1. **Governance**
- Het proces van besturen waarbij publieke, private en maatschappelijke
actoren samenwerken, vaak in netwerken, in plaats van via traditionele
hiërarchische sturing (government).
2. **Governance-netwerken**
- Min of meer stabiele patronen van sociale relaties tussen wederzijds
afhankelijke actoren, gericht op complexe beleidsproblemen, programma’s
of middelen.
3. **Netwerkgovernance**
- De bewuste sturingspogingen binnen governance-netwerken om
interactieprocessen en netwerkkenmerken te beïnvloeden.
4. **Wicked problems**
- Complexe, moeilijk oplosbare maatschappelijke problemen waarbij veel
actoren betrokken zijn en consensus over aard en oplossing ontbreekt.
5. **Substantieve complexiteit**
- Onzekerheid en gebrek aan overeenstemming over de aard van een
probleem en mogelijke oplossingen, door verschillende percepties van
actoren.
6. **Strategische complexiteit**
- De onvoorspelbaarheid van interactieprocessen door de strategische
keuzes en belangen van actoren in netwerken.
, 7. **Institutionele complexiteit**
- Moeilijkheden in samenwerking door verschillen in regels, normen en
achtergronden van actoren uit diverse organisaties of netwerken.
8. **Netwerkmanagement**
- Doelbewuste strategieën om interacties te faciliteren, te sturen of
netwerkkenmerken aan te passen voor betere samenwerking.
9. **Government**
- Traditioneel hiërarchisch besturen via bureaucratie, met command &
control en standaardprocedures (tegenover governance).
10. **New Public Management (NPM)**
- Een bestuursaanpak die marktmechanismen (zoals prestatie-
indicatoren en contracten) gebruikt en de overheid laat sturen in plaats
van uitvoeren.
11. **Multilevel governance**
- Besturen in netwerken met actoren van verschillende
overheidsniveaus, gericht op coördinatie over grenzen heen.
12. **Afhankelijkheid**
- De mate waarin actoren middelen (zoals geld, kennis, autoriteit) van
elkaar nodig hebben om doelen te bereiken.
13. **Strategisch spel**
- Het proces waarin actoren strategieën inzetten om hun belangen te
behartigen, wat leidt tot complexe en onvoorspelbare interacties.
14. **Frames**
- De impliciete assumpties, normen en waarden waarmee actoren
problemen en oplossingen interpreteren.