Soorten inkomen
Er zijn twee soorten inkomen:
- ………………….. inkomens ………………….. tegenprestatie.
o Inkomen uit arbeid = …………………..…………………..…………………..
……………………
o Inkomen uit vermogen = …………………..…………………..
……………………………….…..
- …………………..inkomens ………………….. tegenprestatie.
o …………………..
o …………………..
Inkomen en vermogen
Inkomen = ………………….. inkomen + …………………..
Inkomen wordt over een periode gemeten.
Vermogen = waarde ………………….. – waarde …………………..
Vermogen wordt op een bepaald moment gemeten.
Er is een ………………….. verband tussen inkomen en vermogen. En visa versa.