samenhang
Les 17
Belangrijk hoofdstuk
Samenhang tussen de verschillende
deelfuncties op 3 verschillende manieren
ENKELE FUNCTIES DIE ZICH OP RAAKVLAK BEVINDEN
T U S S E N W A A R N E M I N G , GE H E U G E N E N A A N D A C H T
Menatle verbeelding
Mental imagery debate
Veerbeelding
- Niet gelijk aan fantasie
- Het is denken in beelden, het proces van denken in beelden en de beelden
oproepen
o Het visueel voorstellen van beelden
o Bv je inbeelden hoe je naar huis wandeld
2 posities in het debat
- Alle informatie wordt als proposities bijgehouden
o Alle info wordt op dezelfde manier in je hersenen gestockeerd
o Visuele beelden zijn die je verbaal kan formuleren
Je inbeelden hoe je naar huis gaat kan je ook vertellen
o Alles wordt in een niet-specifieke, abstracte representatie in een
proportioneel formaat opgeslagen
Alle kennis wordt voorgesteld door proporties
o Alles wordt bijgehouden in proposities
o Pylyshyn
, - Er is ook informatie die in analoge representaties bijgehouden wordt
o Er zijn 2 vormen om info voor te stellen
o Verbaal en visueel
Visuele informatie wordt op een heel andere manier in het
geheugen gestockeerd dan verbale info
Visuele info wordt op een intrinsiek visuele manier
bijgehouden
In mentale beelden die dus analoog zijn aan de echte
scène
o Je ziet ook dingen in proportie en perspectief
o Enkel verbale info wordt propositioneel opgeslagen
Visuele informatie wordt dus op een analoge manier
opgeslagen
o Je kan naar iets kijken zoals naar een echt beeld
Met een mentaal oog (minds eye)
o Kosslyn
Asymmetrische theorieën
- Debat hevig in jaren 70 en 80
o Het is niet duidelijk wie het debat gewonnen heeft
Experimentele evidentie
Mentale rotatie (shepard en metzler)
- Shepard belangrijke man, ook voor waarneming
- Twee afbeeldingen worden getoond van 3D blokfiguren
o Gevraagd of ze gelijk (in 3D) of verschillend (sterk gelijkend, maar
de ene is de gespiegelde variant van de andere) zijn
Blokjes kunnen in het beeldvlak of uit het beeldvlak liggen
Ze kunnen dus of in het beeldvlak (je moet enkel de
figuur roteren) van elkaar verschillen of in de diepte
o Je gaat de armpjes van de blokjes moeten
draaien (in de diepte)
- Resultaten
o X-as = de rotatiehoek, hoeveel je moet roteren tussen beide
beelden om eentje te doen overlappen met de andere
o Y-as = reactietijd om te zeggen of ze gelijk zijn
Lineare functie als resultaat
, Dit wilt zeggen dat de mentale rotatie langer duurt
naarmate de rotatiehoek groter wordt
o Duidelijke resultaten
- Interpretatie
o Proefpersonen moesten het ene beeld in hoofd opnemen en een
mentale voorstelling maken en hierna draaien op het anderen om te
zeggen of ze gelijk of verschillend zijn
Zoals je ook met echte blokjes zou doen
Ze maken een analoge representatie en draaien de blokjes in
hun hoofd
= mentale rotatie
= mentale operatie op interne analoge representaties
o Niet de blokjes zelf draaien, maar opgeslagen
beelden
- Vervolg experiment
o Verdere toetsing, als het klopt moet dit ook kloppen
o Indivuduele meting van de mentale rotatiesnelheid
Eerst wordt dus de rotatiesnelheid van de proefpersonen
gemeten
Instructie om eerste beeld te roteren
o Dan 2de beeld getoond,het beeld is de voorspelde oriëntatie (door
mentale rotatietijd in rekening te brengen), als je het menaal
gedraaid hebt
Dan heb je een vlakke lijn als reactie tijd
Ja of nee zeggen is even snel
Hij heeft de mentale rotatie op voorhand laten doen, dan zien
beide beelden er op dat moment hetzelfde uit en kan je heel
snel ja zeggen
- Andere vervolgexperimenten
o Met letters
In normale en gespiegelde positie
Hoeverder het afligt van je vertrouwde orientatie hoe langer
je RT
Piek op 180°, mensen weten dus de kortste weg om te
draaien om het resultaat te bekomen
Steeds werden er lineare functief gevonden waarbij de reactietijd
afhankelijk was van de grootte van de transormatie die gemaakt moest
worden
Paivio