Moleculaire celbiologie - H.2 – 07/09/2017
Chemie van het leven is:
Vooral gebaseerd op koolstof, stikstof, zuurstof en waterstof
Afhankelijk van waterig milieu
Meer complex dan welk systeem ook
Gedomineerd door polymeren
Strak gereguleerd
Levende wezens zijn chemische systemen, die dus alle chemische en fysische wetten
gehoorzamen.
Atoomgewicht: gewicht van het hele atoom (g/mol)
Atoomnummer: aantal elektronen/protonen
Elektronenschillen: K=2, L=8, M=18, O=32
Aantal elektronen in de buitenste schil bepaalt hoe atomen met elkaar interacteren en
verbinden. Atomen vormen aantal bindingen tot de schil vol is. Het zijn dan ook de elektronen
die herschikken, de kern herschikt nooit.
Valentielektronen: elektronen in de buitenste schil. Als een atoom geen valentielektronen
heeft, dan is het een edelgas.
Een (bio)molecuul is een cluster van atomen die met covalente bindingen aan elkaar zitten.
Covalente binding: twee atomen delen de elektronen. Deze bindingen kunnen verschillen in:
Bindingslengte
Geometrie
Kracht
Soms trekt een atoom harder aan een covalente binding (elektronnegativiteit). Hierdoor krijg
je polaire atoombindingen. De elektronen zijn dan ongelijk verdeeld.
Non-covalente bindingen: hierbij worden geen elektronen gedeeld tussen atomen, er is dus
een elektromagnetische interactie. Ze hebben een cruciale rol in onze cellen. Door non-
covalente interacties zijn er interacties tussen. Je hebt 4 soorten non-covalente bindingen:
Ion binding: transfer van elektron om de schil te vullen. Hierdoor krijg je een positief en
negatief ion, die elkaar aantrekken. Een zout bestaat uit ionen met een ion bindingen.
Waterstofbrug: deze binding maakt gebruik van het polaire karakter van moleculen. De
waterstofbrug vormt zich tussen een delta - en een delta + atoom. Waterstofbruggen zijn:
Temperatuur gevoelige en kort levende interacties
Belangrijk voor werking nucleïnezuren, suikers, eiwitten en lipiden
Hydrofiele vs. Hydrofobe biomoleculen
Van der Waals kracht: non-covalente en niet-elektrostatische interactie. Het is een
binding tussen moleculen die de negatieve kan van een molecuul bindt aan de positieve
kant van een molecuul. Een voorbeeld zijn die pootjes van een gekko die kleven aan het
glas.
Hydrofobe interacties: in een hydrofiel milieu trekken hydrofobe moleculen elkaar aan.
Polaire moleculen kunnen zuren en basen vormen is water:
Chemie van het leven is:
Vooral gebaseerd op koolstof, stikstof, zuurstof en waterstof
Afhankelijk van waterig milieu
Meer complex dan welk systeem ook
Gedomineerd door polymeren
Strak gereguleerd
Levende wezens zijn chemische systemen, die dus alle chemische en fysische wetten
gehoorzamen.
Atoomgewicht: gewicht van het hele atoom (g/mol)
Atoomnummer: aantal elektronen/protonen
Elektronenschillen: K=2, L=8, M=18, O=32
Aantal elektronen in de buitenste schil bepaalt hoe atomen met elkaar interacteren en
verbinden. Atomen vormen aantal bindingen tot de schil vol is. Het zijn dan ook de elektronen
die herschikken, de kern herschikt nooit.
Valentielektronen: elektronen in de buitenste schil. Als een atoom geen valentielektronen
heeft, dan is het een edelgas.
Een (bio)molecuul is een cluster van atomen die met covalente bindingen aan elkaar zitten.
Covalente binding: twee atomen delen de elektronen. Deze bindingen kunnen verschillen in:
Bindingslengte
Geometrie
Kracht
Soms trekt een atoom harder aan een covalente binding (elektronnegativiteit). Hierdoor krijg
je polaire atoombindingen. De elektronen zijn dan ongelijk verdeeld.
Non-covalente bindingen: hierbij worden geen elektronen gedeeld tussen atomen, er is dus
een elektromagnetische interactie. Ze hebben een cruciale rol in onze cellen. Door non-
covalente interacties zijn er interacties tussen. Je hebt 4 soorten non-covalente bindingen:
Ion binding: transfer van elektron om de schil te vullen. Hierdoor krijg je een positief en
negatief ion, die elkaar aantrekken. Een zout bestaat uit ionen met een ion bindingen.
Waterstofbrug: deze binding maakt gebruik van het polaire karakter van moleculen. De
waterstofbrug vormt zich tussen een delta - en een delta + atoom. Waterstofbruggen zijn:
Temperatuur gevoelige en kort levende interacties
Belangrijk voor werking nucleïnezuren, suikers, eiwitten en lipiden
Hydrofiele vs. Hydrofobe biomoleculen
Van der Waals kracht: non-covalente en niet-elektrostatische interactie. Het is een
binding tussen moleculen die de negatieve kan van een molecuul bindt aan de positieve
kant van een molecuul. Een voorbeeld zijn die pootjes van een gekko die kleven aan het
glas.
Hydrofobe interacties: in een hydrofiel milieu trekken hydrofobe moleculen elkaar aan.
Polaire moleculen kunnen zuren en basen vormen is water: