Basisverpleegkunde 2:
communicatie
Communicatiemodellen
1. Communicatiemodel van Oomkens
Uitleg bij het model:
In een gesprek ben je zowel zender als ontvanger, want er is een constante
interactie. Tijdens de conversatie moet er altijd rekening gehouden worden met
het referentiekader en de context van de communicatie. De zender codeert = zet
zijn gedachten en gevoelens om in taal. De ontvanger decodeert = betekenis
geven aan de communicatie. De communicatie verloopt circulair.
De boodschap heeft 4 betekenissen:
- Inhoudelijk
- Expressief
- Relationeel
- Appellerend: wat wordt er verwacht in de vraag.
In een communicatie kunnen er ook storingen zijn. Zoals storing bij de codering
van de zender en de decodering van de ontvanger. Ook het optreden van ruis is
zo een storing.
Er zijn 4 soorten ruis:
- Fysieke ruis: dit zijn signalen van buitenaf die de communicatie
bemoeilijken.
- Psychologische ruis: dit zijn vooroordelen die de communicatie
bemoeilijken.
- Semantische ruis: dit ontstaat wanneer zender en ontvanger
verschillende codes hanteren, zoals verschillende taal.
1
, - Non-verbale ruis: dit is wanneer de boodschap voor interpretatie
vatbaar is.
2. Communicatiemodel van Rita Steens
Aan dit model zijn er 3 belangrijke begrippen
gekoppeld:
- Binnenkant: dit zijn de eigen
gevoelens, gedachten en belevingen.
Hetgeen wat we niet zien van de
ander.
- Buitenkant: dit is ons gedrag, ons
handelen, onze verbalen en non-
verbale signalen. Hetgeen dat
zichtbaar is voor de ander.
- Overkant: dit is het effect van onze
In dit model ontstaan er een aantal misverstanden:
- De binnenkant en buitenkant zijn niet congruent
Het is moeilijk om een beeld te krijgen van de binnenkant van de ander.
De vermoedens over de binnenkant zijn niet altijd correct.
Vb. binnenkant: ik wil graag iemand leren kennen. buitenkant: ik zit met
mijn rug naar de anderen en maak geen oogcontact.
Misverstanden vermijden: zorg dat je binnenkant congruent is met je
buitenkant.
- Het effect is anders bedoeld
Hetgeen wat we laten zien is niet altijd hetgeen wat er werkelijk is.
Vb. een student maakt een grapje over autisme maar de ander vat dit op
als kritiek en niet als een grapje.
Misverstanden vermijden: aandacht hebben voor het effect van je gedrag.
- Het effect stemt niet overeen met de bedoeling
De ander geeft een andere betekenis aan je gedrag dan dat jij bedoeld
had.
Vb. je helpt iemand in een rolstoel zonder dat hij dit vraagt en hij zegt dat
hij niet gehandicapt is en dit zelf kan.
Misverstanden vermijden: het effect van je gedrag bevragen.
- De bedoeling van de ander invullen
2
communicatie
Communicatiemodellen
1. Communicatiemodel van Oomkens
Uitleg bij het model:
In een gesprek ben je zowel zender als ontvanger, want er is een constante
interactie. Tijdens de conversatie moet er altijd rekening gehouden worden met
het referentiekader en de context van de communicatie. De zender codeert = zet
zijn gedachten en gevoelens om in taal. De ontvanger decodeert = betekenis
geven aan de communicatie. De communicatie verloopt circulair.
De boodschap heeft 4 betekenissen:
- Inhoudelijk
- Expressief
- Relationeel
- Appellerend: wat wordt er verwacht in de vraag.
In een communicatie kunnen er ook storingen zijn. Zoals storing bij de codering
van de zender en de decodering van de ontvanger. Ook het optreden van ruis is
zo een storing.
Er zijn 4 soorten ruis:
- Fysieke ruis: dit zijn signalen van buitenaf die de communicatie
bemoeilijken.
- Psychologische ruis: dit zijn vooroordelen die de communicatie
bemoeilijken.
- Semantische ruis: dit ontstaat wanneer zender en ontvanger
verschillende codes hanteren, zoals verschillende taal.
1
, - Non-verbale ruis: dit is wanneer de boodschap voor interpretatie
vatbaar is.
2. Communicatiemodel van Rita Steens
Aan dit model zijn er 3 belangrijke begrippen
gekoppeld:
- Binnenkant: dit zijn de eigen
gevoelens, gedachten en belevingen.
Hetgeen wat we niet zien van de
ander.
- Buitenkant: dit is ons gedrag, ons
handelen, onze verbalen en non-
verbale signalen. Hetgeen dat
zichtbaar is voor de ander.
- Overkant: dit is het effect van onze
In dit model ontstaan er een aantal misverstanden:
- De binnenkant en buitenkant zijn niet congruent
Het is moeilijk om een beeld te krijgen van de binnenkant van de ander.
De vermoedens over de binnenkant zijn niet altijd correct.
Vb. binnenkant: ik wil graag iemand leren kennen. buitenkant: ik zit met
mijn rug naar de anderen en maak geen oogcontact.
Misverstanden vermijden: zorg dat je binnenkant congruent is met je
buitenkant.
- Het effect is anders bedoeld
Hetgeen wat we laten zien is niet altijd hetgeen wat er werkelijk is.
Vb. een student maakt een grapje over autisme maar de ander vat dit op
als kritiek en niet als een grapje.
Misverstanden vermijden: aandacht hebben voor het effect van je gedrag.
- Het effect stemt niet overeen met de bedoeling
De ander geeft een andere betekenis aan je gedrag dan dat jij bedoeld
had.
Vb. je helpt iemand in een rolstoel zonder dat hij dit vraagt en hij zegt dat
hij niet gehandicapt is en dit zelf kan.
Misverstanden vermijden: het effect van je gedrag bevragen.
- De bedoeling van de ander invullen
2