• Verkeerd document? Gratis ruilen
  • Geschreven door studenten die geslaagd zijn
  • Direct beschikbaar na je betaling
  • Online lezen of als PDF
Verkopen
Kies je studieland
Kies je taal
Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 152 pagina's
Samenvatting

samenvatting metabolisme en voeding (nieuw curriculum)

Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 152 pagina's

Complete samenvatting van alles wat er wordt gezegd in de powerpoints. 16/20 gehaald op mijn examen dus zeker een aanrader!!

Voorbeeld van de inhoud

Biomoleculen
❖​ 4 klassen
➢​ suikers (koolhydraten)
➢​ lipiden (vetten) ↔ vetzuren en glycerol
➢​ proteïnen (eiwitten) ↔ aminozuren, peptiden
➢​ nucleïnezuren (RNA en DNA) ↔ nucleotiden (ATP) en basen
❖​ alle levensvormen op aarde gebruiken deze biomoleculen
❖​ zelfde bouwstenen, zelfde bindingen; variaties in de details → veel soorten

❖​ opgelost in waterig milieu
➢​ waterige oplossing onderscheiden door membranen opgebouwd uit lipiden
❖​ water
➢​ meest voorkomende biomolecule in lichaam
➢​ 70% v/d lichaamsmassa
➢​ [water] in bloed = ± 50 mol/l
➢​ zuurbase eigenschappen (H+ en OH-)
➢​ hoge warmtecapaciteit → stabiele lichaamstemperatuur
➢​ sterke interacties (hydrofiel): oplossen in water
➢​ zwakke interacties (hydrofoob): weg van water (vetdruppels + biologische
membranen)
➢​ erin ionen en metabolieten


1. Suikers (koolhydraten)
❖​ bouwstenen: monosachariden
❖​ bindingen: glycosidebindingen
❖​ belang stereochemie
❖​ niet gecodeerd in het genoom (wel de enzymen die de suikers aanmaken
❖​ polymeren (bv glycogeen, zetmeel): geen unieke groote → molecuulmassa variabel
getal
❖​ meest abundante biomolecule op aarde (cellulose (celwand van planten stevigheid geven), chitine
(skelet krab, kreeft))
❖​ belang: voeding (zetmeel), metabolisme, biomedische toepassingen (cariës (aantasten
tandglazuur), cardiovasculaire ziekten, leververvetting, diabetes)



1.1 Stereochemie van suikers
❖​ glyceraldehyde: L en D isomeer → rotaties rond C
❖​ C6H12O6: afh van welke conformatie → andere naam want anders gemetaboliseerd
en herkend: D-mannose, D-glucose, D-galactose: spiegeling OH rond C
➢​ zelfde gewicht




1

,Haworth projectie
❖​ binding tussen C1 en C5: zesringstructuur (pyranose)
❖​ alfa-anonmeer (OH naar beneden)
❖​ bèta-anomeer (OH naar boven)

Glycosidebinding
❖​ binding tussen 2 monosacchariden: 𝛼1-4 binding
❖​ glucose + glucose = maltose (=afbraakstof zetmeel in darm)


1.2 Disachariden (3)
❖​ belang in voeding en spijsvertering

❖​ sucrose (sacharose) = suiker (gebak)
➢​ glucose + fructose
➢​ sucrose verbruik: cariës, obesitas, diabetes
➢​ 𝛼1-2
❖​ lactose = melksuiker
➢​ glucose + galactose
➢​ belangrijkste suiker in moedermelk en koemelk
➢​ 𝛽1-4
❖​ maltose
➢​ tussenproduct in
■​ spijsvertering van zetmeel
■​ bierproductie (mouten)
➢​ 𝛼1-4


1.3 Oligosacchariden
❖​ belang voor structuur van membranen (glycolipiden) (zie ook bloedgroepen)
➢​ vormen ‘laagje op membranen)
❖​ glycoproteïnen
➢​ suikerstruikjes, op eiwitten
➢​ O-gebonden
■​ verbonden aan AZ met OH groep (Ser, Thr)
➢​ N-gebonden
■​ verbonden aan AZ met eind C groep (Asp)
❖​ zeer veel mogelijkheden
➢​ soorten bouwstenen
➢​ soorten glycosidebindingen
❖​ ingewikkelde ‘informatica’
❖​ belangrijk voor cel-cel, receptor-ligand, eiwitten-ligand in bloedbaan, eiwit-eiwit
interacties




2

,1. 4 Polysacchariden
❖​ cruciale structuurgevende moleculen
❖​ cellulose (kabel van glucose: OH-brug + 𝛽1-4 binding → stevig)
➢​ belangrijkste structuurpolymeer in planten
■​ celwanden
■​ houtvezels
❖​ chitine (N-acetylglucosamine keten → structuurgevend (exoskelet insecten, pantser
schaaldieren))

❖​ glycosaminoglycanen
➢​ bouwstenen afgeleiden van reguliere suikers (carboxylgroepen,
aminogroepen, sulfaatgroepen)
➢​ sterk polair, negatieve ladingen → binden veel water
➢​ repeterende disaccharide-eenheid, zeer lange strengen
➢​ sommige zijn covalent verbonden aan eiwit → proteoglycanen
➢​ functies in extracellulaire ruimte (bindweefsel, kraakbeen, gewrichten:
stevigheid)
➢​ bv hyaluronzuur
■​ glasachtig lichaam (oog)
■​ navelstreng
■​ gewrichtsvloeistof (smerend effect)
➢​ bv heparine
■​ bloedvatwand (bekleding) → bloed niet stollen zolang in contact
●​ in endotheelcellen van bloedvaten
■​ natuurlijk antistolling
■​ medische toepassing antistolling
●​ bloed minder stolbaar maken (patiënt, bloedbuisje)

❖​ glycogeen: polymeer van D-glucose
➢​ keten van 𝛼1-4 bindingen
➢​ zijtakken met 𝛼1-6 bindingen
➢​ centrum: glycogenine (eiwit)
➢​ stockage voor koolhydraten in lever en spieren
■​ spieren: zelf gebruiken
■​ lever: stockeren als overmaat, vrijzetten als vasten
→ bloedsuikerspiegel stabiel houden

❖​ zetmeel: D-glycose polymeer, belangrijkste energiereserve in planten (knollen,
bollen, zaden) (energie gebruiken om te kiemen)
➢​ onvertakt: amylose
➢​ vertakt: amylopectine

❖​ dextranen
➢​ energiereserve en ‘schuilhol’ van bacteriën in mondholte → spelen rol in het
ontstaan van tandplaque en tandsteen




3

, 2. Lipiden (vetten)
❖​ bouwstenen: vetzuren + alcoholdrager (glycerol, cholesterol)
❖​ bindingen: ester en etherbindingen
❖​ chemisch zeer divers: altijd hydrofoob effect
❖​ niet gecodeerd in het genoom (wel de enzymen die de lipiden aanmaken)
❖​ belang: voeding, metabolisme, membranen, biomedische toepassingen, stockage
van energie (triglyceriden)

❖​ gezonde vetten: olijfolie
❖​ minder gezonde vetten: uit dierlijke vetten (melk, kaas)


2.1 Vetzuren
❖​ lengte: even aantal C-atomen (verklaring: mechanisme van synthese); onvertakte koolwaterstof staarten
❖​ binding
➢​ alleen enkelvoudige C-C bindingen → verzadigde vetzuren
➢​ ook cis- C=C bindingen → onverzadigde vetzuren
■​ aangemaakt door mens, dier
■​ trans vetten: hart en vaatziekten (slagaderwand verkalking, atherosclerose)
❖​ namen: triviale namen kennen, structuren herkennen, niet kunnen tekenen
❖​ belang: vrije vetzuren zijn belangrijke metabolieten, vetzuren veresterd aan een
alcoholgroep → lipiden

Triglyceriden = triacyl-glycerolen
❖​ opbouw: 3 vetzuren (onvertakte koolwaterstof staarten) veresterd met 3 OH-groepen van
glycerol
❖​ bindingen
➢​ alleen enkelvoudige C-C bindingen (→ verzadigde vetzuren) → dierlijke vetten, hoge
smelttemperatuur → semi-vast
➢​ ook cis- C=C bindingen (→ onverzadigde vetzuren) → plantaardie oliën of visolie,
lage smelttemperatuur → vloeibaar
❖​ verklaring: zwakke van der waals interacties meer uitgesproken bij verzadigde
vetzuren → sterkere krachten
❖​ belang: belangrijke macronutrient (→ energie) en belangrijkste energievoorraad
(→ vetweefsel)

membraanlipiden: glycerolipiden en sfingolipiden
❖​ opbouw glycerolipiden
➢​ 2 vetzuren (verzadigd/onverzadigd) op naastééngelegen OH-groepen
glycerol
➢​ derde OH-groep glycerol veresterd met een fosfaatgroep = samen
fosfatidylgroep
➢​ 4 klassen, afhankelijk v/d extra groep op fosfatidyl: choline, ethanolamine,
serine en inositol




4

Inhoudsopgave

  1. 01 1.1 Stereochemie van suikers 1
  2. 02 1.2 Disachariden (3) 2
  3. 03 1.3 Oligosacchariden 2
  4. 04 1. 4 Polysacchariden 3
  5. 05 2.1 Vetzuren 4
  6. 06 3.1 Aminozuren 7
  7. 07 3.2 Eiwitten 8
  8. 08 4.1 ATP, de nuttige drager van chemische energie, ontstaat op twee manieren 15
  9. 09 4.2 NADH en FADH2: ‘nuttige’ energierijke elektronendragers 17
  10. 10 5.1 Hormonen regelen het lichaamsmetabolisme 18
  11. 11 5.2 Logica van metabole regeling in lichaamscellen 20
  12. 12 5.3 Het probleem van ongewenste reacties en diffusieafstanden 20
  13. 13 6.1 Wat 21
  14. 14 6.2 Ontdekking van het idee van een stofwisselingsziekte 21
    1. 6.2.1 Fenylketonurie 22
    2. 6.2.2 Tyrosinemie 23
    3. 6.2.3 Porfyrie 23
  15. 15 6.3 Mogelijkheden om een stofwisselingsziekte te behandelen 24
    1. 6.3.1 Dieet 24
    2. 6.3.2 Enzym-vervangende therapie 24
    3. 6.3.3 Gentherapie 25
  16. 16 6.4 Screenen voor een stofwisselingsziekte: hielprik 26
  17. 17 6.5 Samenvatting 26
  18. 18 1.1 Samenwerking tussen organen/weefsels gebeurt via chemische communicatie 27
  19. 19 1.2 Expressie van hormoonreceptoren op/in doelwitcel is dynamisch en regelbaar 30
  20. 20 1.3 Hormonen zijn opgebouwd uit zeer diverse chemische structuren (grootte/soort) 31
  21. 21 2.1 Afgewerkte peptidehormonen ontstaan door het processen van pre-prohormoon 32
  22. 22 2.2 Synthese van schildklierhormoon in de follikels van de schildklier 34
  23. 23 2.3 Circulatie en cellulaire werking van schildklierhormoon 35
  24. 24 2.4 Afbraak peptidehormonen: de lever vernietigt ± 50% van de passerende insuline 36
  25. 25 ❖​ecdyson (afgeleide van cholesterol) 37
  26. 26 3.1 Werking van steroïdhormonen 37
  27. 27 3.2 Bijnieren hebben een veelzijdige hormonale functie 37
  28. 28 3.3 Cholesterol desmolase (CYP11A1) → fluxcontrole synthese glucocorticoïden 38
  29. 29 4.1. Synthese van catecholamines vertrekt van fenylalanine en tyrosine 41
    1. 4.1.1 Afbraak van catecholamines door MAO en COMT 41
    2. 4.1.2 Synthese van serotonine en melatonine vertrekt van tryptofaan 42
  30. 30 4.2 Glutamaat en GABA 43
    1. 4.2.1 Glutamaat: samenwerking tussen neuronen en astrocyten (gliacellen) 43
    2. 4.2.2 Glutamaat en GABA: samenwerking tussen neuronen en astrocyten 44
    3. 4.2.3 Twee elkaar tegenwerkende neurotransmitters 44
  31. 31 4.3 Acetylcholine 44
    1. 4.3.1 Nicotine acetylcholine receptoren: actieterrein binnen de geneeskunde 45
  32. 32 4.4 Retrograde neurotransmitters 45
  33. 33 4.5 Verschillen tussen neurotransmitters en neuropeptiden 47
  34. 34 5.1 Histamine 48
    1. 5.1.1 Histamine H2-receptoren op maag pariëtale cellen bevorderen de zuursecretie 48
    2. 5.1.2 Vier verschillende histamine-receptoren → selectieve receptor-antagonisten 49
  35. 35 5.2 Eicosanoïden: prostaglandinen en leukotriënen 49
    1. 5.2.1 Veel voorkomende prostaglandinen 49
    2. 5.2.2 Niet-steroïdale anti-inflammatoire geneesmiddelen (NSAID) remmen cyclo-oxygenase (COX) 50
    3. 5.2.3 Symptomen van astma ontstaan door lokaal werkende pro-inflammatoire stoffen 50
  36. 36 5.3 Hematopoiëse: groei en differentiatie geregeld door lokaal werkende hormonen 51
    1. 5.3.1 EPO (erythropoëtine) en de aanmaak van rode bloedcellen 51
  37. 37 5.4 Enorme pleiotropie van tumor necrosis factor ? (TNF?) 52
  38. 38 6.1 Insuline 52
    1. 6.1.1 Hoe gezonde ? cellen moeten werken 52
    2. 6.1.2 Hoe gezonde ? cellen moeten werken 52
    3. 6.1.3 Regeling van de glycemie door insuline 53
  39. 39 6.2 Hyperglycemie 56
    1. 6.2.1 Type 1 diabetes 56
    2. 6.2.2 Type 2 diabetes 56
  40. 40 6.3 Hypoglycemie: insulinoom = kleine tumor insuline-secreterende cellen 57
  41. 41 6.4 Feochromocytoom: goedaardige kleine tumor van het bijniermerg 57
  42. 42 6.5 Syndroom van Cushing: overdreven cortisolproductie door bijnierschors 58
  43. 43 6.6 Hypothyroïdie: onvoldoende functie van de schildklier 58
  44. 44 6.7 Hyperthyroïde: overmatige functie van de schildklier 59
  45. 45 6.8 Struma: harder werkende schildklier via een regulatorische as 59
  46. 46 6.9 Ziektetoestanden van hormonen en neurotransmitters die bij alle pasgeborenen systematisch worden opgespoord 60
  47. 47 1.1 ATP ontstaat op twee manieren vanuit D-glucose 62
  48. 48 2.1 Strategie van de glycolyse 63
  49. 49 2.2 Drie onomkeerbare reacties van de glycolyse 63
  50. 50 2.3 Glucose opname in spieren en vetcellen wordt geregeld door insuline 64
  51. 51 2.4 Zuurstofnood verhoogt de flux van de glycolyse 64
  52. 52 2.5 Fructose kan ook aansluiten op de glycolyse 65
  53. 53 2.6 Galactose kan ook aansluiten op de glycolyse 66
  54. 54 2.7 Mitochondriale koolstofverbranding gebeurt in de matrix 66
  55. 55 2.8 Anaplerose en kataplerose verbinden Krebs-cyclus met andere metabole wegen 67
  56. 56 2.8 ?-oxidatie van vetzuren levert acetyl CoA en energierijke elektronen 67
  57. 57 2.9 Oxidatieve fosforylering bestaat uit drie deelprocessen 67
  58. 58 2.10 De ademhalingsketen bestaat uit aaneengeschakelde serie van oxidoreductase 68
  59. 59 2.11 Het mitochondriale ATP-synthase (compex V) gebruikt de chemio-osmotische gradiënt om ATP te maken uit ADP en Pi 68
  60. 60 2.12 Reactieve zuurstof (ROS) is gevaarlijk voor cellen 69
  61. 61 2.13 We keren terug naar energie vanuit brandstof uit de voeding! 70
  62. 62 3.1 Grootte van enkele energierekeningen 70
  63. 63 5.1 Taakverdeling voor andere metabool actieve weefsels 74
  64. 64 5.1 Structuur van een glycogeenmolecule 82
  65. 65 5.2 Twee 'niveaus' van glycogeenmetabolisme 83
  66. 66 6.1 Langdurige betaling van energierekening 86
  67. 67 6.2 Gluconeogenese 87
    1. 6.2.1 Bijzonder reacties van de gluconeogenese 87
    2. 6.2.2 Fructose-2,6-bifosfaat 88
    3. 6.3 Regeling van schakeling 89
  68. 68 6.3 Ketogenese 89
    1. 6.3.1 De drie belangrijke ketonlichamen 90
    2. 6.3.2 Lever tijdens ketogenese 90
    3. 6.3.2 vier adaptaties v/h metabolisme aan chronisch vasten (>1 week) 91
    4. 6.3.3 Ketogeen dieet 91
  69. 69 6.4 Samenvatting 92
  70. 70 1.1 NADPH draagt elektronen voor reductieve biosynthese 93
  71. 71 2.1 Stap 1: genereren van energierijke elektronen (NADPH) 94
    1. 2.1.1 Glutathion is een hersteller van oxidatieve schade in alle lichaamscellen 95
  72. 72 4.1 Synthese van vetzuren 97
    1. 4.1.1 Eerste fase synthese van vetzuren 98
    2. 4.1.2 Tweede fase: aaneenschakelen en reduceren van C2-units 99
    3. 4.1.3 Derde fase: desaturatie en elongatie 100
  73. 73 4.2 Synthese van cholesterol 101
    1. 4.2.1 Mevalonaatweg = drie schematische fasen 101
  74. 74 1.1 Drie mechanismen van cholesterol-transport 104
  75. 75 1.2 Cholesterolopname via receptor-gemedieerde endocytose van LDL 105
  76. 76 1.3 [Cholesterol] wordt gemeten in het ER: invloed op expressie van HMG-CoA reductase 105
  77. 77 1.4 Statines zijn farmacologische remmers van het HMG-CoA reductase 106
  78. 78 1.1 Surfactant 108
  79. 79 1.2 Afbraak sfingolipiden → lysosomale stapelziekten 109
  80. 80 2.1 Galzouten: synthese uit cholesterol 111
  81. 81 2.2 Galzouten ondersteunen vetvertering thv de dunne darm 111
  82. 82 2.3 Enterohepatische cyclus van galzouten 111
  83. 83 2.4 Mevalonaatweg → cholesterol → steroïdhormonen 111
  84. 84 4.1 Detoxificatie van een lichaamseigen molecule: cholesterol 113
  85. 85 4.2 Detoxificatie van nutteloze of schadelijke stoffen in de voeding 113
    1. 4.2.1 Fase 1 detoxificatie via het cytochroom P450 systeem (CYP’s) 114
    2. 4.2.2 Fase 2: conjugatie aan een polaire groep 116
  86. 86 5.1 Metabole detoxificatie van ethanol (alcohol) 117
  87. 87 5.2 Ethylisme veroorzaakt leversteatose 118
  88. 88 5.3 De lever is een altruïstisch orgaan 118
  89. 89 3.1 Creatine 128
  90. 90 3.2 Carnitine 128
  91. 91 3.3 Heem 129
    1. 3.3.1 Afbraak en eliminatie van heem 130
  92. 92 2.1 Beperkingen van dit soort chemotherapie 137
  93. 93 3.1 Oorzaken van jicht 138
  94. 94 3.2 Normale metabole weg voor de afbraak van purinebasen 138
  95. 95 3.3 Behandeling acute jichtaanval 139
  96. 96 3.4 Preventie 140

Documentinformatie

Studie
Geüpload op
26 februari 2025
Aantal pagina's
152
Geschreven in
2023/2024
Type
Samenvatting
$19.03

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
geneeskunde234
4.7
(3)
Verkocht
48
Volgers
0
Items
12
Laatst verkocht
4 maanden geleden

Reviews van geverifieerde kopers




Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen