Scientific management Frederick taylor (taylorisme)
Een systematische benadering van bedrijfsvoering hij moet geen slavendrijver spelen, zijn
taak in de organisatie is plannen, coördineren, toezicht uitoefenen en het controleren van
resultaten. Waar zijn principes werden toegepast schoot de productiviteit omhoog. Zijn
methodes zijn veel gebruikt en hij wordt gezien als een belangrijk figuur in organisatiekunde
Enkele hoofdpunten uit zijn theorie zijn:
1. Wetenschappelijke analyse van werkzaamheden en uitvoering van bewegingsstudies
2. Vergaande taakverdeling en training van arbeiders. Elke handeling is beschreven en
er is veel routine
3. Hechte en vriendschappelijke samenwerking tussen leiders en arbeiders
4. Juiste man op de juiste plaats
5. Bedrijfsleiders zijn verantwoordelijk voor het analyseren en zoeken naar
werkmethoden en productievoorwaarden.
6. Prestatiebeloning met als doel om te komen tot lagere productiekosten
Scientific Management: organisatie zonder mensen
(Gericht op productiebedrijven)
Henry Fayol General Management-theorie
Wijze waarop organisaties in zijn geheel bestuurd moeten worden. Theorie voor het
algemeen management.
Gericht op de gehele organisatie. Hij op deze management gebieden:
1 Technisch
2. Commercieel
3. Financieel
4. Zelfbeschermend
5. Boekhouding
6. Besturing
(Besturing is het belangrijkste deel van managers)
POBCC
1. Plannen of vooruitzien: opstellen van een actieplan voor de toekomst.
2. Organiseren: opbouw van de organisatie met mensen en middelen.
3. Bevel voeren: zorgen dat mensen aan het werk blijven.
4. Coördineren: onderling afstemmen van de activiteiten.
5. Controleren: erop toezien dat de resultaten in overeenstemming met het plan zijn.
Eenheid van commando was voor fayol het belangrijkste principe. Iedere werknemer heeft
slechts 1 directe baas boven zich heeft. Ook wel de eenheid van bevel genoemd
een sterk doorgevoerde taakverdeling
(Gericht op algemeen)
,Max weber en de theorie van bureaucratie
Gericht op overheidsorganisaties en grote bedrijven vanuit sociologische invalshoek
Grote organisaties hadden volgens weber de volgende kenmerken:
-Sterk doorgevoerde taakverdeling
-Hiërarchische bevelstructuur
-Nauwkeurige bevoegdheden en verantwoordelijkheden
-Onpersoonlijke relatie tussen functionarissen
-Werving op kennis. Geen vriendjespolitiek
-Beloning op basis van objectieve procedures
-Werkzaamheden volgens routineregels
-Alles schriftelijk vastleggen, zodat het te controleren was.
Positief: Uitvoeren van regelen en bestuurstaken
Negatief: Remde initiatief en creativiteit
Structuur wordt via deze manier belangrijker dan organisatie doelen (Consequenties
continuïteit)
Human relations elton mayo
Hij zocht verbanden bij verbetering werkomstandigheden en productiviteit. Aandacht,
waardering, erbij horen was belangrijk. Deel uitmaken van een groep was het belangrijkst.
Tevreden mensen leveren hogere arbeidsprestatie
Subjectieve factoren zijn doorslaggevend voor het resultaat
• Subjectieve factoren zijn aandacht, zekerheid, bij de groep horen en waardering
• Gelukkige mensen leveren maximale arbeidsprestatie
• Sociale vaardigheden zijn dus voor leidinggevenden zeer belangrijk
Rensis Likert en het Revisionisme:
synthese tussen Scientific Management en Human Relations. Likert richtte zich op
organisatiestructuur en communicatie.
Linkin-pin: organisatie bestaat uit overlappende groepen, de leider van de ene groep maakt
ook deel uit van een hogere groep. Leid groep maar communiceert ook door naar andere
groep.
Systeembenadering Kenneth Boulding:
De organisatie als een systeem en de wisselwerking tussen organisatie en omgeving
1. Synergie: als het totale resultaat van alle subsystemen groter is dan de optelsom van
individuele resultaten.
2. Integrale managementbenadering: alles hangt met alles samen en moet ook zo benaderd
worden.
(Het systeem om zo integrale organisatieproblemen op te lossen per afdeling/divisie)
Contingentietheorie Paul Lawrence, Jay Lorsch
er is niet 1 beste manier van management
Contingentiebenadering
Toepassing managementtechniek afhankelijk van situatie.
1. Contingentiebenadering: de kunst van het ontdekken in welke situatie welke
,managementtechniek het best werkt.
2. Daagt management uit de complexiteit van omgevingsrelaties te onderkennen om
strategie, structuur en systeem te kiezen.
Nicollo Machiavelli: Macht en opportunisme, (Gaat vooral over behouden en uitbreiden van
macht.)
Adam Smith: Arbeidsverdeling en productiviteit.
1. Productieve arbeid is de bron van welvaart en door arbeidsverdeling kan de productiviteit
sterk worden verhoogd.
2. Bedrijfsvoering steeds systematischer met meer aandacht voor efficiency.
3. Wijst mercantilisme van de hand.
Lesweek 2 Omgeving
(Vraag in tentamen)
In de stakeholder benadering kunnen stakeholders invloed uitoefenen op het beleid van een
onderneming. In gesprek gaan met de omgeving. Stakeholders zijn groepen mensen die
dingen vertegenwoordigen in relatie met activiteiten van de onderneming.
Interne Stakeholders: (Werknemers, aandeelhouders, managers)
Externe stakeholders: (Klanten, leveranciers, burgers, overheden, financiers)
Modellen die je kan gebruiken bij een
interne analyse: 7S model, value chain porter, marketingmix,
Externe analyse: Het DESTEP-model. 5 krachtenmodel porter
Omgevingsanalyse: Dit wordt gebruikt om de effectiviteit van het huidige strategische beleid
te evalueren
Omgevingen van organisaties, 3 niveau’s:
Micro: Het bedrijf
Meso: Leveranciers, concurrenten, consumenten/afnemers, distributeurs, publieksgroepen,
marktstructuren
Macro: DESTEP-ontwikkelingen
Hoe dichter bij micro, hoe meer je dingen kan beinvloeden. Dus meso kan je beinvloeden
maar lastig, en macro eigenlijk niet.
DESTEP:
Demografisch
, Ecologisch
Sociaal-cultureel
Technologisch
Politiek
PARTIJEN
Factoren hier wordt de organisatie door beïnvloed maar de organisatie kan de factoren niet
of zeer beperkt invloeden.
Partijen kan de organisatie wel beïnvloeden
Afnemers/leveranciers
>beïnvloeden vraag en aanbod
Werknemers
Zijn de kritische succesfactoren van organisatie's, het beïnvloed de
kwaliteit/productiecapaciteit.
Organisatie ontleent haar bestaansrecht aan de afnemers
De afnemers zorgen voor vraag naar producten en diensten en stellen eisen aan prijs en
kwaliteit
Organisaties stellen eisen aan leveranciers op het gebied van kwaliteit, prijs en levertijd
Organisaties willen steeds minder voorraden houden.
Concurrenten bepalen de speelruimte die organisaties hebben op het gebied van onder
meer productaanbod, prijsniveau, keuze van distributiekanalen en kwaliteitsniveau.
Het is van groot belang om concurrenten te traceren, te analyseren en op basis hiervan de
eigen concurrentiepositie te bepalen.
Naast de strijd op de markt voor je product of dienst is er ook strijd om kapitaal.
Media: Sociaal media speelt een rol bij productmarkt, vermogensmarkt, arbeidsmarkt.
Beïnvloedt het gedrag van consumenten (Fake-news) Influencers hebben veel invloed.
Vermogenschaffers:
Voor de continuïteit van de organisatie is het van groot belang om een goede relatie met de
vermogensverschaffers te onderhouden. Ontevreden vermogensverschaffers kunnen de
geldkraan dichtdraaien! Vermogensverschaffers zijn vaak vertegenwoordigd in een
toezichthoudend orgaan zoals een raad van commissarissen bij grote ondernemingen.
Geldmarkt: Korte looptijd, kortetermijnleningen