Inleiding Belastingrecht
Week 1
Romeinen
Belastingen bestaan al sinds Rome. Het heffen van belastingen was toen echter nog
geen vanzelfsprekend onderdeel van het dagelijks leven. Belastingen werden alleen
geheven om oorlogen te financieren of wegen aan te leggen (ook bestonden er speciale
belastingen, zoals urinebelasting). Belastingen werden alleen geheven van de
overwonnen volkeren.
Middeleeuwen
De laagste klasse (boeren, burgers en lijfeigenen) werden het zwaarst belast. De
geestelijkheid en adel hoefden geen belasting te betalen. Zo’n vrijstelling wordt een
privilege genoemd en staat haaks op het gelijkheidsbeginsel van tegenwoordig. Ook
werden er accijnzen geheven op consumptiegoederen (accijnzen zijn
verbruiksbelastingen op de verkoop van consumptiegoederen). Deze dienen als
inkomen voor de overheid en kunnen ook worden gebruikt om het gebruik van bepaalde
goederen (zoals alcohol of tabak) te ontmoedigen.
Spaanse Overheersing
Alva’s Tiende Penning (op roerende goederen) leidt tot opstand en het begin van de
Tachtigjarige Oorlog. Uiteindelijk is de Tiende Penning nooit geheven.
Directe belastingen (belasting op inkomen, winst en vermogen). Deze belastingen
draagt u zelf af aan de belastingdienst. Een voorbeeld hiervan is de inkomstenbelasting
en de vv en wn premies.
Indirecte belastingen (kostprijsverhogende belasting) worden door een ander aan de
belastingdienst afgedragen. Die belasting is verwerkt in de prijs van goederen en
diensten. Accijns en BTW (omzetbelasting) zijn voorbeelden.
Synthetische inkomstenbelasting: hierbij wordt het inkomen uit diverse
inkomensbronnen bij elkaar opgeteld, waarna het totaal vervolgens belast wordt
naar een uniform tarief.
Budgettaire functie belastingen: belastingen worden geheven om budget te creëren
voor collectieve uitgaven.
Waarborgfunctie belastingen: de waarden van de rechtsstaat (rechtszekerheid en
rechtsgelijkheid) worden erdoor gewaarborgd.
Instrumentele functie belastingen: belastingen worden ingezet om een bepaald
sociaal of economisch doel te bereiken.
,Belasting=grondslag x tarief
Rechtvaardigingsgronden
1. Het fiscale legaliteitsbeginsel: zonder wettelijke grondslag kan geen
belastingheffing plaatsvinden.
2. Het gelijkheidsbeginsel: gelijke gevallen dienen op een gelijke manier te worden
belast.
3. Het profijtbeginsel: je betaalt belasting, omdat je gebaat bent bij de
voorzieningen die de overheid treft.
4. Het draagkrachtbeginsel: hoe hoger je inkomen, des te meer belasting je dient te
betalen (sterkste schouders dragen de zwaarste lasten). Hierbij gaat het om de
‘ability to pay’ (Adam Smith): als je geen betaalcapaciteit hebt, kun je geen
belasting betalen en anders wel. Wat draagkracht is, is echter niet erg duidelijk.
Is dat inkomen, vermogen en consumptie? In ieder geval is inkomen belangrijk.
Box 3 komt niet overeen met het draagkrachtbeginsel.
De inkomstenbelasting is een individuele heffing, waardoor gezinnen met 1 kostwinner
in de regel zwaarder worden belast dan gezinnen met 2 kostwinners. Dit is gedaan om
iedereen te stimuleren om te werken (instrumentele functie).
Wet IB 2001
Inkomen wordt als maatstaaf voor heffing genomen en er wordt gedefinieerd wat tot het
inkomen behoort. Het totaal van het inkomen uit de drie boxen gezamenlijk heet het
verzamelinkomen.
Elke box heeft eigen regels omtrent de heffingsgrondslag, het tarief en het
heffingsmoment van de verschillende inkomensbestanddelen. Het is dus met andere
woorden een analytisch stelsel. Bijzonder daarbij is dat box 1 meerdere
inkomenscategorieën omvat zodat box 1 een synthetisch stelsel is.
-Box 1. Dit betreft het inkomen uit werk en woning. Deze heeft 5 categorieën: winst uit
onderneming, loon, periodieke uitkeringen en verstrekkingen, eigen woning en overige
werkzaamheden. Belastbaar inkomen uit werk en woning is het inkomen uit werk en
woning verminderd met de te verrekenen verliezen uit werk en woning uit voorgaande
en volgende jaren.
-Box 2. Dit betreft het inkomen uit aanmerkelijk belang. Dit betreft het inkomen behaald
met een belang van minimaal 5 procent in een bv of nv.
-Box 3. Dit betreft het inkomen uit sparen en beleggen (vermogensrendementsheffing).
Het inkomen wordt forfaitair belast. Dat wil zeggen dat de belasting is gebaseerd op een
aanname (het forfait) over hoeveel rendement u zult behalen uit uw vermogen.
, Rangorderegeling= art. 2.14 Wet IB 2001: Om te bepalen in welke box een bepaald
inkomen valt, geldt de regel dat de rangorde van de boxen in de wet telt. Ook binnen de
boxen geldt deze regel.
Een kenmerk van het analytische boxenstelsel is dat er schotten tussen de boxen
staan. Dit betekent dat bedragen niet onderling met elkaar kunnen worden verrekend.
Er zijn twee uitzonderingen. Zo wordt de persoonsgebonden aftrek over de boxen heen
verrekend (zolang het niet verder gaat dan een inkomen van nihil. Ten tweede kan een
max. verlies van 31% uit box 2 worden verrekend met verschuldigde belasting uit box 1.
Dit is mogelijk indien de belastingplichtige al een jaar lang geen aanmerkelijk
belanghouder is geweest en er nog een te verrekenen verlies openstaat. Als een zaak
verandert van inkomensbestanddeel (een woning wordt vakantiewoning en valt
daardoor niet meer in box 1, maar in box 3) heet dat ‘sfeerovergang’.
Art. 5a AWR en artikel 1.2 Wet IB 2001 bepalen wie fiscale partners zijn. Want
hoewel de inkomstenbelasting een individuele heffing is, kunnen bepaalde
inkomensbestanddelen herverdeelt worden naar een andere partner. Voor mensen die
ongehuwd samenwonen geldt de volgorde van de wet, voor welk onderdeel geldt. Het
voordeel hiervan is, is dat je je inkomsten en aftrekposten mag verdelen. Je bent fiscaal
partner gedurende een geheel kalenderjaar, mits je beide op hetzelfde woonadres staat
ingeschreven.
Anti-arbitragemaatregelen: dit houdt in dat er fiscale maatregelen worden getroffen
die tot doel hebben om misbruik van fiscale wetgeving tegen te gaan.
Artikel Stevens: een vlaktaks komt vanzelf.
-De vlaktaks is een vorm van inkomstenbelasting waarbij ieder inkomen met hetzelfde
percentage wordt belast (zonder aftrekposten).
-Vervlakken belasting --→ vervlakken maatschappij en voorzieningen.
-Vlaktaks wordt als interessant gezien, omdat het de sfeer oproept van lage en
eenvoudige belastingen.
-Wet IB 2001 kan leiden tot vermogenswinstbelasting (draagkracht) of tot de vlaktaks.
-Bepalingen in het belastingstelsel hebben vooral een instrumentele functie, maar
hebben weinig te maken met draagkracht.
Week 1
Romeinen
Belastingen bestaan al sinds Rome. Het heffen van belastingen was toen echter nog
geen vanzelfsprekend onderdeel van het dagelijks leven. Belastingen werden alleen
geheven om oorlogen te financieren of wegen aan te leggen (ook bestonden er speciale
belastingen, zoals urinebelasting). Belastingen werden alleen geheven van de
overwonnen volkeren.
Middeleeuwen
De laagste klasse (boeren, burgers en lijfeigenen) werden het zwaarst belast. De
geestelijkheid en adel hoefden geen belasting te betalen. Zo’n vrijstelling wordt een
privilege genoemd en staat haaks op het gelijkheidsbeginsel van tegenwoordig. Ook
werden er accijnzen geheven op consumptiegoederen (accijnzen zijn
verbruiksbelastingen op de verkoop van consumptiegoederen). Deze dienen als
inkomen voor de overheid en kunnen ook worden gebruikt om het gebruik van bepaalde
goederen (zoals alcohol of tabak) te ontmoedigen.
Spaanse Overheersing
Alva’s Tiende Penning (op roerende goederen) leidt tot opstand en het begin van de
Tachtigjarige Oorlog. Uiteindelijk is de Tiende Penning nooit geheven.
Directe belastingen (belasting op inkomen, winst en vermogen). Deze belastingen
draagt u zelf af aan de belastingdienst. Een voorbeeld hiervan is de inkomstenbelasting
en de vv en wn premies.
Indirecte belastingen (kostprijsverhogende belasting) worden door een ander aan de
belastingdienst afgedragen. Die belasting is verwerkt in de prijs van goederen en
diensten. Accijns en BTW (omzetbelasting) zijn voorbeelden.
Synthetische inkomstenbelasting: hierbij wordt het inkomen uit diverse
inkomensbronnen bij elkaar opgeteld, waarna het totaal vervolgens belast wordt
naar een uniform tarief.
Budgettaire functie belastingen: belastingen worden geheven om budget te creëren
voor collectieve uitgaven.
Waarborgfunctie belastingen: de waarden van de rechtsstaat (rechtszekerheid en
rechtsgelijkheid) worden erdoor gewaarborgd.
Instrumentele functie belastingen: belastingen worden ingezet om een bepaald
sociaal of economisch doel te bereiken.
,Belasting=grondslag x tarief
Rechtvaardigingsgronden
1. Het fiscale legaliteitsbeginsel: zonder wettelijke grondslag kan geen
belastingheffing plaatsvinden.
2. Het gelijkheidsbeginsel: gelijke gevallen dienen op een gelijke manier te worden
belast.
3. Het profijtbeginsel: je betaalt belasting, omdat je gebaat bent bij de
voorzieningen die de overheid treft.
4. Het draagkrachtbeginsel: hoe hoger je inkomen, des te meer belasting je dient te
betalen (sterkste schouders dragen de zwaarste lasten). Hierbij gaat het om de
‘ability to pay’ (Adam Smith): als je geen betaalcapaciteit hebt, kun je geen
belasting betalen en anders wel. Wat draagkracht is, is echter niet erg duidelijk.
Is dat inkomen, vermogen en consumptie? In ieder geval is inkomen belangrijk.
Box 3 komt niet overeen met het draagkrachtbeginsel.
De inkomstenbelasting is een individuele heffing, waardoor gezinnen met 1 kostwinner
in de regel zwaarder worden belast dan gezinnen met 2 kostwinners. Dit is gedaan om
iedereen te stimuleren om te werken (instrumentele functie).
Wet IB 2001
Inkomen wordt als maatstaaf voor heffing genomen en er wordt gedefinieerd wat tot het
inkomen behoort. Het totaal van het inkomen uit de drie boxen gezamenlijk heet het
verzamelinkomen.
Elke box heeft eigen regels omtrent de heffingsgrondslag, het tarief en het
heffingsmoment van de verschillende inkomensbestanddelen. Het is dus met andere
woorden een analytisch stelsel. Bijzonder daarbij is dat box 1 meerdere
inkomenscategorieën omvat zodat box 1 een synthetisch stelsel is.
-Box 1. Dit betreft het inkomen uit werk en woning. Deze heeft 5 categorieën: winst uit
onderneming, loon, periodieke uitkeringen en verstrekkingen, eigen woning en overige
werkzaamheden. Belastbaar inkomen uit werk en woning is het inkomen uit werk en
woning verminderd met de te verrekenen verliezen uit werk en woning uit voorgaande
en volgende jaren.
-Box 2. Dit betreft het inkomen uit aanmerkelijk belang. Dit betreft het inkomen behaald
met een belang van minimaal 5 procent in een bv of nv.
-Box 3. Dit betreft het inkomen uit sparen en beleggen (vermogensrendementsheffing).
Het inkomen wordt forfaitair belast. Dat wil zeggen dat de belasting is gebaseerd op een
aanname (het forfait) over hoeveel rendement u zult behalen uit uw vermogen.
, Rangorderegeling= art. 2.14 Wet IB 2001: Om te bepalen in welke box een bepaald
inkomen valt, geldt de regel dat de rangorde van de boxen in de wet telt. Ook binnen de
boxen geldt deze regel.
Een kenmerk van het analytische boxenstelsel is dat er schotten tussen de boxen
staan. Dit betekent dat bedragen niet onderling met elkaar kunnen worden verrekend.
Er zijn twee uitzonderingen. Zo wordt de persoonsgebonden aftrek over de boxen heen
verrekend (zolang het niet verder gaat dan een inkomen van nihil. Ten tweede kan een
max. verlies van 31% uit box 2 worden verrekend met verschuldigde belasting uit box 1.
Dit is mogelijk indien de belastingplichtige al een jaar lang geen aanmerkelijk
belanghouder is geweest en er nog een te verrekenen verlies openstaat. Als een zaak
verandert van inkomensbestanddeel (een woning wordt vakantiewoning en valt
daardoor niet meer in box 1, maar in box 3) heet dat ‘sfeerovergang’.
Art. 5a AWR en artikel 1.2 Wet IB 2001 bepalen wie fiscale partners zijn. Want
hoewel de inkomstenbelasting een individuele heffing is, kunnen bepaalde
inkomensbestanddelen herverdeelt worden naar een andere partner. Voor mensen die
ongehuwd samenwonen geldt de volgorde van de wet, voor welk onderdeel geldt. Het
voordeel hiervan is, is dat je je inkomsten en aftrekposten mag verdelen. Je bent fiscaal
partner gedurende een geheel kalenderjaar, mits je beide op hetzelfde woonadres staat
ingeschreven.
Anti-arbitragemaatregelen: dit houdt in dat er fiscale maatregelen worden getroffen
die tot doel hebben om misbruik van fiscale wetgeving tegen te gaan.
Artikel Stevens: een vlaktaks komt vanzelf.
-De vlaktaks is een vorm van inkomstenbelasting waarbij ieder inkomen met hetzelfde
percentage wordt belast (zonder aftrekposten).
-Vervlakken belasting --→ vervlakken maatschappij en voorzieningen.
-Vlaktaks wordt als interessant gezien, omdat het de sfeer oproept van lage en
eenvoudige belastingen.
-Wet IB 2001 kan leiden tot vermogenswinstbelasting (draagkracht) of tot de vlaktaks.
-Bepalingen in het belastingstelsel hebben vooral een instrumentele functie, maar
hebben weinig te maken met draagkracht.