Welke van de volgende onderzoekers worden beschouwd als de grondleggers van
onderzoek naar vooroordelen? (H1)
1. Solomon Ash
2. Theodore Adorno
3. Leon Festinger
4. Gordon Allport
A) 1 en 2
B) 2 en 4
C) 2 en 3
D) 3 en 4
Welke van de volgende onderzoekers worden beschouwd als de eerste grondleggers van
de sociale psychologie? (H1)
1. Ash
2. Triplett
3. Milgram
4. Ringelman
A) 1 en 2
B) 2 en 3
C) 2 en 4
D) 3 en 4
De sociologie bestudeert als discipline vooral verschillen tussen (H1)
A) personen over condities
B) Condities over personen
C) Groepen personen binnen condities
D) Groepen personen over condities
Wat maakt dat een cultuur individualistisch is en niet collectivistisch? Welk alternatief is
NIET juist? (H14)
A) grote complexiteit
B) Meer democratie
C) Hoog welvaartspeil
D) Grote diversiteit
Over het karakter van een student die op een studentendoop niet drinkt en zich afzijdig
houdt
A) leer je minder dan van een student die volop participeert
B) Leer je meer dan van een student die volop participeert
C) Leer je meer dan van een student die te voet naar de les komt
D) Leer je minder dan van een student die te voet naar de les komt
Waarnemers die een gedragsstroom opdelen in kleine onderdelen
1. Beoordelen de persoon negatiever
2. Herinneren zich meer details van de actor
3. Herkennen meer zinvolle handelingen
A) 1 en 2
B) 1 en 3
C) 2 en 3
D) 1, 2 en 3
1
, Non verbaal gedrag (H4)
A) is hetzelfde in alle culturen
B) Is een bron van informatie die leidt tot minder accurate perceptie
C) Neigt om sneller te oordelen over personen
D) Is minder informatief
De neiging om informatie te verzamelen, te interpreteren, te vervormen en en te zoeken, in
overeenstemming met de bestaande opvattingen noemt men (H4)
A) confirmatieverklaring
B) Het valse consensus effect
C) De beschikbaarheidsheuristiek
D) Primeren
Volgens het covariatiemodel van Kelly zal een waarnemer een effect toeschrijven aan een
interne of persoonsgebonden oorzaak indien hij/ zij beschikt over informatie die aangeeft
dat er voor het effect een:
A) lage disinactiviteit, hoge consistentie en lage consensus is
B) Lage disinactiviteit, lage consistentie en een hoge consensus
C) Hoge distinctiviteit, hoge consistentie en hoge consensus
D) Hoge distinciviteit, lage consistentie en hoge consensus
Welke vormen van sociale invloed spelen een overwegende rol in de experimenten van Aah
(lijnbeoordelingen) en Sheriff (autokinetisch effect)
A) ash = normatieve invloed / sheriff = informationele invloed
B) Ash = informationele invloed / sheriff = normatieve invloed
C) Beide normatieve invloed
D) Beide informationele invloed
Chu is een chinees, Maria is een Braziliaanse, Sally is een Canadese en Afessa een
Afrikaanse. Wie zal het minst geneigd zijn tot conformiteit?
A) CHu
B) Maria
C) Sally
D) Afessa
Saskia zegt tegen haar vriendin Sarah “ik zou het op prijs stellen indien je me 20 cent kon
geven want ik heb ze nodig” - hoe zal Sarah op dit verzoek reageren? (H5)
A) het verzoek werkt bij Saskia reactantie op en dit verhoogt de kans op inwilliging
B) Het verzoek wordt zonder nadenken ingewilligd omdat het volgt wordt door een reden
C) Het verzoek wordt afgewezen omdat het onvoldoende gemotiveerd is
D) Het verzoek wordt ingewilligd als het reactantie veroorzaakt bij Sarah
Merel discussieert 2 uur met een verkoper van computers. Nadat ze een akkoord hebben
bereikt biedt de verkoper zijn verontschuldigingen aan omdat de BTW niet in de prijs
bergen is. Welke inwilligingstechniek hanteert de verkoper? (H5)
A) Voet-tussen-de-deur
B) Deur-tegen-de-neus
C) Als-de-bal-aan-het-rollen-is
D) Het-is-nog-niet-klaar
2
onderzoek naar vooroordelen? (H1)
1. Solomon Ash
2. Theodore Adorno
3. Leon Festinger
4. Gordon Allport
A) 1 en 2
B) 2 en 4
C) 2 en 3
D) 3 en 4
Welke van de volgende onderzoekers worden beschouwd als de eerste grondleggers van
de sociale psychologie? (H1)
1. Ash
2. Triplett
3. Milgram
4. Ringelman
A) 1 en 2
B) 2 en 3
C) 2 en 4
D) 3 en 4
De sociologie bestudeert als discipline vooral verschillen tussen (H1)
A) personen over condities
B) Condities over personen
C) Groepen personen binnen condities
D) Groepen personen over condities
Wat maakt dat een cultuur individualistisch is en niet collectivistisch? Welk alternatief is
NIET juist? (H14)
A) grote complexiteit
B) Meer democratie
C) Hoog welvaartspeil
D) Grote diversiteit
Over het karakter van een student die op een studentendoop niet drinkt en zich afzijdig
houdt
A) leer je minder dan van een student die volop participeert
B) Leer je meer dan van een student die volop participeert
C) Leer je meer dan van een student die te voet naar de les komt
D) Leer je minder dan van een student die te voet naar de les komt
Waarnemers die een gedragsstroom opdelen in kleine onderdelen
1. Beoordelen de persoon negatiever
2. Herinneren zich meer details van de actor
3. Herkennen meer zinvolle handelingen
A) 1 en 2
B) 1 en 3
C) 2 en 3
D) 1, 2 en 3
1
, Non verbaal gedrag (H4)
A) is hetzelfde in alle culturen
B) Is een bron van informatie die leidt tot minder accurate perceptie
C) Neigt om sneller te oordelen over personen
D) Is minder informatief
De neiging om informatie te verzamelen, te interpreteren, te vervormen en en te zoeken, in
overeenstemming met de bestaande opvattingen noemt men (H4)
A) confirmatieverklaring
B) Het valse consensus effect
C) De beschikbaarheidsheuristiek
D) Primeren
Volgens het covariatiemodel van Kelly zal een waarnemer een effect toeschrijven aan een
interne of persoonsgebonden oorzaak indien hij/ zij beschikt over informatie die aangeeft
dat er voor het effect een:
A) lage disinactiviteit, hoge consistentie en lage consensus is
B) Lage disinactiviteit, lage consistentie en een hoge consensus
C) Hoge distinctiviteit, hoge consistentie en hoge consensus
D) Hoge distinciviteit, lage consistentie en hoge consensus
Welke vormen van sociale invloed spelen een overwegende rol in de experimenten van Aah
(lijnbeoordelingen) en Sheriff (autokinetisch effect)
A) ash = normatieve invloed / sheriff = informationele invloed
B) Ash = informationele invloed / sheriff = normatieve invloed
C) Beide normatieve invloed
D) Beide informationele invloed
Chu is een chinees, Maria is een Braziliaanse, Sally is een Canadese en Afessa een
Afrikaanse. Wie zal het minst geneigd zijn tot conformiteit?
A) CHu
B) Maria
C) Sally
D) Afessa
Saskia zegt tegen haar vriendin Sarah “ik zou het op prijs stellen indien je me 20 cent kon
geven want ik heb ze nodig” - hoe zal Sarah op dit verzoek reageren? (H5)
A) het verzoek werkt bij Saskia reactantie op en dit verhoogt de kans op inwilliging
B) Het verzoek wordt zonder nadenken ingewilligd omdat het volgt wordt door een reden
C) Het verzoek wordt afgewezen omdat het onvoldoende gemotiveerd is
D) Het verzoek wordt ingewilligd als het reactantie veroorzaakt bij Sarah
Merel discussieert 2 uur met een verkoper van computers. Nadat ze een akkoord hebben
bereikt biedt de verkoper zijn verontschuldigingen aan omdat de BTW niet in de prijs
bergen is. Welke inwilligingstechniek hanteert de verkoper? (H5)
A) Voet-tussen-de-deur
B) Deur-tegen-de-neus
C) Als-de-bal-aan-het-rollen-is
D) Het-is-nog-niet-klaar
2