Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 3 out of 17 pages
Summary

Samenvatting literatuur week 1 - Forensische Diagnostiek

Document preview thumbnail
Preview 3 out of 17 pages

Samenvatting van de literatuur van week 1 van het vak Forensische Diagnostiek, van de masteropleiding Forensische Orthopedagogiek aan de Universiteit van Amsterdam (UvA). De samenvatting is geschreven in het afgelopen schooljaar en bevat dus ook de artikelen van dat jaar.

Content preview

FORENSISCHE DIAGNOSTIEK
WEEK 1


HENDRIKS ET AL. (2019). DIAGNOSTIEK IN DE FORENSISCHE ORTHOPEDAGOGIEK:
EEN VOORSTEL.

Het artikel gaat over het hypothesetoetsend model. Dit model past niet binnen de forensische orthopedagogiek. Er
wordt voorgesteld het model aan te passen, vooral m.b.t. de diagnostiek die plaatsvindt binnen het strafrechtelijk
kader. Het voorstel is om voor de forensische diagnostiek het hypothesetoetsend model te vervangen door een model
dat risico en beschermende factoren voor ernstig probleemgedrag systematisch in kaart brengt.


FORENSISCHE ORTHOPEDAGOGIEK EN DIAGNOSTIEK
Forensische orthopedagogiek (FO) bestudeert de prevalentie (vóórkomen) en etiologie (ontstaan) van ernstige
ontwikkelings- en gedragsproblemen van kinderen, jongeren, jongvolwassenen en mensen met een verstandelijke
beperking en de daarmee samenhangende opvoedingsproblemen binnen verschillende pedagogische milieus,
waaronder de residentiële zorg  Problemen zijn zo ernstig dat justitieel ingrijpen (civiel- of strafrechtelijk)
dreigt/heeft plaatsgevonden.

In de forensische praktijk staan de veiligheid en ontwikkelingstaken van het kind en/of het voorkómen van schade die
jongeren en jongvolwassenen kunnen toebrengen aan anderen voorop.
 Civielrechtelijke diagnostiek: het gaat om de directe veiligheid en
ontwikkelingskansen van het kind
 Strafrechtelijk: het gaat naast de veiligheid en ontwikkelingskansen om het reduceren van kans op recidive.

Verschil met reguliere orthopedagogiek
Forensische diagnostiek wordt uitgevoerd in gedwongen kader. De resultaten van het diagnostisch onderzoek
kunnen de input vormen voor advies bij civielrechtelijke maatregelen (bv. OTS) of strafrechtelijke besluiten (bv. PIJ-
maatregel). Dit kan leiden tot twee soorten problemen:
1. Het is mogelijk dat de validiteit van de informatie die in het diagnostische proces wordt verkregen in het
geding komt, doordat cliënten zich bewust zijn van de mogelijke consequenties van adviezen die gegeven
worden n.a.v. onderzoek. Cliënten kunnen bepaalde belangen hebben  sociaal wenselijke antwoorden
(faking good, faking bad) of niet bereidwillig zijn om aan het diagnostisch onderzoek mee te werken.
2. Het gaat bij FO om complexe problematiek, waarbij meerdere dynamische risico- en beschermende
factoren in verschillende contexten (individu, gezin, school, buurt…) een rol spelen bij het ontstaan en in
stand houden van die problemen. Deze complexiteit beperkt de mogelijkheid om het hypothesetoetsend
model toe te passen. Dit komt m.n. door de veelheid aan alternatieve verklaringen. Het opstellen van
verklarende hypothesen is daarnaast wetenschappelijk onverantwoord (Het gelijktijdig optreden van het
probleem en de factoren die dit probleem mogelijk verklaren mag niet gelijk worden gesteld aan causaliteit.
Causale verklaringen moeten dus niet gebruikt worden/heel voorzichtig  ze hebben consequenties voor de
keuze om een bepaalde interventie toe te passen.)


OPLOSSING VOOR DE PROBLEMEN
Om aangrijpingspunten te vinden voor een passende interventie, lijkt de forensisch orthopedagoog beter geholpen
met een systematisch onderzoek naar de risico- en beschermende factoren voor de ernstige problemen, dan met
hypothesen. (Gewoonlijk vertrekt de verklarende diagnostiek vanuit een screening, gebaseerd op theoretisch
onderbouwde risico- en beschermende factoren, dat is bij FO dus niet goed uitvoerbaar).

Om het eerste probleem (valide informatie verkrijgen) op te lossen zijn er verschillende mogelijkheden:
 Zorgvuldige controle van bestaande informatie.
 Gebruik maken van verschillende informanten (cliënt zelf, school, ouders, professionals).
 Neiging tot geven van sociaal wenselijke antwoorden kan gemeten worden met daarvoor bedoelde
instrumenten.

,  Methoden om cliënten te motiveren mee te werken aan het diagnostisch proces. Het opbouwen van een
goede werkrelatie met de cliënt heeft hierbij speciale aandacht.

Voor probleem twee wordt ervoor gepleit af te wijken van bepaalde richtlijnen:
Het is ingewikkeld om het hypothesetoetsend model toe te passen in de forensische praktijk. Punt 4 van de NVO
richtlijnen voor diagnostische hypothesen lijkt problematisch voor forensische casuïstiek. Het hypothesetoetsend
model lijkt meer bedoeld voor het verklaren van problemen die terug te voeren zijn op één of enkele oorzaken dan
voor het verklaren van de complexe problematiek in de forensische praktijk. Deze problematiek heeft vaak
meervoudige oorzaken die sterk met elkaar samenhangen  waarschijnlijk niet mogelijk om op casus-niveau
hypothesen uit literatuur af te leiden. Bovendien niet juist om de stappen van de verklarende hypothese afzonderlijk te
toetsen om empirisch bewijs te krijgen voor geldigheid van diagnostische verklaring.


CONCLUSIE
De auteurs pleiten ervoor om bij de richtlijnen voor de gevalsbeschrijvingen van de NVO, in het geval van forensische
casuïstiek, af te wijken op het punt van hypothesevorming  verklarende hypothese vervangen door verklarende
vraagstelling, waarbij men dient uit te gaan van theoretisch en empirisch gefundeerde risico- en beschermende
factoren voor ernstige gedragsproblematiek. Bij een strafrechtelijke casus dient men altijd vast te stellen welke
statische (niet beïnvloedbare) en dynamische (wel beïnvloedbare) risicofactoren het delinquente gedrag van de
jongere in stand houden en welke beschermende factoren de kans op delinquent gedrag doen verminderen.

Bij veranderingsgerichte vraagstelling spelen What Works principes van effectieve justitiële interventies een
belangrijke rol (maar waarschijnlijk ook voor belang bij civielrechtelijke casus):
 Het risicobeginsel: de intensiteit van de behandeling wordt afgestemd op het recidiverisico
 Het behoeftebeginsel: de interventie is afgestemd op de veranderbare risico en beschermende factoren
 De responsiviteit: de behandeling is afgestemd op de leerstijl, motivatie en mogelijkheden van de jongere en
diens omgeving

Het voorstel is dus om voor de forensische diagnostiek het hypothesetoetsend model te vervangen door een model
dat risico en beschermende factoren voor ernstig probleemgedrag systematisch in kaart brengt. Hiermee kunnen
interventies worden geïndiceerd die gebaseerd zijn op de What Works principes. Hierdoor zal de weg naar passende
interventies efficiënter verlopen. Geldt vooral voor FO, maar niet exclusief voor dit vakgebied.


ALLSOPP ET AL. (2019). HETEROGENEITY IN PSYCHIATRIC DIAGNOSTIC
CLASSIFICATION.

Dit artikel gaat over de heterogeniteit van de categorieën binnen de DSM-5, hoe deze heterogeniteit zich uit in
diagnostische criteria en de consequenties voor hulpverleners, cliënten en het diagnostische model.

Diagnostische heterogeniteit is een probleem voor zowel de wetenschap als de klinische praktijk. Twee verschillende
mensen kunnen bijvoorbeeld dezelfde diagnose krijgen, zonder dat zij dezelfde symptomen laten zien. Er wordt
gekeken naar diagnostische classificaties, en niet naar specifieke patronen. Er wordt dus breed gekeken in plaats van
individualistisch. Veel interventies zijn gebaseerd op diagnose, in plaats van op de specifieke patronen.
Aanbevelingen zijn dus algemeen en niet individueel. Hieraan zijn twee implicaties verbonden:
 Cliënten zijn (bijvoorbeeld) doorverwezen naar een korte interventie voor depressie met lage intensiteit, met
weinig aandacht voor individuele aanpassingen aan de cliënt.
 Hulpverleners moeten alternatieve methoden dan klinische keuzebepaling handhaven om de limitaties van de
diagnostische categorieën tegen te gaan. Medicatie wordt bijvoorbeeld gegeven op basis van symptomen,
niet op basis van diagnose.

Deze studie onderzoekt de bronnen van heterogeniteit binnen bepaalde diagnostische categorieën. De consequenties
van heterogeniteit werden onderzocht voor hulpverleners, cliënten en voor de theoretische conceptualisatie van de
psychiatrische diagnose.



METHODE

, De analyse focust op vijf hoofdstukken van de DSM-5: schizofreen spectrum en andere psychotische stoornissen;
bipolaire en gerelateerde stoornissen; depressieve stoornissen; angststoornissen en trauma- en stressor-gerelateerde
stoornissen.

Er werden analysen uitgevoerd om thema’s of patronen bij de diagnostische categorieën te vinden. Er werd vooral
gefocust op heterogeniteit/verschillen tussen de typen diagnostische criteria. Zo werd geïdentificeerd hoe
heterogeniteit verspreid is over de categorieën en werd de heterogeniteit in thema’s verdeeld.


BEVINDINGEN
Heterogeniteit in diagnostische criteria werd gevonden in ieder van de DSM-5 hoofdstukken, zowel binnen de
specifieke typen criteria en binnen de brede diagnostische categorieën. De thema’s staan in tabel 1.




Heterogeniteit binnen diagnostische criteria
 De standaard waarmee symptomen worden vergeleken: Een belangrijk element van heterogeniteit komt
uit de verschillen in het vergelijken van de symptomen met een subjectief normaal functioneren, met de norm.
Diagnostische criteria worden gepresenteerd zonder vergelijking, door een verandering in eerder
functioneren, gedrag of stemming. Sommige ervaringen (zoals sombere stemming) worden alleen als een
probleem gezien vanaf een bepaalde drempel, terwijl andere ervaringen (zoals hallucinaties) altijd zorgelijk
zijn.
o Vergelijking met eerdere ervaringen: De meeste criteria die een verandering in functioneren
specificeren zijn stemmings-gerelateerd.
o Vergelijking met sociaal verwachte antwoorden: Wordt gebruikt bij stemmingswisselingen, angst
en trauma. Het gaat om overdreven gedragingen of antwoorden, welke een vergelijking suggereren
met een sociaal verwacht antwoord. Een subjectieve beoordeling is vereist om te beoordelen of de
ervaringen van een persoon overeenkomen/afwijken met de sociaal verwachte reacties.
o Geen vergelijking: bepaalde criteria vergelijken symptomen niet met een eerdere ervaring. Dit geldt
vooral voor positieve symptomen van psychose, zoals de aanwezigheid van hallucinaties. Maar het
wordt ook gebruikt bij stemmingsstoornissen. Door geen vergelijkingen te gebruiken worden de
ervaringen gezien als inherent wanordelijk of pathologisch en zijn dus niet consistent met
continuümmodellen van functioneren.

 Duur van symptomen: Er zijn drie subthema’s die heterogeniteit representeren binnen de duur van
symptomen: geen duur, discrete episoden en een minimum duur. Deze categorieën zorgen voor verschillende
typen categorieën van stoornissen.
o Minimumduur: De meeste diagnostische categorieën hebben een minimumduur. Bijvoorbeeld
‘verstoring in stemming voor tenminste zes maanden’. Door een minimumduur te gebruiken kun je
dagelijkste stress en klinische stress van elkaar onderscheiden.
o Geen duur: Sommige criteria maken geen gebruik van een tijdsframe. Bijvoorbeeld bij moeilijkheden
door ‘andere medische condities’ geldt geen tijdsframe. Het kan ook gaan om criteria die
geïncludeerd zijn om problemen te betrekken die niet passen bij de criteria van andere diagnosen.

Document information

Study
Uploaded on
July 23, 2020
Number of pages
17
Written in
2019/2020
Type
Summary
$7.19

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
ig97
3.8
(13)
Sold
61
Followers
41
Items
4
Last sold
1 year ago



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions