,Dit document bevat belangrijke informatie uit de hoofdstukken 1 t/m 9 en 11 t/m 14 uit het
boek Evolutionary Psychology. Verder vind je bij ‘Overige informatie’ de uitwerkingen van
verschillende documenten, bestaande uit; PowerPoints, onderzoeksartikelen, etc. Deze
documenten komen voort uit het studieprogramma Biologische grondslagen: Evolutionaire
psychologie. Als laatste is er een voorbeelduitwerking van de opdracht ‘Argument map’
beschikbaar op de laatste pagina.
Rode woorden/begrippen Belangrijke begrippen/theorieën
Blauw gearceerd Belangrijke namen
,Inhoudsopgave
Hoofdstuk 1 – Evolutionary psychology...........................................................................................................4
Hoofdstuk 2 – Mechanism of evolutionary change ..........................................................................................8
Hoofdstuk 3 – Sexual selection...................................................................................................................... 15
Hoofdstuk 4 – The evolution of human mate choice...................................................................................... 18
Hoofdstuk 5 – Cognitive development and the innateness issue ................................................................... 23
Hoofdstuk 6 – Social Development................................................................................................................ 28
Hoofdstuk 7 – The evolutionary psychology of social behavior – kin relationship and conflict ....................... 36
Hoofdstuk 8 – The evolutionary psychology of social behaviour – reciprocity and group behaviour .............. 39
Hoofdstuk 9 – Evolution, thought and cognition ........................................................................................... 43
Hoofdstuk 11 – The evolution of emotion ..................................................................................................... 50
Hoofdstuk 13 – Evolution and individual differences ..................................................................................... 55
Hoofdstuk 12 – Evolutionary psychopathology and Darwinian medicine ....................................................... 61
Hoofdstuk 14 – Evolutionary psychology and culture .................................................................................... 68
Overige informatie........................................................................................................................................ 76
Verklaren binnen de psychologie ...................................................................................................................... 76
Document – Evaluating Evidence of Psychological Adaptation ........................................................................ 79
Pdf – Seks en de evolutie .................................................................................................................................. 81
Document– Verwantschap ............................................................................................................................... 86
Pdf – Biological boundaries of learning ............................................................................................................ 87
Pdf – Cognitive Neuroscience: The Biology of the Mind ................................................................................... 89
Voorbeeld Argument map ................................................................................................................................ 91
, Hoofdstuk 1 – Evolutionary psychology
Richard Dawkins (1976): het leven startte met bepaalde chemicaliën (voorlopers van DNA),
pas na miljoenen jaren begonnen deze chemicaliën zich te ontwikkelen naar de voorlopers
van cellen en na zo veel tijd organismen. Organismen met organen en gedragingen. Kijkend
naar evolutie theorie, betekent het dus dat DNA een belangrijke factor is in het overleven,
anders zou de wereld bestaan uit organismen zonder brein of organen. Onze genen zijn er dus
niet voor ons voordeel, wij zijn er voor hun voordeel.
Jean-Baptiste Lamarck (1744-1829) beweerde dat veranderende omgevingsfactoren zorgde
voor veranderingen in de organen van het organismen (meer gebruik) en dat deze
veranderingen ook erfelijk waren. Echter, blijkt deze theorie niet te kloppen. Oefeningen die
de capaciteit van de long vergroten, worden niet overgedragen bij de voortplanting.
Lamarck’s theorie heeft wel een grote invloed gehad op de theorie van Charles Darwin.
Charles Darwin:
Natuurlijke selectie hangt af van 2 componenten:
1. Heritable variation (erfelijke variatie): individuen verschillen zodanig van elkaar
dat zij dit doorgeven aan hun kinderen.
2. Differential reproductive succes (differentieel reproductief succes): het gevolg van
individuele verschillen in de reproductie zorgt ervoor dat sommige meer
overlevende nakomelingen zullen hebben dan anderen.
Gregor Mendel (Monnik)(1858-1875): erfelijkheid bestaat uit deeltjes. Dit ging tegen de
gedachtegang van Darwin in die dacht dat erfelijkheid gebaseerd op een menging (genen
mengen met elkaar als verf). Mendel kwam erachter dat het ging om deeltjes en dat een
nakomeling of het ene gen erfde of het andere.
o Kwam erachter door planten voort te planten, rood en wit maken geen roze, maar
rood of wit.
§ Als de ‘blend model’ van Darwin klopte, zou het betekenen dat op een
gegeven moment iedereen hetzelfde zou zijn (als je alle kleuren bij elkaar
mengt, welke combinatie dan ook, krijg je bruin)
Aangezien natuurlijke selectie afhankelijk is van variatie, zou het
betekenen dat er een einde zou komen aan ieder organisme.
- Materialisme (de drijfveer van cognitieve psychologie): de geest is te herleiden van de
activiteiten binnen het brein.
o Belangrijk voor evolutionaire psychologie, omdat het brein een orgaan die ook
onderworpen is aan natuurlijke selectie. Dus de geest en gedrag is een product van
evolutie.
Francis Galton (Darwins neefje) (1822-1911): karakter en intelligentie zijn erfelijke
eigenschappen. Uitvinder van een van de eerste intelligentie testen.
William James (1842-1910): bekend om zijn bevindingen van het verschil tussen lange- en
kortetermijngeheugen. William James kijk op instincten is minder bekend. Volgens hem was
de mens niet heel anders dan andere organismen, aangezien de mens net zo veel op basis van
instinct zou functioneren dan dieren. Hij beweerde zelfs dat instincten zoals angst, liefde en
nieuwsgierigheid de drijfveren waren van menselijk gedrag.