Stap 1: variabele correct benoemen
- View variable → measure
Stap 2: decimale aanpassen naar 4
- Variable view → decimals →
aanpassen naar gewenste
Stap 3: vragen starten en eindigen
- Paste → *venster opent* → *vraag x .
- Selecteer commando → play (groene driehoek)
Stap 4: opslaan
- Na eerste vraag bestand al opslaan op desktop in geval van crash
Syntax
- Zorg ervoor dat je steeds op paste klikt en de juiste vraag boven de juiste
commando’s zet.
- Hoe vraag noteren:
o *Vraag 1.
▪ Openen met een sterretje en eindigen met een punt
▪ Alles in het grijs, daarvan weet spss dat ze er niets mee moet doen.
- Om output te krijgen:
o Selecteer alles en druk op play (groene driehoek)
- Opslagen:
o File → Save as → opslaan in Desktop → kijk naam na op
exameninstructies
o Regelmatig op save drukken
Good to know
Waarde een naam geven?
- Variable view → values → achter none op …
- Value → de waarde die je wilt beschrijven
- Label → de naam die je aan de waarde wilt geven
- Enter of add → OK
Test hergebruiken?
- Rechts naast het printer symbooltje kan je de laatste 10 gebruikte testen
terugvinden
1
, Meetschalen:
1. Nominale meetschaal
- Categorieën = kwalitatieve (geen kwantitatieve) verschillen binnen de gemeten variabele
- Categorieën hebben verschillende namen, maar geen systematische samenhang tussen de
categorieën
- Laat enkel toe om na te gaan of individuen gelijk zijn of verschillend (gelijkheid)
- Voorb.: sekse, beroep, studierichting, diersoort, hobby's, etc.
2. Ordinale meetschaal
- Categorieën hebben verschillende namen en zijn georganiseerd in een geordende reeks
- Er bestaat dus een directionele relatie tussen de categorieën
- Laat enkel toe om na te gaan of individuen gelijk zijn of verschillend én wat de richting is van
verschillen tussen individuen (meer/minder uitspraken; orde)
- MAAR: zegt niets over de grootte van de verschillen tussen individuen
- Voorb.: opleidingsniveau, kledingmaat, afstudeergraad (voldoende, onderscheiding, etc.)
3. Interval meetschaal
- Categorieën zijn sequentieel georganiseerd én alle categorieën hebben dezelfde grootte
- Meetschaal bestaat dus uit een serie van identieke intervallen (cf. meetlat)
- Het is dus mogelijk om de afstand tussen 2 punten op de schaal te bepalen en dus iets te zeggen
over de grootte van de verschillen (verhouding van verschil) tussen individuen
- Gelijke intervallen op de meetschaal representeren gelijke verschillen in de gemeten variabele
- Voorb.: temperatuur (39° VS 37° is identiek aan 25° VS 23°)
- MAAR: geen absoluut nulpunt, nulpunt is arbitrair, duidt niet de afwezigheid van de gemeten
variabele aan (e.g., 0° ≠ geen temperatuur)
4. Ratio meetschaal
- Idem als interval meetschaal, maar absoluut, niet-arbitrair nulpunt
- Nulpunt duidt de afwezigheid van de gemeten variabele aan
- Betekent dat we de afstand tot 0 kunnen berekenen (i.e., absolute hoeveelheid van de variabele)
- Laat ons toe om metingen te vergelijken in ratio’s (verhouding)
- Voorb: een score van 10/20 is de helft van een score van 20/20 op een examen
- Voorb: score op examen, hoeveelheden in liter/meter, lengte, gewicht, reactietijd
Soorten vragen:
Geef de meest gepaste statistische samenvatting (parameter(s) + waarde) van de
variabele … van…
- Statistische samenvatting? → de meest gepaste centrum en spreidingsmaten
- Nominaal → centrum modus en geen spreidingsmaten
- Ordinaal → centrum modus en mediaan (beste) en spreidingsmaat Q1, 2 3 …
- Interval/ratio → centrum modus, mediaan, gemiddelde (best) en spreing Q1,2,..
SD (best)
➔ Runnen wat nodig is
➔ Noteren ‘maat’=…
Geef en interpreteer de maten van vorm van de variabele….?
- Is de variabele van interval of ratio? Zo niet dan niet te geven
- p.4
Geef de formule van deze specifieke regressierechte.
- y ̂ = b0 + b1x
- regressierechten → invullen aan de hand van SPSS
- p.5
2