Levenslooppsychologie
Les 1: Inleiding en situering
Oefening
Foto 1: peuterfase, 2 jaar, koppigheidsfase, peuterpuberteit, nog heel gehecht aan ouders (wenend
kindje)
Foto 2: ouderdom, +67 jaar, motorische ontwikkeling en mobiliteit gaan achteruit,
verouderingsprocessen, sociale ontwikkeling => belangrijk
Foto 3: pasgeborene, eerste levensmaand, hechtingsproces
Foto 4: jongvolwassenheid, relaties aangaan, verliefdheid, seksualiteit en seksuele ontwikkeling
(koppel)
Foto 5: adolescentiefase, onafhankelijkheid, identiteits- en persoonlijkheidsontwikkeling (jongen
gitaar)
Foto 6: kleuterfase, spelontwikkeling, rollenspel
Foto 7: lagere schoolfase, leren schrijven, lezen, rekenen, interesses ontwikkelen, cognitieve
ontwikkeling (kindje dat schrijft)
Foto 8: 18 maand, spelontwikkeling, motorische ontwikkeling
Definitie
=> Wetenschappelijke (1) studie naar groei, verandering en stabiliteit (2) van conceptie tot aan de
dood (3)
1. Onderzoek, hypotheses, wetenschappelijke bewijzen
2. Groei en verandering tot het einde van hun leven ‘levenslooppsychologie’
3. Menselijke ontwikkeling: universeel? Culturele, raciale of etnische verschillen? Unieke
aspecten van het individu?
Wat is ontwikkeling?
=> Ontwikkelen = “het veranderen van een aanwezige structuur”
Ont-wikkelen, ont-vouwen, ont-plooien
=> Kenmerken van ontwikkeling
Gedurende de hele levenscyclus
Gedragsverandering (winst-verlies)
Levenslang proces
o Verloop in tijd
o Houdt een voortgang in
o
Actuele vraagstukken
=> Continu (geleidelijk aan)
=> Discontinu (verandering)
=> Kritische/ kritieke periode: grote impact (Vb. infectieziekten, geen veilige hechting)
=> Gevoelige periode (Vb. taal leren)
=> Nurture
=> Nature
Welke aspecten in je ontwikkeling worden vooral genetisch bepaald?
, Ziektes (hazenlip, schizofrenie, borstkanker, verslaving ...)
Het levensloopperspectief
Uitgangspunten
=> Levenslang
=> Multi-dimensioneel (verschillende domeinen) en multi-directioneel (+ en -)
=> Plastisch
=> Beïnvloed door meerdere inter-agerende factoren
Het levensloopperspectief
=> Cohorteffecten: invloed van buitenaf op je ontwikkeling door groep van mensen met zelfde
leeftijd en woonplaats die gelijkaardige dingen voelen en meemaken
=> Normatieve effecten: wat de meeste mensen meemaken (normaal)
is een gebeurtenis die past binnen de verwachte levensloop en sociale normen, zoals het
afronden van school, een eerste job krijgen of met pensioen gaan
Historisch, leeftijdsgebonden of socio-cultureel
Vb.: oorlog in Oekraïne, wanneer gaan jongeren alleen wonen, vluchtelingencrisis,
klimaatopwarming, ...
=> Niet-normatieve effecten:
Een niet-normatieve gebeurtenis is een onverwachte of atypische gebeurtenis die niet bij
de gebruikelijke levensloop hoort, zoals een ernstige ziekte op jonge leeftijd, een
natuurramp meemaken of een minderjarige die zwanger wordt
Toepassing: gaat het om een normatieve of niet-normatieve gebeurtenis?
De ontdekking van de relatie tussen het aidsvirus en het seksueel gedrag van mensen
Niet Normatieve , een wetenschappelijke doorbraak, geen typische levensgebeurtenis
De zwangerschap van een minderjarige dochter
Niet normatieve gebeurtenis
De vele kinderen met astma door de opwarming van de aarde
(individueel kan het niet-normatief zijn, maar als het vaker voorkomt, kan het als een
maatschappelijke trend worden gezien).
Het fatalisme over de toekomst van de kerk bij adolescenten
Niet normatieve gebeurtenis (een specifieke overtuiging, geen algemene norm).
Ontwikkelingsfasen
,=> Prenataal
=> De geboorte & pasgeborene
=> Eerste levensjaar/baby tijd (1ste jaar)
=> Peuter (1-3)
=> Kleuter (3-6)
=> Lagere school (6-12)
=> Adolescentie (12-20)
=> Jongvolwassenheid (20-40)
=> Volwassen (40-60)
=> Ouderdom (vanaf 60)
Ontwikkelingsdomeinen
=> Lichamelijk
=> Motorisch
=> Tekenontwikkeling
=> Seksueel
=> Perceptueel
=> Cognitief
=> Sociaal- emotioneel
=> Morele ontwikkeling
=> Persoonlijkheidsontwikkeling
=> Spelontwikkeling
LET OP!
=> Samenhang tussen ontwikkelingsgebieden binnen één ontwikkelingsfase
Bv. eerst over cognitieve mogelijkheid beschikken alvorens schrijven en rekenen.
=> Samenhang over de verschillende ontwikkelingsfasen binnen één ontwikkelingsdomein.
Bv. seksuele ontwikkeling van oraal, anaal, fallisch naar genitaal
Oefening: wat is de vreemde eend in het rijtje?
eerste woordjes – doe-alsof-spelletjes – brabbelen – woordenschat uitbreiden – taalspelletjes
Doe alsof spelletjes
De andere begrippen hebben te maken met taalontwikkeling, terwijl doe-alsof-spelletjes
meer bij sociale of cognitieve ontwikkeling horen.
voorwerpen via de mond verkennen – rennen – kruipen – zitten – een potlood vasthouden – zichzelf
kunnen aankleden
Zich kunnen aankleden
De rest is grove motoriek aankleden is fijne motoriek
huilen bij de schoolpoort – eigen ik-ontdekken – partnerkeuze – over zichzelf vertellen – erbij willen
horen qua kleding – experimenteren met drank, roken of drugs
experimenteren met drank, roken of drugs
, De andere begrippen hebben te maken met sociaal-emotionele ontwikkeling en identiteit,
terwijl experimenteren met middelen eerder bij risicogedrag hoort.
verschil tussen goed en kwaad – luisteren naar gezagsfiguren – leren samenspelen – volgen van
voorbeeldgedrag – gestraft of beloond worden – regels en afspraken volgen
Verschil tussen goed en kwaad
De andere begrippen hebben te maken sociale interactie , terwijl verschil tussen goed en
kwaad meer bij morele ontwikkeling hoort
Theoretische perspectieven binnen de ontwikkelingspsychologie
Levenslooppsychologie
Les 2: De prenatale ontwikkeling
Stadia prenatale ontwikkeling
De germinale periode of kiemstadium (0-2 weken)
de zygote = bevruchte eicel
De embryonale periode (3-8 weken)
Het embryo
De foetale periode (9-38 weken)
De foetus
Les 1: Inleiding en situering
Oefening
Foto 1: peuterfase, 2 jaar, koppigheidsfase, peuterpuberteit, nog heel gehecht aan ouders (wenend
kindje)
Foto 2: ouderdom, +67 jaar, motorische ontwikkeling en mobiliteit gaan achteruit,
verouderingsprocessen, sociale ontwikkeling => belangrijk
Foto 3: pasgeborene, eerste levensmaand, hechtingsproces
Foto 4: jongvolwassenheid, relaties aangaan, verliefdheid, seksualiteit en seksuele ontwikkeling
(koppel)
Foto 5: adolescentiefase, onafhankelijkheid, identiteits- en persoonlijkheidsontwikkeling (jongen
gitaar)
Foto 6: kleuterfase, spelontwikkeling, rollenspel
Foto 7: lagere schoolfase, leren schrijven, lezen, rekenen, interesses ontwikkelen, cognitieve
ontwikkeling (kindje dat schrijft)
Foto 8: 18 maand, spelontwikkeling, motorische ontwikkeling
Definitie
=> Wetenschappelijke (1) studie naar groei, verandering en stabiliteit (2) van conceptie tot aan de
dood (3)
1. Onderzoek, hypotheses, wetenschappelijke bewijzen
2. Groei en verandering tot het einde van hun leven ‘levenslooppsychologie’
3. Menselijke ontwikkeling: universeel? Culturele, raciale of etnische verschillen? Unieke
aspecten van het individu?
Wat is ontwikkeling?
=> Ontwikkelen = “het veranderen van een aanwezige structuur”
Ont-wikkelen, ont-vouwen, ont-plooien
=> Kenmerken van ontwikkeling
Gedurende de hele levenscyclus
Gedragsverandering (winst-verlies)
Levenslang proces
o Verloop in tijd
o Houdt een voortgang in
o
Actuele vraagstukken
=> Continu (geleidelijk aan)
=> Discontinu (verandering)
=> Kritische/ kritieke periode: grote impact (Vb. infectieziekten, geen veilige hechting)
=> Gevoelige periode (Vb. taal leren)
=> Nurture
=> Nature
Welke aspecten in je ontwikkeling worden vooral genetisch bepaald?
, Ziektes (hazenlip, schizofrenie, borstkanker, verslaving ...)
Het levensloopperspectief
Uitgangspunten
=> Levenslang
=> Multi-dimensioneel (verschillende domeinen) en multi-directioneel (+ en -)
=> Plastisch
=> Beïnvloed door meerdere inter-agerende factoren
Het levensloopperspectief
=> Cohorteffecten: invloed van buitenaf op je ontwikkeling door groep van mensen met zelfde
leeftijd en woonplaats die gelijkaardige dingen voelen en meemaken
=> Normatieve effecten: wat de meeste mensen meemaken (normaal)
is een gebeurtenis die past binnen de verwachte levensloop en sociale normen, zoals het
afronden van school, een eerste job krijgen of met pensioen gaan
Historisch, leeftijdsgebonden of socio-cultureel
Vb.: oorlog in Oekraïne, wanneer gaan jongeren alleen wonen, vluchtelingencrisis,
klimaatopwarming, ...
=> Niet-normatieve effecten:
Een niet-normatieve gebeurtenis is een onverwachte of atypische gebeurtenis die niet bij
de gebruikelijke levensloop hoort, zoals een ernstige ziekte op jonge leeftijd, een
natuurramp meemaken of een minderjarige die zwanger wordt
Toepassing: gaat het om een normatieve of niet-normatieve gebeurtenis?
De ontdekking van de relatie tussen het aidsvirus en het seksueel gedrag van mensen
Niet Normatieve , een wetenschappelijke doorbraak, geen typische levensgebeurtenis
De zwangerschap van een minderjarige dochter
Niet normatieve gebeurtenis
De vele kinderen met astma door de opwarming van de aarde
(individueel kan het niet-normatief zijn, maar als het vaker voorkomt, kan het als een
maatschappelijke trend worden gezien).
Het fatalisme over de toekomst van de kerk bij adolescenten
Niet normatieve gebeurtenis (een specifieke overtuiging, geen algemene norm).
Ontwikkelingsfasen
,=> Prenataal
=> De geboorte & pasgeborene
=> Eerste levensjaar/baby tijd (1ste jaar)
=> Peuter (1-3)
=> Kleuter (3-6)
=> Lagere school (6-12)
=> Adolescentie (12-20)
=> Jongvolwassenheid (20-40)
=> Volwassen (40-60)
=> Ouderdom (vanaf 60)
Ontwikkelingsdomeinen
=> Lichamelijk
=> Motorisch
=> Tekenontwikkeling
=> Seksueel
=> Perceptueel
=> Cognitief
=> Sociaal- emotioneel
=> Morele ontwikkeling
=> Persoonlijkheidsontwikkeling
=> Spelontwikkeling
LET OP!
=> Samenhang tussen ontwikkelingsgebieden binnen één ontwikkelingsfase
Bv. eerst over cognitieve mogelijkheid beschikken alvorens schrijven en rekenen.
=> Samenhang over de verschillende ontwikkelingsfasen binnen één ontwikkelingsdomein.
Bv. seksuele ontwikkeling van oraal, anaal, fallisch naar genitaal
Oefening: wat is de vreemde eend in het rijtje?
eerste woordjes – doe-alsof-spelletjes – brabbelen – woordenschat uitbreiden – taalspelletjes
Doe alsof spelletjes
De andere begrippen hebben te maken met taalontwikkeling, terwijl doe-alsof-spelletjes
meer bij sociale of cognitieve ontwikkeling horen.
voorwerpen via de mond verkennen – rennen – kruipen – zitten – een potlood vasthouden – zichzelf
kunnen aankleden
Zich kunnen aankleden
De rest is grove motoriek aankleden is fijne motoriek
huilen bij de schoolpoort – eigen ik-ontdekken – partnerkeuze – over zichzelf vertellen – erbij willen
horen qua kleding – experimenteren met drank, roken of drugs
experimenteren met drank, roken of drugs
, De andere begrippen hebben te maken met sociaal-emotionele ontwikkeling en identiteit,
terwijl experimenteren met middelen eerder bij risicogedrag hoort.
verschil tussen goed en kwaad – luisteren naar gezagsfiguren – leren samenspelen – volgen van
voorbeeldgedrag – gestraft of beloond worden – regels en afspraken volgen
Verschil tussen goed en kwaad
De andere begrippen hebben te maken sociale interactie , terwijl verschil tussen goed en
kwaad meer bij morele ontwikkeling hoort
Theoretische perspectieven binnen de ontwikkelingspsychologie
Levenslooppsychologie
Les 2: De prenatale ontwikkeling
Stadia prenatale ontwikkeling
De germinale periode of kiemstadium (0-2 weken)
de zygote = bevruchte eicel
De embryonale periode (3-8 weken)
Het embryo
De foetale periode (9-38 weken)
De foetus