Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 76 pages
Summary

Samenvatting voor deeltentamen 2 van hersenen en gedrag

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 76 pages

Samenvatting voor deeltentamen 2 van hersenen en gedrag, aan de hand van het boek Brain and Behavior van Cacioppo, Kalat en Vreeberg. Samenvatting stamt af van studiejaar 2024/2025.

Content preview

Wat voor invloed heeft slaap op het brein? -
Chapter 8
Wat zijn ritmes in wakker zijn en slapen?
Zowel mensen als dieren vertonen bepaald gedrag met een zekere
regelmaat. Er is daarbij sprake van een biologisch ritme. Het menselijk
lichaam heeft een biologisch ritme voor slapen en wakker zijn.

Endogene ritmes
Bij trekvogels en dieren die aan een winterslaap doen, zien we dat ze op
tijd voorbereidingen treffen voor deze winterslaap. Er is kennelijk iets
aanwezig dat, ongeacht de omstandigheden buiten het lichaam, de dieren
aanzet tot bepaald gedrag. Trekvogels lijken te weten wanneer ze weg
moeten en trekken dan naar een tropisch land. Bovendien weten ze ook
wanneer ze weer uit een tropisch land weg moeten trekken, ongeacht het
feit dat in de meeste tropische landen de temperatuur en de hoeveelheid
licht het hele jaar bijna hetzelfde blijft. Ze kunnen niet weten wanneer ze
weg moeten door op de omgeving te letten. Daarom veronderstelt men
een biologische klok die verschillende lichaamsfuncties reguleert. De
biologische klok is endogeen, gestuurd van binnenuit. Bij de
bovengenoemde dieren regelt deze klok niet alleen een dagelijks
ritme (circadiaan ritme), maar ook een jaarlijks ritme (circa-annuaal
ritme). Het circadiane ritme vind je niet alleen terug in slaap-en
waakpatronen, maar ook in eet- en drinkgedrag, lichaamstemperatuur, het
vrijkomen van hormonen, de urine-uitstoot en de gevoeligheid voor
bepaalde medicijnen. Uit verschillende onderzoeken blijkt dat zowel dieren
als mensen over zo'n dagelijks 24-uurs ritme beschikken.

Het instellen en opnieuw instellen van de biologische
klok
Meestal duurt het circadiane ritme niet precies 24 uur. We passen onze
interne activiteit aan zodat het beter past bij de wereld om ons heen.
Binnen één individu, onder dezelfde omstandigheden, blijft het redelijk
constant. Bepaalde afwijkingen worden bijvoorbeeld gecorrigeerd door
externe factoren zoals de afwisseling van dag en nacht en van licht en
donker. Voor mensen zijn er meer factoren die ervoor zorgen dat een iets
afwijkend biologisch ritme aangepast wordt aan de 24-uurse dag. Die
factoren worden ook wel zeitgebers genoemd. Voorbeelden zijn: beweging,
geluid, maaltijden en de temperatuur van de omgeving. De belangrijkste

,zeitgeber is licht. Uit verschillende onderzoeken blijkt dat het natuurlijke
circadiane ritme, zonder zeitgebers, ergens tussen de 24 en 25 uur zit.

Jetlag
Experimentele pogingen om deze ritmes te beïnvloeden laten zien dat
mensen zich moeilijk aanpassen aan een ander ritme. Mensen passen zich
makkelijker aan als de cyclus die ze volgen langer dan 24 uur is – dit is het
geval als ze naar het westen reizen – dan als de cyclus die ze volgen
korter dan 24 uur is – dit is het geval als ze naar het oosten reizen.
Een jetlag is een onderbreking van circadiane ritmes die te wijten is aan
het veranderen van tijdzones. Het is de mismatch tussen de interne
circadiane klok en de externe klok.

Afwisselend werk
Bij mensen die veel ’s nachts werken en dus overdag slapen, is er sprake
van een verminderde kwaliteit van de slaap, maar ook van een
verminderde kwaliteit van het waakleven. Men voelt zich vaak wat duf,
wat ook leidt tot meer ongelukken op het werk. Hun lichaamstemperatuur
bereikt de hoogste waarde als ze proberen te slapen en niet als ze werken
(normaal gesproken is de lichaamstemperatuur tussen het midden en het
eind van de middag op zijn hoogst). Een methode om problemen tegen te
gaan is de nachtploeg te laten werken in heel helder licht. Uit onderzoek
blijkt dat de biologische klok zich dan wel aanpast. De biologische klok is
moeilijk te ontregelen in normale omstandigheden.

Ochtendmensen en avondmensen
Circadiane ritmes verschillen wel per persoon. Sommige mensen
(ochtendmensen) staan vroeg op, zijn snel productief en zijn minder actief
later op de dag. Anderen (avondmensen) staan later op en worden
langzamer actief dan ochtendmensen. Ze zijn actiever in de namiddag of
avond. Niet iedereen is onder te verdelen in deze twee categorieën en het
verschilt ook per leeftijd. Tot aan je twintigste wordt het moment waarop je
wilt gaan slapen steeds later. Daarna verandert dit langzamerhand de
andere richting op. Ouderen zijn het meest productief vlak na het wakker
worden, terwijl jongeren later op de dag actiever worden.

Mechanismen van de biologische klok
De biologische klok wordt door de hersenen gegenereerd. Invloeden van
buitenaf kunnen bijna geen invloed hebben op de werking van deze
biologische klok.

,De nucleus suprachiasmaticus (SCN)
De biologische klok is afhankelijk van de nucleus suprachiasmaticus
(SCN), het deel van de hypothalamus dat boven het optische chiasme ligt.
De SCN zorgt voor de belangrijkste controle over de circadiane ritmes van
slaap en temperatuur. Als de SCN wordt beschadigd, worden de ritmes
minder constant en zijn ze niet langer aangepast aan omgevingspatronen
van licht en donker. Het SCN produceert circadiane ritmes op een manier
die niet aangeleerd is, maar die wordt gecontroleerd door genen.
Neuronen van de SCN produceren impulsen met een circadiaan ritme, zelfs
na verwijdering uit het oorspronkelijke brein. Een enkele, geïsoleerde SCN-
cel kan het circadiane ritme in stand houden, ook al zorgt interactie tussen
cellen voor een preciezer ritme.

Hoe licht de SCN opnieuw instelt
De tractus retinohypothalamicus is een zenuwbaan die vanaf de retinale
ganglioncellen in de retina van beide ogen door de oogzenuw en het
optische chiasme naar de SCN loopt. Axonen van die baan veranderen de
‘instellingen’ van de SCN. De meeste input komt niet van de normale
retinareceptoren, maar van een speciaal soort retinale ganglioncellen met
hun eigen soort fotopigment, menalopsine, een ander soort fotopigment
dan dat van kegeltjes en staafjes. Deze speciale ganglioncellen reageren
direct op licht, ook al krijgen ze geen input van de kegeltjes en staafjes. Ze
ontvangen wel input van de kegeltjes en staafjes, wat hun eigen reactie op
licht versterkt. Ze zijn niet gelijkmatig verdeeld over de retina, maar
bevinden zich voornamelijk bij de neus. De ganglioncellen reageren op de
gemiddelde hoeveelheid licht, niet op plotselinge veranderingen in licht en
ze dragen niet bij aan visie.

De biochemie van het circadiane ritme
Om de circadiane ritmes te bestuderen gebruiken onderzoekers insecten,
omdat hun genetische basis eenvoudiger te onderzoeken is. Bij
fruitvliegjes (drosophila) hebben ze twee genen ontdekt, periode en
tijdloos, die circadiane ritmes genereren. Deze genen produceren de
proteïnes PER en TIM. Deze proteïnes hebben een kleine hoeveelheid in
het begin van de dag. De hoeveelheid neemt toe naar mate de dag
vordert. ’s Avonds bereiken ze een hoog niveau waardoor de vlieg gaat
slapen. De productie van proteïnes stopt en de concentratie daalt tot het
begin van de ochtend, het moment waarop de cyclus opnieuw begint. Als
het niveau van PER en TIM hoog is, is er sprake van interactie tussen PER
en TIM en een proteïne die Klok heet, waardoor de behoefte aan slaap
veroorzaakt wordt. De genen die de circadiane ritmes controleren zijn
bijna hetzelfde bij zoogdieren en insecten. Het begrijpen van deze

, mechanismen kan handig zijn om bepaalde slaapstoornissen te verklaren.
Mutaties in genen kunnen leiden tot abnormaal slaapgedrag.

Melatonine
De SCN zorgt voor controle over slaap- en waakritmes door het controleren
van activiteitniveaus van andere hersengebieden, zoals de pijnappelklier,
een endocriene klier die zich achter de hypofyse bevindt. De pijnappelklier
laat melatonine vrij, een hormoon dat zowel de circadiane ritmes als de
circannuale ritmes beïnvloedt. Melatonine wordt meestal ’s nachts
uitgescheden, waardoor we rond die tijd slaperig worden. De uitscheiding
begint meestal twee of drie uur voor bedtijd. Het dagelijks gebruik van
melatonine kan de biologische klok beïnvloeden. Melatonine heeft een
paar voordelige effecten op de gezondheid, maar de lange termijneffecten
zijn nog niet bekend.

Hoe werken de slaapfases en betrokken
hersenmechanismen?
Slaap en andere onderbrekingen van bewustzijn
Slaap is een staat die het brein actief produceert en het wordt
gekarakteriseerd door een afname van hersenactiviteit en reacties op
stimuli. Coma, daarentegen, is een lange periode van onbewust zijn,
veroorzaakt door hersenschuddingen, beroertes of ziektes. Je kunt een
persoon die slaapt wel wakker maken, maar iemand in coma niet. Tijdens
een vegetatieve staat wisselt een persoon tussen periodes van slaap en
gematigde opwinding, maar in beide staten heeft de persoon geen
bewustzijn van de omgeving. Een minimale staat van bewustzijn is een
stadium hoger, met zo nu en dan periodes van zinvolle acties en een
begrensde hoeveelheid spraak en begrip. Hersendood is een conditie
zonder tekenen van hersenactiviteit of reacties op stimuli.

De fases van slaap
Onderzoekers wisten niet dat slaap uit verschillende fases bestond, totdat
ze deze fases per ongeluk maten. Met behulp van een EEG konden
hersenonderzoekers hersenactiviteit gedurende de verschillende fases
onderzoeken. Een combinatie van een EEG en oogbewegingsmetingen
heet polisomnografie. Alfagolven zijn karakteristiek voor ontspanning, niet
voor volledige waakzaamheid. In fase 1 (N1) is de slaap net begonnen en
laat de EEG onregelmatige, scherp getande lage spanningsgolven zien. De
hersenactiviteit is minder dan bij ontspannen waakzaamheid, maar meer
dan bij andere fases. Fase twee (N2) wordt gekenmerkt door K-
complexen en ‘sleep spindles’ op de EEG. ‘Sleep spindles’ bestaan uit 12
tot 14 Hz golven tijdens een uitbarsting die ten minste een halve seconde

Table of contents

  1. 01 Wat voor invloed heeft slaap op het brein? - Chapter 8 1
    1. Wat zijn ritmes in wakker zijn en slapen? 1
    2. Endogene ritmes 1
    3. Het instellen en opnieuw instellen van de biologische klok 1
    4. Jetlag 2
    5. Afwisselend werk 2
    6. Ochtendmensen en avondmensen 2
    7. Mechanismen van de biologische klok 2
    8. De nucleus suprachiasmaticus (SCN) 3
    9. Hoe licht de SCN opnieuw instelt 3
    10. De biochemie van het circadiane ritme 3
    11. Melatonine 4
    12. Hoe werken de slaapfases en betrokken hersenmechanismen? 4
    13. De fases van slaap 4
    14. Paradoxale slaap of REM-slaap 5
    15. Hersenmechanismen van waakzaamheid, opwinding en slaap 5
    16. Hersenstructuren van opwinding en aandacht 5
    17. Slaap en de inhibitie van hersenactiviteit 6
    18. Hersenactiviteit in de REM-slaap 6
    19. Slaapstoornissen 7
    20. Slaapapneu 7
    21. Narcolepsie 8
    22. Periodieke bewegingsstoornis (PLMD) 8
    23. REM-gedragsstoornis 8
    24. Nachtangst en slaapwandelen 9
    25. Waarom (REM)slapen we en waarom dromen we? 9
    26. Functies van slaap 9
    27. Slaap en energiebesparing 9
    28. Soorten verschillen in slaap 10
    29. Slaap en geheugen 10
    30. Functies van REM-slaap 10
    31. Biologische perspectieven op dromen 11
    32. De activatie-synthese hypothese 11
    33. De neurocognitieve hypothese 11
  2. 02 Welke invloed hebben hormonen op seksueel gedrag? - Chapter 10 12
    1. Organiserende effecten van geslachtshormonen 13
    2. Sekseverschillen in de hersenen 13
    3. Sekseverschillen in spel 14
    4. Activerende effecten van geslachtshormonen 14
    5. Mannen 14
    6. Vrouwen 16
    7. Effecten van geslachtshormonen op niet-seksuele kenmerken 17
    8. Ouderlijk gedrag 17
    9. Wat zijn variaties in seksueel gedrag? 17
    10. Evolutionaire interpretaties van paringsgedrag 17
    11. Interesse in meerdere partners 18
    12. Wat mannen en vrouwen zoeken in een partner 18
    13. Verschillen in jaloezie 18
    14. Evolutie of geleerd? 18
    15. Sekse-identiteit en sekse-gedifferentieerde gedragingen 19
    16. Tussen de seksen in 19
    17. Interesses en voorkeuren van meisjes met CAH 19
    18. Androgeenongevoeligheidssyndroom 19
    19. Kwesties van seksetoewijzing en opvoeding 20
    20. Afwijkingen van seksueel voorkomen 20
    21. Seksuele oriëntatie 20
    22. Verschillen op basis van gedrag en anatomie 20
    23. Genen 21
    24. Een evolutionair vraagstuk 21
    25. Prenatale invloeden 21
    26. Hersenanatomie 22
  3. 03 Hoe verhouden emoties, stress en gezondheid zich ten opzichte van elkaar? - Chapter 11 23
    1. Wat is emotie? 23
    2. Emoties en autonome opwinding 23
    3. Is fysiologische opwinding noodzakelijk voor emoties? 24
    4. Is fysiologische opwinding voldoende voor emoties? 24
    5. Is emotie een bruikbaar concept? 24
    6. Hebben mensen een paar basisemoties? 25
    7. De functies van emotie 26
    8. Emoties en morele beslissingen 26
    9. Hoe werkt vecht- en vluchtgedrag? 26
    10. Vechtgedrag 26
    11. De rol van erfelijkheid en omgeving in geweld 27
    12. Hormonale effecten 27
    13. Serotoninesynapsen en agressief gedrag 27
    14. Niet-menselijke dieren 27
    15. Mensen 27
    16. Testosteron, serotonine en cortisol 28
    17. Angst en opwinding 28
    18. De rol van amygdala in angst 28
    19. Onderzoeken naar de amygdala in apen 29
    20. Reactie van de menselijke amygdala op visuele stimuli 29
    21. Individuele verschillen in amygdala 29
    22. Schade aan de menselijke amygdala 29
    23. Angststoornissen 29
    24. Verlichting van angst 30
    25. Angst-reducerende medicijnen 30
    26. Alcohol en angst 30
    27. Wat is de relatie tussen stress en gezondheid? 30
    28. Stress en het generale adaptatie syndroom 31
    29. Stress en de HPA-as 31
    30. Het immuunsysteem 31
    31. Leukocyten 31
    32. Effecten van stress op het imuunsysteem 32
    33. Omgaan met stress 32
  4. 04 Hoe werken de cognitieve functies in de hersenen? - Chapter 13 34
    1. Hoe werken lateralisatie en taal? 34
    2. De linker- en rechterhemisferen 34
    3. Anatomische verschillen tussen de hersenhelften 34
    4. Visuele en auditieve connecties naar de hersenhelften 34
    5. De corpus callosum en het doorsnijden van de hersenen 35
    6. Gescheiden hemisferen: competitie en coöperatie 35
    7. De rechter hemisfeer 35
    8. Het vermijden van overstatements 36
    9. De evolutie van taal 36
    10. Chimpansees 36
    11. Bonobo’s 36
    12. Niet-primaten 36
    13. Hoe hebben mensen taal ontwikkeld? 36
    14. Is taal een bijproduct van algemene hersenontwikkeling? 36
    15. Taal als specialisatie 37
    16. Een sensitieve periode voor het leren van taal 37
    17. Hersenschade en taal 38
    18. Afasie van Broca (ofwel niet-vloeiende afasie) 38
    19. Moeite met taalproductie 38
    20. Problemen in het begrijpen van grammaticale woorden en zinspreuken 38
    21. Afasie van Wernicke (vloeiende afasie) 39
    22. Dyslexie 39
    23. Hoe werken bewuste en onbewuste processen? 40
    24. De relatie tussen de geest en het lichaam 40
    25. Bewustzijn van een stimulus 40
    26. Experimenten die gebruikmaken van ‘masking’ 41
    27. Experimenten die gebruikmaken van binoculaire rivaliteit 41
    28. Het lot van een stimulus waar je je aandacht niet op richtte 41
    29. Bewustzijn als een grensfenomeen 41
    30. De timing van bewustzijn 41
    31. Bewuste en onbewuste mensen 42
    32. Aandacht 42
    33. Hersengebieden die aandacht controleren 42
    34. Ruimtelijk neglect 42
    35. Perceptuele beslissingen 43
    36. Beslissingen op basis van waarden 43
    37. De biologie van liefde 43
    38. Empathie en altruïsme 44
  5. 05 Wat zijn mentale ziekten en hoe kun je deze indelen? - Chapter 14 45
    1. Hoe werkt verslaving en drugsgebruik? 45
    2. Drugs mechanismen 45
    3. Predisposities 45
    4. Genetische invloeden 46
    5. Invloeden uit de omgeving 46
    6. Gedragsvoorspellers van misbruik 46
    7. Synaptische mechanismen 46
    8. Verlangen naar drugs (‘craving’) 47
    9. Tolerantie en ontwenning 47
    10. Behandeling 48
    11. Medicatie om alcoholmisbruik tegen te gaan 48
    12. Medicatie om drugsmisbruik tegen te gaan 48
    13. Wat zijn stemmingsstoornissen? 48
    14. Major depressieve stoornis 48
    15. Genetica 49
    16. Abnormaliteiten in hersenhelftdominantie 49
    17. Antidepressiva 49
    18. Typen van antidepressiva 49
    19. Hoe zijn antidepressiva effectief? 50
    20. Hoe effectief zijn antidepressiva? 50
    21. Alternatieve behandelingen 51
    22. Electroconvulsieve therapie (ECT) 51
    23. Sporten en dieet 51
    24. Veranderde slaappatronen 51
    25. Diepe hersenstimulatie 51
    26. Bipolaire stoornis 52
    27. Behandelingen 52
    28. Wat is schizofrenie? 52
    29. Diagnose 52
    30. Differentiële diagnose van schizofrenie 53
    31. Demografische data 53
    32. Genetica 53
    33. Onderzoeken bij familie 53
    34. Een gen lokaliseren 54
    35. De neurologische hypothese van schizofrenie 54
    36. Prenatale en neonatale omgeving 54
    37. Onmiddellijke risicofactoren 54
    38. Lage risicofactoren 54
    39. Milde hersenabnormaliteiten 54
    40. Lange termijnpad 55
    41. Vroege ontwikkeling en latere psychopathologie 55
    42. Behandelingen 55
    43. Antipsychotica en dopamine 55
    44. Tweede-generatie anti-psychotische drugs 55
    45. De rol van glutamine 56
    46. Wat zijn autisme spectrum stoornissen? 56
    47. Symptomen en kenmerken 56
    48. Genen en andere oorzaken 57
    49. Behandeling 58
  6. 06 Welke psychologische, angst en paniekstoornissen zijn er? - Chapter 14 59
    1. Wat is een psychologische stoornis? 59
    2. Hoe wordt een psychologische stoornis gediagnosticeerd? 60
    3. Hoe wordt er vanuit de psychologische perspectieven gekeken naar stoornissen? 60
    4. Welke stoornissen beginnen in de kindertijd? 60
    5. Autismespectrumstoornissen 60
    6. Oorzaken van ASS 61
    7. Attention deficit hyperactivity disorder 61
    8. Oorzaken van ADHD 62
    9. Angststoornis 62
    10. Specifieke fobieën 63
    11. Sociale angststoornis 63
    12. Paniekstoornis 63
    13. Agorafobie 64
    14. Gegeneraliseerde angststoornis 65
    15. Obsessief-compulsieve stoornis 65
    16. Stoornis in de lichaamsbeleving 66
    17. Posttraumatische stressstoornis 66
    18. Dissociatieve stoornissen 66
    19. Somatische symptomen 67
    20. Persoonlijkheidsstoornissen 67
    21. Antisociale persoonlijkheidsstoornis 67
    22. Borderline persoonlijkheidsstoornis 67
    23. Narcistische persoonlijkheidsstoornis 68
  7. 07 Wat is de relatie tussen stress en gezondheid? - Chapter 16 69
    1. Wat is stress? 69
    2. De stressreactie 70
    3. Bronnen van stress 70
    4. Wat zijn de biologische factoren? 71
    5. De amygdala 71
    6. Het sympathische adrenal-medullary (SAM) systeem en de hypothalamic-pituitary-adrenal (HPA) as 71
    7. Sekseverschillen in stressreactie 72
    8. Sociaal-economische status en stress 72
    9. Epigenetica van stress 72
    10. Wat is de invloed van stress op onze gezondheid? 72
    11. Stress en het immuunsysteem 72
    12. Stress en hartziekten 73
    13. Stress, stemming, slaap en overgewicht 73
    14. Het verband tussen psychologie en gezondheid 73
    15. Wat is het verband tussen psychologie en gezondheid? 73
    16. Voeding en gezondheid 74
    17. Alcohol en gezondheid 74
    18. Sport en gezondheid 74
    19. Eenzaamheid en gezondheid 75
    20. Cultuur en gezondheid 75

Document information

Study
Uploaded on
March 30, 2025
Number of pages
76
Written in
2024/2025
Type
Summary
$9.55

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
maudbecker101
4.7
(3)
Sold
28
Followers
0
Items
6
Last sold
2 days ago



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions