Samenvatting EMDR basiscursus Cure&Care Development
1. Inleiding
1.1 Het grootste verschil bij EMDR is dat de client wordt verzocht om met de
ogen de vingers of een lichtpuntje van de therapeut te volgen. Ten grondslag
liggen de elementen en de procedure die ook vaker bij andere psychotherapie
worden toegepast.
1.2 Oogbewegingen of niet? Ingrijpende gebeurtenissen verstoren de
emotionele balans van de hersenen zodanig dat tijdens zo’n ingrijpend moment
de herinneringen en de daarbij horende cognities, emoties en fysiologische
reacties als ‘’bevroren’’ in de hersenen worden opgeslagen. Ze blijven daardoor
hangen en kunnen niet goed verwerkt worden. Echter door de oogbewegingen
komen deze opgeslagen bevroren belevenissen vrij en worden zij alsnog
verwerkt.
Verder hebben naast oogbewegingen hebben ook andere geheugen belastende
taken een destinerend effect op herinneringen. Hierbij is wel belangrijk dat
tegelijkertijd aandacht op de mentale representatie en op het werkgeheugen taak
wordt gericht. Maar de oogbewegingen lijken tot nu het meest effectief.
Recall Het ophalen van herinneringen
De effecten van de recall en de werkgeheugen belastende taak (zoals
oogbewegingen):
Een toename van het vermogen zich gebeurtenissen te herinneren
Een vermindering van de helderheid en emotionaliteit van
herinneringsbeelden
Een verlaging van het arousalniveau
1.3 Desensitisatie of niet? Naast desensitisatie ontstaan ook spontane
veranderingen in betekenisverlening aan de traumatische gebeurtenis.
Informatieverwerking (=reprocessing)
1.4 Procedurele aspecten van EMDR. Het doel van EMDR is om de spanning
te verlagen ten opzichte van het targetbeeld. De geloofwaardigheid van de
positieve gedachtegang moet zijn gemaximaliseerd.
1.6 EMDR als concept. Een belangrijk verschil is het perspectief van waaruit
naar de traumatische gebeurtenissen wordt gekeken. Bij imaginaire exposure
wordt uitdrukkelijk geprobeerd de patiënt als het ware het trauma te laten
herbeleven. Bij EMDR ligt het perspectief bij aanvang van de procedure in
het ‘hier-en-nu’. De patiënt wordt in eerste instantie gevraagd de gebeurtenis
als een film te beschrijven en deze stil te zetten op het moment dat hij nog
steeds het ‘naarst’ ervaart. Hem wordt gevraagd er als het ware een foto van te
maken. De emotionele lading wordt wat dit betreft gedicteerd door de huidige
disfunctionele betekenisverlening van het stilstaande beeld, bijvoorbeeld ‘schuld:
‘ik ben schuldig’. Het gaat dus niet om wat hij destijds dacht/voelde, maar
om wat hij nu denkt over de gebeurtenis van toen.
, 1.7 Is EMDR exposure? Een ander belangrijk onderscheid tussen bijvoorbeeld
CGT exposure en EMDR is het feit dat bij EMDR al direct na introductie van de
afleidende stimulus de aandacht wordt gericht op gedachten en
gevoelsassociaties van de patiënt, die soms niets met de oorspronkelijke
gebeurtenis van doen hebben.
1.8 EMDR effecten. Na enkele sets wordt het oorspronkelijk beeld als minder
angstopwekkend ervaren desensitiserend effect. Vaak is dat het gevolg van
het feit dat de mentale representatie van de gebeurtenis sterk verandert (bv.
herinnering wordt onduidelijk en minder helder). Een ander opvallend effect van
EMDR is dat zich vaak spontane cognitieve veranderingen voordoen (nieuwe
gedachten of inzichten ontstaan).
1.11 Voordelen van EMDR:
Voor een EMDR-behandeling hoeft de therapeut niet van alle details van de
traumatische gebeurtenis op de hoogte te zijn.
De belasting is relatief beperkt, hierdoor is het ook geschikt voor
getraumatiseerde kinderen.
1.12 Shapiro’s AIP-model. De hypothese is dat de klachten verminderen
omdat er in het neurale netwerk een verbinding tot stand wordt gebracht tussen
de opgeslagen disfunctionele informatie en andere bestaande en gezondere
informatie en opvattingen. Dit komt tot uitdrukking in een desensitisatie en een
cognitieve herstructurering van de traumatische beleving .
1.13 andere theoretische verklaringen
Beste verklaring: de werkgeheugentheorie. Het uitgangspunt van deze theorie
is dat het menselijk werkgeheugen geacht wordt verschillende taken tegelijkertijd
te kunnen uitvoeren. Het werkgeheugen heeft echter een beperkte capaciteit.
Het gevolg daarvan is dat door het uitvoeren van de ene taak de prestaties op
het gebied van een andere taak – zoals het in gedachten ophalen en vasthouden
van geheugenbeelden – onder druk komt te staan. Wanneer het werkgeheugen
wordt belast met een herinnering en er tegelijkertijd een aandachtopeisende taak
moet worden uitgevoerd – zoals het zo goed mogelijk volgen van bewegende
vingers – dan blijkt dat deze informatie simpelweg niet tegelijkertijd kan worden
verwerkt, waardoor de emotionele intensiteit van herinneringen langzamerhand
verloren gaat.
Er blijft een neutraal beeld over, wat de patiënt het gevoel geeft dat hij de
herinnering aankan. Er is een lineair verband tussen de mate van
werkgeheugenbelasting en de afname van helderheid en emotionaliteit van
herinneringen.
2. Taxatie
2.2 Algemene Taxatie
Beschrijving van de actuele klachten in termen van probleemgedrag,
lichamelijk reacties en gedachtepatronen
Ontstaan en beloop va klachten
Uitlokkende en onderhoudende factoren
1. Inleiding
1.1 Het grootste verschil bij EMDR is dat de client wordt verzocht om met de
ogen de vingers of een lichtpuntje van de therapeut te volgen. Ten grondslag
liggen de elementen en de procedure die ook vaker bij andere psychotherapie
worden toegepast.
1.2 Oogbewegingen of niet? Ingrijpende gebeurtenissen verstoren de
emotionele balans van de hersenen zodanig dat tijdens zo’n ingrijpend moment
de herinneringen en de daarbij horende cognities, emoties en fysiologische
reacties als ‘’bevroren’’ in de hersenen worden opgeslagen. Ze blijven daardoor
hangen en kunnen niet goed verwerkt worden. Echter door de oogbewegingen
komen deze opgeslagen bevroren belevenissen vrij en worden zij alsnog
verwerkt.
Verder hebben naast oogbewegingen hebben ook andere geheugen belastende
taken een destinerend effect op herinneringen. Hierbij is wel belangrijk dat
tegelijkertijd aandacht op de mentale representatie en op het werkgeheugen taak
wordt gericht. Maar de oogbewegingen lijken tot nu het meest effectief.
Recall Het ophalen van herinneringen
De effecten van de recall en de werkgeheugen belastende taak (zoals
oogbewegingen):
Een toename van het vermogen zich gebeurtenissen te herinneren
Een vermindering van de helderheid en emotionaliteit van
herinneringsbeelden
Een verlaging van het arousalniveau
1.3 Desensitisatie of niet? Naast desensitisatie ontstaan ook spontane
veranderingen in betekenisverlening aan de traumatische gebeurtenis.
Informatieverwerking (=reprocessing)
1.4 Procedurele aspecten van EMDR. Het doel van EMDR is om de spanning
te verlagen ten opzichte van het targetbeeld. De geloofwaardigheid van de
positieve gedachtegang moet zijn gemaximaliseerd.
1.6 EMDR als concept. Een belangrijk verschil is het perspectief van waaruit
naar de traumatische gebeurtenissen wordt gekeken. Bij imaginaire exposure
wordt uitdrukkelijk geprobeerd de patiënt als het ware het trauma te laten
herbeleven. Bij EMDR ligt het perspectief bij aanvang van de procedure in
het ‘hier-en-nu’. De patiënt wordt in eerste instantie gevraagd de gebeurtenis
als een film te beschrijven en deze stil te zetten op het moment dat hij nog
steeds het ‘naarst’ ervaart. Hem wordt gevraagd er als het ware een foto van te
maken. De emotionele lading wordt wat dit betreft gedicteerd door de huidige
disfunctionele betekenisverlening van het stilstaande beeld, bijvoorbeeld ‘schuld:
‘ik ben schuldig’. Het gaat dus niet om wat hij destijds dacht/voelde, maar
om wat hij nu denkt over de gebeurtenis van toen.
, 1.7 Is EMDR exposure? Een ander belangrijk onderscheid tussen bijvoorbeeld
CGT exposure en EMDR is het feit dat bij EMDR al direct na introductie van de
afleidende stimulus de aandacht wordt gericht op gedachten en
gevoelsassociaties van de patiënt, die soms niets met de oorspronkelijke
gebeurtenis van doen hebben.
1.8 EMDR effecten. Na enkele sets wordt het oorspronkelijk beeld als minder
angstopwekkend ervaren desensitiserend effect. Vaak is dat het gevolg van
het feit dat de mentale representatie van de gebeurtenis sterk verandert (bv.
herinnering wordt onduidelijk en minder helder). Een ander opvallend effect van
EMDR is dat zich vaak spontane cognitieve veranderingen voordoen (nieuwe
gedachten of inzichten ontstaan).
1.11 Voordelen van EMDR:
Voor een EMDR-behandeling hoeft de therapeut niet van alle details van de
traumatische gebeurtenis op de hoogte te zijn.
De belasting is relatief beperkt, hierdoor is het ook geschikt voor
getraumatiseerde kinderen.
1.12 Shapiro’s AIP-model. De hypothese is dat de klachten verminderen
omdat er in het neurale netwerk een verbinding tot stand wordt gebracht tussen
de opgeslagen disfunctionele informatie en andere bestaande en gezondere
informatie en opvattingen. Dit komt tot uitdrukking in een desensitisatie en een
cognitieve herstructurering van de traumatische beleving .
1.13 andere theoretische verklaringen
Beste verklaring: de werkgeheugentheorie. Het uitgangspunt van deze theorie
is dat het menselijk werkgeheugen geacht wordt verschillende taken tegelijkertijd
te kunnen uitvoeren. Het werkgeheugen heeft echter een beperkte capaciteit.
Het gevolg daarvan is dat door het uitvoeren van de ene taak de prestaties op
het gebied van een andere taak – zoals het in gedachten ophalen en vasthouden
van geheugenbeelden – onder druk komt te staan. Wanneer het werkgeheugen
wordt belast met een herinnering en er tegelijkertijd een aandachtopeisende taak
moet worden uitgevoerd – zoals het zo goed mogelijk volgen van bewegende
vingers – dan blijkt dat deze informatie simpelweg niet tegelijkertijd kan worden
verwerkt, waardoor de emotionele intensiteit van herinneringen langzamerhand
verloren gaat.
Er blijft een neutraal beeld over, wat de patiënt het gevoel geeft dat hij de
herinnering aankan. Er is een lineair verband tussen de mate van
werkgeheugenbelasting en de afname van helderheid en emotionaliteit van
herinneringen.
2. Taxatie
2.2 Algemene Taxatie
Beschrijving van de actuele klachten in termen van probleemgedrag,
lichamelijk reacties en gedachtepatronen
Ontstaan en beloop va klachten
Uitlokkende en onderhoudende factoren