.3 tunica albuginea
De tunica albuginea is een wittig omhulsel. Het is een soort van
bindweefsel. De tunica albuginea is betrokken bij de vormin van
een erectie, het zorgt ervoor dat de bloedafvoer stopgezet wordt
,1.4 corpus spongiosum
Het corpus spongiosum eindigt in de eikel of de glans penis. De urethra is gelegen in het corpus
spongiosum. Het corpus spongiosum zal niet veel zwellen bij erectie
1.5 testis
2 androgenen
2.1 productie
A testosteron
Testosteron is een steroïd hormoon. Het wordt gemaakt uit cholesterol. Het zal dan in 5
verschillende stappen omgezet worden in testosteron. Hiervoor zijn enzymen zoals acetyl coA en
p450 enzymes nodig (in totaal 5 belangrijke enzymes)
We hebben sterke en zwakke androgenen. De zwakke androgenen zijn vaak de bouwstenen voor de
sterke androgenen.
De androgenen worden aangemaakt in verschillende plaatsen in ons lichaam
• Bijnier → aanmaak vanuit cholesterol
o Dehydro-epi-androsterone sulfaat (DHEA-S)
o Dehydro-andorosterone (DHEA)
o Adrostenodione (A4)
o Testosterone (T)
• Gonade, testis (Leydigcellen)→ vanuit cholesterol (testis produceren 40 x meer testosteron
in vgl met de ovaria)
o Dehydro-epi-androsterone sulfaat (DHEA-S)
o Dehydro-andorosterone (DHEA)
o Testosterone
• Perifere weefsels → aanmaak vanuit zwakke androgenen
o Dehydrotestosterone (DHT)
o Testosterone
Zwakke androgenen Sterke androgenen
• Dehydro-epi-androsterone sulfaat • testosterone
(DHEA-S) • dehydrotestosterone (sterkst)
• Dehydro-androsterone (DHEA)
• adrostenodione (A4)
, B mechanisme
Hypothalamus zet GRF vrij (gonadotroop releasing factor)→ via de
poortaders naar de adenohypofyse → adeno hypofyse zet LH en
FSH vrij → effect op testis → testosterone vrijgezet
Thecacellen (Leydigcellen) bevatten een LH receptor. LH kan
hierdoor binden aan de leydicellen → G proteine geactiveert →
productie van adynylyl cyclase → ATP wordt omgezet naar cAMP
→ CAMP bindt aan proteine kinase A → zal migreren naar de
nucleus en heeft hier invloed op transcriptie enzymes → deze
zetten cholesterol om tot testosterone
Schematische voorstelling
LH laat de leydigcellen androgenen (cvooral
testosteron) secreteren. Testosteron voert
een negatieve FB uit door kisspeptinesecretie
te inhiberen en door rechtstreeks de LH en
FSH secretie door de gonadotrope cellen te
inhiberen
C te hoge testosterone
• testosterone heeft een positieve invloed op EPO → EPO staat in voor de aanmaak van RBC
→ als er te veel RBC zijn stijgt de hematocriet → bloed wordt meer visceus → minder
doorstroming en meer kans op trombose
o RBC zijn belangrijk bij zuurstoftransport, met een supplement van testosterone, kun
je meer RBC bekomen
• Testosterone heeft een invloed op gedrag. Te veel testosterone zorgt voor meer agressief en
opvliegender gedrag
• Te veel testosterone zorgt ervoor dat de prostaat vergroot, dit zorgt voor een vernauwing
van de urethra, waardoor het soms noodzakelijk is om een plas katheter aan te brengen
Voortplanting is de productie van nakomelingen en het vervangen van een huidige
generatie door een nieuwe. Voortplanting is niet gelijk aan kweken of
vermenigvuldigen
Seksuele voortplanting is nodig voor de uitwisseling van genetisch materiaal. Bij de
vrouw zien we de productie van eicellen en bij de man de productie van zaadcellen.
De haploide cel van de moeder en de haploide cel van de vader vormen samen een
diploide cel
1 eicel
De eicel bestaat uit een corona radiata (buitenste rand) een zona pellucida, een
poollichaampje, cytoplasma en een nucleus
De zaadcel is de grootste cel in het menselijk lichaam
2 zaadcel
De zaadcel bestaat uit een hoofdje en een staartje. Het hoofdje bevat een acrosoom,
een nucleus, een basaal lichaam. De staart bevat mitochondrien, een flagel
3 gametogenese
Spermatogenese Oogenese
• Uit 1 primaire spermatocyt 4 • Uit een primaire oocyt maar 1 ovaria
spermatiden
,Hoofdstuk 2 de man
1 anatomie
Bij de man zijn bijna alle voortplantingsorganen uitwendig gelegen.
