SOCIOLOGIE
1. Wat is sociologie
1.1. Sociologisch denken
1.1.1. Inleiding
Om sociologisch te kunnen denken, weten dat:
- Alles is contingent, maar nt arbitrair
hetgeen jij vanzelfsprekend vindt, moet je in vraag durven stellen
- Wat sociologische verbeelding inhoudt
We kijken vaker naar h. individu en nt naar de context
zien context vaak over h. hoofd, is toch belangrijk om inzicht te krijgen in mensen en hun
gedrag
1.1.2. Alles is contingent, maar niet arbitrair
1.1.2.1. Alles is contingent…
We zien bepaalde maatschappelijke fenomenen als vanzelfsprekend en onvermijdbaar
Vb. huwelijk (dia13)
Alle gewoontes (begroeten, eetgewoonten), handelingen (schoolgaan, werken), instituties
(onderwijs) die voor ons vanzelfsprekend lijken, zijn ergens anders vaak helemaal anders
- Had bij ons er ook anders kunnen uitzien
besef v. contingentie
= vanzelfsprekendheid in vraag stellen
- Onze gewoontes, afspraken, instituties zijn relatief
- Moeten onze eigen referentiekaders en hetgeen we evident vinden, in vraag kunnen stellen
= eerste belangrijke fase in sociologisch denken
1.1.2.2. …maar niet arbitrair
Arbitrair = toevallig
Socioloog gaat er van uit dat:
Er sociale determinanten (verklaringen vanuit sociale context) zijn om te verklaren dat de
gewoontes, instellingen… die we in samenleving hebben zich zo hebben ontwikkeld
Socioloog zoekt patronen van sociaal handelen/interactie naar sociale determinanten daarvan en
naar samenhang
Vb. nt toevallig dat er verband is tss inkomen en gezondheid
1.1.2.3. De mens maakt zijn eigen geschiedenis
Besef v. contingentie betekent: (sociologen verspreiden)
1
, Dat mens eigen geschiedenis maakt en instellingen maakt, dus zijn eigen wetgever is
- Samenleving door mens gemaakt, nt door opperwezen
verlichtingsdenken
- Rousseau: hoe gaan mensen wet naleven als ze beseffen dat de wet door henzelf is
gecreëerd
’indien wetten slechts conventies zijn, door mensen gemaakt, waarom worden ze dan
nog nageleefd?’
= orde-vraagstuk
Sociologisch denken: het in vraag stellen v.h. vanzelfsprekende, om zich vervolgens de vraag te
stellen hoe sociale orde mogelijk is in een maatschappij waarin men beseft dat alles relatief is
1.1.3. De Sociologische verbeelding
Sociologen stellen vanzelfsprekende in vraag om zo oorzaak te zoeken v. vanzelfsprekende
Mills: ‘the vivid awareness of the relationship between experience and the wider society’
= een levendig bewustzijn v.d. band tss ervaringen en de ruimere samenleving
ervaringen houden verband met maatschappij waarin je leeft
- Ervaringen v. dagelijkse wereld moeten in context geplaatst worden
o kan enkel door afstand te nemen v. vanzelfsprekendheden en te beseffen dat alles
contingent is
zo in staat om op andere manier naar je eigen routines en gewoontes te kijken
gebeurtenissen in leven kan je best begrijpen als nt enkel naar individu kijken en zijn kenmerken,
maar ook naar sociale kenmerken en trends waarin gebeurtenissen zich afspelen
- lees vb. p9
- sociale context oefent invloed uit op onze problemen
o nt makkelijk zo te redeneren
bevinden ons in samenleving waarin individualistische verklaringen voor menselijk
