• Wrong document? Swap it for free
  • Written by students who passed
  • Immediately available after payment
  • Read online or as PDF
Sell
Where do you study
Your language
Document preview thumbnail
Preview 3 out of 23 pages
Summary

Samenvatting bedrijfseconomie - "Financiering van de bv en de nv" en "Het Jaarverslag"

Document preview thumbnail
Preview 3 out of 23 pages

Deze samenvatting van bedrijfseconomie volgt de lesbrieven van LWEO: "De Financiering van de bv en de nv" en "Het Jaarverslag". Geschreven in februari 2025.

Content preview

Financiering van de bv en de nv
H2 - Financiering
Markten waarvoor geen vaste plaats of tijdstip geldt, noemen we abstracte markten. De totale
vraag en het totale aanbod bepalen de prijs van een product.
→ Bijv. de financiële markt. Hij bestaat uit drie deelmarkten:
- Derivatenmarkt: risico’s afdekken
- Derivaten zijn beleggingsproducten.
- Valutamarkt: handelen in munten van verschillende landen
- Vermogensmarkt: geheel van vraag en aanbod van vermogen
- De prijs van vermogen noemen we interest.

De vermogensmarkt
Op de vermogensmarkt worden financiële producten aangeboden door financiële instellingen.
Zo bieden banken spaarrekeningen aan en op de beurs kunnen beleggingsproducten gekocht
worden. Deze financiële producten kunnen gekocht worden door partijen met een liquiditeits-
overschot (aanbieders op de vermogensmarkt). De producten worden verkocht door partijen
met een liquiditeitstekort (vragers op de vermogensmarkt).

Als het interestpercentage hoger is, zal het aanbod van vermogen toenemen, verschillende
partijen kennen een overschot:
- Gezinnen: het inkomen dat zij niet consumeren kunnen ze sparen
- Bedrijven: overtollige liquide middelen aanbieden op de vermogensmarkt
- Overheid: kan tijdelijk een overschot hebben aan liquiditeiten

Als het interestpercentage hoger is, zal de vraag naar vermogen afnemen, verschillende
partijen kennen een tekort:
- Gezinnen: geld lenen voor aanschaffen van bijvoorbeeld een woning (hypothecaire l.)
- Bedrijven: geld lenen om investeringen of onroerende goederen te financieren
- Overheid: geeft meestal meer geld uit dan ze ontvangt (begrotingstekort)

Geldmarkt en kapitaalmarkt
De vermogensmarkt wordt onderverdeeld in de geldmarkt (looptijd korter dan 1 jaar) en de
kapitaalmarkt (looptijd langer dan 1 jaar). De kapitaalmarkt wordt ook weer onderverdeeld in
de openbare en onderhandse kapitaalmarkt:
- Onderhandse kapitaalmarkt: één geldgever, één geldnemer
- Onderhandelen over de omvang van de lening, aflossingstermijn en interest.
- Financiële producten kunnen moeilijk verhandeld worden.
- Openbare kapitaalmarkt: veel geldgevers, één geldnemer (bijv. obligatielening)
- Geld voor overheid/bedrijf wordt bijeengebracht door geldgevers die obligaties
kopen.
- Algemene afspraken die gelden voor alle geldgevers, niet onderhandelbaar.

,Er worden op de openbare kapitaalmarkt zowel bestaande financiële producten als nieuwe
producten verhandeld:
- Primaire markt: nieuwe financiële producten worden hier verhandeld
- Secundaire markt: eerder uitgegeven financiële producten worden hier verhandeld
Op de openbare markt worden onder andere aandelen en obligaties verhandeld. Door vraag en
aanbod komt er op de effectenbeurs een prijs tot stand: de koers. De koers wordt beïnvloed
door interne en externe factoren.

Volatiliteit van aandelen
Interne factoren:
- Hier heeft een bedrijf meestal zelf invloed op, ze zijn verbonden aan de onderneming.
- Kan (niet-)financiële informatie zijn (omzet, uitgekeerd dividend, benoeming van CEO).

Externe factoren:
- Hier heeft een bedrijf geen invloed op, factoren kunnen positief, neutraal of negatief zijn.
- Macro-economische ontwikkelingen m.b.t. inflatie/marktrente/werkloosheid.
- Daling marktrente → vraag naar aandelen stijgt → koers stijgt
- Het sentiment: beschrijft hoe beleggers denken over de vooruitzichten op de markt.
- Positief sentiment → we spreken van een bullmarket
- Negatief sentiment → we spreken van een bearmarket

Koersen van aandelen zijn beweeglijk. De fluctuaties van een aandeel worden ook wel de
volatiliteit genoemd. Veel volatiliteit → weinig vertrouwen in een aandeel. Beleggers
die gericht zijn op de korte termijn kopen deze volatiele aandelen.

Marktefficiëntie
Wanneer aandelen verhandeld worden tegen een te lage prijs, zal een goed geïnformeerde
belegger dit signaleren, zodat de vraag naar deze aandelen toeneemt. Er komt dan een nieuw
evenwicht tot stand waarbij het prijsverschil volledig wegvalt. Dit noemen we de efficiënte
markthypothese (EMH). Deze theorie laat zien dat alle beschikbare informatie
verwerkt is in de beurskoers → elk waardepapier heeft ‘de juiste’ prijs. De
beurskoers zal zich zo aanpassen dat hij past bij de verwachtingen van beleggers.
De EMH wil aangeven dat het voorspellen van toekomstige ontwikkelingen niet
mogelijk is.

Voor een rechtspersoon kan het eigen vermogen uitgebreid worden door verkoop van aandelen
(op de primaire markt). Het bedrijf krijgt zo beschikking over meer financiële middelen.
Bedrijven die in betalingsproblemen verkeren, moeten vreemd vermogen-verschaffers altijd het
eerste voorrang geven. De laatste groep die recht heeft op terugbetaling zijn de verschaffers
van eigen vermogen.

Partijen die geld investeren in een bedrijf, lopen dus minder risico. Het geld dat zij investeren
noemen we risicomijdend vermogen. Het geld dat door bedrijven geleend wordt is altijd

, tijdelijk vermogen. Vreemd vermogen kent verschillende varianten: hypothecaire lening,
obligaties, rekening-courantkrediet en leverancierskrediet.
Toezicht
De financiële sector bestaat uit banken, verzekeringsfondsen en pensioeninstellingen. Een
gebrek aan vertrouwen kan leiden tot het massaal gaan opnemen van geld bij banken, wat kan
leiden tot een economische crisis. De Wet financieel toezicht (Wft) schrijft dat er financieel
toezicht moet zijn op de financiële sector:
- Zorgt voor stabiliteit in het financiële systeem
- Zorgt voor eerlijk werkende financiële markten
- Beschermt consumenten tegen failliet gaan/ongeoorloofd gedrag van de instellingen

Er zijn drie toezichthouders die zich ieder bezig houden met een deelaspect van het financieel
toezicht:
1. De Nederlandsche Bank (DNB)
a. Controleert of partijen op de financiële markten aan hun verplichtingen kunnen
voldoen (= prudentieel toezicht).
b. Voorkomt dat financiële instellingen failliet gaan
2. Autoriteit financiële markten (AFM)
a. Gedragstoezicht. Het beschermen van de consument en andere afnemers van
de financiële markten.
b. Controleert of financiële partijen zich houden aan de wetten en regels.
c. Houdt toezicht op de financiële verslaggeving van de bedrijven.
→ Vergroot de transparantie
3. Autoriteit Consument en Markt (ACM)
a. Streeft naar eerlijke concurrentie tussen bedrijven. Bedrijven mogen onderling
geen afspraken over prijzen maken.
b. Bedrijven moeten toestemming vragen om te fuseren/over te nemen.
i. Wordt afgekeurd als het gevolg een te grote machtsconcentratie is.

Document information

Level
School year
6
Uploaded on
March 17, 2025
Number of pages
23
Written in
2024/2025
Type
Summary
$8.73

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Sold
4
Followers
0
Items
3
Last sold
3 months ago



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions