Centraal zenuwstelsel
Witte stof:
- Gemyeliniseerde axonen en neuroglia
Grijze stof:
- Cellichamen van neuronen, gemyeliniseerde en vooral niet gemyeliniseerde axonen en
neuroglia
- Bevat geen collageen ( zeer zacht, kan makkelijk beschadigt worden)
Hersenvliezen:
- BW met bloedvaten
- Omgeven door hersenen
1 CEREBRUM
= grote hersenen
Cerebrale cortex: (= schors)
- Fylogenetische indeling:
Iso- of neocortex (6-lagig)
Allocortex = archiocortex (3-lagig) + paleocortex (3-
5-lagig)
- Bevat grijze stof
- Minstens 6-lagig
Gliacellen, bloedvaten
Neuronen (perikarya + vezels)
- Variatie in cellulaire samenstelling, synapsen, grootte v/d neuronen, dikte, bestemming
axonen
1.1 GRIJZE STOF
6 lagen: onderverdeling op basis van celtype, #cellen en schikking
1) Lamina molecularis
= moleculaire (plexiforme) laag
Uitlopers van cellen uit diepere lagen
Horizontale cellen van Cajal
, Rozenbottelneuronen (= remmende neuron)
Associatie laag
2) Lamina granularis externa
= buitenste korrellaag
Kleine multipolaire neuronen
Korrelcellen (= stervormige cellen)
Dendrieten lamina molecularis
Axonen witte stof of lamina molecularis
Receptorcellen
3) Lamina pyramidalis externa
= buitenste pyramidale laag
Pyramidale cellen
Cellen van Martinotti
4) Lamina granularis interna
= binnenste korrellaag
Korrelcellen: kleine onregelmatige neuronen
Laag van Baillarger: afferente horizontale vezels
Sterk ontwikkeld in sensorische zones
5) Lamina pyramidalis interna
= binnenste pyramidale laag
Pyramidale cellen
Sterk ontwikkeld in motorische zone v/ hersenen cellen van Betz (=motorische
neuronen)
6) Lamina multiformis
= polymorfe (multiforme) laag
Zeer breed
Verschillende celtypes: spoelvormige, korrelvormige, stervormige
Diepste laag: lamina infima
Lamina limitans gliae superficialis: buitenste grens schors, astrocytenvoetjes
1.2 WITTE STOF
Vezels = gemyeliniseerde axonen
- In verschillende richtingen
- In dezelfde richting (=bundel/tractus)
3 hoofdrichtingen:
1) Associatievezels:
Verschillende delen v/e zelfde hemisfeer
2) Commissurale vezels:
Tussen 2 hemisferen
3) Projectievezels:
Naar lagere centra
Parallel met cortex:
1) Tangentiële vezels
Witte stof:
- Gemyeliniseerde axonen en neuroglia
Grijze stof:
- Cellichamen van neuronen, gemyeliniseerde en vooral niet gemyeliniseerde axonen en
neuroglia
- Bevat geen collageen ( zeer zacht, kan makkelijk beschadigt worden)
Hersenvliezen:
- BW met bloedvaten
- Omgeven door hersenen
1 CEREBRUM
= grote hersenen
Cerebrale cortex: (= schors)
- Fylogenetische indeling:
Iso- of neocortex (6-lagig)
Allocortex = archiocortex (3-lagig) + paleocortex (3-
5-lagig)
- Bevat grijze stof
- Minstens 6-lagig
Gliacellen, bloedvaten
Neuronen (perikarya + vezels)
- Variatie in cellulaire samenstelling, synapsen, grootte v/d neuronen, dikte, bestemming
axonen
1.1 GRIJZE STOF
6 lagen: onderverdeling op basis van celtype, #cellen en schikking
1) Lamina molecularis
= moleculaire (plexiforme) laag
Uitlopers van cellen uit diepere lagen
Horizontale cellen van Cajal
, Rozenbottelneuronen (= remmende neuron)
Associatie laag
2) Lamina granularis externa
= buitenste korrellaag
Kleine multipolaire neuronen
Korrelcellen (= stervormige cellen)
Dendrieten lamina molecularis
Axonen witte stof of lamina molecularis
Receptorcellen
3) Lamina pyramidalis externa
= buitenste pyramidale laag
Pyramidale cellen
Cellen van Martinotti
4) Lamina granularis interna
= binnenste korrellaag
Korrelcellen: kleine onregelmatige neuronen
Laag van Baillarger: afferente horizontale vezels
Sterk ontwikkeld in sensorische zones
5) Lamina pyramidalis interna
= binnenste pyramidale laag
Pyramidale cellen
Sterk ontwikkeld in motorische zone v/ hersenen cellen van Betz (=motorische
neuronen)
6) Lamina multiformis
= polymorfe (multiforme) laag
Zeer breed
Verschillende celtypes: spoelvormige, korrelvormige, stervormige
Diepste laag: lamina infima
Lamina limitans gliae superficialis: buitenste grens schors, astrocytenvoetjes
1.2 WITTE STOF
Vezels = gemyeliniseerde axonen
- In verschillende richtingen
- In dezelfde richting (=bundel/tractus)
3 hoofdrichtingen:
1) Associatievezels:
Verschillende delen v/e zelfde hemisfeer
2) Commissurale vezels:
Tussen 2 hemisferen
3) Projectievezels:
Naar lagere centra
Parallel met cortex:
1) Tangentiële vezels