MRI Periode 3
002 Signaalintensiteit en Techniek:
Leerdoelen:
• De spin echo techniek beschrijven
• De parameters van een SE en TSE techniek kiezen
• De signaalintensiteiten van weefsels benoemen en de parameters erbij kiezen
• Het verschil tussen SE en TSE beschrijven
De Techniek:
De MRI sequentie: een sequentie is een combinatie van RF pulsen, gradiënt schakelingen en
signaalmetingen.
De spin echo sequentie (SE):
• 90˚ puls: omklappen Mz naar Mxy
• 180˚ puls:
• tegengaan defasering
• halverwege TE
• TE: tijd van 90˚ puls tot signaalmeting
• TR: tijd van 90˚ puls tot volgende 90 ˚ puls
• TE = “time to echo” : signaal komt terug uit de patiënt.
• TR = “time to repetition : schema wordt herhaald.
GS (slide), GF (locatie op de lijn), Gp (plak) is de plaats van de RF puls, dus de protonen in een bepaalde
plek worden gesignaleerd.
• TR = “time to repetition : schema wordt herhaald.
• Aantal malen herhalen: wordt bepaald door de beeldmatrix.
Voor elke beeldlijn moet één Echo gemeten worden.
b.v. matrix is 256 x 256 lijnen: 256 x TR
b.v. matrix is 210 x 256 lijnen: 210 x TR
Turbo Spin echo= meer echo’s uit bepaalde TR te halen, met als gevolg: heel snel echo’s in
kortere scantijd.
De echo’s worden steeds kleiner naar
mate de tijd vordert. (signaal gaat verloren)
Sequentie:
- Je geeft 1 x 90 graden puls.
- Aantal malen 180 graden puls. Elke 180 graden puls vormt een echo.
- Aantal 180 graden pulsen: = ‘turbofactor’.
, - Kenmerkend nadeel van FSE: vetweefsel heeft altijd een hoog signaal.
De scantijd:
TR x Matrix = ….ms
• Matrix bestaat uit een aantal beeldlijnen
• Voor elke beeldlijn moet één Echo gemeten worden.
• b.v. matrix is 256 x 256 lijnen: 256 x TR
• b.v. matrix is 210 x 256 lijnen: 210 x TR
TR Matrix Scantijd
T1 500 ms 256 x 256 128 s
2 minuten en 8 s
T1 500 ms 512 x 512 256 s
4 minuten en 16 s
T2 2000 ms 256 x 256 512 s
8 minuten en 32 s
T2 2000 ms 512 x 512 1024 s
17 minuten en 4 s
Matrix en scantijd:
002 Signaalintensiteit en Techniek:
Leerdoelen:
• De spin echo techniek beschrijven
• De parameters van een SE en TSE techniek kiezen
• De signaalintensiteiten van weefsels benoemen en de parameters erbij kiezen
• Het verschil tussen SE en TSE beschrijven
De Techniek:
De MRI sequentie: een sequentie is een combinatie van RF pulsen, gradiënt schakelingen en
signaalmetingen.
De spin echo sequentie (SE):
• 90˚ puls: omklappen Mz naar Mxy
• 180˚ puls:
• tegengaan defasering
• halverwege TE
• TE: tijd van 90˚ puls tot signaalmeting
• TR: tijd van 90˚ puls tot volgende 90 ˚ puls
• TE = “time to echo” : signaal komt terug uit de patiënt.
• TR = “time to repetition : schema wordt herhaald.
GS (slide), GF (locatie op de lijn), Gp (plak) is de plaats van de RF puls, dus de protonen in een bepaalde
plek worden gesignaleerd.
• TR = “time to repetition : schema wordt herhaald.
• Aantal malen herhalen: wordt bepaald door de beeldmatrix.
Voor elke beeldlijn moet één Echo gemeten worden.
b.v. matrix is 256 x 256 lijnen: 256 x TR
b.v. matrix is 210 x 256 lijnen: 210 x TR
Turbo Spin echo= meer echo’s uit bepaalde TR te halen, met als gevolg: heel snel echo’s in
kortere scantijd.
De echo’s worden steeds kleiner naar
mate de tijd vordert. (signaal gaat verloren)
Sequentie:
- Je geeft 1 x 90 graden puls.
- Aantal malen 180 graden puls. Elke 180 graden puls vormt een echo.
- Aantal 180 graden pulsen: = ‘turbofactor’.
, - Kenmerkend nadeel van FSE: vetweefsel heeft altijd een hoog signaal.
De scantijd:
TR x Matrix = ….ms
• Matrix bestaat uit een aantal beeldlijnen
• Voor elke beeldlijn moet één Echo gemeten worden.
• b.v. matrix is 256 x 256 lijnen: 256 x TR
• b.v. matrix is 210 x 256 lijnen: 210 x TR
TR Matrix Scantijd
T1 500 ms 256 x 256 128 s
2 minuten en 8 s
T1 500 ms 512 x 512 256 s
4 minuten en 16 s
T2 2000 ms 256 x 256 512 s
8 minuten en 32 s
T2 2000 ms 512 x 512 1024 s
17 minuten en 4 s
Matrix en scantijd: