VERTAAL- EN TOLKWETENSCHAP
Boek = in balans!!!!
Het hoofdstuk dat besproken wordt in het college = lezen voor het college!
(planning staat op BB)
Eindexamen
- Computerexamen
- Openvragen
- Meerkeuzevragen
- Nederlands wordt ook geëvalueerd op het examen
Tweede zit is hetzelfde
Concepten! = toepassen, kennen, herkennen (met equivalentie goed kunnen
omgaan)
Link tussen theorie en praktijk!
SOMMIGE LESSEN HEBBEN DOELSTELLINGEN => KIJK ER NAAR!!!
HOOFDSTUK 16 – OUDSTE BEROEP, JONGSTE DISCIPLINE?
WAT IS TOLKEN?
DEFINITIE VERTALEN
- “… vertalen is een proces (of activiteit) waarbij een brontekst in taal 1
wordt vervangen wordt door een doeltekst in taal 2”
DEFINITIE TOLKEN
- “Tolken is een vorm van Vertalen waarin een unieke en definitieve
omzetting in een andere taal geproduceerd wordt op basis van een
eenmalige presentatie van een uiting in een brontaal”
OVEREENKOMSTEN EN VERSCHILLEN
Overeenkomsten Verschillen
Tolken is een vorm van Vertalen (net Tolken is onmiddellijk (i.e. de BT is
zoals tolkwetenschap een maar één keer beschikbaar)
subdiscipline is binnen de
Vertaalwetenschap, hoewel “T&L” de
laatste tijd vaak gebruikt wordt
Gemeenschappelijke kenmerken: Tolken is uniek en definitief (i.e. de
- Productie van tekst doeltekst is geproduceerd onder
- Met de bedoeling dezelfde tijdsdruk, correctie en revisie slechts
betekenis weer te geven beperkt mogelijk)
- In een andere taal en cultuur
“Uiting” idee, boodschap, geen
“zin” (nuanceren!)
1
,Lessen van I. Robert, I. Schrijver en K. Peters
VERTALEN OF VERTALEN?
- Vertalen = overkoepelende term van zowel schriftelijk vertalen, als
mondeling en visueel-gestueel tolken
- vertalen = praktijk van schriftelijk vertalen
“wanneer een geschreven BT vervangen wordt door een geschreven
DT, spreken we van een geschreven vertaling.”
SOORTEN TOLKEN
Tolkvormen kunnen opgedeeld worden in verschillende vormen, volgens
verschillende categorieën, die in verschillende combinaties voorkomen
MODUS (1)
= manier waarop getolkt wordt
- Consecutief = eerst luisteren, dan het woord nemen wanneer de spreker
zwijgt
Kort of lang: enkele seconden (weinig tot geen notities) tot 10 minuten
Beperkt geheugen = specifiek notitiesysteem
- Simultaan = bijna gelijktijdig met de spreker
Vertraging of “décalage” (of Ear Voice Span) = Nooit 100% simultaan,
want wachten op input
Verdeelde aandacht: luisteren en spreken (kan moeilijk zijn)
- Simultaan met tekst (SIMTXT) = spreker + geschreven tekst ->
mondelinge vertaling
Met of zonder voorbereidingstijd
De tekst die je krijgt is een vorm van ondersteuning
Een PPT is een voorbeeld van een visuele ondersteuning (geen
volledige tekst, maar wel sleutelwoorden; getallen, namen, data =
probleem triggers voor tolken)
- Multimodaal simultaan = Spreker + visuele input (transcript speech
zoals in SIMTXT, of PPT, of ondertitels of gecombineerd)
SETTING (2)
= waar/ in welke context getolkt wordt/ omgeving
- Conferentietolken
Context: conferenties, grote meetings (nationale en internationale
organisaties)
Meestal simultaan (kan ook consecutief)
Meestal monologisch: 1 spreker -> grote groep toehoorders, geen
“gesprek”, behalve vragensessie of debat
Meestal van B-taal (=actieve taal/ goed beheerst) (of C-taal = passieve
taal/ taal waar je niet naar vertaald) naar moedertaal (A-taal)
Soms “retour”: van A-taal naar B-taal
relaistolken = tolken met een tussenstop omdat er niemand
beschikbaar is die de talencombinatie beheerst
- Gesprekstolken (ook dialoogtolken/ verbindingstolken)
Context: Ze worden ingezet in maatschappelijke context
2
,Lessen van I. Robert, I. Schrijver en K. Peters
Dialoog mogelijk maken tussen twee mensen = dialogisch => in beide
richtingen
Kort consecutief
MODALITEIT (3)
= via welke semiotisch kanaal getolkt wordt
- Gesproken modaliteit = “tolken”
De tolk hoort en spreekt => toehoorders horen/luisteren
- Visueel-gestueel tolken -> gebarentaal -> gebarentolk (gebarentaaltolk,
doventolk)
Bedoeld voor dove personen; tolk goed zichtbaar voor dove mensen,
goed hoorbaar voor horende mensen
Context: communicatie mogelijk tussen dove gebarentalige persoon en
horende niet-gebarentalige persoon -> allerlei contexten zoals
onderwijs, werk, gezondheidszorg, rechtspraken openbare diensten
Vaak simultaan
De tolk hoort en tolkt in een visueel-gestuele taal -> dove toehoorders
kijken OF de tolk kijkt naar een visueel-gestuele taal en spreekt
Visueel-gestuele talen: handen+ andere delen van het lichaam
Natuurlijk ontstaan
Onafhankelijk van gesproken taal in dezelfde regio = uniek voor elke
taal
- Andere modaliteiten
Communicatie kan verbaal of non-verbaal zijn
Communicatie kan vocaal (gesproken) en non-vocaal (geschreven en
andere) zijn
Tolk: verbaal-vocaal -> verbaal-vocaal
Gebarentaaltolk: verbaal-non-vocaal -> verbaal-vocaal (of
andersom)
Vertalen van blad = verbaal-non-vocaal -> verbaal-vocaal
- Live subtitling = vorm van toegankelijkheid
Overlap met AVT (audiovisueel vertalen) en MA (media accessibility,
mediatoegankelijkheid)
Verbaal-vocaal -> (verbaal-vocaal ->) verbaal-non-vocaal
Kan gebeuren door een respeaker en die woorden worden omgezet
door de computer
HULPMIDDELEN (4)
- Zonder hulpmiddelen
Fluistertolken: 1 of 2 luisteraars
- Biduletolken
De tolk heeft een microfoon en diegenen die een tolk nodig hebben
krijgen een hoofdtelefoon
Simultaan met kleine groep luisteraars
- Cabinetolken
Vanuit aparte geluidsdichte cabine
Simultaan
- Remote tolken
Afstandstolken
3
, Lessen van I. Robert, I. Schrijver en K. Peters
Vb. videotolken, telefoontolken
Niet face-to-face
- Respeaken/ live-ondertitelen
Spraakherkenning
- Machine tolken
Vb. Google translate
Gesproken communicatie -> geschreven script -> machine vertaling ->
gesproken vertaling
PROFESSIONALITEIT (5)
- Professionele tolk
Opleiding gevolgd
Vb. conferentietolk
- Informele tolk
Ad-hoc tolk: iemand die in een specifieke situatie als ‘tolk’ optreedt
omdat het toevallig de twee talen machtig is die nodig zijn
Natuurlijke tolk: iemand die “van nature” de twee talen machtig is
(iemand die tweetalig is opgevoed)
- Tolken is méér dan twee talen kennen
vb. simultaantolken kunnen ze niet
- Risico’s van informele tolken
Geen kwaliteitscontrole
Hoe goed kent de tolk beide talen echt?
Deontologie (hoe objectief is de tolk?)
Communicatie kan fout lopen door tolkfouten
TAALRICHTING (6)
- Retour = naar B of C taal tolken, niet naar je moedertaal
- Relaistolken = tolken via een andere taal
- Pivot = een taal via dewelke getolkt wordt bij relaistolken
ONTWIKKELING VAN TOLKEN ALS BEROEP
EGYPTISCHE OUDHEID – ONTSTAAN VAN HET BEROEP
- Niet-professionele tolken: één van de oudste ‘beroepen’ ter wereld (vb.
handel, oorlog)
Vroegste verwijzing: Egyptische oudheid (hiërogliefen)
- Ad-hoc tolken
Vaak behorend tot de overwonnen bevolking en slaven
Geen opleiding
Niet gebonden aan deontologische regels geen regels voor
neutraliteit
Moeilijke positie: niet onpartijdig, tolkwerk gecombineerd met andere
activiteiten
16DE EEUW – EERSTE OPLEIDING
- Eerste beroepscode voor tolken in Spanje (<wetboek koloniale gebieden)
- Eerste opleiding in het Ottomaanse Rijk (Dragomans)
4