1. Dagelijks leven door de bril van de socioloog
Sociologische Het bewustzijn dat de individuele ervarings- en
verbeelding belevingswereld samenhangt met de bredere samenleving:
Biografie – sociale structuur – geschiedenis
Biografie Alles wat je meemaakt in je leven
Sociale structuur Alle sociale relaties
Statussymbool Een symbool waarmee je jouw hoge status toont aan je
omgeving. Je toont ermee je macht, rijkdom en prestige.
Levensstijl De manier waarop je jouw leven wil inrichten.
Contingent Hoe we vandaag georganiseerd zijn. Het kon ook anders.
Arbitrair Willekeurig
SES Sociaal economische status
= Indicator die iemands hoge/lage plaats in de
samenleving aanduidt. Het wordt bepaalt via inkomen,
beroep en opleiding.
Sociologie Kijken naar maatschappelijke patronen en structuren +
sociaal handelen: waarom is de maatschappij zo en niet
anders ingericht?
Sociaal handelen Handelen waarbij je rekening houdt met (mogelijks) gedrag
van anderen. Je stemt je gedrag af op de ander
Positionele De positie die je inneemt in een sociaal netwerk.
dimensie
(structuur)
Cultuurpatronen Min of meer samenhangend geheel van waarden, normen,
doelen en verwachtingen.
Speelveld van Sommigen kunnen ten volle deelnemen aan de
de samenleving samenlevingen, anderen staan aan de zijlijn.
Spelregels Wetten (gebaseerd op waarden), verwachtingen en
gewoonten.
Spelers Actoren die elk hun eigen positie innemen met eigen taken
en rollen.
Spel Handelen afstemmen op elkaar, elkaar beïnvloeden
,2. Tegengestelde krachten in de samenleving
Perverse effecten Effecten tegengesteld aan je doelstelling. Wat je wil
realiseren kan je niet realiseren. Je werkt het zelfs tegen.
Keynesiaanse Als er een crisis is, gaan mensen sparen. Op
spaarparadox microniveau is dit slim, maar op macroniveau zal dit
voor problemen zorgen. Geld moet vloeien. Als iedereen
gaat sparen, valt de economie stil en krijg je een crisis.
Je krijgt wat je wou vermijden.
Mattheuseffect De rijken worden rijker en de armen worden armer. De
overheid investeert in het welzijn van kwetsbare
groepen in de samenleving, maar het komt niet bij hen
terecht. De middenklasse geniet van de privileges.
Individu versus Samenleving
Aliënatie Als we alleen gefocust zijn op onszelf en ver gaan in
onze vrijheid, zonder rekening te houden met de
samenleving, zal dit tegen ons keren.
Actor-factor dilemma Waar zoeken we de verklaring voor gedrag:
- Actor= Individu – mensen handelen bewust
- Factor= Normen van de samenleving
Nature-nurture Waar zoeken we de verklaring voor gedrag:
debat - Nature= genen
- Nurture= gedrag is aangeleerd
Eindige vrijheid Onze vrijheid is begrensd. Er zijn regels zodat het
systeem goed werkt. Het zorgt voor veiligheid en
voorspelbaarheid.
Solidariteit versus Strijd
Middelpuntvliedende = Sociale uitsluiting
sociale kracht Mensen weren uit een groep, strijd
Middelpuntzoekende = Sociale cohesie
sociale kracht Verbindingen tussen mensen, solidariteit
Solidariteit Wat een groep samenhoudt en identiteit geeft.
Spontane solidariteit De ander helpen, ondersteunen (warm)
Structurele Verplichte solidariteit dat de samenleving samenhoudt
solidariteit (koud)
Arbeidsdeling Iedereen vervult zijn eigen deeltaakje in de samenleving
Veralgemeende Zonder netwerken overleven we niet
afhankelijkheid
Paradox van de Maatschappelijke welvaart hangt samen met de
individualisering individuele hulpeloosheid
Mechanische/ Eenvoudige arbeidsdeling in een kleine, homogene
traditionele samenleving.
samenleving - Gedeelde W&N
- Collectief bewustzijn
- Spontane solidariteit
Organisch/moderne Complexe arbeidsdeling in een grote, heterogene
samenleving samenleving.
- Eigen W&N
- Geen collectief bewustzijn
- Structurele solidariteit
Taken moeten verdeeld worden, waardoor we meer
, afhankelijk zijn van elkaar.
Collectief bewustzijn Gedeelde opvattingen in een groep die er al voor jou
bestonden en die er ook nog na jou zullen zijn.
Ongelijkheid versus Gelijkheid
Belangenconflict Conflict door gelijke belangen – vb: schaarste en wil
zelfde goed
Waardeconflict Andere visie opdringen aan de ander
Manifest conflict Zichtbaar conflict
Latent conflict Er is conflict, maar je weet het nog niet van elkaar
Functioneel conflict Conflict met ruimte voor onderhandeling, je kan er uit
geraken.
Disfunctioneel Conflict zonder ruimte voor onderhandeling, je geraakt
conflict er niet uit.
Progressief Het kan beter.
Conservatief Het is goed zoals het nu is.
Reactionair Wil teruggaan naar hoe het was.
Revolutionair Wil opnieuw beginnen.
Functionalisten = Ordesociologen: wat bestaat in de samenleving
draagt bij tot haar voortbestaan
Conflictsociologen Verdeling tussen burgerij en proletariaat (klassenconflict
Marx)
Conflictparadox Mensen die macht hebben willen hun macht behouden.
Mensen die geen macht hebben willen macht.
Equality Iedereen krijgt gelijke rechten.
Equity Inspelen op wat mensen nodig hebben om tot gelijkheid
te komen.
Justice Alle drempels en vooroordelen wegwerken. Inclusie.