1.1 phallus (penis)
De functie van de penis is enerzijds de afvoer van urine of zaadcellen en anderzijds voortplanting.
1.2 corpus cavernosum
Het corpus cavernosum is opgebouwd uit kleine holtes die zich
kunnen vullen met bloed. Ze zijn allen van elkaar gescheiden
door een septum. Het corpus cavernosum zorgt voor het zwellen
van de penis.
1.3 tunica albuginea
De tunica albuginea is een wittig omhulsel. Het is een soort van
bindweefsel. De tunica albuginea is betrokken bij de vormin van
een erectie, het zorgt ervoor dat de bloedafvoer stopgezet wordt
,1.4 corpus spongiosum
Het corpus spongiosum eindigt in de eikel of de glans penis. De urethra is gelegen in het corpus
spongiosum. Het corpus spongiosum zal niet veel zwellen bij erectie
1.5 testis
2 androgenen
2.1 productie
A testosteron
Testosteron is een steroïd hormoon. Het wordt gemaakt uit cholesterol. Het zal dan in 5
verschillende stappen omgezet worden in testosteron. Hiervoor zijn enzymen zoals acetyl coA en
p450 enzymes nodig (in totaal 5 belangrijke enzymes)
We hebben sterke en zwakke androgenen. De zwakke androgenen zijn vaak de bouwstenen voor de
sterke androgenen.
De androgenen worden aangemaakt in verschillende plaatsen in ons lichaam
• Bijnier → aanmaak vanuit cholesterol
o Dehydro-epi-androsterone sulfaat (DHEA-S)
o Dehydro-andorosterone (DHEA)
o Adrostenodione (A4)
o Testosterone (T)
• Gonade, testis (Leydigcellen)→ vanuit cholesterol (testis produceren 40 x meer testosteron
in vgl met de ovaria)
o Dehydro-epi-androsterone sulfaat (DHEA-S)
o Dehydro-andorosterone (DHEA)
o Testosterone
• Perifere weefsels → aanmaak vanuit zwakke androgenen
o Dehydrotestosterone (DHT)
o Testosterone
Zwakke androgenen Sterke androgenen
• Dehydro-epi-androsterone sulfaat • testosterone
(DHEA-S) • dehydrotestosterone (sterkst)
• Dehydro-androsterone (DHEA)
• adrostenodione (A4)
, B mechanisme
Hypothalamus zet GRF vrij (gonadotroop releasing factor)→ via de
poortaders naar de adenohypofyse → adeno hypofyse zet LH en
FSH vrij → effect op testis → testosterone vrijgezet
Thecacellen (Leydigcellen) bevatten een LH receptor. LH kan
hierdoor binden aan de leydicellen → G proteine geactiveert →
productie van adynylyl cyclase → ATP wordt omgezet naar cAMP
→ CAMP bindt aan proteine kinase A → zal migreren naar de
nucleus en heeft hier invloed op transcriptie enzymes → deze
zetten cholesterol om tot testosterone
Schematische voorstelling
LH laat de leydigcellen androgenen (cvooral
testosteron) secreteren. Testosteron voert
een negatieve FB uit door kisspeptinesecretie
te inhiberen en door rechtstreeks de LH en
FSH secretie door de gonadotrope cellen te
inhiberen
C te hoge testosterone
• testosterone heeft een positieve invloed op EPO → EPO staat in voor de aanmaak van RBC
→ als er te veel RBC zijn stijgt de hematocriet → bloed wordt meer visceus → minder
doorstroming en meer kans op trombose
o RBC zijn belangrijk bij zuurstoftransport, met een supplement van testosterone, kun
je meer RBC bekomen
• Testosterone heeft een invloed op gedrag. Te veel testosterone zorgt voor meer agressief en
opvliegender gedrag
• Te veel testosterone zorgt ervoor dat de prostaat vergroot, dit zorgt voor een vernauwing
van de urethra, waardoor het soms noodzakelijk is om een plas katheter aan te brengen