HEMATOLOGIE
1. HEMATOPOËSE
Hematologie: de leer van het bloed
o Specialisme dat zich bezighoudt met de studie van de
samenstelling en eigenschappen van bloed, bloedvormende
organen en bloedziekte
Is een proces waarbij alle cellen waaruit ons bloed bestaat worden
gevormd
Vindt plaats in het beenmerg, aanwezig in lange pijpbeenderen, borstbeen en het
bekken
Is een proces waarbij vraag en aanbod nauwkeuring worden
gereguleerd
2 belangrijke processen te onderscheiden
o Proliferatie: celdeling via mitose met het ontstaan van 2
dochtercellen identiek aan moedercel (na 20 celdelingen > 1 miljoen
dochtercellen)
o Differentiatie: uitrijping, waarbij iedere cel van een onrijper stadium overgaat
in een rijper stadium (zonder
celdeling)
In eerste instantie parallel tot een
bepaald rijpingsstadium is bereikt,
nadien enkel nog differentiatie >
eindpunt rijpste cel van iedere
celsoort > in bloed
Pluripotente hematopoïetische
stamcel (CD34-cellen):
gemeenschappelijke voorlopercel, die
enerzijds het vermogen heeft zich
door celdeling steeds opnieuw te
vermenigvuldigen en die zich
anderzijds via verschillende
tussenstadia kan differentiëren tot de
specifieke voorlopercel van elke
celsoort
Hematopoëse gereguleerd door cytokines
o Op hormoon lijkende eiwitten die een stamcel aanzetten tot celdeling en
differentiatie als er behoefte is aan specifiek celtype
o Oefenen hun effect uit op verschillende cellijnen, op zowel onrijpe als rijpe stadia
o Worden geproduceerd door rijpe bloedcellen
o Glycoproteïne (eiwit met suikergroep)
o Belangrijke groepen:
Groeifactoren: granulocyte stimulerende factor (G-CSF), erytropoëtine
(epo) en trombopoëtine (TPO)
Interleukines: interleukine-3
1
, 2. HEMATOLOGISCHE MALIGNITEITEN
INLEIDING
Soort hematologische
maligniteit wordt bepaald door
de fase van ontwikkeling
waarin het fout gaat, m.a.w.
de fase van differentiatie
waarin de zich nog
ontwikkelende cel bevindt.
Soort hematologische
maligniteit wordt ook bepaald
door het weefseltype waarin
het fout loopt.
Colony-forming unit (CFU)=
stamcel die aanleiding geeft
tot een kolonie (grote groepen
cellen waarin verschillende rijpingsstadia van een enkele celsoort vertegenwoordigd
zijn)
Pluripotente stamcel:
o Lymfatische stamcel
T- en B-lymfocyten
o CFUgemm: granulocytair, erytrïde, monocytair en megakaryocytait = myeloïde
stamcel)
Erytrocyten
Granulocyten
Monocyten
Trombocyten
2.1 LEUKEMIE
Verstoring in proliferatie en
differentiatie van beenmergstamcellen
2.1.1 ACUTE LEUKEMIE
OMSCHRIJVING
Beenmergcellen gaan ongeremd gaan
proliferen & verliezen hun vermogen tot
uitrijping (geheel of gedeeltelijk) →
ophoping van onrijpe cellen (= blasten)
o Woekering van onrijpe voorlopercellen in het beenmerg, bloed of andere organen
o Leidt tot verdringing van normale bloedcelvorming: anemie, leukopenie,
trombocytopenie
o Blast = jonge niet uitgerijpte cellen ≠ maligne (aantal en morfologie)
Chronische leukemie (cellen volgroeid): cellen gaan nog uitrijpen
(differentiëren), vooral toename van rijpe hematopoïetische cellen
VORMEN
Er zijn 2 vormen te onderscheiden:
2
1. HEMATOPOËSE
Hematologie: de leer van het bloed
o Specialisme dat zich bezighoudt met de studie van de
samenstelling en eigenschappen van bloed, bloedvormende
organen en bloedziekte
Is een proces waarbij alle cellen waaruit ons bloed bestaat worden
gevormd
Vindt plaats in het beenmerg, aanwezig in lange pijpbeenderen, borstbeen en het
bekken
Is een proces waarbij vraag en aanbod nauwkeuring worden
gereguleerd
2 belangrijke processen te onderscheiden
o Proliferatie: celdeling via mitose met het ontstaan van 2
dochtercellen identiek aan moedercel (na 20 celdelingen > 1 miljoen
dochtercellen)
o Differentiatie: uitrijping, waarbij iedere cel van een onrijper stadium overgaat
in een rijper stadium (zonder
celdeling)
In eerste instantie parallel tot een
bepaald rijpingsstadium is bereikt,
nadien enkel nog differentiatie >
eindpunt rijpste cel van iedere
celsoort > in bloed
Pluripotente hematopoïetische
stamcel (CD34-cellen):
gemeenschappelijke voorlopercel, die
enerzijds het vermogen heeft zich
door celdeling steeds opnieuw te
vermenigvuldigen en die zich
anderzijds via verschillende
tussenstadia kan differentiëren tot de
specifieke voorlopercel van elke
celsoort
Hematopoëse gereguleerd door cytokines
o Op hormoon lijkende eiwitten die een stamcel aanzetten tot celdeling en
differentiatie als er behoefte is aan specifiek celtype
o Oefenen hun effect uit op verschillende cellijnen, op zowel onrijpe als rijpe stadia
o Worden geproduceerd door rijpe bloedcellen
o Glycoproteïne (eiwit met suikergroep)
o Belangrijke groepen:
Groeifactoren: granulocyte stimulerende factor (G-CSF), erytropoëtine
(epo) en trombopoëtine (TPO)
Interleukines: interleukine-3
1
, 2. HEMATOLOGISCHE MALIGNITEITEN
INLEIDING
Soort hematologische
maligniteit wordt bepaald door
de fase van ontwikkeling
waarin het fout gaat, m.a.w.
de fase van differentiatie
waarin de zich nog
ontwikkelende cel bevindt.
Soort hematologische
maligniteit wordt ook bepaald
door het weefseltype waarin
het fout loopt.
Colony-forming unit (CFU)=
stamcel die aanleiding geeft
tot een kolonie (grote groepen
cellen waarin verschillende rijpingsstadia van een enkele celsoort vertegenwoordigd
zijn)
Pluripotente stamcel:
o Lymfatische stamcel
T- en B-lymfocyten
o CFUgemm: granulocytair, erytrïde, monocytair en megakaryocytait = myeloïde
stamcel)
Erytrocyten
Granulocyten
Monocyten
Trombocyten
2.1 LEUKEMIE
Verstoring in proliferatie en
differentiatie van beenmergstamcellen
2.1.1 ACUTE LEUKEMIE
OMSCHRIJVING
Beenmergcellen gaan ongeremd gaan
proliferen & verliezen hun vermogen tot
uitrijping (geheel of gedeeltelijk) →
ophoping van onrijpe cellen (= blasten)
o Woekering van onrijpe voorlopercellen in het beenmerg, bloed of andere organen
o Leidt tot verdringing van normale bloedcelvorming: anemie, leukopenie,
trombocytopenie
o Blast = jonge niet uitgerijpte cellen ≠ maligne (aantal en morfologie)
Chronische leukemie (cellen volgroeid): cellen gaan nog uitrijpen
(differentiëren), vooral toename van rijpe hematopoïetische cellen
VORMEN
Er zijn 2 vormen te onderscheiden:
2