gedrag de bovenhand nemen, wordt minder naar omgeving/context gekeken
- keuzes die je maakt zijn vaak begrens dor sociale context
vb. nt veel eten, anders dik
in tijd v. individualisering:
belangrijk om als zorgverlener, als werker sociale sector te kijken naar sociale context
- manier v. zorg verlenen, hulp vragen is maatschappelijk bepaald
beïnvloedt door sociale context
vb. verlegenheid om hulp te vragen komt uit idee v. zelfredzaamheid
sociologie: kijkt naar sociale context en de invloed ervan op gedrag, identiteit en manier van
omgaan met elkaar
2
, - socioloog: onderzoekt hoe individuele gebeurtenissen ingebed en bepaald worden door
sociale context
o nt evident te beseffen dat gebeurtenissen gerelateerd zijn aan sociale, historische
processen
mogelijkheid om zo te redeneren = sociale verbeelding (Mills)
- taak socioloog: (Mills)
in kaart brengen v.h. verband tss persoonlijke gebeurtenissen en sociaalhistorische
processen (zie p10)
o doorheen de geschiedenis verandert de sociale context
vb. vroeger enkel rijken naar school
1.1.4. De sociale context
1.1.4.1. Drie niveaus: micro, meso, macro
sociale context is geheel v. sociale relaties
sociale context op 3 niveaus
- Micro niveau:
Dagelijkse face-to-face interacties binnen kleine groep
Vb. binnen vriendengroep, gezin
- Meso niveau
Sociale groeperingen
Vb. buurt, organisaties, verenigingen
- Macro niveau
Globale samenleving, kenmerken v. maatschappij in zijn geheel
Vb. postindustriële samenleving, verzorgingsstaat
in 3 niveaus bevinden zich (contextuele) factoren die invloed hebben op interacties en handelen
Sociale omgeving heeft invloed op wat je in je leven meemaakt
- Als weinig of gn oog hebben voor sociale context waarin mensen zich bevinden, krijgen we
simplistisch beeld v.d. ander
Om gedrag te begrijpen, verklaren: (wat nodig)
- Psychologische, biologische v.e. individu
- Sociale omgeving
We gaan vaak uit van ‘what you see is what you get’
- Denken dat we uit iemands gedrag op bepaald ogenblik, kunnen afleiden hoe die persoon is
Vb. ober haalt bestelling door elkaar: prutser
1.1.4.2. Wat bevindt er zich in die sociale context? Contextuele factoren
Contextuele factoren
= elementen in sociale context die belangrijke rol kunnen spelen
3
, - Micro-, meso-, macroniveau
- Kan v. sociologische, materiële, economische,... aard zijn
- Verschillende contextuele factoren kunnen elkaar beïnvloeden, samen interacties
beïnvloeden
1.1.4.2.1. Sociologische contextuele factoren
Verklarende factoren waarvoor sociologen meest aandacht hebben
Zijn resultaat v. interacties tss personen en sociale eenheden
Gaan zelf ook interacties beïnvloeden
1.1.4.2.2. Demografische contextuele factoren
Demografie: beschrijft een bevolking en haar veranderingen
Moeten er zeker rekening mee houden in sociale context
Vb. vergrijzing in samenleving, kan conflict doen ontstaan over pensioenen
1.1.4.2.3. Materiële contextuele factoren
Welke grondstoffen, technologie, infrastructuur in sociale context
vb. opkomst sociale media zorgt voor dat we op andere manier integreren, conflicten oplossen,...
1.1.4.2.4. Economische contextuele factoren
In verband met productie, distributie en consumptie v. goederen en diensten
- BNP (bruto nationaal product)
Geeft globale waarde v. geproduceerde goederen en diensten door inwoners v.e. land
- conjunctuur
o hoogconjunctuur: BNP stijgt snel lees
o laagconjunctuur: BNP daalt, stagneert
leidt tot hogere werkloosheidspercentages
1.1.5. Gedrag, sociaal handelen en interactie
cruciale begrippen in sociologie
1.1.5.1. Gedrag
elke reactie of actie v.e. individu
definitie gedrag moet ruim gezien worden
- zichtbaar sociaal gedrag
- ideeën, opinies, attitudes, gevoelens (ook verbaal)
- cognitieve prestaties
1.1.5.2. Sociaal handelen
elk handelen gericht op ander, beïnvloed door anderen
persoon die handelt, houdt in handelen rekening met wat anderen doen, gaan doen, gedaan
hebben (heden, toekomst, verleden) ook al is die nt aanwezig
4
1. Wat is sociologie
1.1. Sociologisch denken
1.1.1. Inleiding
Om sociologisch te kunnen denken, weten dat:
- Alles is contingent, maar nt arbitrair
hetgeen jij vanzelfsprekend vindt, moet je in vraag durven stellen
- Wat sociologische verbeelding inhoudt
We kijken vaker naar h. individu en nt naar de context
zien context vaak over h. hoofd, is toch belangrijk om inzicht te krijgen in mensen en hun
gedrag
1.1.2. Alles is contingent, maar niet arbitrair
1.1.2.1. Alles is contingent…
We zien bepaalde maatschappelijke fenomenen als vanzelfsprekend en onvermijdbaar
Vb. huwelijk (dia13)
Alle gewoontes (begroeten, eetgewoonten), handelingen (schoolgaan, werken), instituties
(onderwijs) die voor ons vanzelfsprekend lijken, zijn ergens anders vaak helemaal anders
- Had bij ons er ook anders kunnen uitzien
besef v. contingentie
= vanzelfsprekendheid in vraag stellen
- Onze gewoontes, afspraken, instituties zijn relatief
- Moeten onze eigen referentiekaders en hetgeen we evident vinden, in vraag kunnen stellen
= eerste belangrijke fase in sociologisch denken
1.1.2.2. …maar niet arbitrair
Arbitrair = toevallig
Socioloog gaat er van uit dat:
Er sociale determinanten (verklaringen vanuit sociale context) zijn om te verklaren dat de
gewoontes, instellingen… die we in samenleving hebben zich zo hebben ontwikkeld
Socioloog zoekt patronen van sociaal handelen/interactie naar sociale determinanten daarvan en
naar samenhang
Vb. nt toevallig dat er verband is tss inkomen en gezondheid
1.1.2.3. De mens maakt zijn eigen geschiedenis
Besef v. contingentie betekent: (sociologen verspreiden)
1
, Dat mens eigen geschiedenis maakt en instellingen maakt, dus zijn eigen wetgever is
- Samenleving door mens gemaakt, nt door opperwezen
verlichtingsdenken
- Rousseau: hoe gaan mensen wet naleven als ze beseffen dat de wet door henzelf is
gecreëerd
’indien wetten slechts conventies zijn, door mensen gemaakt, waarom worden ze dan
nog nageleefd?’
= orde-vraagstuk
Sociologisch denken: het in vraag stellen v.h. vanzelfsprekende, om zich vervolgens de vraag te
stellen hoe sociale orde mogelijk is in een maatschappij waarin men beseft dat alles relatief is
1.1.3. De Sociologische verbeelding
Sociologen stellen vanzelfsprekende in vraag om zo oorzaak te zoeken v. vanzelfsprekende
Mills: ‘the vivid awareness of the relationship between experience and the wider society’
= een levendig bewustzijn v.d. band tss ervaringen en de ruimere samenleving
ervaringen houden verband met maatschappij waarin je leeft
- Ervaringen v. dagelijkse wereld moeten in context geplaatst worden
o kan enkel door afstand te nemen v. vanzelfsprekendheden en te beseffen dat alles
contingent is
zo in staat om op andere manier naar je eigen routines en gewoontes te kijken
gebeurtenissen in leven kan je best begrijpen als nt enkel naar individu kijken en zijn kenmerken,
maar ook naar sociale kenmerken en trends waarin gebeurtenissen zich afspelen
- lees vb. p9
- sociale context oefent invloed uit op onze problemen
o nt makkelijk zo te redeneren
bevinden ons in samenleving waarin individualistische verklaringen voor menselijk
gedrag de bovenhand nemen, wordt minder naar omgeving/context gekeken
- keuzes die je maakt zijn vaak begrens dor sociale context
vb. nt veel eten, anders dik
in tijd v. individualisering:
belangrijk om als zorgverlener, als werker sociale sector te kijken naar sociale context
- manier v. zorg verlenen, hulp vragen is maatschappelijk bepaald
beïnvloedt door sociale context
vb. verlegenheid om hulp te vragen komt uit idee v. zelfredzaamheid
sociologie: kijkt naar sociale context en de invloed ervan op gedrag, identiteit en manier van
omgaan met elkaar
2
, - socioloog: onderzoekt hoe individuele gebeurtenissen ingebed en bepaald worden door
sociale context
o nt evident te beseffen dat gebeurtenissen gerelateerd zijn aan sociale, historische
processen
mogelijkheid om zo te redeneren = sociale verbeelding (Mills)
- taak socioloog: (Mills)
in kaart brengen v.h. verband tss persoonlijke gebeurtenissen en sociaalhistorische
processen (zie p10)
o doorheen de geschiedenis verandert de sociale context
vb. vroeger enkel rijken naar school
1.1.4. De sociale context
1.1.4.1. Drie niveaus: micro, meso, macro
sociale context is geheel v. sociale relaties
sociale context op 3 niveaus
- Micro niveau:
Dagelijkse face-to-face interacties binnen kleine groep
Vb. binnen vriendengroep, gezin
- Meso niveau
Sociale groeperingen
Vb. buurt, organisaties, verenigingen
- Macro niveau
Globale samenleving, kenmerken v. maatschappij in zijn geheel
Vb. postindustriële samenleving, verzorgingsstaat
in 3 niveaus bevinden zich (contextuele) factoren die invloed hebben op interacties en handelen
Sociale omgeving heeft invloed op wat je in je leven meemaakt
- Als weinig of gn oog hebben voor sociale context waarin mensen zich bevinden, krijgen we
simplistisch beeld v.d. ander
Om gedrag te begrijpen, verklaren: (wat nodig)
- Psychologische, biologische v.e. individu
- Sociale omgeving
We gaan vaak uit van ‘what you see is what you get’
- Denken dat we uit iemands gedrag op bepaald ogenblik, kunnen afleiden hoe die persoon is
Vb. ober haalt bestelling door elkaar: prutser
1.1.4.2. Wat bevindt er zich in die sociale context? Contextuele factoren
Contextuele factoren
= elementen in sociale context die belangrijke rol kunnen spelen
3
, - Micro-, meso-, macroniveau
- Kan v. sociologische, materiële, economische,... aard zijn
- Verschillende contextuele factoren kunnen elkaar beïnvloeden, samen interacties
beïnvloeden
1.1.4.2.1. Sociologische contextuele factoren
Verklarende factoren waarvoor sociologen meest aandacht hebben
Zijn resultaat v. interacties tss personen en sociale eenheden
Gaan zelf ook interacties beïnvloeden
1.1.4.2.2. Demografische contextuele factoren
Demografie: beschrijft een bevolking en haar veranderingen
Moeten er zeker rekening mee houden in sociale context
Vb. vergrijzing in samenleving, kan conflict doen ontstaan over pensioenen
1.1.4.2.3. Materiële contextuele factoren
Welke grondstoffen, technologie, infrastructuur in sociale context
vb. opkomst sociale media zorgt voor dat we op andere manier integreren, conflicten oplossen,...
1.1.4.2.4. Economische contextuele factoren
In verband met productie, distributie en consumptie v. goederen en diensten
- BNP (bruto nationaal product)
Geeft globale waarde v. geproduceerde goederen en diensten door inwoners v.e. land
- conjunctuur
o hoogconjunctuur: BNP stijgt snel lees
o laagconjunctuur: BNP daalt, stagneert
leidt tot hogere werkloosheidspercentages
1.1.5. Gedrag, sociaal handelen en interactie
cruciale begrippen in sociologie
1.1.5.1. Gedrag
elke reactie of actie v.e. individu
definitie gedrag moet ruim gezien worden
- zichtbaar sociaal gedrag
- ideeën, opinies, attitudes, gevoelens (ook verbaal)
- cognitieve prestaties
1.1.5.2. Sociaal handelen
elk handelen gericht op ander, beïnvloed door anderen
persoon die handelt, houdt in handelen rekening met wat anderen doen, gaan doen, gedaan
hebben (heden, toekomst, verleden) ook al is die nt aanwezig
4