Algemene inleiding
Les 1
Materieel strafrecht, inhoud : het geheel van rechtsregels waardoor bepaalde
gedragingen strafbaar worden gesteld en gesanctioneerd (verbodsbepalingen)
Formeel strafrecht, vorm (strafprocesrecht) : het geheel van de procedurele
spelregels volgens welke het materieel strafrecht wordt toegepast bv. hoe misdrijven
opsporen, welke rechtbank is bevoegd
Strafrecht hangt samen met staat verschilt per land
o Strafrecht is meestal nationaal
Feiten die in buitenland zijn gepleegd maar misdader is Belg Belgisch strafrecht
gebruikt
Symbolische functie strafrecht : oplossing voor reactie in maatschappij, erover praten
en rust brengen
Hoe meer macht, hoe meer strafrecht bv. dictators geven zwaardere straffen
In het strafwetboek staan geen vaste straffen (minimum en maximum), vroeger wel
Historiek
Archaïsch strafrecht
Primitieve maatschappij
Talio-recht : recht van weerwraak
Wraakneming door (familie van) slachtoffer tegen (familie van) dader nu nog altijd
in Albanese landen bv. Kanun
Oudste vorm strafrecht : oog om oog, tand om tand dezelfde misdaad terugdoen
(beperking wraak)
Derde bestraffing (overheid) gebeurde niet veel
Middeleeuws strafrecht
Accusatoir strafproces (oudgermaans)
o Accusatoir = debat tussen partijen staat centraal, bemiddeling
o Overheid (feodale vorsten) begint bemiddelend op te treden sanctie vooral
schadevergoeding aan slachtoffer of vredegeld/fredus (dader betaald
overheid, eerste boete)
o Rondtrekkende rechters (enquête du pays)
Doel : onderzoeken reputatie van de beklaagde (infamia-procedure)
Bewijs : bewijslast (verplichte levering van bewijs) bij beklaagde,
irrationeel bewijsstelsel
, Straffen : ongelijk en wreed
Inquisitoir strafproces
o Actieve rol rechter (functie openbare aanklager en rechter) neemt
beslissing
o Doel : vinden van de waarheid
o Bewijs : bewijslast bij vervolgende partij, strikte bewijsreglementering
o Straffen : ongelijk en wreed (wetteksten praktijk)
Geen plicht voor strikt bewijs bedoeling : rust in maatschappij bv. heksenproces
Keizer/plaatselijke vorst schreef eigen strafwetboeken bv. Keizer Karel
Strafrecht was zeer publiekelijk, ook het straffen zelf bv. lijfstraffen
Strafrecht tijdens de verlichting
Reactie op de excessen (gewelddadigheid) van het Ancien Régime
Macht staat onder druk aan einde 19de eeuw macht krijgen door economie en niet
meer Clerus en Adel
Franse revolutie : andere groepen krijgen macht derde stand/bourgeoisie actiever
Sociaal contract : hoe gaan we ons organiseren als staat, overeenkomst om samen te
leven, als we de regels niet accepteren dan aanvaarden we de straf begin
democratie ius punendi (recht om te straffen)
o Alleen hieruit put de overheid het recht om te straffen
Wetboeken worden belangrijker
Magna Carta : document waarin burgers bepaalde rechten kregen, bescherming
burgers bv. vrijheid
Legaliteitsbeginsel : er kan geen misdrijf of straf bestaan zonder dat de wet dat heeft
bepaald
Subsidiariteit : alleen strafrecht toepassen wanneer het nodig is
Proportionaliteit : straf moet in verhouding zijn met de mate vh misdrijf
Beccaria : was tegen de doodstraf
Montesquieu : scheiding der machten
Locke : er bestaan geen aangeboren rechten
Rousseau : vrijheid is jezelf de wet voorschrijven (sociaal contract)
Déclaration des droits de l’homme et du citoyen (1789) : eerste codificatie
(samenstellen van wetten) van nieuwe staatsrechtelijke- en verlichtingsideeën in
strafwetboeken uitvloeisel vh legaliteitsbeginsel bv. invoering vd jury, milde en
vaste straffen
Codificaties van Napoleon (achteruitgang bescherming burger) :
o Code d’instruction criminelle (1808) : herinvoering inquisitoir systeem
o Code pénal (1810) : herinvoering van wrede en vernederende straffen (maar
rechter krijgt beoordelingsmarge afschaffing vaste straffen)
Algemene verbeurdverklaring, burgerlijke dood terug ingevoerd
,Strafrecht nu
Land moet eigen wetboeken hebben
Wetboek van Strafvordering : nog steeds oude wetboek van Napoleon
Er is geen wetboek voor strafuitvoering
Grondwet van 1830
Oprichting commissie herziening Code Pénal olv JJ Haus Sw. 1867
Oprichting commissie voor herziening strafwetboek (1967) leidt tot voorontwerp van
strafwetboek (1985)
Oprichting commissie tot hervorming vh strafrecht olv Joëlle Rozie en Damien
Vandermeersch (2017) voorstel voor nieuw strafwetboek hangend in de Kamer
Commissie tot hervorming vh strafprocesrecht (2015) niet meer besproken
Commissie strafprocesrecht (1991) leidt tot de Wet Franchimont (regelt het
opsporingsonderzoek en gerechtelijk onderzoek)
Les 2
Functies van de straf
Vergelding : reactie op het niet nastreven van de wet
Verzoening : dader en slachtoffer dichter bij elkaar brengen
Algemene preventie : het bestaan vd strafwet leidt ertoe dat mensen geen misdaad
plegen
Bijzondere preventie : voorkomen van criminaliteit door ervaring (na gestraft te
worden), dat je het niet opnieuw doet
Resocialiserende werking : door iemand te straffen terug naar de maatschappij
brengen, voorbereiding op terugkeer
Daadgericht vs dadergericht strafrecht :
o Daadgericht : strafrecht moet gericht zijn op hetgene dat niet kan in de
maatschappij, geen verschil tussen dader (iedereen dat zelfde daad verricht
krijgt dezelfde straf) rechtszekerheid
o Dadergericht : elke dader is verschillend, waarom iemand criminaliteit pleegt
is verschillend, de reactie van criminaliteit hang je beter vast aan de persoon
(hoe gevaarlijker de persoon, hoe zwaarder da straf), minder belang aan
misdrijf of straf, kan vervroegd vrijkomen
Theorieën over strafrecht
Klassieke leer
Eerste basisstrafrecht
Uit de Verlichting (sociaal contract)
Schuld en straf :
, o Morele schuld van de vrije mens (idealistisch mensbeeld) daadgericht : we
zijn allemaal gelijk in de keuzes om dingen te doen die we niet mogen doen en
zijn daarop aanspreekbaar
o Tijdens straf doen ze niets doing time doel : mediteren, nadenken
o Gevangenekap : als een gevangene uit de cel ging had hij een kap op zodat ze
elkaar niet kunnen zien
o Nullum crimen sine culpa (geen misdaad zonder schuld) : je bent
aanspreekbaar
o Straf bepaald ernst misdrijf (proportionaliteit)
o Poging ook strafbaar daadgericht : mindere straf want is niet gebeurd
o In abstracto bepaald door de wetgever : vaste straf
Doel vd straf : vergelding, algemene preventie, bijzondere preventie en resocialisering
Positivistische school en sociaal verweer
Positivisme (feitelijke observaties) : empirie (kennis gebaseerd op waarnemingen),
inductie (conclusie trekken uit specifieke gevallen) en causaliteitsleer bv. geboren
misdadiger (Lombroso)
Ius punendi obv gevaar voor maatschappij ipv schuld
Instrumentalisering en verwetenschappelijking vh strafrecht bv. IKV
Schuld en straf :
o Determinisme : misdrijf is deels resultaat van externe factoren waar je
geboren wordt bepaald je gedrag
o Preventie/maatregel ipv straf
o Omvang straf in functie van gevaarlijkheid en kans op sociale re-integratie vd
dader ipv ernst vh misdrijf dadergericht
Voorwaardelijke invrijheidstelling (wet Lejeune) ingevoerd : tijdens je straf minder
gevaarlijk worden en daardoor vroeger vrijkomen
Doel vd straf : vergelding, algemene preventie (enkel als sociale omstandigheden
veranderen bv. armoedebestrijding), bijzondere preventie (tijdens straf minder
gevaarlijk worden), resocialisering (bescherming maatschappij tegen gevaarlijken)
Nieuw sociaal verweer (verzoening klassieke en positivistische leer)
Overheersende leer vandaag in België
Reactie op excessen door positivisme (Stalinistisch Rusland, Nazi-Duitsland)
karakterschuld ipv daadschuld (bepaalde groepen als gevaarlijkst gezien)
o Dader wordt meer op karakter dan daad gestraft
Aandacht voor legaliteitsbeginsel, verzet tegen straffen van onbepaalde duur en
geloof in maakbaarheid vd mens (geloven dat ze tijdens straf beter werden)
Schuld en straf :
o Resocialisering voorop (individualisering vd straftoemeting en uitvoering)